Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 25

Aan elk spiertje in Charlie’s lichaam kan Bonnie merken dat zijn zenuwen een verhoogde staat van spanning bereikt hebben. Net op zo’n momenten overvalt zijn schoonheid haar opnieuw. De nacht heeft rust gebracht in haar hoofd, hoewel ze Charlie’s snode plannen op zijn minst ambitieus vindt. Ze zit op een neergeklapte toiletpot terwijl hij de badkamer vult met zijn naakte lichaam. Zijn spiegelbeeld werpt haar een knipoog. 
“Niets beters te doen dan me zo aan te gapen? Je moeder staat hier binnen …”
Zijn oog valt op het horloge op de wastafel. 
“15 minuten. Ik veronderstel niet dat je ze zo gaat ontvangen?” 
“Is er iets mis met mijn outfit?”, vraagt ze. 
Ze springt op en grijpt haar man vast. Haar handen strelen zijn gespierde torso. 
“Misschien moet jij ook deze outfit aanhouden.” 
Hij lacht. 
“Geen tijd voor spelletjes, Bonnie. Er hangt veel af van dit gesprek”, klinkt het bot voor hij de badkamer verlaat. 
Bonnie volgt hem de dressing in waar hij ondertussen al een broek heeft aangetrokken en zijn witte hemd over zijn schouders slaat. Wanneer de knoppen een voor een sluiten, verdwijnt ook de inkijk op zijn ontblote lichaam. Bonnie bindt haar lange haren samen tot een nonchalante dot, springt in zwarte skinny jeans en trekt een t-shirt aan waarna ze haar aandacht opnieuw op haar wederhelft vestigt. Er komt een donkergrijs mouwloos vestje boven het hemd en een stropdas om het geheel af te maken. 
“Bij jou is het toch ook altijd alles of niets”, plaagt ze. 
Hij werpt haar een snelle gejaagde blik. 
“Laat me gewoon efkes gerust, Bonnie”, zucht hij. “Ik ben me aan ‘t opladen.”
Haar ogen rollen in hun kassen voor ze de dressing uit loopt en naar beneden gaat waar ze zich een koffie maakt en een sigaret opsteekt. Als hij de leefruimte in komt, ziet hij eruit alsof hij recht uit een modemagazine is ontsnapt. Zo strak in het is hij het toonbeeld van onschuld, maar zijn tot een paar millimeter gereduceerde haardos, de stoere stoppels en de alombekende zakentronie drukken die onschuld ongenadig de kop in. Als een ijsbeer die het noorden kwijt is, stapt hij psychotisch heen en weer. Diep inhalerend worstelt Bonnie met een dilemma van formaat. Dé vraag die vrouwen zich om de drie seconden stellen: zwijgen of spreken? Maar voor ze een beslissing kan nemen, staat haar vent ineens aan de grond genageld. Zijn mond staat wat open en zijn blikt kijkt op oneindig. Heel langzaam gaat zijn wijsvinger de lucht in. Het lijkt een slow-motion film van een vent net voor een eureka moment. Het blijkt echter niet om een psychologische doorbraak of een filosofische kijk op het leven te gaan, maar om de keuze om de ruimte te vullen. 
“Muziek!” fluistert hij vanuit de pianohoek, alsof hij tot daar gevlogen is. Zijn vingers vinden moeiteloos de noten van Moonlight Sonata. Bonnie volgt hem en duwt hem wat opzij op het pianostoeltje waardoor hij een noot mist. Zij neemt het over met haar rechterhand. Zijn linker blijft de perfecte combinatie maken tussen wit en zwart.  
“Heb je stiekem liggen oefenen?”, klinkt het verrast. 
Bonnie schudt haar hoofd. 
“Dat is het enige nummer dat ik ken. Mijn moeder heeft een tijdje een pianoperiode gehad toen ik een jaar of zes was en toen heeft ze me dat stuk aangeleerd.” 
Een idiote grijns maakt zich meester van zijn tronie. 
“Wat?” 
Hij doet alsof zijn neus bloed. 
“Charlie, komaan. Binnenpretjes zijn er om te delen.”
“Oke dan, maar je moet niet kwaad worden, hé?”
Ze zet een bedenkelijke blik op. 
“Ik heb je moeder piano leren spelen.”
Bonnie’s mond valt open van verbazing. Intieme moeder-dochterherinneringen aan de piano in haar moeders loft flitsen door haar hoofd. 
“Die piano was een cadeau van mij.” 
“Oh my god, dit is zo fucked up allemaal”, zegt ze hoofdschuddend. 
Het geluid van de deurbel brengt hen bij hun positieven en maakt abrupt een einde aan deze trip down memory lane
“Het verleden bepaalt de toekomst niet, de toekomst wel het verleden”, klinkt het nog filosofisch voor Charlie naar de voordeur snelt. 
De krop in haar keel, die ze al de hele ochtend tracht te negeren, valt als een baksteen op haar maag en laat een wrange nasmaak achter.  

Anita gaat flippen.

Bonnie kan nog één keer diep ademhalen voor haar moeder met één stap de leefruimte inpalmt dankzij haar overdreven charisma. Ze durft Anita bijna niet aankijken. 
“Ook ne goeiendag, Bonnie.”
Ze perst er een glimlach uit. 
“Dag mama.” 
Ze botsen zacht met hun wangen tegen elkaar. Geen van beide tuit de lippen. Charlie’s zware stem weerklinkt. 
“Een koffie? Of liever iets straffer?” 
“Koffie. Zwart.” 
Anita neemt plaats op een barkruk aan het grote kookeiland. 
“Komt eraan.” 
Als een volleerd barista serveert Charlie zijn schoonmoeder haar espresso. 
“Jij ook, schat?” 
Bonnie knikt. 
“Kunnen we meteen tot de zaak komen, Charlie?” 
De kaken van Charlie spannen op. Hij glimlacht en maakt Bonnie en zichzelf ook een tas koffie voor hij ook een kruk inpalmt aan het eiland. Bonnie zit erbij en kijkt ernaar. Sinds haar moeder het huis is binnengestapt, heeft ze aan niets anders kunnen denken dan dat zij niet bij deze samenkomst hoort te zijn. Hier zit ze dan, als een angstige hond met haar denkbeeldige staart tussen haar benen wachtend op een storm die ze al van mijlenver hoort aankomen.
“Anita, het is simpel”, klinkt het na een eeuwigdurende stilte op die lage toon waarop alleen mannen een serieus gesprek kunnen aftrappen.
Anita kijkt hem met een hoog opgetrokken wenkbrauw aan, benieuwd naar de kleur van het konijn dat haar schoonzoon uit zijn hoed zal toveren.
“We kunnen er samen voor zorgen dat er niemand van ons drie de gevangenis in vliegt. Daarvoor moeten er opofferingen gebeuren, maar ook nieuwe samenwerkingen gesmeed worden.”
De ogen van Anita lijken niet te knipperen. Zonder zich af te wenden van Charlie, haalt ze uit haar handtas die voor haar ligt een pakje Vogues. 
“Het stoort toch niet”, daagt ze uit. 
“We gaan het nodig hebben”, beaamt Charlie en haalt een pak Marlboro en Bonnie’s zippo uit de schuif. Voor hij zelf een sigaret opsteekt, biedt hij Bonnie er een aan. De vlam van de zippo gaat het gezelschap rond zonder uit te doven. 
“Ik ben bereid om de politie richting Johnny te wijzen als het komt op de moord op die Mr. Bosch van jullie. Het wapen lag in Delight, de club van Ben, de zoon van Johnny. Perfecte link en perfecte misdaad aangezien de man er nog weinig tegenin kan brengen. Ben daarentegen, die zal misschien toch wat verantwoording moeten gaan afleggen, maar we kunnen zijn rol zo klein of groot maken als we willen.”
Een wolkje rook ontsnapt Anita’s lippen voor ze de rest ervan haar longen laat binnenstromen. 

“Klinkt niet slecht. Maar je gaat dat niet voor niets doen.” 
Hij grijnst zijn tanden bloot. Bonnie houdt haar adem in. 
“Voor die 500 gram die ze gevonden hebben, duid ik Koen aan.”
De onderlip van Bonnie trilt oncontroleerbaar. Ze bijt erop. 
“Koen?”, vraagt Anita. 
“Ik heb gehoord dat hij er de laatste tijd niet vies van is. Bovendien blijkt hij met de noorderzon verdwenen, dus het lijkt me de ideale Chinese vrijwilliger.”
Anita werpt Bonnie een vragende blik toe. 
“Koen? Weg? Die gast moet mij nog een pak geld! Godverdomme, Bonnie!” 
“Hij vertrekt vandaag, als hij al niet weg is. Ik mocht het niemand zeggen.” 
Bonnie’s stem kraakt. 
“Hoeveel steken denkte nog te kunnen laten vallen voor er serieuze gevolgen aan beginnen hangen, Bonnie?”.
Charlie kucht. 
“Vrouwen, laat ons bij de zaak blijven.” 
Meteen valt het stil. Hij neemt het woord. 
“Je zou de aanklacht van de overval op die nachtwinkel moeten terugtrekken. Op die manier stoppen de flikken hun neus al rap in iets anders.” 
Anita rolt met haar ogen en puft perfect ronde rookwolkjes.
“Nog iets, Charlie?” 
Opnieuw die grijns. 
“Het strafste moet nog komen.” 
Bonnie schrikt. Dit is niet wat ze hadden afgesproken. 
“Ik heb vernomen uit goede bron dat jullie hoofdleverancier er de stekker uit trekt.” 
Bonnie krijgt een mentale uppercut als ze zich realiseert dat zij die ‘goede bron’ is. Haar moeders ogen sluiten zich tot spleetjes. 
“Bonnie, godverdomme”, sist ze. 
“Uw dochter is niet mijn enige bron, Anita”, weerlegt Charlie haar insinuatie. 
“Als dat pensioen u een trede hoger op de ladder plaatst, wil ik graag dat met u delen.” 

Gijse smeerlap. 

Ze kan niet luidop reageren zonder uit haar rol te vallen. Haar moeder denkt er gelukkig hetzelfde over.
“Ge zijt ne smeerlap, Charlie.” 
Anita veert recht en stapt heen en weer. 
“Wat denkte gij nu? Ge wilt mij gewoon terugpakken voor 15 jaar geleden. Ge zijt nog geen haar veranderd. Geen haar op mijne kop dat erover denkt om mee te gaan met dat idee.” 
Ze dooft haar sigaret en grijpt haar tasje van het keukeneiland. 
“Ik heb genoeg gehoord. Als ge denkt dat ge me zo gaat kunnen pakken, hebde‘t goe mis, vent. Waarom zouden we daarin meegaan? Als Bonnie getuigt dat ze medeplichtig is aan die overval, maar in ruil daarvoor u en uw onnozele ventjes aan de galg praat, is ‘t gedaan met ulle. Godverdomme! En dan doet ge hier nog alsof ge de barmhartige samaritaan bent die zich gaat opofferen voor zijn vrouw? Dat wapen lag in uw club, Charlie. Er is geen enkel bewijs dat Bonnie linkt aan dat geweer. Over mijn lijk!” 
Anita’s gezicht is helemaal rood aangelopen. Ze loopt naar de voordeur. 

En Charlie die dacht dat haar moeder ging bijten. Dommerik.

Charlie springt recht, loopt haar achterna en grijpt haar onderarm beet. Bonnie volgt hen op de voet. 
“Ik heb nog een joker.” 
Een snelle ietwat onzekere blik krijgt Bonnie toegeworpen voor hij zich nader verklaart. Anita rolt met haar ogen waarna Charlie zijn hoofd schudt. 
“Uw dochter was nogal slordig, Anita. Je zou haast denken dat ze niet goed ondersteund werd. Mijn wasplaats was een bloedbad. Haar helm, haar vest, het geweer. Alles lag er. Alsof ze was gaan vissen en te lui was geweest om alles op te ruimen. Het wapen heb ik proper gemaakt en in de kluis verstopt. Haar helm heeft ook een flinke poetsbeurt gekregen en is sindsdien nog veel gebruikt. Maar dat leren vestje …”
Hij pauzeert. Bonnie’s hart slaat over. Mijn vest!
“Dat vestje heb ik niet proper gemaakt. Tegen haar heb ik gezegd dat ik het heb laten verdwijnen. Maar dat is het allerminst. Integendeel, ik weet exact waar die bebloede vest zich bevindt. Ik denk dat de flikken niet meer om te kopen zullen zijn als ze dit in handen krijgen.” 
Twee, drie stappen lijkt Bonnie de grond niet te raken. Haar hand kletst zijn kaak rood. Hij raakt uit balans en moet steun zoeken bij de muur om niet neer te gaan. 
“Gijse smeerlap!”
Als haar hand nogmaals wil uitpakken, grijpt hij haar vast. 
Anita zucht: “Ik wist dat dit voor miserie ging zorgen.” 
Ze stapt de gang uit, opent met geweld de voordeur en slaat ze nog geweldiger toe. Charlie grip op haar hand verzwakt meteen. Hij brengt haar hand naar zijn lippen en kust het liefdevol. 
“Sorry, prinses. Dat moest ik gewoon uitspelen. Ik zou die vest nooit aan de flikken geven. Maar uw moeder gaat het ook nooit zover laten komen. En dat is net wat ik wil bereiken.”
Ze slaat hem van zich af. Haar hart bonst in haar keel. 
“Geef mij die vest, Charlie”, klinkt het op een zakelijke toon. 
Zijn rechtermondhoek schiet de hoogte in. 
“Ik ga je die vest echt niet geven. Dat begrijp je toch.”

Ik wil gewoon die vest. 

“Je zult me moeten vertrouwen”, voegt hij eraan toe na een flinke stilte. 
Bonnie’s iPhone laat van zich horen. Ze trekt zich los en loopt naar de keuken. 
Een bericht van haar moeder: “Ik verwacht u om 5 voor 12 aan mijn bureau.”
“Ik ben er om 12 uur”, typt ze vliegensvlug terug. 
Charlie stapt ondertussen de keuken in en slurpt aan zijn tas koffie alsof er niets gebeurd is. Meteen spuwt hij zijn mondinhoud de wasbak in. 
“Koud.” 
Hij spoelt het kopje uit en maakt zich een verse lading zwart goud. Bonnie’s oog valt opnieuw op haar telefoon wanneer er een nieuw berichtje van haar binnenkomt. 
“Die wijsneus moogt ge thuis houden.”
Ze zucht en steekt haar iPhone weg in haar tasje. 
“Ik moet naar den Bar.” 
Charlie kijkt haar ontgoocheld aan. 
“Ik moet naar Delight. Maar pas tegen de middag.”
Hij zet zijn kopje neer en komt haar richting uit. Zijn handen vinden haar middel. Wanneer hij haar dichter naar zich wil toetrekken, duwt ze hem weg. 
“Het leven is geen spelletje dat je vals kan spelen, Charlie. Wanneer ga je eens nadenken over de gevolgen van al uw praatjes en leugens? Wat gaat er met mij gebeuren? Waarom ben je er zo zeker van dat ik de gevangenis niet in ga vliegen? En wat met Ben? Dat is toch uw beste maat? Ga je die dan gewoon aan de galg praten om je eigen vel te redden? Is dat dan wat voor een baas je bent? Echt waar, jij hebt geen respect. Voor niemand. Jij denkt écht dat de nulmeridiaan in die schone kont van u loopt.” 
Zijn neerbuigende blik hitst Bonnie nog meer op. 
“Nog iets, prinses? Of kunnen we dan nu overgaan tot make-up seks?”
Ze gooit haar ogen naar het plafond. 
“Dat jij nu aan seks kan denken.” 
“Ik denk altijd aan seks.” 
Zijn handen vinden opnieuw haar lichaam en deze keer duwt Bonnie zich niet weg. Terwijl ze zijn aantrekkingskracht binnensmonds vervloekt, trekt hij haar T-shirt uit en zoeken zijn lippen haar borsten op. Zijn vingers openen vlot de knoop van haar broek. Hij gaat op zijn knieën zitten en ontdoet haar langzaam van de jeans. Zijn lippen kussen de zoom van de minuscule string. 

Hoe kan ik dit nu …

Ze kreunt. 

Hoe kan ik hier nu ‘neen’ op zeggen?

Zijn wijsvinger haakt in het bandje van het broekje op haar zij en trekt het naar beneden. Zijn lippen volgen haar verzorgde schaamhaarlijn naar beneden. Daar houden ze halt. Opnieuw kreunt ze oncontroleerbaar. Haar hand grijpt zijn strak naar achteren gekamde haar en knijpt erin. Ze kijkt naar beneden en vangt zijn blik. Zijn spitse tong vindt haar clitoris. De blauwe kijkers doorpriemen haar ziel. Ze moet wegkijken. Charlie’s startsignaal. Hij zet zich recht, grijpt haar vast aan haar dijen en plant haar kont op het houten aanrecht. Zonder zijn blik op haar te lossen, maakt hij zijn riem los, opent de knop en rits van zijn kostuumbroek en laat ze op de grond vallen. De strakke boxershort die zijn stijve lid met moeite in bedwang kan houden, gaat ook uit voor hij langzaam bij haar naar binnenkomt. 
“Blijkbaar ben ik niet de enige met goesting.” 
Klamme handen. Rode wangen. Een hart dat overuren maakt. Ze slikt. 

“Sorry, Anita.” 
Haar moeder heeft haar nog geen blik gegund sinds ze voor haar aan het bureau is komen zitten. Bonnie probeert haar zwetende handen droog te wrijven aan haar strakke zwarte jeans. 
“Ge stopt ermee, Bonnie. Ge vliegt eruit. Ik had u hier nooit in mogen betrekken. Ge zijt er duidelijk niet voor gemaakt.” 
“Wat?” 

Dat kan ze niet menen.

“Ik denk dat ge me goed begrepen hebt, Bonnie. Trekt uw plan.”
“Maar, mama …” 
Anita schudt haar hoofd en kijkt haar eindelijk wél recht aan in de ogen. Ze schieten vuur. En raken. 
“Gij doet volledig uw goesting. Luistert ni naar wat ik of andere BB-ers u zeggen. Ge lapt alle regels aan uw laars? Wat moet ik doen, Bonnie. Het is dit of …” 
Bonnie onderbreekt haar moeder.
“Of wat? Gade mij kapot maken?” 
Ze grijnst. Haar moeder kijkt weg. 
“Of kapot laten maken?”, voegt Bonnie er nog aan toe. 
“Want vuile werkskes opknappen, daarvoor hebt gij onderdanen zeker.”
Anita veert recht. Ze praat overdreven kalm. 
“Gij weet echt nog altijd niet hoe deze wereld in elkaar zit. We zitten niet in een of andere misdaadfilm waar ge gewoon naar zit te kijken en u afvraagt wat er zou gebeuren als ge uwe neus nekeer overal begint in te steken. Dit is de realiteit, Bonnie. Ge hebt iemand neergelegd en echt als ne fucking amateur tewerk gegaan. Dat is BB onwaardig, meisje. En dan heb ik het nog ni over die klote overval. En die leugens die ge dag in dag uit af steekt. Ge zijt niet te vertrouwen. En Koen? Die kerel moet ons godverdomme nog 50.000 euro en verdwijnt met de noorderzon? En gij weet dat? Maar ge zegt mij da ni?”
Een briesend paard is er niets tegen. 
“En das nog ‘t ergste ni. Nee, ge vertelt tegen de patron van een andere bende over onze belangrijkste leverancier?” 
Haar stem schiet de hoogte in op die lange -ie. 
“Maar, mama …” 
De wijsvinger van haar moeder gaat omhoog. 
“Het is Anita. Da’s ook iets da ge ni lijkt te begrijpen. Hier ben ik uw moeder ni. Ik wil u ni meer zien. Ge krijgt vijf minuten.”
De smekende blik van Bonnie vangt bot. 
“Anita …” 
Anita, die haar blik weer heeft vastgepind op haar computerscherm, schudt haar hoofd. Ze wijst naar de deur. Er zit niets anders op dan weg te gaan. 

You’re as cold as ice
You’re willing to sacrifice our love

Foreigner – Cold as Ice

Bonnie’s auto staat stil op een parking langs de weg. De tranen lopen langs haar wangen. Ze scrollt door haar contactenlijst. Haar duim drukt op Koen zijn naam. Tot haar grote spijt springt meteen de voicemail aan, maar ze wacht niet tot ze iets kan inspreken. 

Ongetwijfeld ligt die gsm toch al ergens in de vuilbak.

Opnieuw gaat ze door haar contacten. Haar duim houdt halt op Ben zijn naam. Na amper één keer bellen, neemt hij op. 
“Goeiemiddag.” 
“Ben”, haar stem kraakt. 
“Alles ok?” 
Ze schudt haar hoofd. 
“Alles niet ok.” 
“Kan ik u met iets helpen?” 
Ze twijfelt. 
“Is Charlie daar?” 
“Ja.”
“Hoort hij wat je zegt?” 
“Ja.” 
“Ik wil u spreken.” 
“Vandaag?” 
“Zo snel mogelijk.” 
“Binnen een uur?” 
“Als ge Charlie daar kunt houden, kunnen we bij mij thuis afspreken.” 
“Goed idee, ik zal er zijn. Tot straks, mevrouw.” 
“Ik zal zien dat ik cash in huis heb.” 
Ze lacht met haar eigen mopje. Ook hij lacht. 
“Dat is altijd handig.” 
Het gesprek eindigt. Het scherm van haar telefoon wordt zwart, na een tijdje. Ze steekt hem weg en zucht voor ze de motor start en op automatische piloot naar huis rijdt.

Goedkeurend fluit Ben als hij de gang binnenkomt. 
“Charlie heeft toch alles uit de kast gehaald, hoor, hiermee.” 
Bonnie schudt haar hoofd. 
“Ik kan niet luchtig doen.”
Haar lip trilt. 
“Ik weet niet meer bij wie ik …” 
Ze snikt. 

Komaan, Bonnie. Herpakt u. 

“Sorry.” 
Ze ademt diep in en uit en gaat de leefruimte terug binnen. 
“We gaan iets drinken. Een aperitiefke, Ben?” 
Ze loopt de keuken in en opent de koelkast. 
“Champagne?” 
“Hebben we iets te vieren?” 
Haar hoofd piept de frigo uit. 
“Er is een fles open.” 
Hij knikt goedkeurend. 
“Een coupe’ke dan.” 
Ze neemt de fles beet en opent een hoge keukenkast. Met haar wijs- en middelvinger neemt ze de steel van beide glazen vast. In een vloeiende beweging zet ze de flûtes op het eiland en vult ze met exact genoeg vloeibaar goud. Ben neemt gewillig zijn glas aan en tikt het tegen haar exemplaar. 
“Op wat klinken we?” 
Bonnie zucht. 
“Op mijn hart luchten.” 
Ben knikt opnieuw goedkeurend. 
“Da’s ne goeie. Shoot.”
Alles komt eruit. 
“Mijn ma heeft me eruit gegooid.”
Ze slikt. 
“Ik word verdacht van moord.”
Haar lip trilt. 
“Koen is weg.” 
Een traan ontstaat in haar ooghoek. 
“Charlie …” 
Ze vindt de juiste woorden niet. Ben neemt haar hand vast en streelt het met zijn andere. 
“Wat is er met Charlie?” 
“Charlie is ne smeerlap.” 
De dikke wenkbrauwen boven zijn donkerbruine ogen fronzen. 
“Is ‘t weer ambras?”, spot hij. 
Ze knikt. 
“Nu is hij echt te ver gegaan.”
Bonnie opent een schuif ter hoogte van haar middel en vindt een pak sigaretten en haar zippo. Ze biedt Ben er één aan voor ze er zelf een opsteekt. 
“Mijn lot ligt in zijn handen en die van mijn moeder. Om me uit de handen van de flikken te houden moeten die twee de handen in elkaar slaan. En we weten allebei dat die twee elkaar zo rauw lusten als carpaccio.”
Ze rolt met haar ogen terwijl ze van haar sigaret trekt. 
“Ik weet niet wie ik nog kan vertrouwen. Of wat ik moet doen.”
Ben strijkt met zijn handen door zijn lange donkere haren. 
“Ik kan niet volgen, Bonnie.” 
Ze zucht. 
“Maakt niet uit.” 
Hij zet zich recht en komt achter haar staan. Zijn handen masseren haar gespannen schouders. 
“Weet ge da hij uw pa de moord die ik gepleegd heb in de schoenen zou schuiven om mijn vel te redden en zo Anita te overtuigen op een hoger niveau te gaan samenwerken?”
De handen van Ben houden halt. 
“Mijn pa?”
“Omdat mijn wapen in de kluis van Delight lag.” 
Een zenuwachtig kuchje ontsnapt hem. 
“En mij medeplichtig maken dan?” 
Ze knikt en draait de barstoel zijn richting uit. 
“Sorry dat gij er ook al bij betrokken wordt. Het lijkt alsof ik een lawine heb veroorzaakt door te starten bij den BB en alles en iedereen die ik tegenkom, met me meesleur.”
Zijn duim vangt een haarlok uit haar gezicht en steekt hem achter haar oor. 
“Ik ben meer dan betrokken bij alles wat Charlie doet en daar heb jij geen aandeel in.” 
Ze kijkt hem recht in zijn kijkers. 
“Weet jij waar mijn lederen vestje is?”
Hij kijkt haar vragend aan. 
“Charlie zijn joker. Die vest linkt me rechtstreeks met Bosch. Zijn bloed zit erop. En ongetwijfeld mijn DNA.” 
Ben schudt zijn hoofd. 
“Geen enkel idee. Charlie zit samen met zijn ego op Charlieland. Wat zijn grote plan is, weet hij alleen. Maar dat alles en iedereen zal wijken voor de koning, dat is nu des te duidelijk.” 
Bonnie trekt nog een laatste keer flink aan haar sigaret voor ze deze uitdooft. 
“Eerlijk gezegd zie ik nog maar één uitweg.” 
Ze blaast de rook in rookwolken uit als een indianensignaal. 
“Zeg dat niet als ge da ni meent, Bonnie. Ik denk daar al over na sinds hij mijn vader kapot gemaakt heeft.” 
Zijn ogen zijn waterig en ook zij krijgt een krop in haar keel.
“Als Charlie er niet meer zou zijn, weet niemand iets af van die vest en zouden we gewoon alles in zijn schoenen kunnen steken”, zegt ze met een rauwe stem. 
Zijn ongelovige blik spreekt boekdelen. 
 “Zijde serieus?” Ze haalt haar schouders op. 
“Ik weet ni meer of ik mezelf serieus kan nemen. Maar mijn relatie met Charlie en de manier waarop hij met mij omgaat is dat alleszins allesbehalve.”
Ben gooit het glas champagne in één slok naar binnen. 
“Zout ge me helpen?”, probeert hij voorzichtig. 
Bonnie aarzelt. 
“Wat bedoel je?”
Ben strijkt door zijn haar. 
“Ik loop al een tijdje met een plan rond dat perfect zou zijn met jou als partner.” 
Bonnie giet hun glazen nog eens vol. Ze neemt het hare en drinkt er een flinke slok van. 
“The man with the plan.” 
Ben lacht en veert recht. 
“De timing is perfect! We doen het volgend weekend.”
“Volgend weekend? Hij verjaart volgend weekend.” 
Hij knikt. 
“Net daarom. De ijdeltuit wil geen feest aangezien hij niet helemaal in het reine is met zijn nieuwe voordeur. Maar een intiem onderonsje, daar kan hij toch geen neen tegen zeggen?” 
Bonnie fronst. 
“Wat ben je dan van plan?” 
Een geheimzinnig lachje ontstaat op zijn tronie. 
“Dat ga ik je nu nog niet vertellen. Hoe minder je weet hoe beter.” 
Ze rolt met haar ogen. 
“Ge hoeft me ni te betuttelen. Ik wil graag weten waar ik voor sta.” 
Hij schudt zijn hoofd. 
“Het enige wat gij hoeft te weten is dat ge op een goei manier afscheid gaat kunnen nemen en dat hij geen pijn zal hebben.” 
Ze zucht. 
“Ik weet het niet goed, Ben.” 
“Denk erover na. We kunnen tot de laatste moment terug. Het enige waar we hem wel al warm voor moeten maken is voor een onderonsje op een externe locatie.” 
De champagne in Bonnie’s maag bezorgt haar zure oprispingen.
“Ik boek een hotelkamer.” 
Hij knikt goedkeurend. 
“Op zijn naam.”