Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 8

Met man en macht tracht ze haar trillende handen onder controle te krijgen. Haar ene hand, die langs haar zij hangt, is verstrengeld in de zijne. Het is echter de andere hand die het stevige werk moet opknappen. Voor het eerst heeft Bonnie een geweer in haar handen en wat voelt dat lekker. Ze voelt haar hartslag tot in de wijsvinger die afwachtend op de loer ligt om te trekker over te halen.
“In deze wereld moet je kunnen schieten.”
Zijn woorden spoken door haar hoofd voor ze nog één keer diep inademt en haar wijsvinger tot actie laat overgaan. De lege Champagnefles, exact dertig meter verderop, spat in miljoenen stukjes glas uit elkaar. Tot groot jolijt van Charlie, die een vreugdedans uitvoert.
“Je bent gemaakt voor deze wereld”, zegt hij trots terwijl hij haar van de grond tilt en een paar keer ronddraait. Met opengesperde ogen kust hij haar intens op de mond.
“Ik zie je graag.”

Bonnie’s adem stokt als ze beseft wat hij net gezegd heeft. Afwachtend kijkt hij haar aan, wachtend op een antwoord – hét antwoord – maar het blijft stil. Na een tijd is het toch Bonnie die het woord neemt.
“Je hebt de laatste tijd al zo vaak de kans gehad om dat te zeggen. En nu doe je het nadat ik net mijn eerste schot gelost heb? Je moet toegeven dat het een beetje creepy is.”
“Ik hou niet van clichés”, zegt de man die het woord heeft uitgevonden. 
Bonnie kan het niet laten met haar ogen te rollen.
“Je bént een cliché, Charlie”, lacht ze. Ze port hem in zijn zij in de hoop wat van de spanning weg te nemen. Maar hij gaat er niet op in. In plaats daarvan neemt hij haar hoofd met beide grootse handen beet.
“Laat wat ik zeg cliché lijken, het komt recht uit mijn hart.”
En hij doet het opnieuw. Ze valt voor zijn praatjes, hoe leep ze ook klinken. 
“Waar zijn we eigenlijk mee bezig?”, vraagt Bonnie out of the blue.
“Daar zijn geen woorden voor”, herhaalt Charlie zijn standaard antwoord op vragen van zulke aard. Maar vandaag neemt Bonnie hier geen genoegen mee.
“Serieus, Charlie. Waar wil je naartoe?”
Ze zwaait wat uitdagend met het wapen. Een gebaar dat hij meteen als aanvallend beschouwt. Hij probeert het snel uit haar handen te nemen, maar Bonnie houdt hem tegen.
“Laat me. Ik ga je heus niet beschieten. Ik heb net voor de eerste keer in m’n leven een fles aan flarden geschoten. Laat dat de eerste les zijn. Antwoord jij maar gewoon op mijn vraag. Voor de gemakkelijkheid zal ik ze nog eens herhalen”, zegt ze bitsig. “Waar wil je naartoe, Charlie?”
Hij gooit zijn handen de lucht in nadat Bonnie het geweer met strakke hand op hem richt.
“Meisje, meisje. Rustig aan.”
Tot Bonnie’s grote verbazing doet hij zelfs geen poging meer om het geweer van haar af te nemen. In plaats daarvan tast hij naar het pak sigaretten in haar tas en neemt er twee exemplaren en haar zippo uit. In één beweging steekt hij beide sigaretten aan en geeft er één aan haar. De zijne laat hij nonchalant op zijn onderlip rusten als hij verdergaat, met nog steeds de revolver op hem gericht.
“Waar wil ik naartoe? Ik zal je zeggen waar ik naartoe wil. Meer nog, ik zal je eerst vertellen wat tot anderhalve maand geleden mijn ultieme ambitie was: rijk worden en aan de top staan. Simple as that. En eerlijk gezegd heb ik mijn ambitie al flink waargemaakt. Maar eens je de top voelt naderen, wordt dat je enige doel in het leven. Tot jij m’n leven kwam binnenwandelen. Echt waar Bonnie, ik ben verloren.”
Even wacht hij haar reactie af voor hij verder gaat. Ze staart hem met grote ogen aan en lurkt traag maar diep aan haar sigaret. De hand waarmee ze het wapen vasthoudt begint wat te trillen.
“Tussen ons gezegd en gezwegen, heb ik me op mijn 40-jarige, enfin 39-jarige, bestaan nog nooit zo goed gevoeld bij iemand als bij u. En ik weet het, ik verval weer in een cliché, maar dat is gewoon de waarheid. Vrouwen waren voor mij altijd een leuk extraatje, een afleiding van het serieuze leven. Begrijp me niet verkeerd, er zijn vrouwen geweest die ik graag heb gezien. Dat dacht ik toch. Tot ik een heel nieuw gevoel ontdekte toen ik jou zag. Dat is graag zien, Bonnie.”
Maar Bonnie blijkt niet onder de indruk. .
“Waar wil je naartoe, vraag ik”, klinkt ze bot. “En in plaats van te antwoorden, belaad je me hier met honderd woorden over je werk en andere vrouwen.”
De woede woelt rond in haar lichaam.
Charlie zucht diep: “Andere vrouwen, Bonnie, kom op. Je gaat me niet geloven, maar sinds ik je ken is mijn vrouwenfrequentie pijlsnel gekelderd.”
Ze lacht hardop. 

Vrouwenfrequentie, hoe durft hij.

“Genoeg over andere vrouwen”, maakt hij duidelijk. “Bonnie, het vreemde van de zaak is dat je een nieuw doel hebt gecreëerd in mijn leven waarvan nooit sprake is geweest. Ik durf je zelfs niet te vertellen hoe hard je door mijn hoofd spookt. Dan zou ik je te veel krediet geven. Maar meid, weet dat een stuk van me een wereld met jou wil gaan ontdekken, ver weg van alles en iedereen. Een nieuwe wereld.”
Nieuwe wereld. Bonnie zucht omdat ze twijfelt aan de echtheid van zijn woorden. Waarom blijft iedereen rond haar constant waarschuwingen rondstrooien over de snode trucs van Charlie? Daar moet toch iets van waar zijn? Maar als ze bij hem is, lijkt hij oprecht. Het probleem is dat ze dan altijd slechts met twee zijn en ze dus niet aan haar entourage kan bewijzen dat hij niet meer is wie hij vroeger was.
“Je zou vluchten? Omdat je een leven met mij hier niet ziet lukken?”
Hij wikt haar vraag omdat hij maar al te goed beseft dat alles wat hij nu zegt tegen hem kan én zal gebruikt worden. Hij schudt zijn hoofd.
“Je hebt gelijk, Bonnie. Ik heb geen idee hoe we deze gedeelde wereld kunnen rijmen met die van elkaar. Jij wel?”
Ze moet hem het antwoord schuldig blijven en laat ontmoedigd het geweer zakken.
“Ik ben niet voor deze wereld gemaakt”, stamelt ze.

De beats dreunen door Bonnie’s lichaam. Het lijkt alsof haar hart het ritme van de opzwepende techno heeft overgenomen. Terwijl ze zich helemaal overgeeft aan de muziek kijkt ze Koen aan. Hij heeft er lang niet meer zo goed uitgezien.
“Dat moesten we al lang nog eens doen”, schreeuwt Koen in Bonnie’s oor om de muziek te overstemmen.
Het is feest vandaag. Zijn arm is uit het gips en is hij volledig genezen verklaard. En aangezien het inderdaad al een eeuwigheid is geleden dat ze nog echt eens goed zijn gaan dansen in een discotheek, was dit de uitgelezen kans. Nog geen half jaar geleden, toen Koen en zij nog studeerden, was uitgaan schering en inslag. Het voelt goed om nog eens alle remmen los te laten, beseft Bonnie. Al kunnen de rum-cola’s daar ook voor iets tussen zitten. Dat moet ze ondertussen toch al geleerd hebben, dat ze helemaal wild wordt van rum. Ze neemt snel een mental picture voor ze zich opnieuw laat leiden door Koen en een lekkere remix van The Time is Now van Moloko.

You may find yourself
Out on a limb for me
Could you accept it as
Part of your destiny?
I give all I have
But it’s not enough
And my patience I shot
So I’m calling your bluff.

Moloko

“Zin in wat lekkers?”, klinkt het vragend in haar oor.
Ze knikt. Hij kijkt haar recht in de ogen terwijl de pil die tussen zijn wijsvinger en duim geklemd zit, in haar mond verdwijnt. Ze spoelt hem weg met een stevige slok van haar drankje. De heerlijke hits volgen elkaar op en Bonnie geniet van het moment. En ze is niet alleen: ook Koen danst de ziel uit zijn lijf. Wanneer ze merkt dat ze haar tanden steviger op elkaar begint te knellen, beseft ze dat het effect van de pil haar intrede doet.

“Ik ga een waterke halen”, roept ze in Koens oor die gebaart dat hij er ook wel een kan gebruiken. Terwijl Bonnie zich een weg baant naar de bar, stoot ze maar een paar keer bruusk tegen iemand aan. Telkens slaat ze haar arm over het ‘slachtoffer’ en stamelt ze een ‘sorry’ voor ze zich verder een weg baant naar de bar. Gelukkig wordt haar gebaar met dank aanvaard. Eén keer wordt ze zelfs getrakteerd op een speelse kneep in haar billen die ze beantwoordt met een schalkse knipoog. 
“Twee platte waters, alsjeblieft”, gooit ze er luidruchtig uit tegen de barman.  
Wanneer hij twee glazen flesjes water voor haar neerplant, drinkt Bonnie de helft van één van de flesjes al uit voor ze hem betaalt. Met een flesje in elke hand keert ze zich om en botst opnieuw tegen de rug van een vent aan, waarna een deel van het water op zijn rug terecht komt. In een ruk keert haar zoveelste slachtoffer zich om. Een woedende blik maakt al snel plaats voor een aangenaam verraste uitdrukking bij teken van herkenning. 
“Bonnie!”
Charlie tilt haar een tikkeltje op wanneer hij zijn arm rond haar slaat, waardoor ze alle moeite van de wereld moet doen om niet nog meer schade aan te richten met de flesjes water.
“Charlie! Lieve Charlie! Wat ben ik blij dat ik je zie!”
Ze geeft hem een natte kus op zijn lippen. Maar die wordt amper beantwoord.

“Wat doe jij hier?”
Hij ziet er opgejaagd uit waardoor Bonnie zich meteen afvraagt wat hij genomen heeft. Maar als ze haar kaak voelt heen en weer trekken, beseft ze echter dat ze niet te hoog van de toren moet blazen. Door deze gedachte is ze zich opeens overbewust van het feit dat hij ongetwijfeld aan haar moet merken dat ze onder invloed is. Ze probeert zo normaal mogelijk te klinken.
“Ik ben uit,” roept ze in zijn oor, “zoals jij blijkbaar!”
“Je hoeft niet zo te roepen, ik sta vlak naast je. Met wie ben je hier?”
Bonnie knipoogt uitdagend en voelt haar kin opnieuw een knik maken, wat ook hem meteen opvalt. Hij grijpt Bonnie’s kin vast.
“Ge ziet er niet uit, prinses. Wat hebde gepakt?”, sist hij haar toe. 
Bonnie rolt met haar ogen, wat hem nog lastiger maakt.
“Bonnie, komaan. Ik zie het zo. Met wie lig jij hier drugs te nemen?”
Ze lacht hem recht in zijn gezicht uit, tot groot jolijt van zijn entourage, dat uit twee voor Bonnie onbekende mannen bestaat. Charlie stuurt hen met één blik de laan uit en richt zijn aandacht opnieuw tot haar, maar houdt afwachtend zijn mond.
“Het antwoord op je eerste vraag is een pil”, lispelt ze. 
“En wat lijntjes voor ik in de rum-cola ben gevlogen”, volgt er. 
Ze neemt even pauze en wacht geamuseerd zijn reactie af. Maar hij bewaart zijn pokerface.
“En het antwoord op je tweede vraag is …” 
Stilzwijgend kijkt Charlie haar indringend aan. 
“Met Koen”, voegt ze er grijnzend aan toe wanneer hij geen aanstalten doet zijn mond open te doen. Hij grijpt haar bij de arm nadat hij die naam hoort.
Met “Charlie, je doet me pijn. Alsjeblieft, laat me los”, probeert ze er tussenuit te komen. 
Haar aanpak lijkt te lonen want meteen laat zijn hand los.
“Sorry Bonnie, maar ik schrik me hier gewoon dood. Ik had je hier nooit verwacht…”, klinkt het waarna hij hij over zijn schouders kijkt. 

“Met wie ben jìj hier eigenlijk?”, reageert Bonnie. 
Charlie haalt zijn schouders op: “Mogelijke prospects. Mannen én vrouwen.”
“Zo’n avondje”, beklemtoont ze terwijl ze met haar ogen rolt.
“En wat heb jìj gepakt?”, voegt ze er snel aan toe.
Ze schrikt van haar eigen woorden. Dat zou ze nooit zeggen moest ze niet onder invloed zijn. Ook Charlie is onder de indruk van haar directe aanpak.
“Een paar lijntjes”, lacht hij en haalt zijn schouders op.
“Ik ben niet beter dan jij, Bonnie. Laten we gewoon verder gaan met de avond. No worries.”
Hij knijpt eens flink in haar billen en duwt haar de menigte in. Al snel stoot Bonnie op Koen, die zijn beste dansmoves bovenhaalt met een of andere griet. Wanneer hij haar in zijn vizier krijgt, verontschuldigt hij zich bij het meisje en komt Bonnie tegemoet. Aan de activiteit van zijn kin te zien, heeft hij het ook al goed zitten.
“Alles onder controle, Koen?”
Hij knikt enthousiast: “Ik voel me herboren.”

Bonnie schrikt wat op als hij met zijn rechterhand haar billen stevig beetgrijpt. Als ze nog dichter bij hem kruipt en zich mee laat voeren door zijn bewegingen, voelt ze tussen haar billen heen hoe zijn lul in die skinny jeans van hem om meer ruimte smeekt. Zijn mond vindt een weg naar haar nek, haar oren en haar schouder. Als Bonnie na een tijd haar ogen terug opent, ziet ze Charlie op nog geen drie meter recht voor haar staan. Zijn blik staat op oneindig. Het is dezelfde blik die ze gezien heeft toen Ben haar onder handen nam. Is dat dan zijn jaloerse blik? Bonnie knipoogt en keert zich om richting Koen. Ze kan niet wachten om de limieten van Charlie’s jaloezie op te zoeken. Met haar heupen wiegend op het ritme van een nieuw nummer duwt ze haar kruis zachtjes tegen dat van Koen. Met wijde pupillen kijkt ze hem aan, maar hij lijkt over haar heen te kijken.
“Er is een vent naar ons aan het staren”, zegt Koen bloedserieus in haar oor.
Natuurlijk weet Bonnie over welke vent het gaat en rolt voor de tigste keer haar ogen rond in hun kassen. Koen neemt haar aan beide armen vast en kijkt haar indringend aan.
“Dat is Charlie, hé?”, klinkt er half vragend.
Bonnie knikt: “Niets van aantrekken.”
Ze neemt zijn middel vast en draait zich opnieuw richting Charlie. Terwijl ze hem recht in de ogen kijkt, grijpt ze Koens kont en knijpt er flink in. Er verschijnt een groene grijns op Charlie’s gezicht. Dan komt hij naar hen toe. Bonnie vergeet even te ademen.
“Hij komt naar hier”, kan ze Koen nog net waarschuwen.
Charlie knikt naar Koen en neemt Bonnie aan haar hand mee. Wat verderop houdt hij halt.
“Ok, Bonnie. Je wint. Ik ben jaloers. Stop. Er. Gewoon. Mee.”, sist hij in haar oor. 
Bonnie kan het niet laten zich een breuk te lachen waardoor ze haar evenwicht verliest. Charlie kan haar nog net ondersteunen.
“Het liefst van al zou ik die vriend van je een uppercut bezorgen. En dat is fucking helemaal niet van mijn gewoonte”, snuift hij. “Ik heb verdomme nog nooit gevochten… voor een vrouw.”
“Kunnen we nu dan stoppen met uw spelletjes en het serieus aanpakken?”, vraagt ze lispelend.

“Gedaan met spelen”, lijkt het voor Bonnie van ver weg te klinken. Plots lijkt alles van ver te klinken. “Ik heb lucht nodig”, roept ze in Charlie’s oor terwijl het wazig wordt voor haar ogen. Hij knikt meteen heel serieus en neemt haar bij de arm. Naar Bonnie’s gevoel lijkt de weg naar buiten eindeloos. Happend naar adem stort ze zich in Charlie’s armen voor het licht uit gaat.

Bijna onwaarneembaar zachte pianonoten halen Bonnie langzaam uit haar droomwereld. Met veel moeite heft ze haar hoofd op en vangt Charlie’s blik terwijl zijn vingers tokkelen op de denkbeeldige toetsen op het sportstuur van zijn wagen. 
“Moonlight Sonata”, hoort ze Charlie zeggen terwijl ze de messteken in haar slapen de baas tracht te worden.
“Van Beethoven”, voegt hij eraan toe. 
Hij lacht opgelucht voor hij zijn aandacht opnieuw op de weg richt.
“Blij terug wat leven in je te zien.”
Slechts een klein knikje kan eraf voor haar hoofd steun zoekt bij het autoraam. 

“Bonnie?”
Haar naam haalt Bonnie opnieuw bij de les. Ze kijkt op en ziet een bezorgde Charlie op zijn hurken naast haar zitten, het portier van zijn wagen wagenwijd open.
“Ik ga je dragen, meid. Het is niet ver.”
Ze knikt en geeft zich over. 

“Moonlight Sonata. Van Beethoven”, flitst het door Bonnie’s hoofd terwijl ze wakker schrikt. Totaal gedesoriënteerd kijkt ze rond in een reeds met daglicht belichte kamer. Doordat alles er wit is – van de lakens op het bed tot de gordijnen, inbouwkasten en muren – weerkaatst het licht harder dan ze kan verdragen. Op het nachtkastje merkt Bonnie een horloge op. Charlie’s horloge. De pianomuziek lijkt vanuit dezelfde kamer te komen. Dat blijkt ook zo te zijn als Bonnie naar het plafond kijkt en merkt dat de muren niet doorlopen. Ze moeten in zijn loft zitten.
“Charlie?”
“Alpha, bravo”, klinkt het wat verder terwijl de piano stilvalt.
Bonnie probeert recht te springen, maar een forse steek ter hoogte van haar slapen maakt dat onmogelijk. Ze zucht en legt haar hand op haar bonkende hoofd. Doordat ze een geeuw niet kan onderdrukken, beseft ze dat haar kaakspieren aanvoelen alsof ze overuren gemaakt hebben. Wanneer Charlie met een brede glimlach de kamer binnenwandelt, grijpt Bonnie een van de hoofdkussens en plant er haar aangezicht in. Om te weten dat ze er nu niet op haar paasbest uitziet, heeft ze geen spiegel nodig. 
“Bonnie, ik heb je gisteren scheef zien gaan in alle facetten van het woord. Erger dan dat kan het nu niet zijn”, zegt hij met een hese stem. 
Bonnie rolt haar ogen voor ze het kussen van haar gezicht haalt. Meteen valt haar de bril op zijn neus op. 
“Je draagt een bril!”, klinkt het verrast. 
Wat beschaamd zet Charlie ‘m op zijn hoofd en haalt zijn naakte schouders op.
Bonnie schraapt haar keel: “Sorry, Charlie. Van gisteren.”
“Ik ben al blij dat ik het hier heb kunnen oplossen. Toen je nadat je je ziel uit je lijf had gekotst heftig bent begin te rillen, heb ik toch even overwogen om naar het ziekenhuis te rijden.”
Het is Bonnie’s beurt om haar schouders op te halen. Ze zet zich wat rechter in bed.
“Je moet nu ook niet overdrijven. Ik was er heus wel doorgekomen zonder jouw hulp.”
Hij schudt zijn hoofd. “Geloof dat maar”, klinkt het.
“Pannenkoeken of spek met eieren?”, vraagt Charlie in een poging van onderwerp te veranderen terwijl hij met zijn vingers wat tegen zijn sixpack trommelt.
Maar Bonnie’s maag protesteert al bij de gedachte eraan; ze schudt misselijk haar hoofd.
“Straks misschien.”

Het is even schrikken als Louis, de kat van Charlie op het bed springt. De kater nestelt zich volledig op zijn gemak in Bonnie’s schoot. Hij spint wanneer Bonnie onder zijn hoofd streelt.
“Daar heb ik zin in. In liefde”, zegt ze met een zacht stemmetje.
Hij ploft zich naast haar in bed en schudt zijn hoofd.
“Geen tijd voor seks. Ik heb een afspraak.”
Bonnie fronst.
“Een afspraak met wie?”
“Een afspraak met Jacques.”
Haar wenkbrauw schiet de hoogte in.
“Mijn tatoeëerder.”
Enthousiast klapt Bonnie in haar handen.
“Een nieuwe tattoo?”
Hij knikt.
“Is er nog plaats?”, vraagt Bonnie terwijl ze zacht over zijn met inkt bezaaide borstkas streelt.
Hij kijkt op.
“Het lijkt alsof je mijn tatoeages niet apprecieert?”
Bonnie schudt haar hoofd.
“Begrijp me niet verkeerd. Man, elke keer ik je torso aanschouw, wordt mijn kut een wildwaterbaan. Maar ik vraag me gewoon af waar je ze gaat zetten. En wat?”
Geheimzinnig haalt Charlie zijn schouders op.
“Als je zo nieuwsgierig bent, zal je moeten meekomen.”

Wanneer Jacques na een dikke twee uur het bloed van de ribbenkast van Charlie (die de hele tijd geen enkel teken van pijn heeft vertoond) wegveegt, krijgt Bonnie een eerste blik op het nieuwe meesterwerk op zijn huid. En of het een meesterwerk is. In een vreemde stijl herkent ze Alice in Wonderland. De woorden ‘This is impossible’ lijken uit haar gedachten te ontspringen. Wat lager staat de Mad Hatter waaronder de woorden ‘Only if you believe it is’. 
“Jij ook eentje?’, vraagt Charlie uitdagend.
Bonnie schudt haar hoofd en beweegt haar wijsvinger ontkennend voor zich uit. Charlie komt dichter bij haar staan en neemt haar stevig beet. Zijn bebloede zijkant laat natuurlijk zijn sporen na op Bonnie’s jurk.
“Godver, Charlie.”
Tevergeefs probeert ze de bloedvlekken weg te vegen. Gelukkig draagt ze zwart. 
“Weet je wat ik vreemd vind, Charlie. En ik wil daar nu een antwoord op.”
Hij kijkt haar afwachtend aan.
“Meen je het als je zegt dat Wicked Game je lievelingsnummer is en Pulp Fiction je favoriete film? Dat je Ford Mustang in Spanje geen toeval was? En dat je meest nostalgische tekenfilm Alice in Wonderland is? Want als dat zo is, Charlie…”
Ze durft haar zin niet afmaken. Maar Charlie heeft er plezier in en maakt geen aanstalten haar te onderbreken.
“Als dat zo is, zijn we gemaakt voor elkaar.”
Hij glundert en steekt zijn handen in de lucht, waarna hij meteen met een pijnscheut in elkaar stuikt.
“Misschien net té enthousiast.”
Voorzichtig geeft hij haar een intense kus op haar wang. Ja, die kus. De kus waarmee hij haar langzaam maar zeker in zijn web heeft gevangen. Opeens flitst er een impulsief idee door haar hoofd. Waarom ook niet?
“Jacques! Heb je nog even tijd?”, vraagt ze aan de grijze man waar geen plekje zonder inkt te ontdekken valt. Hij knikt enthousiast.
“Ga je meneer De Raedt achterna?”
Bonnie knikt en kijkt uitdagend naar Charlie.
“Ik wil twee kleintjes, één op elke pols. Aan de linkse: There is a place. Zonder punt. Met daaronder zo’n zakhorloge als dat van het konijn uit Alice in Wonderland. Aan de rechter: Like no place on earth. Ook zonder punt. In mijn geschrift. Elk woord moet onder elkaar staan. Daaronder de hoed van de Mat Hatter. In ’t klein…”

Jacques knikt.
“Schrijf maar neer dan”, zegt hij terwijl hij haar pen en papier toe stopt.
Terwijl Bonnie in opperste concentratie de woorden op papier zet, probeert Charlie haar tegen te houden.
“Bonnie, je hoeft helemaal niets te bewijzen. Ik wil niet dat je spijt krijgt van onze spelletjes.”
Bonnie fronst.
“Ik dacht dat het vanaf nu serieus was?”
Charlie haalt zijn schouders op.
“Gaat het dan over mijn wereld”, vraagt hij in alle onschuld.
Nu is het aan Bonnie om haar schouders op te halen.
“Misschien wel, misschien niet.”
“Ik ben er klaar voor, Bonnie”, zegt Jacques.
“Ik ook”, bevestigt ze.

Wanneer de naald voor het eerst haar rechterpols raakt en een pijnscheut door haar lichaam schiet, slaat de twijfel even toe. Maar ze geeft er niet aan toe. Ze bijt van zich af en gaat er stoïcijns bij liggen. Na een tijdje slaagt ze erin de pijn een plaats te geven en dwaalt ze af in haar gedachten. Maar voor ze er grip op kan krijgen, lijkt Jacques klaar.
“Fini”, bevestigt hij.
Nu pas werpt Bonnie voor het eerst een blik op haar ‘nieuwe’ polsen. De woorden spreken haar toe. Nu moet ze er gewoon voor gaan! Maar opeens zijn het de rode bloeddruppels die haar aandacht opeisen waarna ze zich voelt wegdraaien. ‘Niet wéér’, denkt ze nog voor ze tegen de grond gaat.

Een rake klets in haar gezicht haalt haar opnieuw bij haar positieven. Zowel Jacques als Charlie zitten knielend voor haar neer. Charlie dept haar hoofd met een natte handdoek.
“Welkom terug, prinses”, grijnst hij.
Bonnie lijkt bijna de grond in te zakken van schaamte, maar het is Jacques die haar vel redt.
“Charlie had je moeten zeggen dat een tattoo zetten enkele uren nadat je zwaar bent doorgegaan allesbehalve een goed idee is”, troost hij haar met een knipoog.
“En nu is ‘t even gedaan, hé… dat flauwvallen?”, zegt Charlie bezorgd.
“Even normaal doen, ja… Dat is een goed idee”, besluit ze.