Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 26

Het irritante geluid van Charlie’s wekker haalt Bonnie uit haar onrustige slaap. ‘D-day’ is het eerste wat door haar hoofd schiet wanneer ze haar ogen opent. Langzaam rolt ze zich op haar zij waardoor ze meteen getrakteerd wordt op de afwachtende blauwe kijkers van haar wederhelft. 
“Happy birthday to you”, zingt ze zacht met een krakerige stem. 
Zijn mondhoeken krullen omhoog. 
“Ik ben officieel een oude zak”, klinkt het al even rauw. 
Hij sluit zijn ogen en zucht diep voor hij rechtveert en poedelnaakt het bed uit stapt. Ongegeneerd stapt hij met een ochtenderectie van formaat de kamer uit. In de deuropening houdt hij even halt. 
“Zoals gezegd, geen verrassingen”, klinkt het voor hij zich omkeert. 
Bonnie’s hart klopt in haar keel wanneer ze haar hoofd schudt. 

D-day.

Schoorvoetend stapt Bonnie Den Bar binnen. Op de achtergrond speelt zacht een nummer dat Bonnie bekend in de oren klinkt, maar ze kan het niet thuisbrengen. Op Carla na, die parmantig staat opgesteld achter den Bar herkent de blondine tot haar grote opluchting geen bekende gezichten. Aarzelend stapt ze op de barvrouw af.
“Ik ben content da ge der zijt, Bonnie.”
“Ik had ni veel keus, aan uw bericht te lezen.”
Hoewel ze met man en macht probeert zich afstandelijk op te stellen, is Bonnie blij om na een week in afzondering iemand van de Bende te spreken.
“Nen Baileys?”
Ze schudt haar hoofd.
“Tijd voor verandering. Geef me maar ne Martini.”
Carla probeert het ijs te breken.
“Shaken, not stirred?”
Er verschijnt een glimlach op Bonnie’s gelaat.
“Doe maar gewoon me wat ijs.”
Geamuseerd knikt Carla waarna ze zwijgzaam het gepaste glas bovenhaalt en naar de halfvolle fles Martini achter haar op de met neon verlichte barkast brengt.
“Hier, nen dubbele. Ge kunt het gebruiken.”
Bonnie rolt met haar ogen, maar perst er toch een glimlach uit wanneer ze het glas opheft en ‘schol’ mompelt voor ze er haar lippen tegen zet. De zoete smaak blijft kleven op haar smaakpapillen.
“Waarom moest ik naar hier komen, Carla? Anita heeft het héél duidelijk gemaakt dat ik hier geen voet meer moet binnenzetten.”
“Anita zit in Antwerpen, daar moet ge u geen zorgen over maken. Ik wilde graag uw kant van het verhaal horen om zelf te kunnen oordelen of de chef niet te radicaal geweest is in haar beslissing.”
De schouders van Bonnie gaan langzaam de lucht in.
“Anita moet doen wat ze denkt dat ze moet doen. Ik heb fouten gemaakt en ik mag daarop afgerekend worden.”
“Maar genoeg om u gewoon voor de haaien te gooien?”, piept Carla waarna ze een slok neemt van de whiskey die ze voor zichzelf heeft uitgeschonken.
Bonnie slikt moeizaam en schudt haar hoofd.
“We zullen zien wat er gebeurt de komende dagen.”
“Denkte echt da Charlie u zou overleveren aan de flikken? Zou hij het echt zo ver drijven?”
Ze knikt zonder twijfelen.
“Charlie gaat over lijken, ook dat van mij.”
Bonnie’s gesprekspartner tokkelt op de zijkant van haar glas.
“En waarom gaan we dan niet gewoon in op zijn voorstel? Als we onze trots aan de kant zetten, en het feit dat het godverdomme ne manipulatieve smeerlap is, is zijn idee zo slecht nog ni. Anita ziet de eurotekentjes al voor haar ogen dansen, dat is duidelijk, maar gaan we écht die hele distributie overnemen? Met welk leger?”
“Eerlijk, Carla? Het kan me allemaal gene fuck meer schelen. Ik wist alleen ni da gij er toch over twijfelt. Hebde da al tegen mijn ma gezegd?”
“Natuurlijk, da was het eerste wa ik zei toen ze hier binnen kwam razen na die meeting bij ulle thuis. Maar ze heeft er geen oren naar. Ze is zo kwaad op Charlie en zijn praatjes da ze haar ooglappen ni efkes kan uitdoen om de situatie van een bekke afstand te bekijken. Moest Victor haar da voorgesteld hebben, ze was een gat in de lucht gesprongen. Maar nu me Charlie? Hij gaat echt over haar grenzen heen. Da heeft hij altijd al gedaan, ook lang gelede. Maar nu? Weet ge da hij haar ne foto heeft gestuurd van een stuk uit haar dagboek waar ze haar eerste moord in bekent?”
De smeerlap.
“Anita loopt op de tippen van haar tenen. Ik begrijp het wel da ze u even buiten schot wil zetten. Het is alleszins geen goeie uitgangspositie om die nieuwe samenwerking uit te rollen, maar ook da ziet ze precies ni. Ik heb haar met man en macht proberen overhalen om samen te zitten met Charlie en als twee volwaardige patrons tot een overeenkomst te komen die zowel voor de Bende als De Raedtsmannen een stap vooruit zou betekenen. Maar ja … Tot nu toe lijkt ze ni te bijten.”
“Da ga nooit gebeuren zolang Charlie daar op den troon zit”, besluit Bonnie.
“Jammer genoeg denk ik ni da hij zo rap van die troon zal vallen”, zucht Carla.

Ge zou eens moeten weten.

Bonnie drinkt de Martini op die voor haar staat en zet zich recht. 
“Sorry, Carla. Ik kan hier ni zijn”, stamelt ze voor ze zonder omkijken de bar uit vlucht. 
Wanneer ze een flinke teug kan nemen van de frisse winterlucht, lijkt Bonnie opnieuw op adem te komen. Het duurt even voor ze haar telefoon vindt in haar handtas. Op automatische piloot vindt ze Bens naam. 
“Bonnie?” 
“Ben, ik kan niet …” 
Hij onderbreekt haar voor ze haar zin kan afmaken. 
“Waar zijde?” 
“Voor den Bar.” 
“Ik dacht da ge daar ni meer binnen mocht?” 
“Lang verhaal. Ik ga kapot van de zenuwen. Ik moet meer weten.” 
“Komt dan naar hier.” 
“Waar is hier?” 
“Delight.” 
“Zijde zot? Ik wil Charlie ni meer zien voor vanavond.” 
“Charlie zit in Antwerpen. Die gade hier ni tegenkomen.” 
“Antwerpen? Me wie?” 
“Bonnie, komt gewoon naar hier.” 

Voor de tweede keer vandaag staat er een Martini voor Bonnie’s neus. Met haar wijsvingers draait ze cirkels rond de rand van het ijskoude glas. 
“Geef me alle details over vanavond, Ben. Ik moet me kunnen voorbereiden.” 
Ben schraapt zijn keel. 
“Ok, het zit zo. We spreken af in de lobby van het hotel. Als alles goed gaat, zit Charlie om 21 uur aan de bar. Gij komt naast hem zitten. Hebt ge u voorbereid zoals ik gevraagd heb?” 
Ze knikt en denkt terug aan de pruik die ze op de kop heeft kunnen tikken.
“Volledig vermomd neemt ge post naast hem aan den bar en bestelt u ne Martini ofzo. Ge blijft kalm en doet alsof ge hem voor het eerst ontmoet. Hij gaat dat de max vinden en speelt sowieso het spelleke mee. Op een bepaald moment doe ik mijn intrede. En ook ik zal ervoor zorgen dat ik er onherkenbaar uit zie. Belangrijk voor wanneer er achteraf camerabeelden opgevraagd worden. We spelen ons rolleke en op een bepaald moment zeg ik dat ik een kamer heb geboekt en nodig jullie uit naar boven. Daar hebben we den tijd van ons leven. Dat kan zo lang of zo kort duren dan gij wilt, Bonnie.” 
Zijn ogen vangen haar trieste blik. 
“Als gij een bepaald codewoord laat vallen, doe ik een slaapmiddel in zijn drankje. Een half uur later ligt hij knock-out. Dan bereid ik een shot heroïne voor waar zelfs een stier ni meer van zou wakker worden. We kleden ons terug aan en stappen ongegeneerd de kamer uit. Ge gaat naar huis, ge steekt uw vermomming zo ver als mogelijk en gaat maffen.” 
Haar mond is opengevallen tijdens zijn betoog waardoor die nu zo droog aan voelt als de sahara. Na een flinke slok van haar Martini, stelt ze Ben de enige vraag die in haar opkomt. 
“Welk codewoord?” 
Hij lacht.
“Is dat nu het enige waar ge u bedenkingen bij hebt?” 
Ze schudt haar hoofd en kijkt hem wanhopig aan. 
“Ik heb overal bedenkingen bij, maar dat is het enige waar ik kan opkomen.” 
“Da codewoord kan vanalles zijn. Da’s bijzaak …” 
Ze knikt: “Ok, ‘bijzaak’ dan.”
De wanhoop die haar overspoeld voelt aan alsof ze nergens meer grip op heeft. 
“Da’s goed Bonnie. Zeg, we moeten da ni doen, hé, vanavond. Da wete toch wel?” 
Haar schouders schieten de hoogte in. 
“Wa moet er dan wel gebeuren? Het is gewoon zo raar, allemaal. Charlie was vanochtend zo opgejaagd. Hij zei da hij ne drukken dag voor de boeg had. En da op zijn verjaardag. Dan kom ik in Den Bar…” 
Ben onderbreekt haar: “Wa zijde trouwens in Den Bar gaan doen?”
Ze rolt met haar ogen. 
“Niks bijzonder. Mij ma was er ni. Ze had een afspraak in Antwerpen.” 
Een diepe frons maakt zich meester van Bens dikke donkere wenkbrauwen. 
“In Antwerpen? Zou Charlie dan toch?”
Bonnie’s pruillip wordt kracht bijgezet door de zoveelste schouderophaling. 
“Weet gij meer over zijn afspraak in Antwerpen?” 
“Ni veel. Hij zei alleen da hij ging scoren.” 
Ze rolt met haar ogen. 
“Da kan echt alles betekenen. Kunde hem ni bellen?” 
Bens ogen schieten vuur. 
“Waarom wilde da ‘k hem bel? Wa moetek dan vragen? Ik weet verdomme helemaal niks over hoe hij gans ulle bende in de greep heeft!” 
Bonnie drinkt een flinke teug Martini om de krop in haar keel door te spoelen. 
“Als ze toch zouden samenwerken moeten we ons plan van vanavond misschien gewoon afblazen.” 
“Bonnie, godverdomme! Het is godverdomme nen dikke smeerlap! Gadem echt terugpakken als hij door uw ziel te verkopen een stap verder kan zetten in zijn milieu? De ziel van zijn vrouw, hé? De vrouw die hij beloofd heeft voor de rest van zijn leven trouw te zijn? De vrouw op wie hij tot over zijn oren verliefd is geworden en waar alles en iedereen het laatste half jaar voor moest wijken? Dezelfde vrouw wil hij nu voor de leeuwen gooien om zijn eigen vel te redden?”
Bens speeksel vliegt over de bar doordat hij zo luid aan het roepen is. Een traan rolt over Bonnie’s wang bij het horen van deze woorden. 
“Iedereen zou er toch beter van worden? Onze twee bendes steken de koppen bij elkaar om samen hogerop de malafide ladder te klimmen?” 
Ben schudt zijn hoofd terwijl hij een sigaret opsteekt. 
“Vroeg of laat komt daar oorlog van, Bonnie. Ik weet ni hoe het zit met ulle organisatie, maar honderden kilo’s coke verhandelen op maandelijkse basis, da gaat het kopke van De Raedtsmannen alleszins te boven. Maar bon, Charlie denkt daar anders over. En zijn wil is wet. Hij verliest hoe langer hoe meer alle realiteitszin, Bonnie. Da is toch zo klaar als ne vette klont coke?” 
Hij hapt naar adem. Zijn hoofd is rood aangelopen. Hij haalt een bierglas uit de kast achter zich en zet zijn tap open. Eens gevuld zet hij het glas aan zijn lippen en giet hij het vloeibaar goud in één keer naar binnen waarna hij het kordaat op de bar zet. 
“Charlie is gewoon aan het zweven, zijn ego achterna in de hemel van de misdaad. Hij loopt vroeg of laat tegen de lamp. Ofwel wordt hij opgepakt ofwel …” 
“Vermoord”, vult Bonnie droog aan. 
“Ge zijt er ni klaar voor, Bonnie. Da’s duidelijk. We blazen het gewoon af, vanavond.” 
Ze protesteert: “Kunde daar ooit helemaal klaar voor zijn? Om uwe vent te vermoorden? Laat ons een stapke verder kijken dan vanavond. Wat gaat er dan me mij gebeuren? Bij wie kan ik dan nog terecht? Mijne vent is dood, mijn beste maat wil me ni meer horen en is me de noorderzon verdwenen en mijn moeder heeft me uit haar leven verbannen?” 
“Komaan, Bonnie. Als Charlie morgen dood blijkt, zal u moeder op zijn graf dansen en het liefst samen met u. Da weet toch iedereen? Gij stapt terug in den BB, want ze gaan u nodig hebben met hunne nieuwe cokedeal. Gouden tijden komen ulle tegemoet, Bonnie! Echt chapeau da gelle die kans krijgt! En Charlie? Die wil gewoon meeliften op ulle succes door ulle een voor een rond zijn vingers te winden en te manipuleren. Toont nekeer waartoe gelle zelf in staat zijt! Vrouwen in deze wereld moeten ballen aan hun lijf hebben om het ver te schoppen. En alle venten die hun ni au sérieux nemen moeten een kopke kleiner gemaakt worden. Het merendeel van den tijd kan da figuurlijk, maar soms moet ge da ook letterlijk doen om serieus genomen te worden.”
Bonnie trekt heftig van de sigaret die Ben in de asbak heeft laten liggen tijdens zijn betoog. 
“Ben, voor u zou de dood van Charlie anders ook wel veel teweegbrengen …” 
Hij lacht. Voor het eerst sinds hun bijeenkomst. 
“Ik kan da ni ontkennen, Bonnie. En eerlijk? Uiteraard is da ook de reden waarom ik hem vanavond kapot wil maken. De kans da ik Charlie zijn plaats inneem bij De Raedtsmannen is inderdaad heel groot. Tenzij Victor zich terug komt moeien, maar da betwijfel ik.” 
Hij neemt de sigaret terug over en trekt er stevig van. 
“Ik zou met veel meer respect zaken doen met den BB, Bonnie. Da wil ik hier nu zwart op wit op papier zetten. Ik zou perfect aanvaarden da gelle gewoon meer gewicht in de schaal hebt liggen dan wij en ulle ook op die manier benaderen zonder constant een coup d’état te willen beramen.” 
Ze proest het uit: “Coup d’état!”
Ben schudt zijn hoofd. 
“Ge weet echt nog de helft ni van wa Charlie allemaal van plan is.” 
“Ik wil hem bellen.”
Bens hoofd valt in zijn grote handen. Langzaam trekt hij ze terug weg waardoor enkel zijn grote donkere ogen zichtbaar worden. 
“Belt hem dan. Ik kan u ni tegenhouden.” 
Met trillende vingers tokkelt ze met haar afgeblakerde zwartgelakte nagels op haar telefoon, op zoek naar zijn nummer. Na twee tellen gaat hij over. 
“Prinses.” 
“Charlie. Stoor ik?” 
“Hmm, een beetje.” 
Ze rolt met haar ogen. 
“Het was gewoon om nog eens te polsen of je er wel echt zal zijn vanavond om 21u.” 
Hij hoest. 
“Ik ga mijn best doen, prinses. Je hebt toch niet … Ik heb je gezegd dat ik vandaag niets te vieren heb. Er staat vandaag gewoon veel op de planning, zoals ik ook al gezegd heb. Maar ik zal er zijn. Maar doe alsjeblieft niet al te gek. Dat is het enige wat ik je vraag. We spreken godverdomme al een week bijna niet tegen elkaar en nu wil je opeens mijn verjaardag vieren? Wat verwacht je nu van mij, Bonnie?” 
Ze slikt en zucht. 
“Ik wil gewoon nog eens in die wereld van ons verdwijnen. Even uit de realiteit …” 
Hij lacht. 
“Daar kan ik niets op inbrengen. Ik kijk ernaar uit, prinses. Maar nu moet ik je laten …” 
“Wacht, Charlie. Waar ben je eigenlijk?” 
Even blijft het stil. 
“Ik kan je dat niet zeggen, Bonnie”, klinkt het kordaat voor hij het telefoongesprek afsluit. 
En weg is hij. Verdwaasd kijkt Bonnie voor zich uit. 
“Kunnen we gewoon het verloop van de avond niet afwachten?” 
Ben schudt zijn hoofd. 
“Bonnie, ik zou toch op voorhand willen weten waarvoor we staan vanavond. Als ge gewoon nekeer stevig van bil wilt gaan, kan da ook he.” 
“Ben!” 
Hij lacht. 
“Grapje, Bonnie. Denkt er nog over na. Als ik voor 9 uur vanavond geen kusje heb gekregen via sms, doe we het ni.” 
Ze knikt goedkeurend. 
“Goed gedacht. Ik ga me een beetje herbronnen en zie u sowieso vanavond.”
“Zijde nu opeens weg?” 
Ze knikt en geeft hem een snelle kus op zijn wang. 
“Dat was niet de judaskus, Ben, die moet via sms.” 
Hij krijgt nog net de kans haar een kus toe te werpen voor ze de deur uit gaat. 

Wanneer ze terug in haar auto zit, probeert ze alles op een rijtje te zetten. Ze kan niet alleen zijn. Daarom scrollt ze door haar contacten op zoek naar herkenning en houdt halt bij Koens naam. Hoewel ze verwacht had terug op zijn voicemail terecht te komen, weerklinkt de wachttoon. 
“Bonnie?” 
Een walm van opluchting overvalt haar. 
“Koen, ik ben zo blij da ‘k u hoor, man.”
“Is er iets?” 
Ze lacht. Er is meer als ‘iets’. 
“Ik kan ni geloven da ‘k u nooit meer ga zien, Koen. Kan ik u ni helpen? Komaan, er moet toch een andere oplossing zijn. Ik heb u nodig. Alles is naar de klote, Koen.”
Ze veegt een traan weg die op haar wang rolt. Zijn zucht weerklinkt luid in haar oor. 
“Ge hebt mij altijd nodig als het ni goe gaat, Bonnie. Voor de rest hoor ik u ni, en da’s al een tijdje aan de gang..”
“Nu ge weg zijt, besef ik precies pas wat ik aan u heb …” 
“Da’s te laat, Bonnie … Ik kom echt ni terug.” 
En ook hij is weg. Opnieuw swipet ze heen en weer in haar contactenlijst tot haar duim stopt bij Amy haar naam. 
“Hey meid”, klinkt het al snel aan de andere kant van de lijn. 
“Amy, ik …” 
Ze wordt meteen onderbroken. 
“Bonnie, we gaan echt niet te veel zeggen nu, zo. Wilde mij zien? Ik zit om 18u in She Mwoa. Da weet ge wel zijn, zeker?” 
“Ik zal er zijn.” 

“Forty forever”, fluistert ze in het oor van Amy, die zich verslikt in haar glas champagne. 
Met grote ogen kijkt ze haar aan. 
“Wat zegt gij nu allemaal”, sist ze stil. 
Bonnie legt haar wijsvinger op haar lippen. De lijn coke die ze net gesnoven heeft, laat haar eerlijker zijn dan zou mogen. Nochtans was die broodnodig, met alle alcohol die ze vandaag al achterover heeft geslagen. Ze moet de perfecte balans vinden tussen focus en verneveldheid. De touwtjes in handen blijven houden zonder objectief naar de situatie te kunnen kijken. Want objectief gezien is er van het plan van haar en Ben op zijn minst een hoek af.
“Wa bedoelde met forty forever, Bonnie?” 
Bonnie wuift haar vraag weg en werpt een blik op haar telefoon die het uur aangeeft. 
“Laat maar. Ik moet me eigenlijk dringend gaan omkleden. Er staat een speciale date met Charlie op het programma.”
Amy bijt op haar lip. 
“Ik vraag me af hoe ver hij u kan buigen voor ge kraakt.” 
“Awel merci. Ik dacht dat ik bij u zou kunnen komen zonder vooroordelen, maar blijkbaar heeft mijn ma u al zo gebrainwashed dat er niet meer met een open blik naar de situatie gekeken kan worden. Dees was een vergissing. Sorry, Amy. Ik ga me klaarmaken.”
Amy grijpt Bonnie’s pols beet. 
“Moet ik u helpen?” 
Bonnie knikt opgelucht. 

Ze schrikt van haar spiegelbeeld. Voor haar staat een rosse vamp met een korte groene kokerrok met een hoge taille, met donkere panty’s en zwarte velvet plateaupumps. haar lichtkaki bloesje hangt losjes over haar slanke taille. De twee bovenste knoopjes staan speels open waardoor een glimp van haar opgepompte decolleté te zien is. Op haar neus draagt ze een zware donkere bril met schildpadmotief. Haar ogen zijn flink aangestift met eyeliner en haar lippen met een donkerrode lippenstift. Het rosse haar valt golvend over haar frèle schouders. 
“Gij zijt onherkenbaar”, klinkt er vanachter Bonnie. 
In de spiegel vangt ze Amy’s blik. 
“Da was de bedoeling. Merci.”
Ze plant een kus op Amy’s voorhoofd en werpt een blik op haar horloge. 
“Ik moet er vandoor!”

Na een snelle scan doorheen de lobby en de bar van het hotel, ziet Bonnie tot haar grote opluchting Charlie al aan de bar zitten. Ze werpt een blik op haar telefoon, die 20u55 aangeeft, voor ze op hem af gaat. Snel tokkelt ze een ‘X’ naar Ben en neemt plaats op de barstoel naast Charlie, die zich duidelijk van geen kwaad bewust is en haar groet met een beleefde knik. 
“Martini”, klinkt het zelfverzekerd wanneer de barman van dienst, een man van begin de twintig, voor haar komt staan. Hij is ongetwijfeld niet veel ouder dan Bonnie, maar hij ziet er voor haar van een andere generatie uit. Van een andere wereld zelfs. Een rimpelloze onbezorgde plaats van vreugde waar zij al lang niet meer geweest is… Plichtbewust is hij wel, de jongeman wanneer hij nog geen tien tellen later een glas voor haar neus plant.
“Het lijkt alsof je het kan gebruiken. Dat is er een van het huis.”
Ze knikt dankbaar voor ze haar aandacht werpt op de iPhone die van zich laat horen: “Niets te vroeg, mevrouw.” 
Ze glimlacht, maar besluit niets terug te sturen en in plaats daarvan onder het motto van ‘moed indrinken’ de Martini soldaat te maken. De barman knikt goedkeurend: “Dorst, juffrouw?”
Ze knikt en tikt met haar wijsvinger op haar glas. De barman begrijpt haar signaal en grijpt de fles Martini en vult haar glas nog eens bij. 
“Je weet toch dat water het enige is wat dorst kan lessen?”
Het is Charlie die zich tot haar richt. Ze werpt hem een snelle verlegen blik toe. 
“Water is voor de vissen”, mompelt ze in een poging om niet meteen herkend te worden. 
Hij lacht en klinkt zijn glas whiskey tegen haar Martini. 
“Op de vissen.”
“Ik ben Charlie, trouwens”, voegt hij eraan toe. 
“Sam”, repliceert ze. 
Ze kijkt recht in zijn blauwe ogen en snakt even naar adem. Hij merkt het op, neemt haar hand vast en kust het. 

The signature kiss. Hij heeft écht niet door wie ik ben.

“Jammer dat ik een afspraak heb, ik had je graag beter leren kennen.” 
Ze lacht opnieuw zachtjes. 
“Ik heb ook een afspraak.” 
Net op dat moment maakt Ben zijn intrede. De donkere fedora op zijn hoofd verbergt zijn stevige haardos. Hij draagt een lange wollen vest over een strak grijs driedelig kostuum. Als hij hen beide spot legt hij zijn hand in haar zij en geeft haar een kus in haar nek. 

“Ge ziet er su-per-geil uit”, fluistert hij.
Ze lacht haar tanden bloot en probeert zijn blik te vangen, maar hij heeft zijn blik op Charlie gericht.
“Goedenavond, meneer. Valt ze in de smaak?”
Charlie kijkt op, één mondhoek schiet de hoogte in en schudt zijn hoofd.
“Ben, wa doede gij hier?”
“Ben? Ik denk dat u zich vergist, meneer. Ik ben Robin.”
Bonnie verslikt zich in haar slok Martini.
“En dit hier is …”
Ze legt haar hand op zijn schouder.
“Ik heb me al voorgesteld, Robin.”
Ze legt extra klemtoon op zijn naam.
“Ben, ik weet ni wa voor spellekes ge aan ‘t spelen zijn en wa ge hier komt doen, maar Bonnie gaat hier elke moment staan. En als ze mij hier ziet met ulle, gaat het kot weer te klein zijn.”
Charlie kijkt angstvallig heen en weer voor hij zijn gsm uit de binnenzak van zijn blazer haalt. Wanneer hij zich opnieuw naar de bar wil keren, stoot hij zijn glas whiskey om en komt de inhoud ervan op zijn kraaknette pak terecht.
“Godverdomme!”
Hij springt recht en tracht de schade op te meten. Zijn witte hemd is doorweekt. Hij zucht.
“Wat voor ne klotedag is dit hier!”
Ben legt zijn arm over Charlie’s schouder.
“Geen stress, maatje. Ik heb hier een kamer geboekt en heb wel wa reservekleren mee. Komt efkes mee naar boven.”
Charlie schudt zijn hoofd.
“Maar Bonnie …”
“Stuurt ze dan een bericht da ge wa later gaat zijn? Alé, kom! En gij komt ook mee.”
Ben neemt ‘Sam’ bij de hand die hem achterna trippelt op haar torenhoge hakken. Zonder omkijken weet ze dat Charlie hen op de voet volgt. Wanneer de deuren van de lift achter het drietal sluiten, is het Charlie die de stilte doorbreekt.
“Ik ga ze rap bellen.”

Oh nee. 

Onopvallend opent Bonnie de kleine schoudertas en kan het ‘mute’-knopje van haar telefoon net op tijd omschakelen voor hij begint te vibreren. Charlie gromt. 
“Ze neemt niet op. Godverdomme, waar is die?” 
“Charlie! Doe nu nekeer wa kalm gast. Wa is er gebeurd vandaag da ge zo opgefokt staat?” 
Hij schraapt zijn keel en werpt Bonnie een snelle blik toe voor hij zich tot Ben richt.  
“Ik had een meeting met Anita.”
Bonnie spitst haar oren. 
“Maar die vuile teef denkt echt da zij het voor het zeggen heeft en mij de les kan spellen. Ik zal haar laten zien waartoe ik in staat ben. Maar bon, …” 
Weer werpt hij Bonnie een blik toe. 
“Laat ons dit gesprek op een ander moment voeren.”
De deuren van de lift openen op de 7de verdieping. 
“Het is langs hier,” zegt Ben, “kamer 769.” 
Charlie schudt zijn hoofd en lacht. 

“Firstclass player.”
Ben lacht breed wanneer hij de kaart van kamer 769 boven het bakje van de deurklink houdt.
“My casa es su casa”, poneert Ben wanneer hij na Bonnie ook Charlie binnenloodst in de hotelkamer. 
“Kom, ‘t is goed Ben. Geef me snel een nieuw hemd zodat ik terug aan den bar kan gaan zitten voor Bonnie er is.” 

Hij trekt zijn blazer uit en ontknoopt zijn hemd waardoor hij zijn begeerlijke torso ontbloot. Uit macht der gewoonte kan Bonnie het niet laten te kijken. 
“You like what you see?”
Met een begeerlijke blik kijkt hij Bonnie aan, die op haar beurt goedkeurend knikt. 

Die fucking oneliners. Hoe vaak zou hij die gebruiken? 

Een voor een spant hij zijn borstspieren op terwijl hij haar nadert. 
“Je mag er eens aankomen”, fluistert hij met een knipoog. 
Voor Bonnie’s vingers zijn borst kunnen raken, doorbreekt Ben de magie. 
“Excuseer mij, maar … Had gij ni me uw vrouw afgesproken?”
Charlie rolt met zijn ogen. 

Heeft hij nu echt met zijn ogen gerold?

“Hier …”. 
Ben steekt hem een hemd toe. 
“Doet da ma rap aan en ziet da ge hier weg zijt. Sam heeft alleen voor mij ingetekend.” 
“Ze krijgt er mij gratis bij als mijn vrouw nu niet antwoordt”, zegt hij zonder zijn ogen van haar af te wenden. 
Na een snelle blik op zijn telefoon richt hij zich opnieuw tot haar met het toestel aan zijn oor. Bonnie voelt haar gsm tegen haar dij vibreren door het leder van haar schoudertas. 
“Waar zit je, prinses? Geef me een seintje als er bent”, klinkt het voor hij afdrukt. 
Zijn rechtermondhoek gaat de hoogte in.
“Het zijn solden vandaag. Twee voor de prijs van één?”
Zijn wijsvinger streelt de zijkant van haar gezicht. Bonnie slikt moeizaam en voelt de woede borrelen tot in het binnenste van zichzelf, maar knikt braaf. Charlie lost zijn blik op haar en richt zich tot zijn compagnon. 
“Dat is dan beslist. Tenzij jij hier een probleem mee hebt?” 
Ben schudt glimlachend zijn hoofd terwijl hij drie lijnen coke voorbereidt. 
“Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. En trouwens, het is uw verjaardag. Wat kan ik zeggen?”
“Gelukkige verjaardag”, krijgt Bonnie eruit met een hoog stemmetje.
Hij knikt dankbaar en buigt zich naar haar toe. Zijn mond vindt haar nek. Haar neus vindt zijn parfum. De knoop in Bonnie’s maag trekt zich strakker samen. 
“Een betere verrassing had ik me niet kunnen inbeelden”, fluistert hij in haar nek voor zijn lippen haar huid kussen. Hij ruikt aan haar hals. 
“Chance van Chanel. Mijn vrouw heeft die ook.” 
Bonnie vecht met man en macht tegen de wil om haar ogen als flipperkastballen in hun kassen heen en weer te laten rollen.  

Dat hij het nog niet door heeft! 

Charlie’s aandacht op haar verslapt wanneer hij hoort dat Ben een lijn naar binnen haalt. In een vingerknip heeft ook hij zijn portie binnen en stopt hij een opgerold briefje van 50 in haar hand, dat ze gretig aan neemt. Ze houdt haar flinke rosse haardos met één hand in bedwang terwijl ze met het andere het opgerolde briefje boven de witte lijn houdt. Even houdt ze halt en kijkt ze naar haar spiegelbeeld op de plateau. Haar ogen kijken haar gretig aan. 

Snuiven, Bonnie.

En weg is de lijn. Ze likt haar wijsvinger nat en dept de restanten van de coke ermee op. Terwijl ze zich opnieuw naar Charlie keert, steekt ze die vinger tussen haar lippen en zuigt er uitdagend aan. 
“Lekker”, knipoogt ze. 
Charlie kijkt naar Ben en lacht. 
“Waar heb je deze gevonden? Ze is grappig.” 
Ben schudt zijn hoofd vol ongeloof, maar besluit niet te antwoorden. Charlie richt zijn pijlen opnieuw tot zijn nieuwe verovering. 
“Mag ik mijn cadeautje openmaken?” 
Ze tracht uitdagend te knikken terwijl ze diep binnenin zou willen kotsen van walging. Vakkundig opent hij de knoppen van haar blouse. Haar prompte borsten krijgen een goedkeurende blik terwijl hij haar pols vastneemt en daar ook een knopje opent. Hij houdt halt wanneer zijn ogen vallen op de getatoeëerde woorden ‘like no place on earth’. Wanneer hij haar aankijkt, knipoogt ze. 
“Gelukkige verjaardag, meneer De Raedt”, fluistert ze uitdagend. 
Bruusk laat hij haar los. 
“What the fuck!”
Zijn blik verlegt zich van Bonnie naar Ben en terug. 
“Wat is de bedoeling hiervan?”, vraagt hij razend. 
Zijn hoofd is rood aangelopen. Ben kijkt geamuseerd toe en lijkt niet van plan meteen in te grijpen. Zelfingenomen opent Bonnie ook het andere knopje van haar hemd en laat het op de grond vallen. Ze bijt op haar lip terwijl ze hem wellustig aankijkt. 
“Een intiem feestje met je vrouw en beste maat, is dat niet hét perfecte verjaardagscadeau?” 
Langzaam vervormt Charlie’s starre blik tot een glimlach. 
“Fuck gast, ik heb u écht niet herkend.” 
Ze rolt met haar ogen. 
“Dat was duidelijk. Snoeper.” 
Hij legt zijn handpalmen tegen elkaar en houdt ze boven zijn lippen. 
“Sorry, prinses”, fluistert hij. 
Bonnie haalt haar schouders op: “Once a player, always a player.” 
“Nee, Bonnie, ik moet me echt excuseren. Je moet echt niet denken dat ik dat met iedereen …”
Ze onderbreekt hem. 
“Charlie, dat is bijzaak.”
Ze beklemtoont het laatste woord en werpt een snelle blik naar Ben om zich ervan te vergewissen dat hij het codewoord heeft opgevangen. Ben zet zich recht en stapt op de minibar af waar hij een fles Laurent Perrier vindt. 
“Kom, laat ons deze avond eens knallen”, klinkt het net voor de kurk luidruchtig van de fles schiet en hij drie champagneglazen tot de nok vult. 
“Forty forever”, laat Bonnie vallen wanneer ze haar glas tegen dat van Charlie klinkt. 
Hij schudt zijn hoofd. 
“De tijd is gisteren blijven stilstaan. Ik blijf eeuwig negenendertig”, knipoogt hij voor hij een flinke teug neemt van zijn glas. 
“Maar jongens toch, ik kan echt niet geloven dat jij het bent”, klinkt het vol ongeloof terwijl hij door de rosse haren strijkt en ze vastklemt waardoor de pruik loskomt en Bonnie’s in een dot getemde haren verschijnen.
“En die kleren … zo braafjes”, knipoogt hij terwijl hij zich op zijn knieën zet en de knop van haar rok opent en deze langzaam over haar heupen langs haar benen naar beneden trekt. Wellustig kijkt hij naar boven en vangt haar blik. Hij zet zijn glas op het nachtkastje nadat hij het heeft opgedronken, grijpt haar kont met beide handen vast en trekt haar naar zich toe. 
“Ik wil u doen klaarkomen als nooit tevoren”, fluistert hij voor hij haar onderbroek uittrekt en zijn lippen en tong haar kut opzoeken. 
“Maak het maar even goed”, klinkt er achter hen. “Zal ik de glazen nog eens vullen.” 

Terwijl Charlie Bonnie naar een eerste hoogtepunt tracht te brengen, ziet ze vanuit haar ooghoek hoe Ben snel iets in Charlie’s glas oplost voor hij het opnieuw op dezelfde plaats zet. Bonnie sluit haar ogen en gaat op in Charlie’s aanrakingen. Ze kan het niet helpen om keihard klaar te komen. 
“Dat was nog maar een opwarmertje”, knipoogt Charlie triomfantelijk voor hij zijn kersvers glas champagne aan zijn lippen brengt en het in één teug naar binnen werkt. Een walm van opluchting maakt zich meester van Bonnie. Ze lijkt even te wankelen op haar torenhoge hakken. 
“Even liggen”, stamelt ze voor ze zich naast Ben op het bed nestelt. 
“Toch nog niet moe?”, polst Ben, die zich naar haar toekeert. 
Ze lacht en herhaalt Charlie’s woorden. 
“Ik ben nog maar net opgewarmd”, daagt ze uit. 
Ben’s blik verlegt zich tot Charlie die een nieuw arsenaal aan wit poeder klaar legt.
“Mag ik, Charlie?” 
“Ik veronderstel dat dit het opzet is van ons privéfeestje?”, stelt hij voor hij een nieuwe lijn naar binnen jaagt. 
“Mi casa es su casa”, voegt hij er nog aan toe. 
Dat lijkt het startsein voor Ben om zich op Bonnie te werpen. Terwijl zijn lippen en tong alle uithoeken van haar lichaam zoeken, weerklinkt er opeens de intro van Wicked Game door de kamer. Bonnie rolt met haar ogen wanneer Ben haar clitoris vindt. Wanneer Bonnie voor een tweede keer is klaargekomen, duwt ze Ben het bed op en vindt ze haar weg naar zijn stijve lul. Ze sluit haar ogen voor ze met haar verdoofde lippen zijn eikel bewerkt. Ze schrikt wanneer ze Charlie’s exemplaar naar binnen voelt komen. 

Al even onverwacht glijdt Charlie eruit nadat hij blijkbaar tot een hoogtepunt is gekomen. Hij ploft neer tussen Bonnie en Ben die langs weerszijden van het bed liggen. Een diepe zucht van Charlie weerklinkt door de hotelkamer. 
“Ik ben geen dertig jaar meer”, lispelt hij. 
Zijn stelling wordt met gelach onthaald door zijn bedgenoten. 
“Lach maar, jonkies. Doe maar verder zonder mij. Ik zal wel even kijken”, klinkt het voor zijn ogen wegdraaien. 
“Slaap zacht, Charlie”, fluistert Bonnie in zijn oor waardoor er een brede grijns op zijn gelaat verschijnt.
“Ik hou van u”, voegt ze er nog aan toe voor ze zich van hem afwendt.
Ze ademt diep in voor ze Ben durft aan te kijken. Zijn ogen kijken haar vragend aan.
“Zijt ge nog altijd zeker van uw stuk”, polst hij terwijl hij recht springt en een klein tasje bovenhaalt uit de binnenzak van zijn blazer.
Met trillende onderlip knipt Bonnie vastberaden.
“Ge moet niet kijken, hé”, probeert hij haar duidelijk te maken.
Maar Bonnie is resoluut: “Ik moet juist wél kijken.”
Ben knikt begripvol terwijl hij een lepel bovenhaalt en er een flink hoopje van een beigebruin poeder in uit kapt.
“Hebt ge dat ooit gedaan, heroïne”, vraagt Bonnie stil terwijl ze plaatsneemt in een zeteltje wat verderop in de kamer.
Ben knikt terwijl hij het goedje vermengt met wat water en er een aansteker onderhoudt tot het begint te borrelen.
“Dat is het beste gevoel op aarde zo’n shot, Bonnie.”

Wanneer hij de vloeistof vakkundig optrekt in een injectienaald, klinkt er opeens een kuch uit het bed waardoor Bonnie verschrikt opspringt.
“Geen stress, meid. Ik heb hem net genoeg slaapmiddel gegeven om een olifant mee neer te krijgen. Die gaat zeker niet meer wakker worden.”
Die laatste woorden zorgen voor een krop in Bonnie’s keel. Een verdwaalde traan vindt haar weg van haar oog naar haar wang. Voor Ben deze kan opmerken veegt ze deze subtiel weg.
“Ik vraag het u nog één keer, Bonnie…”, fluistert Ben.
“Doet het gewoon”, klinkt het resoluut waarop Ben knikt en zich bij Charlie op het bed zet.
Hij neemt Charlie’s bijna levenloze rechterarm vast en gebruikt zijn riem om deze af te spannen. Met zijn wijsvinger tikt hij in de holte van Charlie’s elleboog. Net voor hij de naald erin steekt, kijkt hij Bonnie aan voor een laatste goedkeuring.
“Het is toch zeker genoeg, hé”, vraagt ze bijna onhoorbaar met een fragiele stem.
Hij knikt terwijl hij de naald in Charlie’s huid boort en ze langzaam leeg spuit.
“Als ‘m dit overleeft, dan is ‘m…”, even twijfelt Ben aan zijn woordkeuze.
“Onverslaanbaar”, klinkt het na een tijdje.
In de minuten die volgen heerst er een oorverdovende stilte. Het is Ben die deze doorbreekt.
“Kom, we moeten hier weg, Bonnie”, klinkt het dor.
De naald stopt hij in Charlie’s hand voor hij zich recht zet en in een paar tellen al zijn spullen bij elkaar heeft geraapt en zich aankleedt. Bonnie volgt zijn voorbeeld. Net voor ze de deur uitstapt en de achtervolging inzet op Ben die al de gang is ingelopen, werpt ze een laatste blik op haar echtgenoot, haar wederhelft. De man die aan haar zijde zal staan tot in de eeuwigheid. Nu gereduceerd tot een overjaarse junk.
“Slaap zacht, Charlie”, stamelt ze voor ze de deur van de hotelkamer zuchtend achter zich toe trekt. Ze grijpt het hand beet dat Ben naar haar uitsteekt. Samen lopen ze de gang uit, de lift in en het hotel uit. Als een doodnormaal duo.