Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 9

In één snelle beweging haalt Bonnie de revolver uit haar handtas en richt het op de man recht voor haar die meteen zijn handen in de lucht gooit. Ze doet alle moeite van de wereld om het geweer zonder beven vast te houden. Haar aandacht verspringt naar haar kersverse tattoo. ‘Ik ben gemaakt voor deze wereld’, prent ze zich nog eens in. Carla legt haar hand op Bonnie’s gestrekte arm, maar de jongedame maakt met één blik duidelijk dat de vice-presidente zich, ondanks haar rang, moet terugtrekken.
“Carla, er is een tijd van praten en een tijd van actie. Er is al genoeg gepraat, maar meneer Bosch weet duidelijk niet dat hij niet met ons moet sollen.”
De man in kwestie steekt onschuldig zijn armen de lucht in.
“Meneer Bosch, nu ga jij eens naar mij luisteren, zonder zelf praatjes te verkopen”, zegt ze ijzig kalm. De man knikt onderdanig.
“Ik stel je een vraag en jij beantwoordt ze in alle eerlijkheid.”
Hij knikt.
“Vraag één…”
Even last Bonnie een doelbewuste pauze in. De man, nog steeds met beide armen in de lucht, is één en al oor.
“Hoe lang hou je ons al aan het lijntje met je afbetalingsplan?”
Hij stamelt wat onsamenhangends. Bonnie schiet ter waarschuwing de glazen vaas die achter hem staat, aan flarden. De knal klinkt luider dan ze zich kon inbeelden en haalt haar even uit haar concentratie. Toch heeft haar actie het gewenste effect. Zowel Carla als meneer Bosch staren haar met opengesperde ogen aan.
“Een duidelijk antwoord, Bosch. Dat kan toch niet zo moeilijk zijn?”
Ze is gefocust; er is geen trilling meer in haar handen te bekennen en ook haar ademhaling heeft ze stevig onder controle. Carla mompelt Bonnie’s naam, maar krijgt geen enkele reactie.
“Een half jaar”, klinkt het stil vanuit van tussen zijn mondhoeken. “Maar ik zweer het, moest ik kunnen, had ik jullie al lang terugbetaald.”
“Is dat zo”, vraagt ze met een sarcastische ondertoon.
Hij knikt.
“Die gloednieuwe Aston Martin voor de deur, is die van jou?”
Meneer Bosch knikt schuldig.
“Die kan niet ouder zijn dan een half jaar, klopt toch?”
Hij schudt zijn hoofd.
“We weten allebei dat die vierwieler evenveel waard is dan het bedrag dat je BB nog verschuldigd bent.”
Hij knikt opnieuw en kijkt haar aan met gebroken ogen. De vent doet het in zijn broek door de macht van de revolver.
“Je dacht… dat is maar een bende vrouwen bij elkaar, wat kunnen ze me maken? Laat ik die maar eens lekker bij hun figuurlijke pietje nemen?”
Hij haalt verontschuldigend zijn schouders op met de armen nog steeds naar het plafond gericht. Dan schudt hij zijn hoofd, tot grote ergernis van Bonnie, die één in vlotte beweging een tweede vaas wat verderop aan flarden schiet. Haar oren suizen door de knal.
“Doet uwe mond open, meneer Bosch”, fluistert ze in zijn oor. “Het enige wat ik u vraag, is te antwoorden! En zelfs dat is te moeilijk? Ik zou je in je voet moeten schieten…”
In een wanhoopspoging haar op andere gedachten te brengen, smeekt de man haar bijna onverstaanbaar zacht toe.
“Ik heb een voorstel voor jou”, steekt Bonnie opnieuw van wal. “Volgende week staan we hier terug met een lege tas, die gevuld is met 200.000 euro als we terug buiten stappen.”
Hij knikt.
“Komt in orde, juffrouw. Haal dan nu die revolver van me weg.”
Bonnie schudt haar hoofd.
“Om de interest en de overlast te compenseren, geef je me nu meteen de sleutels van je nieuwe speeltje.”
Zijn ogen worden groot en hij maakt aanstalten hier wat tegenin te brengen. Tot Bonnie’s grote ergernis. Ze komt dichter bij hem staan en duwt de loop van de revolver tegen zijn voorhoofd.
“Ik ben niet bang om de trekker over te halen, meneer Bosch. In deze wereld moet je kunnen schieten. En geloof me, van deze afstand is er niets aan.”
Opnieuw haalt hij zijn handen boven zijn hoofd.
“De sleutels zitten in mijn broekzak”, stamelt hij angstig.
Met haar ene hand nog steeds in de ban van het pistool, tast ze met de andere zijn beide broekzakken af. De ring van de sleutelbos gaat over haar wijsvinger als ze beet heeft. Dan grijpt ze hem naar zijn kruis.
“Wie heeft er wie nu bij zijn pietje?”

“Heb je dat écht gezegd?”, vraagt Charlie enthousiast.
Bonnie knikt trots zonder haar blik af te wenden van de weg om ‘haar’ gloednieuwe Aston Martin strak onder controle te houden. Ongelovig schudt hij met zijn hoofd.
“Moest je mij dat gelapt hebben…”, klinkt het.
Met één blik maakt ze duidelijk dat hij maar beter uitkijkt met wat hij zegt.
“Je hebt de smaak wel goed te pakken. Het gaat je goed af, het gangsterleven”, klinkt het wat neerbuigend. Omdat een heerlijke laagstaande avondzon haar intrede doet, zet hij de matzwarte Rayban Wayfarer, die de hele tijd aan zijn hemd heeft gehangen, op zijn neus. Zijn blonde haardos met grijze plukken, die voor een keer niet strak naar achteren gekamd ligt, wappert wild door de wind en de snelheid van de Aston Martin.
“Ik geloof dat je klaar bent voor een nieuw avontuur in m’n wereld. Een gevaarlijk avontuur.”
Bonnie wijkt haar blik even af van de weg en kijkt hem vragend aan. Ze kan het niet laten met haar ogen te rollen.
“Ok, laat maar vallen”, klinkt het bij Charlie.
Wat heen en weer geplaag later, komt hij over de brug.
“Ik heb een nogal onconventionele hobby waar niemand iets van weet”, introduceert hij.
Beelden van SM-kerkers en gangbangs flitsen voor Bonnie’s ogen.
“Neen, niet zo’n hobby”, lacht Charlie wanneer hij haar vragende blik vangt.
“Maar voor ik het je vertel, moet je me plechtig beloven dat dit ons geheim blijft.”
Bonnie knikt nieuwsgierig. Zeg het nu maar gewoon in plaats van rond de pot te draaien, hoort ze zichzelf denken.
“Heel lang geleden heb ik mijn eerste stappen in de illegale businesswereld gezet met ‘onschuldige’ overvallen. Een kleine kruidenierszaak, een videotheek of een nachtwinkel. Easy money, maar de kick die je ervan krijgt, is beter dan eender welke drug op aarde.”
Bonnie wacht vol spanning waar zijn nostalgisch vertelsel op zal uitdraaien.
“Maar zoals je al weet heb ik me ondertussen wel al wat op gewerkt waardoor ik die overvallen niet meer nodig heb om geld in het laatje te brengen. Maar van tijd tot tijd…”
Even lijkt hij te twijfelen, maar toch gaat hij verder.
“Doe ik er nog eentje, just for fun.”
Een brede grijns wordt hem meester.
“Ik geloof er niets van, Charlie”, zegt ze wantrouwig met fronsende wenkbrauwen. Hij kijkt haar kwaad aan.
“Ik heb nog nooit tegen je gelogen.”
Even blijft het stil waarop Charlie verder gaat.
“Heb je geen zin om er eens één samen te doen? Een nachtwinkel, ofzo. Bonnie ik zweer het je, die mannen zijn vaak zo louche dat ze toch niet naar de flikken bellen. En soms zit er lekker veel cash in hun kassa. Echt, makkelijker bestaat niet. En nu je een revolver kan hanteren, zou je mijn perfecte partner in crime kunnen worden.”
Bonnie kijkt hem met pretoogjes aan terwijl ze gecontroleerd de limieten van de sportwagen opzoekt. 220 kilometer per uur and still counting.
“Bonnie, rij maar wat trager”, zegt hij terwijl hij zijn hand op haar dij legt.
Ze kijkt hem uitdagend aan en drukt het gaspedaal nog wat harder in.
“Geef me meer details en laat het rijden maar aan mij over”, zegt ze fars.

Na een snelle korte rit op zijn matzwarte motor, stopt hij in een steeg naast de nachtwinkel. Bonnie’s hart slaat overuren. Even twijfelt ze. Waar is ze toch mee bezig? Maar als ze de lach van Charlie van onder zijn vizier ziet verschijnen, knikt ze zelfzeker.
“Let’s go!”, zegt ze enthousiast, maar luider dan gewild.
Even checkt ze achter zich of niemand haar gehoord heeft. Charlie legt zijn hand op haar schouder.
“Gewoon genieten.”
Bonnie knikt, het signaal voor Charlie om uit de startblokken te schieten. Hij haalt de zak van zijn rug en neemt er twee revolvers uit. Eén ervan krijgt Bonnie in haar hand gestopt, de andere neemt hij zelf stevig beet. Hij slaat zijn geblindeerde vizier helemaal toe en stapt resoluut op zijn doel af. Even blijft Bonnie achter, de man vanop een afstand observerend. Helemaal in het leer getooid en geladen met een geweer ziet hij er onweerstaanbaar uit. Met die gedachte huppelt een eveneens van een lederen pak en pikzwarte helm voorziene Bonnie opgetogen haar partner in crime achterna. Met geladen pistool stapt het duo de nachtwinkel binnen. De Pakistaan gooit meteen zijn handen in de lucht bij de aanblik van de geweren.
“Please don’t shoot!’, schreeuwt hij huiverig.
“Just put the money in the bag.”
Charlie’s stem klinkt scherp, maar kordaat. Zwetend van angst, gaat de Pakistaan meteen over tot wat hem opgedragen is.
“Put that bottle of champagne in it too, will you”, floept Bonnie eruit terwijl ze met haar pistool naar de fles Veuve Cliquot net achter de kassa wijst.
Met bevende handen neemt de Pakistaan de fles, stopt ze bij het geld in de zak en sluit de rits. De hele tijd al staat Bonnie stokstijf met haar geweer op de man gericht, hem geen seconde uit het oog verliezend. Als Charlie de gevulde zak in handen krijgt, zet hij het op een lopen. Het duurt even voor ook Bonnie uit de startblokken schiet, maar door de adrenaline die door haar lichaam giert, slaagt ze er al snel in hem in te halen. Bijna synchroon springen ze op de motor en vluchten ze weg.

Terwijl ze aan topsnelheid straten en huizen passeren, zet Bonnie het op een schreeuwen.
“Kalmeer, Bonnie!”, klinkt het opeens in haar oren.
Die intercom was ze even volledig uit het oog verloren.
“Dat was gewoon zaaaaaalig!’, roept ze uit, wat op een lach van Charlie ontvangen wordt.
Een kwartiertje later stoppen ze op een afgelegen stuk weg, aan de rand van een rivier.
“Even klinken op ons avontuurtje”, zegt Charlie, duidelijk nog helemaal opgehitst.
Hij stapt af en zet zich op een bankje wat verderop. Bonnie gooit haar helm uit en ritst haar jack open.
“Fuck man, ik heb het héét!”
Charlie zet het op een lachen.
“Jij wordt gewoon geil van adrenaline!”
Ook hij gooit zijn helm uit, wat hem met een warrige donzige blonde bos achterlaat.
“Wat vond je ervan?”
Bonnie knikt enthousiast.
“Beter dan eender welke attractie, eender welke drug, eender welke kick. Fuck gast, dat was het gewoon. I was alive!”, schreeuwt ze uit en gooit haar handen in de lucht.
Ook Charlie heeft duidelijk genoten van hun avontuurtje, gezien de gezonde blos op zijn wangen. Hij haalt de zak boven en bekijkt de buit.
“Put that bottle of champagne in it too, will you, zei ze”, lacht hij hoofdschuddend.
Door de onstuimige rit schiet de fles champagne wild open waardoor Charlie niet anders kan dan zijn mond eraan te zetten en het spuitende goedje op te zuigen voor alles de grond op loopt. Wanneer de fles onder controle is, geeft hij ze aan Bonnie door. 
“Op onze wereld!”
Bonnie klapt enthousiast voor ze een flinke teug neemt.
“Dat moet ongeveer 5.000 euro zijn. Hier, voor jou”, klinkt het nonchalant vanop de bank nadat hij alle briefjes gesorteerd heeft en terug weg heeft gestoken. Hij stopt haar de rugzak toe. Bonnie fronst haar wenkbrauwen.
“Nooit gehoord van fifty-fifty?”
Hij haalt zijn schouders op en grijnst: “Je hebt het verdiend.”

Aan de rode vlekken in haar moeders nek te merken, ziet ze er niet gelukkig uit. Bonnie speelt met het lepeltje in haar broodnodige ochtendkoffie en tracht Anita’s blik te ontwijken.

“Bonnie, ik ga kort zijn want het is echt al een klotemorgen geweest.”
Bonnie knikt onderdanig.
“Met geweren staan zwaaien is onze stijl niet”, stelt Anita droog.
De schouders van Bonnie gaan de hoogte in. Maar voor ze haar mond kan openen, is haar moeder haar voor.
“Neeneen, efkes serieus nu Bonnie. ‘t Is ni omdat ge mijn dochter zijt dat ge hier de cowboy moet komen uithangen. We hebben bepaalde regels en een bepaalde code die we godverdomme al meer dan vijftien jaar volgen. De belangrijkste regel is dat ge pas een geweer meeneemt als laatste toevluchtsoord.”
Bonnie rolt met haar ogen, tot grote ergernis van haar moeder.
“Godverdomme, Bonnie. Hang het kind niet uit. En laat me nu gerust, ik heb al genoeg aan mijn kop met die klote-overval!”
Bonnie slikt moeizaam.
“Overval?”
Haar moeder reageert afwijzend: “Ja, in een van onze nachtwinkels. Vraag de details maar aan iemand anders. Ik heb al genoeg tijd aan u verloren.”

Als een hond met zijn staart tussen zijn benen, druipt Bonnie af, binnensmonds stevig vloekend. Kan geen toeval zijn, dit. Dat kan echt niet meer. De gekste gedachten flitsen door haar hoofd, met één conclusie. Ze moet Charlie te pakken krijgen. In één vloeiende beweging grijpt ze haar tas vanop haar bureau en vlucht ze naar buiten, ‘haar’ Aston Martin in. Met trillende vingers zoekt ze zijn nummer en belt ze hem op. Na twee beltonen neemt hij op.
“Bonnie, scheelt er wat?”
Ze knikt, maar beseft dat hij haar niet kan zien.
“Ja”, antwoordt ze dan maar droog. “Het heeft te maken met gisteren.”
“Zeg maar niets meer. Waar ben je?”
“Onderweg.”
“Kom naar mijn loft”, klinkt het voor hij neerlegt.

Met een warrig hoofd en slechts gehuld in een kamerjas staat hij haar in zijn ondergrondse garage op te wachten. Als ze zijn gezicht ziet, slaat ze door. Letterlijk. Ze springt de wagen uit en vliegt met beide vuisten tegen zijn borst en barst in tranen uit. Helemaal overdonderd door haar gedrag, tracht Charlie haar onder controle te krijgen. Iets waar hij, gezien zijn spiermassa, redelijk snel in slaagt.
“Bonnie, kalmeer nu eens!”, roept hij haar toe terwijl hij haar aan beide schouders wat van de grond tilt. Ze knikt, wat voor hem het teken is om terug los te laten.
“Dit kan geen toeval meer zijn, Charlie”, sist ze hem toe.
Hij kijkt haar met grote rode ogen aan.
“Wat kan geen toeval zijn, Bonnie?”
Ze rolt met haar ogen en schudt ontgoocheld haar hoofd. De tranen blijven langs haar wangen stromen.
“Ze hebben me nog zo gewaarschuwd. Iederéén heeft me gewaarschuwd…”
“Voor jou”, volgt er nog wat stiller op.
Charlie haalt zijn handen door zijn krullen.
“Wat kan geen toeval zijn, Bonnie?”
Ze zucht.
“Dat we gisteren een van mijn moeders nachtwinkels hebben overvallen.”
Hij slaat zijn hand voor zijn mond en vloekt als een ketter. Met gekruiste armen staart Bonnie hem ongelovig aan. Hij schudt wanhopig zijn hoofd.
“Godverdomme, Bonnie. Ik zweer u dat ik dat niet wist”, klinkt hij gebroken.
Hij valt op zijn knieën als hij ziet dat zijn woorden geen effect hebben.
“Alsjeblieft prinses, geloof mij.”
Bonnie rolt met haar ogen. Dat kan toch geen toeval zijn, dat kan toch geen toeval zijn; dat is het enige dat als een kapot cassettebandje in haar hoofd wordt afgespeeld, opnieuw en opnieuw.
“Ik moet dat geld niet hebben”, zegt ze voor een met een haarelastiek samengebonden stapel geld uit haar wagen plukt en deze zijn richting op de grond gooit.
Ontgoocheld neemt Charlie het op en keert hij haar de rug toe.
“Bel me maar als je afgekoeld bent”, klinkt het binnensmonds voor hij de lift in stapt en Bonnie verbouwereerd achter laat. Ze stapt woest in haar wagen en op automatische piloot rijdt ze naar zijn club. Op de achtergrond zingt Tom Barman iets over een ideale crash.

Crash your life’s gone sucking cause you want to mess
Around, can anybody down you with a
Crash another way of saying that you like to make it
Up as you move along. If it’s a lot, show them what you got. 

dEUS

Zelfverzekerd stapt ze Delight binnen en heeft meteen de juiste man in haar vizier: Ben. Als hij haar opmerkt, komt hij meteen naar haar toe gewandeld.
“Bonnie, alleen vandaag?”, vraagt hij wat zenuwachtig naar de deur kijkend.
Ze knikt.
“Charlie is in zijn loft.”
Met heel wat air loopt Bonnie naar de bar en bestelt zich een shotje tequila. Als een trouwe hond, staat Ben meteen naast haar. Hij kijkt haar met ongeruste ogen aan.
“Is het niet wat vroeg om te drinken? Gaat het wel?”
Bonnie drinkt het shotje in één keer leeg, zet zich recht en knikt: “Het is nooit te vroeg om te drinken. En ja, het gaat wel.”
Ze ademt diep adem voor ze verder gaat.
“Ik wil gewoon een nummertje.”
Grote ongemakkelijke donkere ogen kijken haar aan. Bonnie haalt haar schouders op en komt wat dichter bij hem staan.
“Ik heb geld hoor, Ben. En we zitten in een hoerenbar. De perfecte plek voor een nummertje, als je ’t mij vraagt.”
Ben buigt wat voorover, neemt haar hand vast en kust de rug ervan teder. 
“Dat klopt, koningin. Ga maar naar kamer 3. Ik kom er meteen aan.”
Kordaat knikt ze voor ze haar weg zet naar dezelfde kamer die ze vorige keer met z’n drieën gebruikt hebben. Meteen ploft ze neer op het bed en trekt ze haar kleren uit. Halfnaakt en met een brede glimlach stapt Ben nonchalant de kamer binnen. 
“Ik ben blij de koningin nog eens te mogen verwennen”, fluistert hij uitdagend terwijl hij twee glazen champagne vult.

Het is lang geleden dat ze zo lang en zo intens is klaargekomen, realiseert Bonnie zich met gesloten ogen en nog steeds met Ben’s lul in zich. Een gelukzalige grijns siert haar gezicht. Langzaam opent ze haar ogen en vindt Bens net klaargekomen blik. Elke man heeft toch een andere sexface, bedenkt ze zich voor ze wegkijkt. Ze schrikt zich een ongeluk als ze Charlie opmerkt, op de fauteuil in een hoek van de kamer. Hij observeert hen met een uitgestreken gezicht. In een snelle reactie duwt ze Ben van zich af. Stilzwijgend stapt hij het bed uit, trekt zijn boxershort aan en knikt naar Charlie voor hij de kamer verlaat. Zonder één woord te zeggen, neemt Charlie een sigaret uit haar tas en steekt hij ze aan. Ondertussen weet Bonnie met zichzelf geen blijf.
Hij neemt heel beheerst het woord: “Wat wil je hiermee bereiken?”
Bonnie haalt haar schouders op omdat ze eerlijk gezegd echt niet weet wat ze op die vraag moet antwoorden. In plaats daarvan springt ze uit bed en begint ze zich aan te kleden.
“Bonnie, ik heb je een vraag gesteld”, klinkt het op dezelfde toon die Bonnie gisteren bij de Pakistaan voor de eerste keer gehoord heeft. Ze slikt moeizaam en voelt hoe haar wangen beginnen te kleuren. Zonder wat te zeggen neemt ze haar tas, maar voor ze zich verder van hem weg kan draaien, grijpt Charlie haar bij de pols. Zonder haar los te laten, zet hij zich recht uit de zetel waardoor hij boven haar uittorent. Hij neemt met zijn vrije hand Bonnie’s kin beet en duwt deze traag omhoog zodat ze hem wel moet aankijken. Maar wanneer ze zijn blik vangt, sluit ze haar ogen, wat hem nog meer ophitst. Zijn grip op haar pols verstrakt.
“Wat. Wil. Je. Hiermee. Bereiken?”, sist hij.
Bonnie grijnst onbevreesd. 
“Dat zou je zelf moeten weten als je me zo goed kent’, fluistert ze waarna ze zich in één ruk lostrekt en ze de kamer uit stapt.