Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 3

Aarzelend volgt Bonnie een met tal van winkeltasjes van luxueuze kledingmerken beladen Desirée, een trendy pand binnen.
“Horen, zien en zwijgen”, knipoogt Desirée voor ze haar aandacht wendt tot een vrouw in een hoek achter een bar waarvan Bonnie het doel niet meteen snapt. Aan de grote moderne bar en de gezellige zetelhoekjes te merken, lijkt het een soort hippe club te zijn. Toch vallen haar vooral de ietwat te schaars geklede dames op die talrijk vertegenwoordigd zijn. Wanneer een vrouw in de hoek, een latina van een jaar of veertig, het tweetal in het vizier krijgt, veert ze recht en loopt hun richting uit. Ze kust hen beide stevig op de wang als ze met een paar grote stappen bij het tweetal staat.
“Desirée! Blij je te zien. Je hebt versterking mee vandaag”, constateert ze met een sappig Spaans accent.
Desirée knikt trots naar de brunette: “Het is inderdaad al veel te lang geleden”, zegt Desirée met een perfecte Nederlandse uitspraak, heel anders dan hoe ze normaal tegen Bonnie of de andere bendeleden praat.
“Elvira, dit is Bonnie. Onze nieuwe werkkracht.”
“Blij je te zien, Bonnie. Welkom in La Paz. Kom, ik neem jullie mee achterin.”
Slaafs volgen Desirée en Bonnie de Spaanse schone tot in een achterkamer van de bar waarin er naast een antiek bureaumeubel met bijpassende stoelen slechts een statige sofa staat.
“Maak het jullie gezellig, ik haal nog wat te drinken”, kondigt Elvira aan voor ze het bureau uit huppelt. Bonnie haalt even haar wenkbrauw op. Het valt haar op dat de dame wel erg jumpy is.
“Pracht van een wijf, Elvira”, merkt Desirée op en haalt daarmee Bonnie terug tot de realiteit.
“Ge moogt wat meer op uw gemak doen zenne, meisje. Ge moet ni peinze dat er vanavond iets met u gaat gebeuren. Gewoon kijken en leren. Dat is wat da gij moet doen nu”, klinkt het opnieuw heel wat platter.
Bonnie krijgt niet de kans Désirée van een repliek te dienen, aangezien Elvira sneller dan verwacht haar rentrée  maakt met in haar hand een zichtbaar perfect gekoelde fles Veuve Cliquot en drie stevige champagneglazen. Terwijl ze de fles met een vakkundige hand opent en inschenkt, voelt ze Bonnie aan de tand.
“Hoe kom je in dit wereldje terecht, Bonnie? Ik ben ervan overtuigd dat je hier niet plots komt ingerold, dat je bewust voor deze gang van zaken kiest.”
Bonnie vraagt met één duidelijke blik aan Desirée of ze eerlijk mag zijn. Wanneer die met een bijna onopmerkelijk knikje haar fiat geeft, komt Bonnie meteen to the point: “Ik ben de dochter van Anita.”

Haar woorden ontketenen een reeks van reacties bij Elvira. Er klinkt bijna onhoorbaar een welgemeende ‘dios’ van tussen haar lippen voor haar mond openvalt. Wanneer ze haar hand enthousiast de hoogte in slaat, tikt ze met haar lange zwartgelakte nagels tegen één van de tot de rand gevulde champagneglazen. Alsof ze over superkrachten beschikt, slaagt Desirée erin het glas met grootste deel van de inhoud erin zonder kleerscheuren op te vangen. Tot groot jolijt van Elvira, die haar met beide armen vastneemt en een stevige kus op haar wang plant.
“Ojala que estas aqui! Gelukkig ben jij er!”
Elvira verlegt haar aandacht opnieuw naar Bonnie.
“Sorry chica! Ik was even onder de indruk. De dochter van Anita! Daar klinken we op!”
De drie als bij wonder nog steeds intacte coupes vliegen de lucht in.
“Op Bonnie! En Anita”, klinkt vanuit Spaanse kant. “Santé!”
“Maar nu eerst de zaken. Zijn we daar alvast van verlost”, laat Desirée vallen. Ze neemt één tas – van Chanel voor de gelegenheid – op haar schoot en haalt er snel een sjaal, een broek en iets wat lijkt op een jurk uit. Even kijkt ze met afwachtende ogen naar Bonnie voor ze verder gaat met het ledigen van de zak. Een groot pak, wat zonder twijfel cocaïne moet zijn, komt heel wat langzamer dan de vorige artikelen als een duiveltje uit een doosje te voorschijn. Bij de aanblik van het perfect verpakte witte pak, is het voor Bonnie even moeilijk haar verbazing te onderdrukken. Haar kurkdroge mond valt wat open. Snel zet ze het glas champagne tegen haar lippen om haar verraste blik te verhullen. 
“500 gram. Excellente kwaliteit. Een waar topproduct.”
De Spaanse schone knikt goedkeurend terwijl ze het pakketje inspecteert.
“Ziet er goed uit. En genoeg”, voegt ze er nog aan toe, het pak coke op haar rechterhand balancerend. Met haar vrije hand reikt ze onder het bureau en haalt een koffertje te voorschijn dat ze meteen aan Desirée overhandigt. Het zwarte attachékoffertje, dat aan alle clichés voldoet, springt met het bekende klikgeluid open. De inhoud ervan tovert in een vingerknip een van oor tot oor reikende glimlach op Desirée’s gezicht. Goedkeurend knikt ze terwijl de koffer opnieuw toegaat en naast haar tussen de winkeltassen op de grond belandt.

“Ik ga toch eens proeven, hoor D.”, klinkt het nog voor Elvira een vlijmscherp fijn mes vanuit een schuif in haar bureau te voorschijn haalt. Met precisie maakt ze een snee van nog geen centimeter in het pak en haalt er voorzichtig wat van de inhoud uit. De coke komt op het deksel van een zilveren sigarendoosje terecht. Tergend traag reduceert het mes de witte brokjes tot een poeder. De hele tijd slaagt Bonnie er niet in haar blik van het pak coke te houden. Nog nooit heeft ze er zo veel van gezien. Want eerlijk, ze is ook geen engeltje. Wat nu ook niet willen zeggen dat ze elke dag aan de drugs zit, maar in haar ogen kan het van tijd tot stond geen kwaad om je te vernevelen. Integendeel, sommige situaties lenen zich er perfect toe ze in een waas te beleven. Maar zo veel dope was tot nog toe in haar hoofd tot fictie gereduceerd. Toen ze haar moeder duidelijk had gemaakt dat ze ook weet wou hebben van de illegale zaakjes van BB, had ze nooit kunnen denken dat ze er zo diep in zaten. Een halve kilogram cocaïne op tafel gooien alsof het niets is. Nu is er natuurlijk geen weg terug. Al heeft Bonnie er zelf geen enkel benul van op welke weg ze zich begeeft. Als een baby wordt ze in het badwater gegooid. Zwemmen! Maar hierop moet ze toch wat meer voorbereid zijn. Ze kunnen niet van haar verwachten dat ze zich laat meevoeren door de stroom zonder te weten wat er op haar afkomt. Ze moet en zal hier met haar moeder over praten, neemt ze zich nog voor alvorens ze opnieuw met haar neus op de feiten gedrukt wordt en ze Elvira nog net het laatste stuk van een gigantische lijn naar binnen ziet jagen.

“Stevig spul, esa”, klinkt het snuivend. Dan steekt ze het kokertje naar Desirée uit: “Ook wat?”
Bonnie weet met zichzelf geen blijf. Maar Désirée voelt zich klaarblijkelijk evenmin comfortabel in deze situatie. Net voor ze zich voorover buigt met het kokertje in haar rechterneusgat, kijkt ze Bonnie recht in de ogen. Haar ogen stralen onmacht uit. Toch doet ze het. Opnieuw slaat de twijfel duidelijk toe nu de lijn naar binnen is gejaagd. Bonnie’s hart bonst in haar keel. Ze wordt verscheurd door de hypothetische keuze waar ze binnen een paar seconden voor zal staan. Snuiven… of niet snuiven. Dat is de vraag. Maar Désirée neemt die beslissing voor haar door de koker meteen terug in Elvira’s hand te stoppen. Een zucht van opluchting wordt Bonnie meester. Dit doet ze nooit meer, daar is ze nu wel van overtuigd. Even daagt het haar dat de Bende haar misschien weer aan zo’n test wil onderwerpen, maar de situatie lijkt er te echt voor. Al was dat toen met Charlie en zijn grootvader eveneens het geval.

Over Charlie gesproken. Na de kasteelavond, zoals Bonnie haar eerste date met Charlie heeft gedoopt, heeft het even geduurd voor ze opnieuw wat van hem hoorde. Wat het wachten des te moeilijker maakte, was dat ze er met niemand durfde over te praten. Alleen bij Koen heeft ze een tipje van de sluier gelicht. Al was dat, gezien zijn oververhitte jaloerse reactie, niet het beste plan in jaren. Eergisteren kreeg Bonnie dan het langverwachte smsje. Of ze plannen had overmorgen – vandaag dus. Getekend, C. Even heeft ze geaarzeld om hem op zijn beurt twee weken op zijn honger te laten zitten. Ze heeft zich de laatste 14 dagen vaak afgevraagd wat ze verkeerd gedaan heeft en waarom de sfeer opeens gebroken was.
Dankzij haar ‘ijzersterke ruggengraat’ heeft ze welgeteld tien minuten kunnen wachten om hem van een antwoord te voorzien: “Ben vrij vanaf 18 uur. Bx”.
“Dinner and a movie. Ik pik je op om 18 uur aan den Bar. Eén ding: hoewel ik je ongelofelijk aantrekkelijk vind in die strakke jurkjes van jou, raad ik je deze keer aan een stevige broek en dichte schoenen te dragen. C”, volgde er sneller dan mogelijk was. En nu staat ze voor den Bar, om exact drie minuten voor zes. In een zwartlederen broek en dito knielaarzen. Haar lederen vestje – ook in het zwart natuurlijk – maakt het plaatje af. Terwijl ze een paar zenuwachtige blikken werpt op de binnenkant van den Bar, probeert Bonnie de spanning uit haar lichaam te blazen. Ze is volledig klaar voor een nieuw avontuur. Met Charlie. Exact drie minuten later stopt hij voor de deur, voor de gelegenheid voorzien van een stevige glanzend zwarte motor met een hoog rock ’n roll gehalte met obligatoir lederen jack en een bijhorende helm met geblindeerd vizier. Door het tumult die de machine teweegbrengt, slaat Bonnie haar hand een seconde uit schaamte voor haar ogen maar dan laat ze zich meevoeren door het moment. Het scherm van de helm gaat wat open terwijl de mysterieuze motorrijder haar een ander exemplaar aanreikt.

“Hi Bonnie, may I be your Clyde tonight?”
Enkel zijn brede glimlach, die vlinders in haar buik doet ontpoppen, is zichtbaar van achter het scherm. Maar die is genoeg om Bonnie te overtuigen. 
“Wiens motor is dit?” 
“Dit is een chopper, baby.” 
Bonnie lacht schalks bij wijze van herkenning. 
“Wiens chopper is dit? En zeg nu niet Zed.” 
“Zed’s dead, baby. Zed’s dead”, lacht hij. 
“Kom, we zijn weg!”

Snel doet ze de helm op die hij haar aanreikt en daar gaan ze. Zonder nadenken. Ondanks dat Bonnie van haar leven nog niet op een motor – laat staan een chopper – gezeten heeft. Gelukkig heeft ze tijd om te wennen aan de machine. Charlie moet goed beseffen dat hij geen halsbrekende toeren moet uithalen. Er zit tenslotte een meisje achterop z’n motor. Zonder beschermende kleding dan nog wel. Als Bonnie dit beseft, schrikt ze even en verstrakt ze haar grip op Charlie’s bovenlichaam.
“Is dit te wild voor je”, weergalmt er opeens door Bonnie’s helm. Door het schrikken, ontsnapt er Bonnie een zachte kreet, gevolgd door een lach van Charlie.
“Ik heb m’n oren nog nodig, meid.”
“Sorry.”
“Ik had je moeten waarschuwen. Maar ik kon het echt niet laten. Toen je me harder vastgreep, werd het me te veel. Je bent een maagd hé?”
“Pardon”, weerklinkt er geschokt uit Bonnie’s lippen.
“Een motormaagd.”
Bonnie knikt waardoor hun helmen zacht tegen elkaar botsen. 
“Hé Siri”, galmt het door haar hoofd, “speel Like a Virgin van Madonna.”
Door de typische keyboardtune die volgt, kan Bonnie het niet laten hardop te lachen. 

Het startsignaal voor Charlie om een versnelling hoger te schakelen.
“Waarschuw me op tijd als je bang bent.”
“Ik? Bang?”
Meer hoeft Charlie niet te horen voor hij met zijn rechterhand een fameuze draai aan de gashendel geeft en daarmee Bonnie’s hartslag nog verder de hoogte in jaagt. 

I made it through the wilderness
Somehow I made it through
Didn’t know how lost I was
Until I found you

Madonna

De adrenaline die zich in Bonnie’s lichaam ophoopt uit zich in onverdraagbare kriebels in haar buik, waardoor ze het niet kan nalaten om haar armen steviger om Charlie’s lichaam te klemmen. 
Charlie doorbreekt de intercomstilte: “Even een stop hier om de hoek.”
Tot Bonnie’s grote verbazing staat er om de hoek een stokoude Italiaan met een plastic zak op de rand van de stoep te wachten. Charlie hoeft alleen maar aan te nemen en te knikken. Een kilometer verderop stopt Charlie zijn motor in the middle of nowhere.
“Stap maar af, Bonnie.”
Ze doet wat haar gevraagd wordt, springt van de motor en trekt de helm van haar hoofd. Blij om haar spieren opnieuw ten volle te kunnen ontspannen. Bang is ze niet geweest, maar het was wel retespannend!

Wanneer Charlie zich ontdoet van zijn helm, verschijnt er een wilde blonde haardos op zijn hoofd, heel wat anders dan de achterovergekamde coupe die Bonnie tot nog toe gezien heeft. Hij ziet er meteen een pak knapper uit. De matzwarte Rayban Wayfarer die hij op zijn neus zet, maakt het plaatje af. Uit de zak die hij gekregen heeft van de Italiaan om de hoek, haalt Charlie eerst een groot deken tevoorschijn dat hij met de hulp van Bonnie mooi over een stuk van de enorme grasvlakte aan deze verlaten weg legt. Hij ploft erop en trekt de zak naar zich toe. Een fles rode wijn en twee pizzadozen blijken de buit. Ietwat verbouwereerd neemt Bonnie plaats naast hem op het deken en richt zich tot de pizzadozen.
“Welke heb je mee?”
“Een quattro stagioni en een prosciutto.”
Bonnie’s mond valt open. Haar lievelingspizza’s. Vreemd dat hij dat weet, realiseert ze zich omdat ze zeker weet dat ze het hier bij hun voorbije ontmoetingen nog niet over hebben gehad.
“Je mag ook van allebei een stuk hoor, als je niet kan kiezen”, zegt Charlie achteloos terwijl hij de fles wijn ontkurkt en er een eerste slok van drinkt, recht uit de fles.
“Zo hoor je wijn te drinken”, lacht hij terwijl het rode goedje langs beide mondhoeken en met stoppels bezaaide wangen loopt.
“Zegt de oude man. Hoe oud ben je trouwens”, probeert Bonnie terloops te vragen terwijl ze een flink stuk uit de prosciutto hapt. Vanuit haar ooghoek vangt ze de glimlach van Charlie die de vraag uitlokt.
“Ik wist dat die vraag zou komen.”
Zijn hand gaat door zijn wilde haardos. 
“Maar niet zo snel”, vult hij aan.  
Met die woorden probeert hij rond de pot te draaien. Even overweegt Bonnie om hier meteen op te springen, maar wijselijk weerhoudt ze zich van deze actie en besluit ze nog niet te reageren. Maar ook Charlie maakt niet meteen aanstalten om over de brug te komen. Hij pulkt aan een onzichtbare lok haar die zijn gezichtsveld belemmert. Hij lijkt na te denken over zijn woorden. 

“Eigenlijk zeg ik nooit mijn leeftijd. Er zijn niet zo veel mensen met wie ik dat detail deel. Zie je, dat maakt het moeilijk voor mij om op die vraag te antwoorden. Normaal gezien heb ik er geen enkele moeite mee om te liegen. Het cijfer hangt af van m’n gemoedstoestand. Laatst heb ik mezelf zelfs als 25-jarige kunnen verkopen. Al betwijfel ik wel de verstandelijke capaciteiten van de dame in kwestie.”
Even houdt hij halt. Niet lang genoeg voor Bonnie om ook maar iets te zeggen.
“Maar met jou is het anders. Het lijkt alsof ik niet kan liegen tegen u. Niet meer althans. En dat heeft alles te maken met die grap van uw moeder.”
Het blijft opnieuw stil.
“Ik word veertig”, klinkt het opeens uit het niets. Van slag stralen zijn ogen iets kwetsbaars uit. De stoere motorvent is een fractie van een seconde gereduceerd tot een onzeker jongetje.
“Ik ben al blij dat je niet ouder bent dan m’n moeder”, probeert Bonnie de ongemakkelijke situatie te ontmijnen, wat blijkt te werken.
“Ben ik gentleman af als ik je vraag hoe oud je bent?”, klinkt het voorzichtig. 
Bonnie tracht niet te blozen en schudt haar hoofd. 
“Omdat je zeker niets strafbaars wil doen?” 
De grijns van Charlie verschijnt op zijn tronie. 
“Neen, niet daarom.”
Bonnie kijkt hem vragend aan. 
“Omdat ik er zeker van wil zijn dat ik je vader niet zou kunnen zijn.” 
Ze duwt hem plagend tegen zijn zij. 
“21 ben ik. Net geworden. Jij had dus al 18 jaren op je teller. Weet ik veel waar jij als 18-jarige mee bezig was? Maar het zou wel kunnen dus”, besluit Bonnie. 
“Ik ben een laatbloeier”, reageert Charlie. 
“Eenentwintig…”
Hij laat het cijfer traag over zijn lippen glijden. 

“Waar is de tijd? Het is vreemd hoor, dat ouder worden. Voor je ’t weet ben je zo iemand die zegt dat je maar zo oud bent dan dat je je voelt. Jonge mensen zeggen zo’n dingen niet. Tenzij tegen hun grootouders”, lacht Charlie terwijl hij een krul haar uit zijn oogveld haalt. De beweging maakt Bonnie wild. Wild van de haardos, zoveel is duidelijk. Alsof het precies getimed is, gaat de zon net onder wanneer de laatste happen pizza naar binnen worden gewerkt.
“Tijd om verder te gaan in mijn wereld, Bonnie”, klinkt het opeens bloedserieus.
De man bezorgt haar kippenvel, of hij nu twintig of veertig is. Zoveel is zeker. Ze hoeft enkel haar helm opnieuw op te zetten en zich mee te laten voeren.

Na een dik kwartier parkeert Charlie zijn motor in een ondergrondse parkeergarage. Hand in hand stappen Bonnie en Charlie de lift in. Wanneer de lift terug opengaat, komen ze terecht in wat een kleine oude bioscoop lijkt. Aan de balie knikt Charlie naar de bediende en geeft hem de twee helmen en zijn lederen jack aan. In jeans en T-shirt en met zijn wilde bos haar, ziet hij er inderdaad een twintiger uit valt Bonnie op. Al zal zijn outfit ongetwijfeld het shopbudget van een twintiger ver overschrijden. Hij neemt haar hand vast en leidt haar, met een omweg langs het eetkraam voor de nodige versnaperingen, een bioscoopzaal in. Een compleet lege zaal, valt Bonnie meteen op. Precies in het midden van de zaal, neemt Charlie plaats. Wanneer ook Bonnie zich neerzet, valt het licht uit. Nog geen vijf seconden later rolt de band op het scherm. Meteen weet Bonnie welke film het is. Pulp Fiction, haar inziens zonder enige twijfel de beste film van de beste regisseur aller tijden.
“Aan je repliek van daarnet te horen, ken je ‘m al. Wil je ‘m nog eens zien? Voor mij is dit de beste film aller tijden.”
Bonnie rolt met haar ogen. Dit kan hij toch niet menen? Na zijn ik-kan-niet-liegen-tegen-je betoog van daarnet, is het moeilijk aan te nemen dat hij haar nu al zou inpalmen met leugens. Maar ondanks haar jonge bestaan, heeft ze al veel gezien met de mannen.
“Het is mijn lievelingsfilm”, zegt ze zonder emotie.
Zijn mond valt open en ruilt zich voor een kamerbrede glimlach.
“Dat kan je niet menen?!”
Ze schudt haar hoofd. Hij meent het. Ze besluit zich neer te leggen bij de situatie en gewoon van de film te genieten.

“Mijn favoriete scène”, klinkt er na een hele tijd stilte wanneer Uma Thurman als Mia Wallace een five dollar shake bestelt en daaropvolgend Vincent Vega uitdaagt deel te nemen aan een danswedstrijd. Bonnie werpt Charlie een snelle knipoog voor ze haar onverdeelde aandacht opnieuw tot het scherm richt. Het is ook haar favoriete scène.

Charlie veert recht als de aftiteling op het scherm prijkt en klapt de ziel uit zijn lijf. Bonnie, duidelijk aangestoken door Charlie’s enthousiasme, volgt zijn voorbeeld en gooit er wat kreten uit. Hun levendigheid staat in schril contrast met de op het tweetal na volledig lege zaal.

Wanneer Bonnie na een anderhalf uur durende en in haar ogen een überromantische motorrit aan den Bar wordt afgezet, krijgt ze vanachter het helmvizier enkel de lippen van Charlie te zien die in kusje vormen net voor hij vertrekt. Hoofdschuddend blijft Bonnie achter.

“Dinner and a movie”, ontsnapt haar stil voor ze de goed gevulde bar binnenstapt. Een ontmoeting met iemand van de Bende is natuurlijk onvermijdelijk. En laat het opnieuw de mama zijn die de gelukkige is. Net voor Bonnie de gang naar boven wilt inslaan, houdt Anita haar tegen.
“Bonnie, morgen om 10 uur in mijnen bureau. We moeten praten over zaken. Snel uw bed in, voor dat ge ontploft van dat rood kleureke van u.”
Opgelucht over de aard van de interceptie, knikt Bonnie snel en vlucht ze naar boven haar studio in. Wanneer ze neerploft in haar zetel, laat haar iPhone van zich horen: “Je zag er onweerstaanbaar uit in die lederen outfit. Cx”
Haar glimlach spreekt boekdelen. Al kan hij die niet zien. En net dat speelt in haar voordeel. Ze besluit hem niets terug te sturen. 

Met een dampende kop koffie stapt Bonnie zonder kloppen het bureau van haar moeder binnen. Zij schrikt op van het beeldscherm van haar MacBook voor haar neus en maakt duidelijk dat haar dochter plaats moet nemen in één van de twee stoelen die voor het bureaumeubel staan.
“Goeiemorgen, Bonnie. Fijn gedroomd?”, klinkt het uitdagend.
Een brede glimlach verschijnt op Bonnie’s gezicht.
“Zalig”, kreunt Bonnie terwijl ze zich wat uitrekt.
“Wat is er nu zo belangrijk?”, polst ze al snel.
Anita’s wijsvinger schiet de hoogte in.
“Nog efkes wachten.”

Een stille minuut later hoort Bonnie de voordeur van het kantoor open en toe gaan. Al snel ziet ze Désirée doorheen de glazen muur van haar moeders bureau. In een paar tellen is ze binnen en heeft ze plaatsgenomen in de stoel naast Bonnie tegenover Anita.
“Merci da ge zo snel tijd hebt gemaakt, Anita. ‘k Wou dees zeggen tegen u met Bonnie erbij omdat ik ni wil da ze peist dak achter hare rug aan ‘t klappen ben.”
Tijdens de pauze die erop volgt, rommelt Désirée in haar grote handtas en haalt ze een pakje sigaretten en een aansteker te voorschijn. Voor ze zelf een sigaret neemt, biedt ze het pakje eerst aan Anita en Bonnie aan die beiden ingaan op het voorstel. Nadat Désirée twee keer diep geïnhaleerd heeft, steekt ze van wal.
“Het is één zaak om uw dochter een sigaret aan te bieden, Anita”, klinkt het met een trillende stem.
“Maar het is een ander om dezelfde nonchalance te behouden as ge da me coke moet doen.”
Anita lacht haar tanden bloot.
“Ons Bonnie is geen heilig boontje ze, Désirée. Zegt het maar hé, Bonnie, as ‘k geen gelijk heb.”
Haar blik houdt halt bij Bonnie, die een krop in haar keel krijgt. Ze weet van geen hout pijlen te maken.
Anita neemt opnieuw het woord: “Zeg nu nekeer eerlijk, Bonnie. Ik denk echt dat Désirée dat moet horen. Welke drugs hebt ge al geprobeerd?”

De vraag weergalmt door Bonnie’s hoofd als een echo die niet van ophouden weet. Ze voelt hoe haar wangen langzaam verkleuren.
“Hoe, wat, moet da nu echt?”, stamelt ze.
“Gij wou alles over den Bar leren… Dan willen wij ook alles over u weten”, besluit Anita.

Bonnie zucht diep voor ze een zo diplomatiek mogelijk antwoord tracht te formuleren. Maar veel verbloemen kan ze niet. Daar leent de situatie zich niet toe.
“Alleen wiet.”
Haar moeder bulderlacht.
“Gade mij nu echt wijsmaken da ge nog nooit van uw leven nen bol hebt gepakt of een lat hebt gesnoven? Ge zijt godverdomme 21 jaar!”
De overduidelijke ontgoocheling in Anita’s stem maakt de absurditeit van dit gesprek er alleen nog maar groter van.
“Nee, mama”, fluistert Bonnie bijna.
Even vraagt ze zich af waarom ze in godsnaam aan dit avontuur is begonnen. Ze moet toch geweten hebben dat ze zich bloot zou moeten geven?
“Bonnie”, klinkt het bloedserieus. “Ge zijt hier ni tegen uw moeder bezig, maar tegen den baas van da kot hier. Van de organisatie die erachter zit. Als kik u vraag wat voor dope da ge allemaal al in uw kas geslagen heb, dan zegde mij de waarheid. Niets meer, niets minder dan dat. Hebde da goe begrepen?”, snauwt Anita af.
Bonnie knikt en klapt uit de biecht.
“Ok, Anita. Ik smoor bijna elke dag wiet. Shit is niet zo mijn ding, maar uiteraard is dat geen onbekende voor mij. Ik was denk ik 13 toen ik de eerste keer van nen joint trok. Ene van Amy, trouwens”, knipoogt Bonnie naar Anita voor ze verder gaat.
“Mijnen eersten bol heb ik een jaar of drie later genomen, vermoed ik. Hier in den Bar. Terwijl gij te druk bezig waart met uwen business om dat door te hebben. Opnieuw met Amy trouwens. Maar bollen, das een bekke té. Af en toe doe ik da nekeer, pakt een paar keer in ‘t jaar. Coke heb ik pas later ontdekt. Ik denk dat dat lang te duur is geweest voor mij. Op de hogeschool hemmek da veel gedaan. Met Koen. Dus ja. Ik weet wel wat het is.”
Ze trekt haastig aan haar sigaret.
“Ma der is wel een groot verschil met een brokske van ne gram in een minuscuul zakske dan de zak die ik gisteren voor m’n neus geschoven kreeg”, voegt ze er wat twijfelend aan toe.
“Voilà!”, repliceert Désirée met verheven stem. “Het is just daarvoor da kik ulle heb bijeen geroepen. Ge kunt toch ni bij ne klant langsgaan me ne zakenpartner die van toeten noch blazen weet waarover het gaat?”

Geef een reactie