Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 20

Om klokslag twaalf uur staat de gemillimeterde Charlie in de deuropening van den Bar. Hij ziet er toch wat beter uit dan vannacht, merkt Bonnie meteen. Zijn slonzige klederdracht heeft plaatsgemaakt voor een driedelig maatpak en aan zijn tred te zien ziet hij er vastberaden uit. Anita drinkt haar espresso, die voor haar op de bar staat, in één teug uit als ook zij hem in het vizier krijgt. Ze springt recht. Het teken voor Bonnie om haar slaafs te volgen. Sinds ze haar moeder deze morgen heeft ingelicht over haar nachtelijke uitstapje heeft ze geen woord meer gezegd. De enige reactie die Bonnie op haar relaas kreeg was een kordate knik. En ook nu gebruikt haar moeder hetzelfde gebaar om Charlie te begroeten.
“Meekomen”, zegt ze vastberaden.
Eén blik werpt Charlie op Bonnie, die zich als een pasgeboren kuiken achter haar moeder verschuilt. Een blik die alles zegt. Een blik van liefde, maar eveneens van vergiffenis smekend berouw. Zijn aandacht vestigt zich al snel op Anita, die reeds de weg naar de bovenverdiepingen van hun gebouw heeft ingezet. Tot Bonnie’s grote verbazing houden ze geen halt aan de bureaus, maar neemt haar moeder de trap verder naar boven en stopt ze pas voor de deur van haar eigen appartement.
“De anderen hebben hier geen zaken mee”, klinkt het droog voor ze binnenstapt en het schoorvoetende duo achter zich binnen laat.
“Iets drinken, Charlie? Een glas water voor de nadorst?”
Anita’s snedige opmerking wordt kracht bijgezet door haar bitsige intonatie. Aan Charlie’s onderdanige knikje te merken, voelt hij zich allerminst op zijn gemak. Anita zet voet naar haar gigantische open keuken. Met haar hoofd in de gigantische Amerikaanse koelkast vraagt ze Bonnie of ze zin heeft in bubbels. Bonnie, die eveneens niet veel in durft te brengen tegenover haar moeders ingehouden furie, stemt in en neemt plaats aan Anita’s robuuste eettafel, die een verlengde is van het moderne kookeiland. Van geen hout pijlen weten makend, doet Charlie hetzelfde. Nog steeds in stilte gehuld, zet Anita een glas water voor Charlie’s neus voor ze een gekoelde fles champagne, drie glazen boven haalt en ze één voor één goed vult.
“Je gaat het kunnen gebruiken”, zegt ze terwijl ze één glas vast neemt en het sarcastisch de hoogte in steekt.
Charlie knikt, neemt het glas vast en toast bescheiden naar Anita en naar Bonnie voor hij er een stevige slok van drinkt. En hoewel Bonnie liever ook een glas water had gekregen in plaats van het zoveelste glas bubbels, volgt ze het voorbeeld van haar moeder en man.
“Dat ben ik niet gewoon van u, Charlie. Dat je zonder die grote mond van jou op visite komt.”
Charlie zucht en verruilt zijn wazige blik voor een scherp exemplaar, enkel op Anita gefocust.
“Praten is zilver, zwijgen is goud”, klinkt het cliché.
Charlie en zijn clichés, zucht Bonnie.
“Soms toch”, voegt hij er bijdehands aan toe.
En daar is hij weer. Of toch een schim van hem. Anita kan een groen lachje niet onderdrukken.
“Er is iets wat ik me al de hele tijd afvraag sinds je hier binnen bent gekomen”, zegt Anita mysterieus.
Charlie kijkt haar afwachtend aan met opgeheven wenkbrauwen, als teken voor haar om uit de kast te komen.
“Iets banaals”, voegt Anita er nog aan toe om de spanning verder op te bouwen.
“Wat dan”, mompelt Charlie binnensmonds.
“Of je overal zo geschoren bent”, lacht Anita tot grote ergernis van Bonnie die meteen rechtveert.
“Mama, als het is om hem belachelijk te maken, ga ik naar beneden.”
In één ruk draait Anita zich richting haar dochter. Haar furieuze blik spreekt boekdelen.
“Gij gaat blijven zitten”, klinkt het beheerst.
“Grappig dat je dat vraagt, Anita.”
De vastberadenheid en zelfgenoegzaamheid weerklinkt in Charlie’s stem.
“Want inderdaad”, lacht hij uitdagend. “Ik ben overal zo geschoren.”
Zijn rake opmerking en herwonnen zelfvertrouwen worden bij Anita met een grijns onthaald. In tegenstelling tot Bonnie en Charlie, die beide neer zitten op een stoel, staat Anita nog steeds recht, voorovergebogen met gespreide armen, haar twee handen steunend op de eettafel.
“Maar ik denk niet dat ik hier ben om over mijn nieuwe coupe te praten, is het niet, Anita?”
Met elk woord dat Charlie eruit perst, groeit zijn zelfverzekerdheid, af te lezen aan zijn rechtere houding en opgeheven hoofd. Wanneer Bonnie opnieuw naar haar moeder kijkt, weerkaatst er pure woede uit haar ogen.
“Dat klopt, Charlie. We gaan hier een paar afspraken maken en als je die niet kunt naleven, verklaar je me de oorlog.”
Charlie kan een lachje niet onderdrukken. 
“Er valt niets te lachen, Charlie. Ik ga me niet moeien met uw excessen in Delight, daar moet je maar met Bonnie over spreken. Maar wat ik écht grondig beu ben, is dat je je neus in onze zaken steekt. Ge hebt er godverdomme niets mee te maken. Eender welke klootzak die op deze manier met onze bende omgaat, was al lang een kopke kleiner geweest. Maar meneer Charlie denkt dat hij ongenaakbaar is omdat hij godverdomme mijn dochter aan den haak heeft geslagen. Laat één ding duidelijk zijn: jullie relatie is als een vergif voor onze organisatie. Alles zou véél gemakkelijker draaien moesten jullie elkaar gewoon de rug toe keren. Dus wat mij betreft is dat de beste optie. Als er dan nog iets gebeurt waardoor de bende door jou toedoen in de problemen geraakt, is het gedaan met u.” 
De pauze die Anita neemt na die woorden, missen hun effect niet. Bonnie neemt het woord. 
“Mama, zoals ik u al heb duidelijk gemaakt. Het is niet omdat we nu even niet on speaking terms zijn, dat onze relatie voorgoed voorbij is.” 
Charlie’s ogen fonkelen wanneer hij dit hoort, maar voor hij iets kan zeggen, gaat Bonnie verder. 
“Maar het klopt dat we afspraken moeten maken. Maar dat is iets tussen mij en Charlie. Het enige wat met jou te maken heeft, is den BB. En Charlie moet nu gewoon beloven dat hij niets – maar dan ook niets – tegen niemand gaat lossen over wat hij gelezen heeft in uwen dagboek én dat hij zich vanaf nu ver houdt van wat ook maar van veraf met onze organisatie te maken heeft.” 
Anita kijkt haar streng aan terwijl ze nadenkt over wat ze kan toevoegen. 
“Ik kan daarmee leven”, klinkt het na een tijdje tot Bonnie’s verbazing. 
Dan richt ze zich tot Charlie. 
“Maar als ge nog één keer de fout in gaat, laat ik u kapot maken”, klinkt het resoluut. 

Terwijl de motor van Charlie’s geliefde Porsche ronkt van tevredenheid door zijn hereniging met zijn baasje, is ook de desbetreffende eigenaar duidelijk in zijn nopjes.
“Het is niet omdat je je wagen een dag, neen zelfs niet eigenlijk maar kom, hebt moeten missen dat je nu moet doen alsof de weg van u is, Charlie.”
Haar opmerking komt aan bij Charlie als een opluchting. Het is immers het eerste wat Bonnie tegen hem gezegd heeft sinds ze de auto zijn ingestapt na de vergadering met Anita. 
“Don’t be a square”, ontglipt er hem uitdagend terwijl hij het gaspedaal nog verder indrukt.
Omdat het een quote is uit Pulp Fiction kan Bonnie een bescheiden lachje niet onderdrukken, iets wat Charlie allerminst ontgaat.
“Charlie, als je nu niet wat trager gaat rijden, mag je me hier afzetten.”
Bruusk komt de wagen tot stilstand.
Hij draait zijn hoofd en grijnst breed: “After you, kitty cat.”
Dat doet het hem. Door alle zenuwen van de laatste uren, raakt Bonnie in een hysterische lachbui terecht. Onvermijdelijk door de blondine haar guitige lach meegesleept, proest een ontladen Charlie het eveneens uit.
“Waar gaan we eigenlijk naartoe?”, vraagt Bonnie wanneer ze beiden wat bekomen zijn en opnieuw zijn beginnen rijden.
“For me to know, for you to find out!”, klinkt het geheimzinnig. 
Maar wanneer Bonnie haar aandacht verplaatst van Charlie naar de buitenwereld, merkt ze meteen waar ze zijn. Nog maar één keer hebben ze op deze baan gereden. Dat is de weg naar het huis, haar huis; het huis dat hij één keer heeft getoond en waar hij vervolgens voor haar tot nader order een betredingsverbod heeft over uitgeroepen. Dat besef, doet Bonnie popelen. Meteen vergeet ze ook even alles wat er zich de laatste tijd heeft voorgedaan. Plotsklaps bestaat er opnieuw alleen hij en zij.

Bonnie’s anticipatieve zenuwachtigheid wordt meer dan bevestigd wanneer ze de gigantische hal betreedt. Die ziet er helemaal anders uit dan de vorige keer toen er enkel her en der theelichtjes stonden op de vloer. In de hoek van de hal staat er een metersgroot beeld van een kaart van Alice in Wonderland. Op de muur langs de trap naar boven staat er in zwarte sierlijke letters “A land full of wonder, mystery, and danger…” te lezen. Bonnie werpt een adembenemende blik naar Charlie, die nog steeds afwachtend in de deuropening staat. Haar blik verlegt zich naar de tekst op haar polsen, die deze zin in Alice in Wonderland voorgaat en kan een bevredigende glimlach niet onderdrukken. Dan zet ze haar ontdekkingstocht verder en komt in de grote leefruimte terecht, die aangekleed is met witte meubels, met hier en daar een zwart accent zoals een prachtige zwarte logge Eames stoel met bijbehorende voetenbank. De uitzondering op de zwartwitte regel is een opgeblazen exemplaar van haar favoriete foto van een prachtige zonsondergang op hun privéstrandje in Spanje die de hele muur achter de zitbank inpalmt. De ontdekkingstocht door haar eigen huis neemt Bonnie op sleeptouw van Spanje naar Pulp Fiction, de Middeleeuwen en de rock- en bikerwereld. Zonder ook maar ergens inbreuk te doen aan de serene sfeer van de woning. Een serieuze klus, ware het niet dat Charlie ongetwijfeld de beste vakmannen onder de arm heeft genomen om van dit droomhuis hun droom-thuis te maken. Als Bonnie terug beneden in de leefruimte komt, zit Charlie in kleermakerszit aan de open haard op een hoogpolig vloerkleed. Op de achtergrond weerklinkt Fleetwood Mac. 

It’s only right that you should
Play the way you feel it
But listen carefully to the sound
Of your loneliness
Like a heartbeat drives you mad
In the stillness of remembering what you had
And what you lost, and what you had, and what you lost

Fleetwood Mac

Bonnie neemt plaats in de groene velvet chaise longue die wat verderop staat en steekt een sigaret op. Ze inhaleert en vraagt: “Wat nu?” 
Charlie draait zich haar richting uit en kijkt haar met droevige ogen aan. 
“Ik ga kapot zonder u.” 
Bonnie rolt met haar ogen en trekt enkele keren aan haar sigaret voor ze uitademt. Aangezien ze niet weet wat te antwoorden, zwijgt ze. Charlie kruipt naar haar toe, zet zich op zijn knieën en neemt haar vrije hand vast. 
“Je kan me wijsmaken dat het niet zo is, maar als ik naar je kijk zie ik dat jij onze break ook niet goed verteert. Wanneer is de laatste keer dat je iets deftigs gegeten hebt?” 
Bonnie’s onderlip trilt oncontroleerbaar. Ze slikt moeizaam. 
“Geen idee”, fluistert ze fragiel. 
Een traan rolt over haar wang. Zijn duim veegt ze op voor ze een vrije val kan maken. 
“Ik kan niet meer eten. Ik kan niet meer slapen. Ge hebt me kapot gemaakt”, beschuldigt ze hem met een krakende stem. 
Hij kust haar hand en fluistert “sorry”.
“Wat ben ik daar nu mee, Charlie? Een fucking sorry? Je wil niet weten hoeveel ik je de laatste twee weken vervloekt heb. Hoeveel ik mijn leven bij BB verwenst heb. Hoe vaak ik gedacht heb dat ik veel beter af was geweest … ” 
Even twijfelt Bonnie of ze haar zin wel moet afmaken. 
“Als ik u nooit had leren kennen.” 
Charlie kijkt haar aan, maar maakt geen aanstalten om iets terug te zeggen. 
“Vind jij het normaal dat ik geen enkel idee heb waar we naartoe gaan? Samen? Gaan we dit echt blijven doen? Jij in jouw wereld, ik in de mijne? En als het ons uitkomt, vluchten we naar een utopische wereld die van ver nog niet lijkt op de realiteit waarin we ons bevinden?   
Charlie’s adamsappel gaat langzaam omhoog en omlaag. Zijn ogen zijn waterig. 
“Ik ga voor mezelf spreken”, klinkt het na een lange stilte. “Een jaar geleden was mijn leven simpel. De zaak runnen, Victor tevreden houden, mijn maten wat in het gareel houden en vrouwen plezieren die mijn pad kruisten. Ik was daar perfect tevreden mee, zeker toen ik van Victor de kans kreeg hogerop te klimmen in onze organisatie. Dat was een opportuniteit waar ik de laatste tien jaar naartoe gewerkt had. En toen zag ik jou.” 
Bonnie zucht voor ze voor een laatste keer inhaleert, zich rechtzet en de sigaret in de asbak op de salontafel uitdooft. Hoofdschuddend kijkt ze op hem neer terwijl zijn blauwe kijkers haar hoopvol aanstaren. 
“Ik had echt nooit verwacht dat een vrouw mij zo van mijn sokken kon blazen. Dat er iemand zou zijn die al de rest zou overschaduwen. Alles, maar dan ook echt alles, moest wijken als jij van je liet horen. Of instemde in mijn voorstellen. Tot grote ergernis van sommigen in mijn omgeving. Maar die konden mijn kloten kussen. Want ik had jou.”
“Charlie”, stamelt Bonnie vragend. 
“Laat me uitspreken, prinses.” 
Bonnie neemt opnieuw plaats in de zetel en Charlie volgt haar voorbeeld. 
“Ik dacht dat ik mijn leventje kon combineren met jou. Mijn feestjes, De Raedtsmannen, Delight …” 
Bij het horen van dat laatste woord slaat Bonnie haar handen voor haar ogen. 
“En dat het niet uitmaakt dat jij en ik bij een andere organisatie horen. Als we gewoon maar niet al te veel voor elkaars voeten zouden lopen, zou dat wel loskomen. Maar ik had het mis. Je had gelijk om over de rooie te gaan toen je mij betrapte in Delight. Ik kan me niet voorstellen hoe je je daarbij voelde. Je had ook gelijk om kwaad te worden toen ik het dagboek van je moeder aan het lezen was. Maar voor ik erin begon, had ik echt niet door dat iemand zo stom zou kunnen zijn om zo veel details over haar organisatie op papier te zetten. Toen ik erin begon te lezen, kon ik niet meer stoppen. En toen werd je wakker. En ben je vertrokken.”
“Terecht”, voegt Charlie er nog aan toe als hij merkt dat ze hier niet akkoord mee is. 
Een diepe zucht ontsnapt hem voor hij verder gaat. 
“Toen ben ik door het lint gegaan. Ik heb alles wat in huis lag, gepakt, gedronken en gesnoven. Vanalles heb ik kapot geklopt. Ik heb me kaal geschoren zonder het me goed en wel te realiseren. Echt compleet gek ben ik geworden. Ook omdat jij gewoon niet reageerde op mijn toenaderingspogingen. Hoeveel keer heb ik je gebeld? Gesms’t?”
Bonnie haalt haar schouders op en steekt nog een sigaret op. Nu hij eindelijk eerlijk is, is ze niet van plan hem te onderbreken. 
“Ik weet niet hoe lang ik zo in mijn loft gezeten heb. 1 dag, 2 dagen, 5? Geen idee. Jawel, tot alles op was en ik Ben heb gebeld voor méér. Die is hier in alle staten toegekomen omdat hij al dagen niets meer van mij gehoord had. Ik ga zijn gezicht niet snel vergeten toen hij binnenkwam. Hij heeft een joint voor mij gerold en is beginnen opruimen. Niet veel later heeft hij Louis gevonden. Die kat moet iets binnen gekregen hebben. Die lag dood in de badkamer in een plas kots. Het deed me niets. Op dat moment toch niet. Toen alles proper was, heeft Ben me geforceerd een douche te nemen, me in mijn pak geholpen en me meegenomen naar Delight. ‘k Heb me een paar dagen volledig op mijn werk gegooid, maar zonder zelf klanten te bedienen”, benadrukt hij. 
Bonnie begint nerveus te worden van zijn hele relaas, maar probeert dit niet te laten zien. 
“Thuiskomen was de hel. Ik heb me nog nooit zo alleen gevoeld. Ik kan echt niet meer functioneren zonder u. Dus voor ik het wist, was ik terug bezig. Ik denk dat ik 2 dagen geen bed meer gezien had toen ik naar BB ben gereden. Ik was in staat om in te breken. Ik was het beu om genegeerd te worden. Dat bericht was mijn laatste poging om vreedzaam toenadering te zoeken. Ik weet niet wat ik gedaan had, mocht je me niet gebeld hebben.”
Zijn grauwe gezicht verdwijnt in zijn grote handen. 
“Ik kan echt niet begrijpen waarom ik mezelf zo heb laten gaan. Jawel, ik hou van u. Ik hou te veel van u. Mijn leven is gewoon niets meer waard zonder u. Ik wil u gewoon bij mij. Naast mij. Op mij. Al moet ik daar alles voor opgeven.”
Hij kijkt op en staart haar aan met betraande ogen. 
“We moeten het gewoon doen werken, prinses.”
Bonnie inhaleert diep voor ze het woord neemt. 
“Mag ik dan nu iets zeggen?” 
Charlie knikt en neemt haar hand vast. 
“Ik ga niet mijn laatste twee weken zo gedetailleerd uit de doeken doen, want ik kan er kort over zijn: iedereen heeft me proberen te overtuigen dat ik beter af ben zonder u. Maar mijn gevoel sprak iedereen tegen en doet dat nog altijd. Ik heb erover nagedacht om gewoon samen te verdwijnen. Naar de villa in Spanje of eender waar op de wereld. Ver weg van al de shit hier thuis. Maar dat lijkt op weglopen. En ik heb een hekel aan mensen die weglopen van hun problemen. Dus mijn conclusie is dat als we het terug willen laten werken tussen ons, we het hier moeten doen. Tussen alle shit. Maar dan moeten er afspraken gemaakt worden. En moet er respect zijn voor elkaars privacy. En als dat niet kan, dan stopt het gewoon.” 
Charlie neemt haar sigaret over en trekt ervan terwijl hij in haar ogen staart. 

“Wat zijn dan de afspraken die je wil maken?”, vraagt hij.
“Simpel,” reageert Bonnie. “we proberen elkaar niet voor de voeten te lopen wat de zaken betreft. En wat je avontuurtjes in Delight betreft … Ik kan daar niet mee om, Charlie. Je bent mijne vent. Ik kan niet leven met de constante onzekerheid over wat je daar in dat kot al dan niet aan het uitsteken bent. Het moet gedaan zijn. Ik moet er gewoon zeker van zijn dat als je daar zit, je je koest gaat houden.” 
Charlie trekt de sigaret warm voor hij ze teruggeeft en zelf het woord neemt. 
“Over de zaken ga ik onmiddellijk akkoord. Ik moei me niet meer met uw organisatie en uw positie. Meer nog, ik zal vanaf nu de meest onderdanige klant zijn die BB ooit gekend heeft. Maar over Delight…” 
De pauze die hij neemt, doet Bonnie al vermoeden dat hij hier niet zomaar akkoord mee zal gaan. 
“Soms zijn er gewoon voorstellen die te mooi zijn om te weigeren. Mag ik die dan gewoon niet voorleggen zodat we samen kunnen bekijken waar ik op mag ingaan en waarop niet?”
Bonnie blaast licht geamuseerd rookwolkjes uit. Wat dacht ze ook? Dat hij opeens het volgzame schaap ging zijn? Zou ze dan echt zo’n Charlie willen? 
“Je kan altijd proberen”, besluit ze. 
“Maar ik heb het laatste woord”, voegt ze er half vragend aan toe. 
Charlie knikt, zichtbaar opgelucht. 
“En wat als ik in de praktijk altijd weiger?”
Hij rolt met zijn ogen. 
“Moeten er dan quota afgesproken worden?”
Hij doet het opnieuw en schudt met zijn hoofd. 
“Je gaat niet altijd weigeren”, klinkt het resoluut. 
“Hoe kan jij dat nu weten?” 
Charlie lacht geheimzinnig. 
“I’m gonna make you an offer you can not refuse.” 
“Dat is wel durven. Ga je nu echt al een uitzondering op de regel voorstellen?” 
Bonnie kan haar ontgoocheling niet onder stoelen of banken steken. 
“Mag ik?”, polst hij.
Licht geïrriteerd haalt Bonnie haar schouders op: “Shoot.” 
Charlie’s ogen sprankelen wanneer hij zijn voorstel uit de doeken doet. 
“Morgenavond speelt er een rockster ergens in ons land. Een vrouw welteverstaan. Ze heeft me gecontacteerd om haar te vergezellen voor, tijdens en na dat optreden. Je moet weten Bonnie, dat is niet de eerste keer dat ze me dat voorstelt en ik zweer het je dat zijn echt memorabele avonden.”
Bonnie haalt zuchtend haar schouders op: “Wat wil je nu horen, Charlie? Dat je mag gaan?”
Mysterieus schudt hij zijn hoofd.
“Laat me uitspreken, Bonnie.”
Bonnie steekt haar handen op en vouwt ze achter haar hoofd.
“Aangezien de dame in kwestie expliciet naar mij gevraagd heeft en bleef aandringen, heb ik eerlijk verteld hoe de vork in de steel zit. Weet je wat ze zei, Bonnie?”
Bonnie schudt ongeduldig haar hoofd, volledig geïrriteerd door Charlie’s compleet van de pot gerukte enthousiasme.
“Your wife can come too, if she wants to.”
Met tegen elkaar geperste tanden en een gigantische glimlach wacht Charlie de reactie van zijn echtgenote af. Met neergeslagen blik zucht Bonnie hoofdschuddend, niet wetende wat nu weer aan te vangen met dit onzedelijk idee. Hoewel ze zich goed bewust is van de graad van foutheid van dit voorstel, kan ze enige nieuwsgierigheid niet laten.
“Wie is ze?”
Enthousiast wijst Charlie naar haar.
“Ik wist het!”, klinkt het opgetogen.
“Hola, hola”, probeert Bonnie hem af te remmen, maar het kwaad is al geschied.
“Bonnie, je weet hoe het zit bij Delight met bescherming van klanten. Je hebt er al eens fameus je voeten aan geveegd. Maar bij deze cliënte moet ik extra voorzichtig zijn. Gewoon om haar voorstel te aanhoren heb ik al een geheimhoudingscontract moeten ondertekenen.”
Terwijl Bonnie nadenkt, tokkelt ze haar vingertoppen tegen elkaar.
“Kan je me dan zeggen wat er op het programma staat?”
Charlie knikt: “Dat kan ik zeker. Morgen worden we om 18 uur verwacht in het gebouw waar ze haar optreden geeft. Samen met haar nuttigen we een aperitief voor ze begint aan de soundcheck en het optreden, dat we trouwens allebei vanop de eerste rij mogen meemaken. Na het optreden, wachten we haar op in haar loge, waar ze even op adem wil komen. Ja, wat ze daaronder verstaat, is niet helemaal uitgeschreven natuurlijk”, knipoogt Charlie.
“Daarna rijden we mee met haar limousine naar één van de meest exclusieve hotels van België waar we de nacht zullen doorbrengen in de penthouse”, lacht hij breed.
“Oh ja”, voegt hij er nog aan toe. “Natuurlijk worden we daarvoor betaald. 15.000 euro.”
“Wat?”
Bonnie’s stem klinkt twee octaven hoger dan normaal.
“Per persoon”, voegt Charlie er nog nonchalant en breed grijnzend aan toe. “Maar laat dat geld geen drijfveer zijn om het te doen.”
Bonnie’s hart klopt in haar keel. Hoewel ze het niet wil laten merken, weet ze al lang over wie het gaat. Er is immers maar één vrouwelijke rockster die morgen in België speelt: The Black Widow. En laat ze daar nu eens een grote fan van zijn. 
“Ik doe het”, besluit ze snel waardoor Charlie enthousiast in zijn handen klapt. 
“Ik wist het.” 
“Maar ik wil wel duidelijk kunnen aangeven wat ik al dan niet ok vind om te doen. Ik ben geen escorte en heb daar ook geen ambitie voor. Ik hoef dus helemaal niet mee te gaan in alle wensen die The Black Widow ons oplegt.” 
Charlie’s wenkbrauw gaat de hoogte in. 
“Hoe weet je dat?” 
Bonnie rolt met haar ogen. 
“Iedereen weet wie er morgen in het Sportpaleis staat.” 
“Enfin, iedereen onder de dertig toch”, voegt ze er plagend aan toe voor ze hem een kus geeft op zijn voorhoofd. 
Charlie sluit zijn ogen en ademt diep in en uit. 
“Ik heb ook nog een voorwaarde”, klinkt het. 
Dat verrast Bonnie. 
“Ik wil hier komen wonen, Bonnie. Een nieuwe start.” 
Bonnie knikt. Haar pantser valt af. Ze valt hem in de armen. 
“Ik wil je voelen, Charlie.” 
Hij grijpt haar vast. 
“Hier wacht ik al weken op.”