Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 18

Na een paar stevige overuren op ‘den bureau’ in den Bar beslist Bonnie, gezien haar stoere echtgenoot haar via sms heeft laten weten dat hij enkel nog in staat is om gedachteloos naar een televisiescherm te staren, een kijkje te gaan nemen in Bada Bing. Goedkeurend knikt ze wanneer ze merkt dat de parking goed vol staat. De keet draait, dat is duidelijk. En dat wordt alleen maar bevestigd wanneer Bonnie een volgepakte Bada Bing binnen probeert te dringen. Na wat duw- en trekwerk vindt ze Koen aan de beste tafel van de keet. Tot Bonnie’s grote verbazing is het Charlie’s zus Eden die haar beste kunsten bovenhaalt terwijl ze zijn schoot aan het berijden is. Ontzet vliegt Bonnie naar het duo.
“Eden? Wat doe jij hier?”
Wanneer ze Bonnie hoort, stopt Eden met rijden en trakteert ze haar schoonzus op de alombekende grijns. Koen schrikt op en duwt zijn lapdancelady wat van zich weg, tot grote ergernis van de dame in kwestie.
“Wat is er, Koentje? Ben je afgeleid door je vriendinnetje?”
Bonnie protesteert: “Eden, doe eens een beetje normaal, waar heb jij aan gezeten?”
“Aan Koentje hier”, lacht ze terwijl ze zijn kruis masseert.
Machteloos slaat Koen zijn arm de lucht in.
“Bonnie, ze doet toch niets verkeerd. Het was net zo gezellig!”
Bonnie schudt haar hoofd, neemt zijn hand beet en trekt hem de stoel af waardoor Eden ei zo na de op de grond valt. Tot haar grote geluk beschikt ze over een stevig evenwichtsvermogen.
“Ik wil u gewoon vijf minuutjes spreken, Koen.”
“Vijf minuutjes”, herhaalt Bonnie en laat Eden haar opengesperde hand zien.
Als de deur van de achterkamer achter hen dicht valt, vloekt Koen het uit.
“Godverdomme, Bonnie”, lispelt hij met wijde pupillen. “Waar zijde gij mee bezig?”
Omdat hij zo dicht tegen Bonnie komt staan, belandt er meer dan één spetter speeksel vanuit Koens mond op haar gezicht.
“Koen, ze is u aan het bespelen, dat beseft ge toch?”
Koen kijkt haar met een ontzette blik aan en haalt zijn hand vragend op.
“Charlie heeft haar op u afgestuurd, dat is toch duidelijk?”
Opnieuw schokschoudert Koen.
“Wa bedoelt ge nu? Dat ik een vamp als Eden niet zou kunnen krijgen zonder dat gij ervoor iets tussenzit?”
Bonnie schudt haar hoofd: “Ik bedoel gewoon dat ze niet veel goeds betekent. Neem dat maar van me aan.”
Nu is het aan Koen om zijn hoofd te schudden. Hij zucht even diep voor hij van wal steekt.
“Ge klinkt als uw moeder, Bonnie. Ge schildert Eden nu bij mij net op dezelfde manier af dan uw moeder over Charlie bij u gedaan heeft. Moest ik niet beter weten, Bonnie …”
Even pauzeert hij om naar adem te happen.
“Ik zou denken dat ge jaloers zijt. Eerst is Natalie slecht voor me en wist ge ze uit mijn leven en nu blijkt Eden een kind van de duivel te zijn? Ge zijt gewoon stikjaloers, maar durft dat niet toegeven. Niet aan mij, niet aan u eigen. En daarom vindt ge een dwaas verhaal uit over uw jaloerse vent en zijn nymfomane zus?”
Hij snuift kwaad. De luchtverplaatsing voelt Bonnie op haar gezicht.
“Soms denkt ge toch echt dat de nulmeridiaan door uw gat loopt, Bonnie”, voegt hij er nog kwetsend aan toe.

Onderdanig sluit Bonnie de deur achter zich en neemt plaats in de stoel recht voor het bureau waaraan haar moeder als een koningin op haar troon zit.
“Ik ga er geen doekjes om winden, Bonnie. Ik weet dat de politie je ook ondervraagd heeft omdat ze je verdenken van medeplichtigheid aan de overval op een van mijn nachtwinkels.”
De krop speeksel die zich meteen ophoopt in Bonnie’s keel is moeilijk door te slikken. Haar longen en hart weigeren samen een paar seconden dienst.
“Ik vraag het u één keer, Bonnie en ge gaat eerlijk zijn tegen mij. Hebt gij iets te maken met die overval?”
Bonnie kijkt haar moeder recht in de ogen aan en schudt resoluut haar hoofd.
“Ik weet echt niet waar ze dat halen, mama.”
“Godverdomme Bonnie, hier is het Anita! Ik ben uw moeder hier niet, maar uw bazin. Dat lijkte soms te vergeten en dat moet ge nu ni ontkennen. Als ge hier wil blijven werken, moet ge mij trouw zijn en niemand anders in deze business.”
Bonnie hapt naar adem en repliceert: “Mama, ik heb het niet anders geweten dan dat ik lid wilde worden van de Bende van den Bar. Ik denk dat ik de laatste tijd mijn strepen wel verdiend heb. Iemand vermoorden in naam van de bende staat hoog in het lijstje voor vereisten van loyaliteit aan de bazin. Of zie ik dat verkeerd, Anita?”
Bonnie’s blik is vastberaden. Uit het niets verschijnt er een brede lach op het gezicht van de bazin van de Bende van den Bar.
“Ik wist wel dat ge er niets mee te maken had”, klinkt het opgelucht.
Met een wrang gevoel ontvangt Bonnie haar moeders open armen en trakteert haar op een knuffel.

Balancerend op de rand van een zenuwinzinking stormt Bonnie Delight binnen.
“Charlie?”, snauwt ze naar de man die achter de bar staat, wiens naam Bonnie er niet in slaagt te onthouden.
“Kamer 3”, zegt hij vlug, maar beseft al even snel zijn fout.
“Maar ik denk niet dat het de bedoeling is dat je daar binnenvalt, ik zal anders even…”
Bonnie wacht niet tot de man zijn zin kan afmaken en en stapt met rasse schreden op de achterkamers af. Ze staat aan de grond genageld wanneer ze kamer 3 binnenwalst. Charlie is, samen met zijn partner in sexcrime Ben, druk in de weer één of andere plastieken bimbo het orgasme van haar leven te bezorgen. Als een puber die door zijn moeder betrapt wordt op masturberen, springt haar wederhelft recht, zijn stijve lid bedekkend met zijn grote handen. Terwijl hij op Bonnie komt afgestapt, die nog steeds aan de grond genageld in de deuropening staat, vist hij een hemd en een boxershort van de grond. Hij sleurt haar mee de hal in en sluit de deur achter zich. Terwijl hij haastig de boxer aantrekt en de knopen van het hemd dicht tracht te krijgen, probeert hij de situatie recht te trekken.
“Bonnie, je kan hier niet zomaar een kamer binnenvallen. Ik heb een reputatie hoog te houden. En dan heb ik het nog niet over de privacybescherming van mijn cliënte.”
Charlie’s aanval wakkert Bonnie’s woede alleen maar aan als een brand in een kurkdroog bos.
“Charlie, voor we elkaar het jawoord gaven, hebben we voor jou één regel vastgelegd: geen sekspartijtjes meer in Delight. Dat je deze hoerenbar runt, dat was ok. Dat is ok. Maar je penis in het rondzwaaien, hoort daar niet meer bij. Ik heb daar maar één woord voor: niet ok.”
Na haar tirade hapt Bonnie even in een poging haar ademhaling onder controle te houden.
“Dat zijn twee woorden”, daagt Charlie uit.
“Eén tip, Charlie”, sist Bonnie verder. “Dit is niet het moment om grapjes te maken.”
“Komaan, Bonnie”, probeert Charlie terwijl hij zich dicht tegen haar aandrukt. Zijn neus vindt een weg van achter haar oor, langs haar nek, haar sleutelbeen en haar borsten. Zijn nog steeds halfstijve lul priemt door zijn boxer tegen haar kruis.
“Charlie, stop het! Ik pik dit echt niet!”
Een kordate duw tegen zijn borst, houdt de bronstige vent wat op afstand.
“Trouwens,” steekt Bonnie van wal. “Ik heb je nog het een en ander te vragen.”
Afwachtend kijkt Charlie haar aan met een vragende blik, niet wetende wat voor een kruisverhoor zijn eega voor hem in petto heeft. 
“Wat deed Eden eergisteren in Bada Bing?”
De frons die zich meester maakt van Charlie’s voorhoofd spreekt boekdelen.
“Wat?”, klinkt er met een dreigende stem.
“Wat deed Eden eergisteren in Bada Bing?”, herhaalt Bonnie met extra articulatie, alsof ze tegen een kind van zes aan het praten is.
“Wat?”
Door zijn overduidelijke high is Charlie niet in staat er op dit moment meer uit te krijgen. Wanneer ook Bonnie dat beseft, weidt ze verder uit.
“Eergisteren kom ik Bada Bing binnen en tref ik je zus in een nogal pikante outfit in een nog pikantere positie aan”, fluistert Bonnie grijnzend.
“Wat? Wat wil je nu zeggen? Dat Eden in de stripclub van die eikel van een vriend van jou werkt?”
Zijn ongecontroleerd gedrag doet bij Bonnie de twijfel toeslaan. Zou hij hier toch voor niets tussen zitten?
“Neen, Charlie. Ze was daar duidelijk voor haar eigen plezier.”
Er is geen weg terug voor Bonnie, of Charlie Eden nu naar Bada Bing gestuurd heeft of niet. Vertellen moet ze het, zoveel is duidelijk wanneer Charlie dreigend dichter tegen haar komt staan.
“Geen spelletjes spelen, Bonnie.”
Zijn serieuze stoere stem – zijn gangsterstem – is terug.
“Met wie was ze daar?”, dreigt hij terwijl hij haar onderarm beet grijpt en er net hard genoeg in knijpt om haar pijn te doen.
Bonnie kijkt hem mysterieus aan, met haar mondhoeken ietwat opgekruld. Nu ze toch weet dat Charlie zodra over de rooie zal gaan, geniet ze van het moment en bouwt ze de spanning wat verder op door hem niet meteen te antwoorden. Tot grote ergernis van de razende stier voor haar neus natuurlijk.
Nu is het aan Charlie om zijn zin kracht bij te zetten door elk woord afzonderlijk te beklemtonen: “Bonnie, stop met rond de pot te draaien.”
Bonnie knikt: “Ik stop met rond de pot te draaien.”
Voor ze verder gaat neemt ze wat afstand en gaat ze tegen de deur van kamer 3 leunen.
“Eergisteren kwam ik Bada Bing binnen en zag ik Eden, gehuld in een doorzichtig niemendalletje, Koen de lapdance van zijn leven geven.”
Wanneer Charlie zijn naam hoort, knapt er iets in zijn brein. Hij stormt op Bonnie af, maar zij wijkt niet uit. Geen angst tonen, dat is de sleutel. En of het werkt. In plaats van op haar gezicht belandt zijn rechtervuist dertig centimeter naast haar tegen de massief houten deur, met alle reeds bekende gevolgen van dien natuurlijk.
“Ik haat die kerel, Bonnie”, zegt Charlie nauwelijks hoorbaar, terwijl hij met zijn nog hele hand bij zijn andere exemplaar de schade tracht op te meten.
Nu pas beseft Bonnie ten volle welke sneeuwbal ze in beweging heeft gezet, nu blijkt dat Charlie helemaal niets te maken had met de aanwezigheid van Eden in Bada Bing. Koen had misschien toch gelijk? Dat ze hem gewoon ziet zitten. Zou het? En dit alles heeft ze te danken aan haar overdreven paranoia. Wanneer Charlie de eerste pijn van zich heeft afgeschud, benadert hij Bonnie opnieuw, zij het nu wat zachtaardiger. Hij komt nonchalant net zoals haar tegen de deur staan.
“Daarvoor kom je toch niet naar hier Bonnie? Om me te zeggen dat Eden in Bada Bing zat?”
Bonnie schudt haar hoofd, ontgoocheld in zichzelf. De wijsvinger van Charlie gaat langzaam de lucht in, alsof hij de oplossing voor wereldvrede net heeft uitgevonden.
“Jij dacht dat ik er voor iets tussen zat.”
Bonnie hoeft niets te zeggen om te bevestigen. Charlie springt op en gaat opnieuw voor zijn vrouw staan.
“Dacht jij nu echt dat ik mijn eigen zus op die klotevent zou afsturen? Haar als een hoer uitlenen aan een concurrent? Mijn zus is geen hoer”, snuift Charlie woedend.
“Ok,” lacht hij dan plots, “misschien zit er wel wat nymfomaan in haar. Maar waarom zou ik in godsnaam mijn zus op Koen afsturen? Is er iets waar ik ongerust over moet zijn?”
Een boomerang is er niets tegen. Als een baksteen knalt deze vraag recht in Bonnie’s gezicht.
“Charlie, doe niet zo paranoia”, wuift Bonnie zijn woorden als een volleerd mythomaan weg.
“Wat?”, klinkt er precies zoals voor de Eden/Koen-mededeling.
“Neem wat minder drugs, Charlie”, bijt Bonnie van zich af.
“Ik ga naar huis”, sluit ze af, maar voor ze haar rug naar hem omkeert, sist ze hem nog toe: “Mijn moeder weet het trouwens, van de overval.”

3 december 2000

Geen mens kan zonder leugens. De ene verzamelt er doorheen de jaren gewoon meer dan de andere…

Wanneer ze Charlie opmerkt in de deuropening van hun slaapkamer, gooit Bonnie het dagboek van haar moeder snel onder hun bed. Ze mag er niet aan denken dat hij dat onder ogen zou krijgen. Waarom heeft ze het ook naar huis meegebracht? Het boek lag veilig in de studio, maar Bonnie moest het zo nodig meenemen om er meer in te kunnen lezen.
“Wat was je aan ’t lezen?”, vraagt Charlie nonchalant terwijl hij zich één voor één van zijn kledingstukken ontdoet.
Zijn vest, broek, gilet, hemd, boxer en sokken maken langzaam plaats voor het adamskostuum waar Bonnie zo van houdt.
“Niets”, antwoordt Bonnie even nonchalant alsof ze de nieuwste editie van de Flair net onder haar bed heeft gegooid.
“Zaken zeker?”
Bonnie is blij dat hij het plaatje begrijpt. Wanneer haar warme beer naast haar in bed komt liggen en haar als een koffielepeltje omhult, droomt ze al snel over ridders en eenhoorns.

Ongewoon voor haar doen schrikt Bonnie ogenschijnlijk zonder reden wakker in het holst van de nacht. Wanneer ze haar ogen opent, beseft ze al snel waarom ze uit haar slaap is gerukt. Charlie zit met zijn rug naar haar gebogen aan het bureau in de slaapkamer, met alleen een bureaulampje als lichtbron.

“Charlie?”
Zijn stoel draait zich meteen om wanneer hij haar stem hoort. Charlie staart Bonnie met betrapte ogen aan. De reden voor die blik ligt in zijn handen: het dagboek van Anita.
“Sorry prinses, ik had dit nooit mogen doen”, klinkt het met gebroken stem.
“Godverdomme, Charlie! Ik ben het moe! Ik ben nog niet gerecupereerd van uw ene misstap als je al een nieuwe begaat? Waar gaat dit eindigen, maat?”
Van een slaapkop is bij Bonnie na deze tirade niet veel te merken. Slechts gehuld in haar adamskostuum, springt ze uit bed en loopt ze als een ijsbeer woest heen en weer tot ze in een ruk het dagboek uit zijn handen trekt.
“Hoeveel heb je gelezen?”
Haar stem klinkt dreigend, duivels bijna. Charlie zucht en twijfelt.
“Ik heb zo wat gebladerd”, mompelt hij. 
Wanhopig slaat Bonnie haar vuist op het bureau, tot grote verbazing van Charlie, die zo’n reactie maar al te goed kan thuis brengen. Meteen schrikt Bonnie van de pijnscheut die zich meester maakt van haar hand. Ze balt haar gewonde vuist en bedekt er haar tot een woeste teut gereduceerde mond mee. Zwaar ademend denkt ze na over de gevolgen van Charlie’s daad.
“Weet je nog, Charlie,” steekt ze na een tijdje van wal, “dat goede zakenadvies van jou. Over niets achter de rug doen van je baas…”
Charlie springt recht als hij dit hoort.
“Bonnie, je gaat dit toch niet tegen Anita zeggen?”
Zijn stem slaat over wanneer hij de vraag formuleert.
“Wat kan ik anders, Charlie?”, zucht Bonnie. “Kan jij me beloven dat je alles wat je net gelezen hebt gewoon uit je geheugen wist en het nooit als voorkennis zult gebruiken in de toekomst?”
Ontgoocheld schudt Charlie zijn hoofd en kijkt hij haar aan met droeve puppy ogen. Hierdoor beseft Bonnie maar al te goed dat hij bezwarende details onder ogen heeft gekregen, anders had hij wel anders gepiept. Angst staat af te lezen in Charlie’s ogen. En dat is iets nieuws voor Bonnie.
“Je tekent mijn doodvonnis”, zegt Charlie bloedserieus.