Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 24

Half bevroren door het strenge winterweer is Bonnie blij wanneer ze de open haard ziet branden in de leefruimte.  Haar oog valt op een briefje op het kookeiland.

Liefste prinses,
Ik trotseer de vrieskou om je hart te verwarmen.
Volg de vlammen.
Liefs,
Jouw Charlie

Eén blik vanuit het keukenraam op hun tuin en Bonnie beseft dat ze weer die kou in moet. Reeds wanneer ze het schuifraam opent, hoort ze de klank van zijn akoestische gitaar, maar door het tegenlicht en de afstand ziet ze Charlie zelf niet zitten. Als ze op een meter of tien van hem is verwijderd, begint hij te zingen. Verdwaasd door de overdaad aan romantiek die Charlie, de gitaar en het kampvuurtje met zich meebrengt, neemt ze plaats naast hem op het ligbed. Snel wikkelt ze het dekentje dat erop ligt nog rond zich heen. Dan pas luistert ze naar zijn woorden.

You look like an angel
from a place I don’t know if I’m welcome to.
You move like a feather
and swirl in the wind where I can’t follow you.

I doubt a moth like me
could be with a butterfly.
Thriving only at night
I wouldn’t be there by your side.

A captain that’s not me.
No ship, no sea to sail.
The prince you thought I was
just appears to be a silly villain.
It’s a sad thing to say
I’m not even a man.  

I doubt a moth like me
could be with a butterfly.
Thriving only at night
I wouldn’t be there by your side.

I fear I’ve lost myself
And on the road I’ve lost you too.
Thinking forbidden thoughts. 
But hear me:
one thing that’s true.
You make my world a better one
I’ll ever deserve.

I doubt a moth like me
could be with a butterfly.
Thriving only at night
I wouldn’t be there by your side.

But I’ll treat you like an angel
and pretend I’m not far from home.
When I’ll see a feather swirling,
I’ll be grateful to call you my own.

And I’ll treat you like an angel
and pretend I’m not far from home.
When I see a feather swirling,
I’m grateful to call it my own.

Charlie

De tranen die Charlie begeleiden, zeggen meer dan honderdduizend woorden. Maar toch zijn het de woorden die blijven hangen bij Bonnie. De woorden die Ben over Charlie in de mond nam, hadden net dezelfde boodschap. Wanneer de laatste trillingen van de snaren van de gitaar uitsterven, keert Charlie zijn hoofd naar zijn vrouw.
“Dat was ‘A moth like me’, dames en heren, dank je wel”, klinkt het met een schorre stem. Eveneens met tranen in de ogen slaat Bonnie haar handen op elkaar. En dan breekt ze. Als een patattenzak stuikt ze in mekaar en barst ze in snikken uit. Charlie reageert snel, legt zijn gitaar opzij, knielt voor haar neer en neemt haar hand vast.
“Rustig, prinses. Wat is er?”
Rode bewaterde ogen kijken Charlie aan: “Wat is er niet? Alles gaat naar de kloten.”
Het speeksel dat zich heeft opgehoopt in Bonnie’s mond krijgt ze maar moeilijk doorgeslikt. Ze loopt naar binnen met in haar kielzog haar vent.
“Waarom lieg je tegen mij, Charlie?”, klinkt het na een tijdje wanneer Bonnie opnieuw wat zuurstof door haar longen heeft kunnen jagen.
Een verbaasde blik krijgt ze als antwoord.
“Wat?” 
Ze rolt met haar ogen en springt recht. 
“Fuck you, Charlie”, roept ze voor ze naar binnen rent en plaatsneemt aan het haardvuur. 
Charlie volgt haar op de voet. 
“Wil je nu alsjeblieft uitleggen waarom ik een leugenaar ben?” 
Ze zucht. 
“Waarom zeg je dat ze niets hebben? Waarom zeg je niet dat ze beeldmateriaal hebben van die overval? Waarom zeg je dat ze bewijsmateriaal hebben voor de moord op Johnny als dat niet zo is?” 
Ze hapt naar adem. 
Hij kijkt verrast. 
“Hoe weet je dat? Hebben ze u ook opgepakt?”
Bonnie schudt haar hoofd. 
“Mijn ma heeft me meegenomen naar een van haar connecties bij de flikken.” 
“Zijde gij hierover met uw ma gaan praten, gekkin!”, snauwt hij haar toe.
Bonnie rolt, tot zijn grote irritatie, flink met haar ogen: “Wat had je gedacht, Charlie? Dat ik me er gewoon ging bij neerleggen dat de flikken het wapen hebben waarmee ik een moord heb gepleegd? Het wapen dat jij zogezegd op ‘de beste manier’ ging laten verdwijnen?”
Ondertussen zijn zowel Bonnie als Charlie recht gestaan waardoor het hoogteverschil haar wat parten speelt. Maar haar vragen hebben vat op Charlie, want hij kruipt de verdediging in.
“Bonnie, wat denkte nu? Dat ik dat klotewapen zelf aan de flikken heb gegeven? Is het dat écht wat ge denkt?”
Een gemeende stilte zegt meer dan duizend woorden.
“Godverdomme”, sist Charlie en slaat met zijn vuist op het marmeren aanrecht, hem met een flink bloedend hand opzadelend waardoor Bonnie opnieuw haar ogen laat rollen.
Charlie’s bebloede wijsvinger raakt bijna haar neus, zo dicht staat hij: “Gij weet niet hoe graag ik u zie.”
Een diepe zucht slaakt Bonnie voor ze haar rug naar hem keert.
“Bonnie, wacht!”, klinkt het wanhopig achter haar. 
Een paar stappen verder grijpt hij haar hand vast en trekt haar naar zich toe. Een walm van alcohol prikkelt haar neusvleugels. 
“Daarmee dat je zo romantisch was, Charlie. Ge zijt verdomme zo zat als iets!”
Wanhopig haalt Charlie zijn handen door zijn korte haardos.
“Begin nu niet te zagen over futiliteiten, Bonnie. De grond zakt weg onder mijn voeten, en die van u ook trouwens. We moeten goed nadenken over onze volgende stappen.”
Bonnie zucht en denkt terug aan wat haar moeder tegen haar zei. 
“Anita wil u spreken. Zo snel mogelijk.”
Hij knikt. 
“Dan moeten we goed nadenken over hoe we haar gaan overtuigen om samen te werken.” 
Haar vragende blik nodigt hem uit zijn woorden te verduidelijken. 
“De enige reden waarom jij nog vrij rondloopt is omdat de flikken mij liever pakken dan u. Dat besef je toch, Bonnie?” 
Ze knikt. 
“Daar moeten we op inspelen.”
Charlie wrijft even over zijn gemillimeterde hoofd voor hij verder gaat.
“Laat uw moeder maar weten dat ze morgen om 10 uur naar hier mag komen.” 
Bonnie grijpt haar iPhone en start haar bericht. 
“En wij gaan nu de violen gelijk stemmen. Al duurt het een hele nacht.” 
Een hele tijd is het stil, tot Bonnie haar mond opent: “Waarom heb je dat wapen niet doen verdwijnen?”
Schuldig kijkt Charlie haar aan: “Ik heb dat aan Ben gegeven, en ik moet toegeven dat ik daar daar niet meer heb over nagedacht.”
In één ruk springt Bonnie recht en grijpt ze de pook waarmee het haardvuur wordt gehanteerd. De punt ervan duwt ze tegen Charlie’s adamsappel.
“Geef mij één reden waarom je het niet verdient om te sterven, Charlie”, sist ze hem woest toe, hem half onder spuwend.
Stokstijf, maar ogenschijnlijk kalm, blijft hij staan. Even lijkt hij na te denken over zijn woorden.
“Alsjeblieft, Bonnie. Doe die stok…”
Charlie krijgt de tijd niet zijn zin af te maken, want Bonnie duwt de pook nog dieper in zijn keel. Zich overgevend haalt Charlie zijn armen de lucht in, in zijn ogen merkt ze iets wat ze nog nooit heeft gezien bij hem: pure angst.
“Als je me vermoordt, word je sowieso opgepakt. Je gaat me nog nodig hebben, meisje”, klinkt het ijzig kalm.
“Die vuile kloteflikken”, klinkt het terwijl de blondine de pook langzaam laat vallen.