Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 21

Zenuwachtig plukt Bonnie een onzichtbaar pluisje van haar gloednieuwe jurk. Het is een toppertje, om het met de woorden van Charlie te zeggen. De zwarte zijde kleeft tegen haar lichaam, maar de hoog uitgesneden boothals en de rok tot net boven de knie maken het geheel stijlvol, zonder teveel bloot te geven. De reden van aankoop volgens Charlie? Hun avontuurtje met de rockster van vanavond. De reden van aankoop volgens haarzelf? Een motivatie die Bonnie dan weer niet met Charlie kon delen aangezien het zaken betreft. Een meeting met de topleverancier van de narcotica van de Bende van den Bar is op z’n minst top secret te noemen.
“Heb je het stuk over Carlo gelezen in m’n dagboek zoals ik je gevraagd heb?”, doorbreekt Anita de stilte die enkel door de eentonige liftmuziek gedempt werd op hun weg naar de bovenste verdieping van het Hilton in Antwerpen.
Bonnie schudt eerlijkheidshalve haar hoofd: “Geen tijd gehad, mama. Je weet toch dat ik het druk had met Charlie. Het is niet dat je me veel tijd hebt gegeven om me op deze meeting voor te bereiden.”
Geïrriteerd ademt Anita diep in voor ze haar dochter berispt: “Je begrijpt echt niet wat het gewicht is van je aanwezigheid op deze vergadering. Je zou godverdomme op je knieën moeten vallen van dankbaarheid. Maar in plaats daarvan denk je alleen maar aan de plooien gladstrijken met die vent van jou.”
Tijd om een passende repliek te bedenken, krijgt Bonnie niet wanneer de lift halt houdt aan het penthouse, de deuren langzaam openen en het tweetal in de armen geslagen wordt door een overduidelijk homofiele latino van een jaar of veertig.
“Anita, wat ben ik blij dat ik eindelijk je dochter ontmoet”, klinkt het met een charmant Spaans accent terwijl de man in kwestie Bonnie’s hand vast neemt en die hoffelijk kust.
“Carlo, encantada”, schudt Bonnie uit haar mouw, een gebaar van toenadering dat zeker niet onopgemerkt blijft.
“Je dochter kent haar talen, Anita”, knikt Carlo goedkeurend.
Met een compleet gedateerde zonnebril, een strak wit pak, een schreeuwerig oranje hemd en de blinkende gouden juwelen rond zijn nek, is de man een toonbeeld van slechte smaak. 
“Ik ga al meteen met de deur in huis vallen. De reden waarom ik jou en je lieftallige dochter heb uitgenodigd is om te melden dat ik eruit stap.”
Aan haar moeders ontzette reactie af te lezen, begrijpt Bonnie dat dit ook voor haar compleet nieuwe informatie is.
“Wat bedoel je, Carlo?”
Anita’s stem slaat over wanneer ze zijn naam uitspreekt.
“Tranquila, Anita”, klinkt het vanuit Spaanstalige kant. “Laat me even uitspreken. Het idee om te gaan rentenieren speelt al even door mijn hoofd, om van het leven te profiteren. Nu ik een nieuwe vent heb, ik zweer het je Anita, het beste wat me ooit is overkomen, heb ik beslist dat het genoeg is geweest. Soms komt pleasure before work te staan, Anita. Dat begrijp je toch wel?”
Anita rolt met haar ogen, maar voorziet hem niet van commentaar. Het teken voor de latino om verder te gaan.
“Maar ik laat je natuurlijk niet met lege handen achter, Anita. Daarvoor betekent onze zakelijke relatie me te veel”, tracht hij haar te charmeren.
“Wat is je voorstel?”, klinkt het droog uit de mond van de bazin van de Bende van den Bar.
“Volgende week arriveert mijn laatste container rechtstreeks uit Bolivia hier in de haven van Antwerpen. Wat zit erin? Genoeg om me voorgoed achter tralies te krijgen, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling”, lacht Carlo terwijl hij ongevraagd drie glazen whisky in schenkt en ze uitdeelt aan zijn gasten.
“Wat er voor jullie tussen zit, is tien kilogram onversneden sosa.”
Bonnie’s ogen worden groot wanneer ze dit getal hoort vallen, maar een blik op haar moeder leert haar hoe je hoort te reageren op zulke informatie: koel en droog.
“Tien kilo, Carlo? Daarmee kom ik nog drie maanden toe? Verwacht je nu van mij dat ik op zo’n korte tijd een even goede leverancier vind als u?”
Carlo schudt zijn hoofd en leunt wat naar achter in de sofa waarin hij heeft plaatsgenomen. Terwijl hij zijn whisky traag tot zich opneemt, wikt en weegt Carlo zijn woorden.
“Je zult nooit meer zo’n goede leverancier vinden als mij, Anita”, knipoogt Carlo. “Maar ik kan je wel wat contacten bezorgen. Bovendien heb je me niet goed gehoord, denk ik. Onversneden. Dat betekent dat je er heel wat meer kunt uithalen als je het een beetje slim aanpakt.”
Ontgoocheld haalt Anita haar schouders op: “En die tien kilo onversneden coke, wat wil je daar dan voor?”
“300.000 euro, een spotprijsje”, klinkt het droog.
Terwijl Bonnie de eurotekens voor haar ogen ziet dansen, walst Anita de whisky in haar glas, het voorstel overwegend.
“Hoe dacht je de transactie aan te pakken?”, vraagt ze na een poosje geïnteresseerd. Carlo doet enthousiast gesticulerend zijn plan uit de doeken: “Zoals we het de laatste tien jaar elke andere week met de normale hoeveelheid doen.”
Eén wenkbrauw van Anita gaat de lucht in.
“Ik denk erover na en laat je iets weten”, klinkt het voor ze haar ondertussen lege glas krachtig op de glazen salontafel neerzet en terug naar de lift stapt.
Bonnie krijgt nog net de kans om Carlo te voorzien van een knikje voor ze in de voetsporen van haar moeder treedt en de achtervolging naar de lift inzet.

“Charmante man”, probeert Bonnie de ongemakkelijke stilte in de lift te doorbreken.
“Ne lepe vos, die Carlo”, mompelt ze. “Trouwens Bonnie, heb je nog input nodig voor de themaparty in Bada Bing van zaterdag?”
Bonnie schudt haar hoofd: “Neen, Anita. Daarvoor is alles in kannen en kruiken.”
“Kan je me vanavond de planning voorleggen?” 
Bonnie schudt haar hoofd.
“Ik ga naar een optreden. Misschien kunnen we morgenmiddag samen iets eten?” 
Anita zucht. 
“Ge zijt met 101 zaken tegelijk bezig. Hoe kunde dan in godsnaam uw focus bewaren? Lunchen is een goed plan, gij moet echt wa meer eten. Ge ziet er veel te mager uit.” 

Amy staat achter de toog in den Bar wanneer Bonnie en Anita binnenkomen. 
“Willen jullie iets?”, vraagt ze wanneer het tweetal voor haar komt staan. 
Anita schudt haar hoofd. 
“Ik heb uw moeder nodig. Is Carla hier ergens?” 
Amy draait haar hoofd richting de achterkamers. 
“Ze is weer bezig met de boekhouding dus let maar op, want goed gezind is ze niet.” 
“Dat gaat er niet beter op worden als ze hoort wat onze Spaanse vriend van plan is.” 
Amy kijkt Anita met vragende ogen aan. 
“Hij stopt ermee.” 
“Met de zaken?”, vraagt Amy luid. 
Anita gebaart haar wat stiller te zijn terwijl ze rond kijkt wie er in de bar zit. Op een groepje achterin, is de zaak nog leeg. 
“Waarmee zou hij anders stoppen? Wat voor een domme vraag is dat nu?”, briest ze. 
“Zeg Anita, een beetje kalm, hé”, reageert Amy bitsig. 
Anita helt wat voorover op de toog en fluistert. 
“Doet gij maar wat minder fars, meisje. Gij moet uw plaats kennen.” 
Dan keert ze zich om. 
“Ik ga uw moeder zoeken.” 
Amy kijkt Bonnie met vragende ogen aan wanneer Anita van het toneel is verdwenen. 
“Wat heeft die voor, zeg?” 
Bonnie haalt haar schouders op en scant de ruimte voor ze op fluistertoon verder gaat. 
“Carlo wil nog één grote levering verzorgen voor hij ons droog zet. Ze heeft wel reden om zich op te winden.” 
“Waarom stopt hij ermee?” 
“Hij heeft de liefde van zijn leven gevonden.”
Amy knikt begrijpend. 
“Nu snap ik waarom ze zo kwaad is. Het lijkt alsof iedereen zich hier laat leiden door die liefde.”
Bonnie weet meteen welke richting het gesprek uitgaat, maar doet alsof haar neus bloedt. 
“Ik heb gehoord dat je het goed gemaakt hebt met Charlie?” 
De schouders van Bonnie gaan de hoogte in. Voor ze de vraag beantwoordt, grabbelt ze in haar tas naar haar pak sigaretten en steekt er een op. 
“We hebben afspraken gemaakt en gaan het nog een kans geven.” 
Amy gooit twee ijsblokjes in een glas, kraakt een verse fles Baileys en voorziet Bonnie van een drankje. 
“Ge laat over u heen lopen, Bonnie.” 
Zenuwachtig trekt Bonnie een paar keer flink van haar sigaret terwijl Chaka Khan haar keel openzet. 

Ain’t nobody
Loves me better
Makes me happy
Makes me feel this way

Chaka Khan

“Ik kan hem niet weerstaan”, klinkt het wanhopig. 
“Vandaar de frustratie van Anita. Hij heeft u volledig in zijn macht, misbruikt u en gij loopt met open ogen in zijn val.” 
Bonnie voelt hoe haar aangezicht rood aanloopt. 
“Laat me maar mijn eigen fouten maken.”
Bonnie drinkt een flinke teug van de Baileys.
“Hebt gij trouwens ni wa coke voor mij”, probeert ze voorzichtig te polsen. 
Amy kijkt haar vragend aan: “Waarom hebt ge coke nodig?” 
“Om te snuiven”, reageert ze droog. 
Amy rommelt onder de bar en stopt Bonnie een pakketje in haar hand. Bonnie steekt het meteen veilig in haar clutch.
“Doet er rustig mee, ‘t is stevig spul. Grootse plannen vandaag?” 
Bonnie knikt. 
“Ik ga naar The Black Widow.” 
Een jaloerse blik volgt. 
“Hebt gij daar tickets voor? Die waren op 10 minuten uitverkocht?” 
Bonnie lacht geheimzinnig. 
“Beter nog. VIP-tickets.”
De mond van Amy valt open. 
“En ge denkt niet eens aan mij?” 
Bonne schudt haar hoofd. 
“Charlie heeft me uitgenodigd.” 
“Dat verklaart alles.” 
Amy’s blik verplaatst zich naar de voorkant van den Bar. 
“Wie gooien ze hier binnen?”
Bonnie maakt een rondje met de barstoel en ziet door de ramen van den Bar een limousine voor de deur staan. 
“Dat is mijn lift”, zegt ze met een uitgestreken gezicht voor ze de barstoel af glijdt, haar sigaret dooft en haar tas neemt. 
“Die gast overdrijft, Bonnie”, klinkt het nog voor de blondine haar een handkus werpt en de deur uit trippelt, voor zover haar naaldhakken dat toelaten. 

De deur van de matwitte limo wordt opengehouden door een boom van een kerel. 
“Goedenavond, juffrouw”, klinkt het beleefd. 
Bonnie corrigeert hem: “Mevrouw De Raedt, meneer. Maar voor jou ook een goede avond.” 
In de limousine treft ze een strak uitgedoste Charlie aan, die haar een goedkeurend knikje toe werpt. 
“Je ziet er scherp uit, mevrouw De Raedt.”
Tot haar grote ergernis voelt Bonnie dat ze begint te blozen.
“Jij ook, meneer.” 
Om zelf de touwtjes in handen te houden geeft ze hem een vluchtige kus op zijn lippen.
“Heb je al gedronken?”, polst hij voorzichtig. 
Bonnie schudt haar hoofd. 
“Je smaakt naar Baileys, Bonnie. Er is geen reden om te liegen.”
“Is dat een probleem, meneer Charlie? Ga jij de hele avond bepalen wat ik al dan niet mag doen?” 
Charlie schrikt duidelijk van haar reactie. 
“Een beetje kalm, hé, Bonnie”, klinkt het fel. 
“Ik ga niet bepalen wat je wel of niet mag doen. Maar ik wil je wel vragen om een beetje redelijk te blijven. We zijn tenslotte aan het werk. Ik heb een reputatie hoog te houden.” 
“Oeioei, uiteraard. Uw reputatie. Die is heel belangrijk.” 
Zenuwachtig wrijft Charlie over zijn stoppelbaard en zucht. 
“Dit was geen goed idee.” 
Bonnie herpakt zich. 
“Jawel, Charlie. Dit is wél een goed idee. Ik zal normaal doen. Maar je kan niet van mij verwachten dat ik de hele avond nuchter blijf.”
“Dat verwacht ik ook niet. Wat ik wel van je verwacht is dat je jezelf onder controle blijft houden.”
Hij opent een deurtje in de limousine en haalt er een klein flesje champagne uit. 
“Kom, we drinken er eentje op. De sfeer kan hier wat opgekrikt worden”, besluit hij. 

Nog steeds vol ongeloof, springt Bonnie extatisch op en neer wanneer ze hoort dat The Black Widow het bisnummer in zet, één van Bonnie’s favoriete nummers van de über-rockchick.
“You were amazing, Antwerp”, schalt het door de peperdure muziekinstallatie van de concertzaal voor de artieste het podium verlaat en recht op Bonnie en Charlie afstapt, die het hele optreden vanuit de coulissen hebben kunnen volgen. Ze komt dicht tegen Charlie staan en wrijft over zijn hoofd. 
“What have you done with all that beautiful hair?”
“I made a wig for my alter ego”, klinkt het droog. 
Ze lacht. 
“You’re funny Charlie. Are you up for the real party?”, polst ze terwijl ze over zijn gespierde borst streelt. Haar aanraking wekt een siddering van jaloezie op bij Bonnie. Ze ademt diep in en uit. Dat gaat niet onopgemerkt voorbij. The Black Widow lost haar greep op Charlie en wendt zich tot Bonnie. 
“I’m glad you brought your wife, this time”, lacht ze wanneer ze een lok haar achter Bonnie’s oren steekt.
“Did you like the show?”, vraagt ze Bonnie wat hees.
Bonnie, nog steeds onder de indruk van de situatie, knikt blozend: “It was amazing. I’m a huge fan, you know.”
Deze uitspraak wordt met plezier onthaald bij de zwarte weduwe: “I’m glad you loved it. I’m going to freshen up a bit and will be in the limo in a minute. You can go already, if you want to.”
Charlie knikt en neemt Bonnie’s hand beet. Doorheen de coulissen leidt hij haar langs de mierenhoop van bandleden en medewerkers naar de limousine die voor de deur geparkeerd staat.
“Gaat het lukken?”, vraagt Charlie bezorgd.
Bonnie knikt met een brede grijns: “Ik kan nog altijd niet geloven in welk avontuur ik nu ben beland. Ik had nooit gedacht dat ik The Black Widow zou leren kennen…”
Ook Charlie’s mond vervormt zich tot een glimlach: “Na vannacht ken je ze vanbinnen en vanbuiten. Ik ben blij dat je hebt ingestemd. Ik wist dat je dit geweldig zou vinden. Maar prinses, als je er straks mee wil kappen, gebruik dan gewoon een stopwoord.”
“Stopwoord?”, vraagt Bonnie onwetend. 
Charlie knikt: “Kies maar. Het eerste woord dat in je opkomt.”
“Tarantino”, lacht Bonnie met een hoofdschuddende Charlie als gevolg.
“Wil je een lijn?”
Bonnie knikt en wordt ongeduldig wanneer Charlie een kokertje uit de binnenzak van zijn blazer haalt en het haar toe stopt. Meteen snuift ze er eens flink aan.
“Rustig, Bonnie. We zijn aan het werk”, klinkt er voor het portier van de limo opent en The Black Widow binnen stapt. Het is een veel frissere verschijning dan daarnet op het podium. Waar ze in de schijnwerpers gehuld was in een volledig zwarte outfit aangepast aan haar gigantische zwarte krullenbol, is de bos haar nu naar achteren getemd in een flinke dot en is de dame in kwestie, die een jaar of dertig moet zijn, getooid in een frisse kleurrijke jurk.
“From now on, it’s Kate”, zegt ze kordaat wanneer ze plaats heeft genomen tegenover Bonnie en Charlie. “Now tell me more about your romance that has grown up rapidly. Because, I mean to recall, Charlie, the last time I was in Belgium wasn’t so long ago. Six months or so…”
Haar knipoog spreekt boekdelen. Charlie lacht breed en haalt zijn handen de lucht in: “I’m a passionate guy, Kate. You know that, don’t you.”

Het flirtwerk gaat heen en weer als een pingpongspel. En Bonnie is de scheidsrechter, hoewel ze totnogtoe geen gele noch rode kaarten heeft uitgedeeld. Wanneer de limousine voor de grootse inkomhal van het Antwerpse Hilton halt houdt, schudt Bonnie haar hoofd. Van alle hotels in Antwerpen komt ze twee keer per dag hier terecht. Als ware popsterren wordt het trio door het hotelpersoneel snel binnen geloodst.
“Goodevening, ladies and gentleman”, knikt de baliebediende hen verwelkomend toe. Een blik van herkenning verschijnt op de jongeman zijn gezicht wanneer hij Bonnie in het oog krijgt.
“U krijgt niet genoeg van het Hilton, juffrouw Bonnie?”
Met een verlegen ontkennend gebaar tracht de jonge blondine de baliebediende duidelijk te maken dat hij maar beter zijn mond houdt. Maar de alles opvangende Charlie staat scherp.
“Kom jij hier zo veel?”, klinkt het sissend van tussen Charlie’s lippen wanneer het drietal de weg ingezet heeft naar de liften.
Bonnie haalt nonchalant haar schouders op: “Neen, ik had hier gewoon vanmiddag een belangrijke afspraak met onze hoofdleverancier. Hij stopt ermee.”
De wenkbrauwen van Charlie gaan de hoogte in, maar Bonnie doet alsof ze dit niet opmerkt en stapt achter Kate de lift in, die al snel de richting inzet van het penthouse. Ja hoor, hetzelfde penthouse waar ze daarnet nog met haar moeder was. Maar wanneer ze binnenkomen, is de kale hotelsuite getransformeerd tot een gezellig oord van verderf met overal geurkaarsen, wierook en een tafel volgestouwd met lekkers. Goedkeurend knikkend laat Kate haar hand glijden over de flessen champagne en het fruit.
“They’ve done good work with my ryder…”
Enthousiast keert ze zich om naar Charlie en Bonnie: “The only thing that’s missing, is something you can help me with, Charlie?”
Charlie knikt, haalt een zakje wiet en een pakje coke uit de binnenzak van zijn blazer en gooit het tussen het fruit en de flessen bubbels op tafel.
“Bring on the yayo”, lacht Kate enthousiast wanneer ze het pakje van tussen de druiven vist en het terug in Charlie hand steekt.
“I’d love to bust a line of your women’s cleavage”, zegt ze met een lage uitdagende stem in Charlie’s oor, maar luid genoeg voor Bonnie om het op te vangen. Charlie werpt een vragende blik naar zijn wederhelft, die antwoordt door haar jurk in één keer open te ritsen. Met een ingebeeld zuchtje valt de prachtige zwarte jurk argeloos de grond op, Bonnie slechts met een minuscule string achterlatend. Uitdagend keert ze zich om en legt ze zich neer in de zetel. Als Charlie en Kate niet meteen komen, heft ze haar hoofd wat op en kijkt hen uitdagend aan: “What are you two waiting for?”

Bonnie’s hoofd bonst tot in haar tenen wanneer ze zich recht probeert te zetten. Zuchtend ploft ze opnieuw in het kingsize Hilton-bed. 
“Charlie”, fluistert ze. 
Ze vindt haar wederhelft in de armen van Kate en probeert hem zachtjes te wekken zonder haar te storen. 
“Charlie, ik moet naar huis. Ik heb mijn moeder beloofd dat we gingen lunchen. Er is morgen een groot feest in Bada Bing en ik moet haar briefen over de planning.” 
Charlie gromt. 
“Ik kan haar hier nu niet alleen achterlaten. Zie je het zitten om een taxi te nemen?” 
Bonnie knikt en geeft hem een kus op zijn neus. Ze vlucht de badkamer in en probeert zich wat te fatsoeneren. De jurk van gisteren trekt ze opnieuw aan.

Ietwat wankelend op haar hoge hakken trippelt ze de lift in die halt houdt op het gelijkvloers. De baliebediende lacht haar breed toe. 
“Goedemiddag, juffrouw Bonnie.” 
Ze knikt paniekerig terwijl ze haar gsm zoekt in haar tas. 
“Is het al middag?” 
Ze man wijst naar de klok boven zijn hoofd. 
“Het is vijf voor twaalf.” 
“Fuck!”
Het woord galmt doorheen de lobby. Wat verderop draaien enkele hotelgasten hun hoofden om te kijken wie er zo’n drama aan het verkopen is. Bonnie werpt een blik op het scherm van haar gsm en ziet dat ze vijf gemiste oproepen heeft: vier van haar moeder en één van Koen. Terwijl ze op het groene knopje drukt, richt ze zich tot de baliebediende. 
“Kan je een taxi voor me regelen?” 
Hij knikt. De telefoon gaat over. 
“Bonnie”, klinkt het droog aan de andere kant van de lijn. 
“Mama.” 
“Waar zitte gij?” 
Bonnie aarzelt. 
“Ik ben nog in Antwerpen.” 
Ze hoort haar moeder zuchten. 
“Ik moet om 14 uur bij Elvira zijn. Geraak je hier nog op tijd? Anders moet je me via telefoon wat op de hoogte brengen van de plannen, want ik zou toch graag willen weten wat er op het programma staat.”
Bonnie richt zich tot de baliebediende en voor ze iets kan vragen, wijst hij naar buiten.
“Uw taxi staat voor de deur, juffrouw Bonnie.” 
Ze knikt dankbaar. 
“Mevrouw De Raedt, meneer.” 
Onderdanig slaat de jongeman zijn ogen neer. 
“Excuseer, mevrouw. Fijne dag nog.” 
“Dankjewel”, gooit Bonnie eruit voor ze naar buiten trippelt en de taxi instapt. 
“Waar kom ik naartoe, mama?” 
“Kom maar naar die bistro hier wat verderop. Ik ben daar binnen een half uur.” 
Bonnie rolt met haar ogen. 
“Ik doe mijn best.” 

Gehaast stormt Bonnie het restaurant binnen en vindt al snel haar moeder alleen aan een tafeltje achterin. Haar gezicht staat op onweer. Gespannen neemt Bonnie plaats op de stoel tegenover Anita. 
“Het was precies druk op de baan?”
Bonnie knikt. 
“Eender welk moment van de dag: je staat echt altijd in de file.” 
Anita rolt met haar ogen. 
“Ik heb alvast twee keer een pasta carbonara besteld.” 
Bonnie knikt met tegenzin. Haar maag protesteert alleen al bij de gedachte eraan. 
“Ge ziet er niet uit, Bonnie.”
Anita kijkt haar afkeurend aan. 
“Ge draagt dezelfde kleren als gisteren, uw haar staat alle richtingen uit en uwe schmink hangt over gans uw gezicht. Hebt gij een bed gezien vannacht?” 
Bonnie zucht. Ze heeft hier zo geen zin in. 
“Ja mama, ik heb een bed gezien vannacht.” 
“Doe niet zo eigenwijs, Bonnie. Vindt ge dat nu niet normaal dat ik u daarop aanspreek? Ge ziet er écht slecht uit. En dan heb ik het niet alleen over uw slordige look van vandaag. Ge hebt bruine wallen tot onder uw kin en ge zijt zo hard vermagerd. Ik maak mij echt zorgen over u. Wanneer is de laatste keer dat ge gegeten hebt?”
Weer die vraag, denkt Bonnie. Ze haalt haar schouders op. 
“Ik zal een andere vraag stellen, Bonnie. Wanneer is de laatste keer dat ge gesnoven hebt?” 

De ober komt als geroepen met twee nokvolle borden die hij voor de neus van Bonnie en haar moeder neerzet. Wanneer de walm haar neus bereikt, moet Bonnie kokhalzen. 
“Kan je een fles plat water brengen, alstublieft?”, vraagt ze de ober vriendelijk. 
Deze knikt onderdanig en maakt zich uit de voeten. 
“Als ge u beter kunt herinneren wanneer ge uw laatste lijn gelegd hebt dan wanneer ge het laatst deftig gegeten hebt, dan zijde ni goed bezig, Bonnie. Dat is het laatste wat ik ervan ga zeggen.”
“En nu, eten!”, voegt ze er nog dwingend aan toe.