Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 19

Bonnie schrikt van haar reflectie. Ze ziet er scherper uit, té scherp. Ze zou het graag steken op de make-up die Amy net zorgvuldig heeft aangebracht, maar ze weet wel beter. Als je niet eet, je volledig op je werk stort en ‘s nachts urenlang naar het plafond staart in plaats van in dromenland te verkeren, blijken de kilo’s eraf te vliegen. Hoewel ze er sinds 10 dagen elke ochtend naar staart terwijl ze haar tanden poetst, heeft Bonnie de weegschaal die onder de lavabo van haar kleine badkamer in de studio boven den Bar staat nog niet durven betreden. Net voor ze overstag lijkt te gaan, merkt Bonnie Amy op in de deuropening van haar badkamer. 
“Staat ge daar nu nog altijd in uw blootje?”, plaagt ze. 
“Als we onze tafel niet willen kwijtspelen, zouden we toch stillekesaan moeten vertrekken.”  
Bonnie knikt afwezig en stapt in haar gloednieuwe zwarte jumpsuit die Amy haar tijdens hun shoptripje eerder vandaag heeft aangesmeerd. 
“Je ziet er strak uit”, fluistert Amy in Bonnie’s oor terwijl ze de rits op haar rug sluit. 
Bonnie bloost. Vanuit de woonkamer hoort Bonnie het geluid van een binnenkomend smsje. Snel trippelt ze blootsvoets de badkamer uit. 
Ain’t no sunshine when she’s gone. And this house just ain’t no home. Anytime she goes away.” 
Een diepe zucht wordt haar meester voor ze het bericht de digitale prullenmand in gooit. 
“Charlie?”, vraagt Amy, die ondertussen haar jas heeft aangetrokken en vertrekkensklaar aan de deur staat. 
Bonnie knikt terwijl ze haar zwarte pumps in stapt, haar jas aantrekt en een warme sjaal om haar hals heen slaat. Met haar handtas in de aanslag neemt ze post naast Amy. 
“Hij blijft me bellen en berichten sturen, maar ik antwoord er niet op.” 
“Die vent respecteert je niet, Bonnie. Hij poept in het rond en houdt geen rekening met je positie in de bende. Als je het mij vraagt, was je er nooit aan moeten beginnen, maar daar ben je nu natuurlijk niets mee.” 
“Die vent is alles voor me, Amy. Het liefst van al zou ik er gewoon mee vluchten uit deze wereld en ergens anders opnieuw beginnen.” 
“En alles waar je zo hard aan gewerkt hebt hier, zomaar achterlaten?” 
Bonnie twijfelt even voor ze antwoordt.
“Waarom moet alles toch zo ingewikkeld zijn? Ik had er gewoon nooit aan moeten beginnen, mijn studies moeten afmaken zonder me in dat vuile wereldje hier te gooien. Dan had ik misschien een normale vent gevonden om een normaal leven mee te leiden.” 
Amy geeft Bonnie een schouderklopje. 
“Vijgen na Pasen, Bonnie”, troost ze. “Tijd om je gedachten te verzetten en een stapje in de wereld te zetten.”

De sushiboot lijkt bijna onaangeroerd wanneer Bonnie’s maag fel begint te protesteren. Of het nu de rauwe vis is of de champagne die de boot voorafgegaan is, het resultaat blijft hetzelfde. 
“Even naar toilet”, mompelt ze Amy toe. 
De weg naar de wc lijkt op haar hakken verder dan verwacht, maar gelukkig slaagt Bonnie erin haar maaginhoud er pas uit te gooien wanneer ze boven een toiletpot hangt. Wanneer alles eruit lijkt, trekt ze door, sluit ze het deksel van de pot en zet zich erop om even op adem te komen en haar gedachten te ordenen. Charlie spookt door haar hoofd. Hij blijft door haar hoofd spoken, ondanks ze er alles aan doet om haar gedachten van hem af te leiden. Ooit zal ze toch moeten reageren op zijn toenaderingspogingen. Ze zal hem onder ogen moeten komen. Maar voor ze dat doet, moet ze weten wat ze wil. En dat is momenteel allerminst het geval. Wil ze hem nog? Wil ze een deel zijn van het leven dat hij voor ogen heeft? Wat moet ze met zijn drang naar vrijheid? Naar avonturen, in de breedste zin van het woord? En wat met zijn ongehoorzaamheid? Is haar woord dan zo weinig voor hem waard? Haar hoofd verdwijnt tussen haar opgetrokken knieën. Ze schrikt op wanneer ze de deur van de damestoiletten open hoort gaan. 
“Bonnie?” 
Het is Amy. 
“Ja”, klinkt het stil. 
“Gaat het een beetje?” 
“Ja”, zegt ze opnieuw voor ze het slot van de deur van haar toilet los draait. 
Langzaam opent Amy de deur. Bezorgde ogen kijken haar aan. 
“Bonnie, ge ziet er niet uit.” 
Machteloos haalt de blondine haar schouders op. 
“Kunde me een beetje oplappen?” 
Ze knikt met een begripvolle blik. 
“Amy to the rescue”, klinkt het terwijl ze haar make-up kit uit haar handtas haalt en Bonnie van een verse laag schmink voorziet. 
“Heb je ook wat mee om m’n neus te poederen?”, polst Bonnie voorzichtig goed wetende dat ze Amy met die vraag met een dilemma opzadelt. Haar moeder heeft immers alle leden van de Bende verboden Bonnie van drugs te voorzien nu haar toevoer via Charlie gestopt is. 
Tot Bonnie’s grote verbazing knikt Amy echter voorzichtig en haalt ze een zakje met wit poeder uit haar tasje. Vakkundig legt ze twee lijnen op de wc-rolhouder terwijl Bonnie alvast een briefje van 50 euro oprolt. 
“Merci”, ontsnapt er uit Bonnie’s lippen voor ze de lijn snuift.
“Nu gaan we ‘t stad in”, besluit Amy wanneer ook zij haar exemplaar naar binnen heeft gejaagd. 

Het doet deugd om te dansen zonder zorgen. Zonder constant achter haar schouders te moeten kijken om bekende gezichten te spotten. Het was een goed idee van Amy om naar Antwerpen te trekken. Weg van al wat bekend is en tijd voor ontspanning. Of spanning. Positieve spanning. 

Searching for a destiny that’s mine
There’s another place another time
Touching many hearts along the way yeah
Hoping that I’ll never have to say
It’s just an illusion, illusion, illusion. 

Imagination

Amy’s lichaam lijkt helemaal op te gaan in de eighties beats. En dat hebben ook de omstaanders gemerkt. Bonnie’s blik houdt halt bij een groepje mannen die hen opvallend aanstaren. Wanneer één van de mannen haar blik vangt, blijft ze hem uitdagend aanstaren tot hij wegkijkt. Ze grijpt Amy bij de arm en zoekt haar oor tussen haar wilde bos haar. 
“Die mannen al gezien?”, polst ze. 
Ondeugend knikt Amy. 
“Geven we ze een showke?”
Bonnie knikt op haar beurt samen met Whitney Houston die haar keel openzet. Amy neemt haar handen vast en trekt haar dicht tegen zich aan. 

Clock strikes upon the hour
And the sun begins to fade
Still enough time to figure out
How to chase my blues away
I’ve done alright up to now
It’s the light of day that shows me how
And when the night falls, loneliness calls
Oh, I wanna dance with somebody
I wanna feel the heat with somebody. 

Whitney Houston

“Ik heb er dorst van gekregen”, roept Amy in Bonnie’s oor terwijl het nummer uitsterft en vervangen wordt door een minder onsterfelijk exemplaar. Bonnie knikt en gebaart dat ze ook wat kan gebruiken waarna Amy naar de bar verdwijnt. Geen vijf tellen duurt het voor de man waarmee Bonnie net oogcontact maakte, voor haar komt dansen. Hij steekt uitnodigend zijn hand uit, waar Bonnie gewillig op ingaat. Even lijkt ze alles en iedereen vergeten. Maar wanneer hij haar probeert te kussen, duwt Bonnie hem van zich af. Verbaasd haalt hij zijn handen in de lucht en keert hij zich naar zijn vrienden die hem lacherig aankijken. Wanneer hij zich opnieuw haar richting uitdraait, grijpt hij haar hand vast en legt het op zijn kruis. Door de jeansstof heen voelt Bonnie dat hij hard is. 
“Zo geil maakt ge mij met uw danskes”, klinkt het in haar oor. “Ge gaat mij toch niet op mijnen honger laten zitten?” 
Snel trekt Bonnie haar hand weg, maar de man duldt duidelijk geen tegenspraak en grijpt haar nu nog wat steviger vast. Hardhandig drukt hij haar tegen de muur. Zijn handen volgen het decolleté van haar jumpsuit. 
“Als ge er zo bijloopt, dan wilt ge toch genomen worden”, besluit hij. 
Zijn hand zoekt een weg onder de stof naar haar borst terwijl hij met het andere haar arm boven haar hoofd klem houdt. Zijn onderlichaam drukt hij tegen het hare aan waardoor ze geen kant uit kan. Opeens kijkt hij over zijn schouders waardoor zijn greep op haar wat verslapt, maar niet genoeg voor Bonnie om te ontsnappen. Een zucht van verlichting ontsnapt Bonnie wanneer ze merkt dat het Amy is. 
“Alles onder controle, Bonnie?”
Wanneer Bonnie haar hoofd schudt, vraagt Amy de man beleefd om haar los te laten waar hij lacherig op reageert. Pijlsnel grijpt Amy de mans arm en plooit deze achter zijn rug in een houdgreep. Een geschrokken kreet klinkt boven de muziek uit. 
“Laat me los”, smeekt hij. 
“Laat ons dan gerust, eikel”, sist Amy hem toe voor ze haar greep op hem lost. 
Snel neemt ze Bonnie’s hand beet en leidt ze haar de bar uit. 
“Dank je, Amy”, fluistert Bonnie terwijl ze in haar handtas rommelt op zoek naar een pakje sigaretten. 
“Graag gedaan, meid.” 
Stilzwijgend rookt het duo hun sigaretten op. Wanneer Amy de peuk uitdrukt in de asbak, polst ze of Bonnie liever naar huis gaat. 
“Eigenlijk wel”, knikt ze. 

Bonnie ploft uitgeput haar zetel in na een stevige avond doorwerken in den Bar. Carla had haar gevraagd om in te springen aangezien het razend druk was. Om haar gedachten te verzetten, was Bonnie hier gewillig op ingegaan. Na een blik op de klok die 1 uur aangeeft, beslist Bonnie nog een joint te rollen voor ze haar bed in kruipt. Net voor ze hem aansteekt, laat haar iPhone van zich horen. 
“Ik ben verloren in een doolhof diep binnenin het donkerste hoekje van mijn wereld. Cx.”
Een diepe zucht. Hoe lang kan ze hem nog blijven negeren? 1.001 gedachten flitsen door Bonnie’s hoofd. De gedachte aan haar moeder, die woest was toen ze te horen kreeg dat Charlie haar dagboek onder ogen had gekregen. Aangezien het haar schoonzoon betrof, was Anita nog bereid de dialoog aan te gaan. Dat ze haar moeder ervan heeft kunnen overtuigen om Charlie de tijd te geven zelf over de brug te komen, blijft een echte treffer. Maar ook de gedachte aan Charlie, aan de manier waarop hij met haar omgaat, alsof hij haar liefde te pas en te onpas aan een grondige test wil onderwerpen, walst als een bezetene door haar hoofd. Om de gedachtenstroom te stoppen, onderneemt ze eindelijk actie. Aarzelend drukt ze op het groene telefoontje naast zijn naam.
“Bonnie”, klinkt er met een lage stem na slechts één beltoon.
“Charlie.”
Bonnie probeert zo kil mogelijk te klinken.
“Ik mis je zo hard, prinses”, klinkt het fragiel aan de andere kant van de lijn.
Zijn stem lijkt even verdord als een gevallen eikenblad op een droge herfstdag. Terwijl Bonnie sterk wil blijven en haar best doet om zich alle bemoedigende peptalk van de laatste weken voor de geest te halen, is het enige waaraan ze echt kan denken zijn heerlijk bedwelmende geur.
“Ik u ook”, floept ze eruit, te snel om nog in overweging te kunnen nemen.
Ze hoort hem grijnzen aan de andere kant van de lijn.
“Waar ben je?”, vraagt Bonnie.
“Voor den Bar”, zegt hij nu al wat minder weemoedig.
De man van de verrassingen is terug van eigenlijk nooit weggeweest. Bonnie’s hart klopt in haar keel. Zonder nadenken drukt ze af en trekt ze boven haar slip een skinny jeans aan die ze op de grond vindt. Een BH vindt ze niet meteen, maar aangezien geen tijd te verliezen valt en ze staat te popelen om Charlie terug te zien, trekt ze maar gewoon haar Hard Rock-t-shirt aan dat op een stoel hangt. Snel slaat ze nog een dikke sjaal rond zich, springt ze in haar zwarte All Stars en neemt ze haar handtas op de keukentafel voor ze als een dief in de nacht den Bar verlaat en ze de matzwarte BMW in stapt die met bonkende beats van ‘Sunglasses at Night’ en een ronkende motor voor de deur geparkeerd staat.

Ze draait de volumeknop meteen naar beneden en zijn contact uit. 
“Ge zit hier als nen Johnny voor den Bar een feestje te bouwen. Wilde dat heel de straat hier godverdomme op de stoep komt staan?”
Charlie grijnst. 
“Let eens op uw taal, prinses.” 
“Mijn taal?”, reageert ze fel. “Hoe had je nu verwacht dat ik ging reageren?” 
Dit is niet dezelfde vent die Bonnie heeft achtergelaten. Hoewel het buiten vriest dat het kraakt, draagt hij enkel een los afgedragen t-shirt en een trainingsbroek. Ondanks het nachtelijke uur van hun ontmoeting, prijkt er op zijn neus zijn befaamde zwarte Rayban. Alleen de beanie die zijn haar bedekt, lijkt aangepast aan het seizoen. 
“Ge ziet er als nen overjaarse tiener uit.”
Bonnie’s mond valt open van verbazing wanneer ze de muts van zijn hoofd trekt.
“Uw haar!”
Zijn prachtige krullen zijn gereduceerd tot stoppels. Langzaam streelt ze zijn gemillimeterde schedel. Wanneer haar hand naar zijn kaak zakt, voelt ze hoe strak hij staat. 
“Komaan Charlie, ik laat je twee weken aan je lot over en je ziet er zo uit?”, klinkt ze koud als de koelste ijskoningin.
Charlie schrikt van deze opmerking, wendt zijn blik af en staart door het geblindeerde raam half naar de overkant van de straat, half naar zijn eigen reflectie.
“Waarom heb je je haar geschoren?”
Met haar vraag probeert Bonnie hem uit zijn eigen wereld te halen en zijn aandacht opnieuw voor zich te winnen. Het lijkt te werken want Charlie haalt zijn schouders op. Traag keert hij zich weer naar Bonnie. Zijn mond trekt oncontroleerbaar heen en weer.
“Ik moest te veel aan u denken als ik in de spiegel keek”, zegt hij met een doorrookte stem.
Bonnie neemt de rand van zijn zonnebril tussen wijsvinger en duim en zet hem van zijn neus op zijn hoofd, tussen zijn gemillimeterde haren. Wanneer Bonnie merkt dat zijn ene oog wat meer toe hangt dan het andere en dat beide exemplaren eveneens voorzien zijn van donkerbruine wallen, heeft ze pas écht door hoe ver hij heen is. Van zijn prachtig blauwe irissen is door zijn uitgezette pupillen bijna niets meer te zien. 
“Ik zie waarom je midden in de nacht met een zonnebril rond zit te rijden”, zegt ze terwijl ze zijn bril terug op zijn neus zet. “Waar ben jij mee bezig?”
Bonnie voelt elke centiliter bloed in haar lichaam koken. Zonder haar van een repliek te dienen, start Charlie de motor van de wagen.
“Je denkt toch niet dat ik in die toestand met je meerij?”
“Stap. Dan. Uit”, sist Charlie nauwelijks waarneembaar.
Bonnie opent haar portier, maar twijfelt om zijn bevel te volgen.
“Ik wil niet dat je zo met de auto rijdt, Charlie.”
Een verkrampte grijns komt te voorschijn.
“Dan is nog niet alles verloren. Rij jij dan.”
“Godverdomme, Charlie!” 
Binnensmonds volgen er nog een resem vloekwoorden wanneer Bonnie de wagen uitstapt en langs de bestuurderszijde het portier opent. 
“Eruit!”
Gehoorzaam doet Charlie wat hem opgedragen wordt en neemt hij plaats in de passagierszetel. Als een brave schooljongen klikt hij zijn gordel dicht.

The mirror’s image
It tells me it’s home time
But I’m not finished
‘Cause you’re not by my side

Arctic Monkeys

Alex Turner slaat nagels op koppen met zijn nummer terwijl Bonnie afweegt wat ze kan zeggen. Verrassend genoeg is het Charlie die als eerste het woord neemt. 
“Jij ziet er anders ook afgeleefd uit.”
Nog voor zijn hand haar kaak kan raken, slaat Bonnie het weg. 
“Raak me niet aan, Charlie.” 
Bonnie’s hart bonst in haar keel. Emotioneel wil ze niets anders dan zijn lichaam voelen, maar haar rationele kant houdt haar tegen. 
“Waarom heb je me dan gebeld, Bonnie?”
“Omdat je me anders nooit meer gerust gaat laten.” 
“Wil je dan echt dat ik je gerust laat?”, snuift hij. 
Bonnie haalt haar schouders op: “Ik weet al lang niet meer wat ik wil.” 

Bonnie kan haar ogen niet geloven wanneer de deuren van de lift zich openen en ze de staat van de loft aanschouwt: overal liggen lege flesjes bier en grotere flessen whisky, rum en champagne. Er hangt bovendien een rookwalm die Bonnie doet denken aan die vuile sigaren die een klant van Bada Bing altijd rookt. De met sigaren, sigaretten en joints tot de nok gevulde asbak die een prominente plaats op de salontafel heeft gekregen, bevestigt Bonnie’s vermoeden. Naast de asbak ligt een zilveren dienblad. Het zilveren dienblad dat ze van Charlie’s vader gekregen hebben voor hun huwelijk en dient om een goed stuk kalkoen op te presenteren en niet om coke op te verdelen, zoals nu klaarblijkelijk het geval is.
“Waar is Louis?”, daagt het opeens bij Bonnie.
“Louis is dood”, klinkt het droog.
Wanneer Bonnie zich naar haar man om keert, ziet ze hem een halve fles rum die nog op het aanrecht stond in één keer naar binnen halen.
Volledig onder de indruk van zijn mededeling, slaagt Bonnie er niet in een zin te vormen: “Hoe? Dood?”
Charlie haalt zijn schouders op: “Dood. Als in dood. Het was hier vreemd zo alleen. Ik kon niet alleen zijn.”
“En dan heb je je kat maar afgeslacht?”, vraagt ze sarcastisch.
Charlie proest het uit en neemt schouderophalend plaats in de zetel. Van op de salontafel vist hij een waterpijp, die blijkbaar ook een vaste plaats heeft gekregen in hun interieur. Snel steekt hij ze aan en neemt er enkele flinke teugen van, tot grote ergernis van Bonnie.
“Heb jij nog niet genoeg binnen gehaald, Charlie?”
Hij knikt terwijl zijn kin opnieuw een eigen leven begint te leiden.
“Net daarom. Ik wil wat kalmeren”, zucht hij voor hij zijn aandacht opnieuw tot de waterpijp wendt.
Woest stapt Bonnie weg, maar houdt halt aan het sleutelrekje net naast de lift. Daar vist ze de sleutels van zijn Porsche eruit en zwaait die uitdagend voor Charlie, die haar gevolgd is.
“Bon Charlie, ik heb genoeg gezien. Ik ga terug naar de studio en neem de vrijheid om je favoriete speeltje hiervoor te gebruiken. Ik verwacht u morgen om 12 uur in den Bar. Nuchter. Voor een lunch met mijn moeder.”
Ze keert hem haar rug toe en stapt zonder omkijken de lift in. Voor Charlie uit de startblokken kan schieten, sluiten de liftdeuren zich onherroepelijk. Haar brede grijns moet hem nog opgevallen zijn.