Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 16

De wens van Charlie’s vader Adam om langs te komen voor een etentje, wordt meteen na hun huwelijksreis vervuld. Al moest Bonnie daarvoor wel zwaar inpraten op haar kersverse man. Zonder in detail te willen treden, had hij haar voor gek verklaard. Maar zij had voet bij stuk gehouden, waardoor ze daags na hun terugkomst al bij Adam aan de eettafel zitten. Tot hiertoe was er geen vuiltje aan de lucht en daarom begreep Bonnie absoluut niet waarom Charlie er zo’n strijd van had gemaakt om dit bezoekje te laten doorgaan.
“Ik begrijp het toch niet goed, Bonnie.”
Adam walst zijn glas rode wijn in de palm van zijn hand met de nodige elegantie heen en weer, zijn woorden wikkend en wegend. Bonnie schuifelt heen en weer op haar stoel, niet wetende waaraan zich te verwachten. Charlie’s vader schraapt zijn keel voor hij verdergaat.
“Dat een ambitieuze en enthousiaste communicatiestudente opeens 180 graden draait en voor het illegale milieu kiest.”
Zijn woorden worden met een diepe zucht onthaald bij Charlie, die naast Bonnie aan de eettafel zit. Eden, die eveneens in het gezelschap aanwezig is, prutst wat ongemakkelijk aan het stoffen servet dat voor haar op een leeggegeten bord ligt. Hertenfilet met een assortiment van wilde paddestoelen, vergezeld van een zalfje van pastinaak: dat is wat Adam voor zijn kinderen en kersverse schoondochter uit de mouw heeft geschud. Bonnie’s hoofd tolt nog als ze denkt aan wat hij als amuse en voorgerecht heeft geserveerd. Al kan dat ook door de aangepaste wijnen komen. Voor haar is het vanavond des te duidelijker geworden waar Charlie zijn gratie vandaan haalt. Al de hele avond wordt het drietal in de watten gelegd, en omringd door een gezellige en gemoedelijke sfeer. En dat ondanks het de eerste keer is dat Bonnie en Charlie bij zijn vader op bezoek zijn.  Bonnie weet er het fijne nog niet helemaal van, maar wat alleszins duidelijk is, is dat het niet altijd heeft geboterd tussen vader en zoon. Maar vanavond heeft Bonnie daar eigenlijk nog niet veel van gemerkt. Vanaf het aperitief tot het hoofdgerecht, werden ze als een vorstenpaar onthaald. Maar het dessert blijkt pittiger dan verwacht.

“Pa,” zegt Charlie zuchtend na een serieuze stilte, “we zijn hier niet om uw goedkeuring te vragen voor onze levensstijl.”
Adam schudt kordaat zijn hoofd: “Je kan een gesprek niet altijd naar je hand zetten, Charlie.”
Woest kijkt Charlie weg. Een reactie die Bonnie helemaal niet gewend is om te zien. Tegen eender wie anders zou Charlie van zich afgebeten hebben, als een pitbull niet los te krijgen van zijn prooi. En nu kijkt hij weg als een machteloze maltezer.
“Ik heb altijd al geweten dat ik in het milieu terecht zou komen”, steekt Bonnie van wal. “Met een moeder als de mijne kan je gewoon niet in die wereld sukkelen. Met de negatieve bijklank die sukkelen met zich meedraagt, is dat misschien niet de perfecte woordkeuze. Maar kom, je begrijpt het plaatje. Ik ben gemaakt voor deze wereld, Adam. Dat ik communicatiewetenschappen gestudeerd heb, heeft alles te maken met de richting die ik met de Bende wil uitgaan.”
Ze ademt diep in na haar betoog en Adam knikt goedkeurend, terwijl hij met wijs- en middelvinger zijn stevige baard gladstrijkt. Ondanks Charlie nog steeds wegkijkt, merkt Bonnie de brede grijns op zijn gezicht.
“Het is niet omdat je het kind van een gangster bent dat je zelf dat pad op moet”, zegt Adam, die trouwens beangstigend fel op Charlie lijkt.
De woorden sijpelen traag door bij Bonnie. Dat is een stelling waar zij vaak over nagedacht heeft voor ze lid werd van de Bende. Maar de drang naar de sfeer die er heerst bij de BB, was voor haar te groot.
“Ik moest gewoon proeven van die verboden vrucht”, zegt ze symbolisch.
“Kiezen is verliezen”, haalt Adam zijn schouders op.
“Ik ben blij dat ik er niet voor gekozen heb. Ondanks dat ik zelf ook het kind van een gangster ben. Maar ik moet toegeven dat ik die keuze niet alleen gemaakt heb. Ik weet niet wat er zou gebeurd zijn moest Christianne er niet geweest zijn.”
Hij slikt wanneer hij haar naam uitspreekt. Charlie schudt geïrriteerd zijn hoofd. Zijn moeder is sinds Bonnie hem kent altijd een onderwerp geweest waar hij zo weinig mogelijk over kwijt wou. Een wens die Bonnie steeds gerespecteerd heeft. Maar nu Adam haar vermeldt, is ze wel benieuwd naar wat meer informatie over haar.
“Ik ben ervan overtuigd dat haar doel was om mij op het goede pad te zetten, het rechte pad. De cirkel van illegaliteit te doorbreken.”
Hij schudt ontgoocheld zijn hoofd.
“Je moeder zou zich omdraaien in haar graf moest ze weten dat jij de troon van mijn vader hebt geërfd.”
De vuist van Charlie belandt woest op tafel waardoor alles wat erop staat een serieuze aardbeving te verwerken krijgt.
“Ik ben hier weg”, tiert hij voor hij zich recht zet en met woeste stappen de kamer verlaat. De ongemakkelijke stilte aan tafel wordt onderbroken door de voordeur die dichtklapt. Eden is de eerste die rechtveert, maar ook Bonnie volgt haar voorbeeld. Ze neemt Adam zijn hand vast.
“Iedereen moet zijn eigen keuzes maken. En uit zijn eigen fouten leren, Adam. Ik ga hem achterna, maar ik wil heel graag dit gesprek op een ander moment verder zetten.”
Bonnie ziet nog net dat hij knikt voor ze zich met een ruk omkeert en het huis uit loopt. Ze vindt haar vent heftig aan een sigaret lurkend op de motorkap van zijn BMW. Zonder iets te zeggen, zet ze zich er naast en steekt ook een Marlboro op. Achter hen hoort ze naaldhakken naderen.

“Broer, laat je toch niet zo opjagen door papa”, zegt Eden meelevend terwijl ook zij een sigaret opsteekt.
“Er is maar één iemand in mijn wereld die mij zo snel op mijn paard kan krijgen en dat is die klootzak daar binnen. Het was gewoon een vergissing om naar hier te komen. Ik heb het u toch gezegd, Bonnie! Wat dacht je? Dat het de hele avond over koetjes en kalfjes zou gaan? Neen, al van in het begin wist ik dat het hoe dan ook op één ding zou uitdraaien. En dat is mij naar beneden halen. Wat ik doe, naar beneden halen. Hij had godverdomme de kloten niet voor mijn wereld. Ik zou hem wel eens iemand willen zien afmaken.”
Eden gooit haar handen in de lucht wanneer ze dit hoort.
“Charlie, vent. Ik wil echt niet weten wat jij allemaal doet, maar je hoeft er ook niet trots op te zijn. Jij lijkt te vergeten dat waar je mee bezig bent niet door de beugel kan. Dat je daarvoor jarenlang de gevangenis in kunt vliegen!”
Charlie springt snuivend recht en neemt op nog geen dertig centimeter afstand van zijn zus post. Zijn dreigende wijsvinger raakt ei zo na haar neus.
“Ik heb uw mening niet gevraagd, Eden. Ik heb mijn keuzes gemaakt en jij de jouwe. Ik veroordeel u toch ook niet?”
Niet terugdeinzend steekt Eden opnieuw van wal.
“Och Charlie, hoe zou jij me kunnen veroordelen? Alles wat ik doe, doe jij minstens evenveel.”
Charlie schudt zijn hoofd en grijnst.
“Moest jij zoals ik elke keer als je een vent neukt er geld voor krijgen, was je al veel rijker geweest.”
De vlakke hand van Eden kletst luid tegen zijn kaak, maar Charlie geeft geen kick.
“Kom Bonnie, we zijn weg.”

Tijdens de rit naar huis heerst er een akelige sfeer. Gelukkig is er de radio om de stilte te doorbreken.

Streetlife… It’s the only life I know
Streetlife… and there’s a thousand parts to play
Streetlife… until you play your life away

Randy Crawford

Charlie’s blik vindt de achteruitkijkspiegel. Hij grijpt ‘m beet en verstelt hem een beetje. 
“Waarom zit die zo gast zo in mijn gat te duwen?” 
Over de loeiharde muziek heen, hoort Bonnie hoe de motor van de wagen achter hen hoog in toeren gaat. Charlie’s BMW, die als eerste op de derde rijstrook voor een rood licht op de A12 staat, beantwoordt het gebrom. Bonnie kan het niet nalaten om met haar ogen te rollen. Maar nog voor ze een gepaste reactie kan bedenken, springt het verkeerslicht op groen waardoor de hengsten van de M5 in galop uit de startblokken schieten. 
“Charlie!”, is het enige wat ze er schreeuwend uit krijgt terwijl ze naar handgreep boven de deur grijpt. Het pijltje van de kilometerteller gaat snel omhoog: 120 … 140 … 160 … Vanuit de zijspiegel ziet ze de lichten van de wagen achter hen de beemer opjagen. 
“Charlie, zet je gewoon op het tweede rijvak.” 
“Stttt”, is de enige repliek die ze krijgt. 
200 … 230 … Hij heeft gelost. Dat kan moeilijk anders met Charlie’s paardenarsenaal. 
“Je bent gewonnen. Je hebt je bewezen. Rij nu maar een beetje kalmer.”
Ze klinkt als een moeder. Maar het mist zijn effect niet, want Charlie haalt zijn voet wat van het gaspedaal waardoor de teller van de bolide terug onder de 200 duikt. Hij werpt haar knipogend een uitdagende kus toe. 
“Stoer, heel stoer.” 
“Bonnie, ik kon toch niet anders?” 
Voor de blondine er tegenin kan gaan, werpt Charlie opnieuw een blik in zijn achteruitkijkspiegel. Als ook Bonnie de zijspiegel gebruikt om achter zich te kijken, ziet ze hoe de achterligger hen terug op de hielen zit en met zijn lichten knippert. 
“Ga nu gewoon opzij, Charlie.” 
Hij lijkt niet van plan haar wens op te volgen en opnieuw schiet de teller omhoog. Zonder al te veel na te denken, maar niet voor ze de tweede rijstrook heeft gecheckt in de zijspiegel, geeft ze een snok aan het stuur waardoor de M5 naar rechts uitwijkt. 
“Godverdomme, Bonnie!”, schreeuwt Charlie terwijl hij de wagen met man en macht opnieuw onder controle tracht te krijgen. “Zijde gij zot geworden?” 

Haar hart klopt in haar keel. Het duurt even voor ze haar man durft aankijken. Als ze toch de moed bijeen durft te rapen, merkt ze dat de tegenstander nu naast hen op het derde rijvak rijdt. Ze slaagt er niet in binnenin de cockpit te kijken, maar ziet wel meteen dat het een Porsche is die naast hen rijdt. Wanneer ook Charlie zich daar bewust van wordt, drukt hij de gaspedaal opnieuw harder in. De parallelle wagen volgt zijn voorbeeld. Zenuwachtig tokkelt Charlie op het stuur van de M5.
“Die gast maakt me gek!”
Bonnie wendt haar hoofd af van de kilometerteller als ze die opnieuw snel ziet stijgen.
“Als je nu geflitst wordt, ben je voor altijd je rijbewijs kwijt. Dan zit je daar met je waanzinnige wagens …”
De kuipzetels zuigen Bonnie’s frêle lichaam dieper in de witte lederen bekleding, waardoor ze haar grip op de handgreep boven de deurpost moet lossen. Paniek heerst als ze merkt dat de buurman nu demarreert en de pole positie inneemt.
“Godverdomme!”
Gefrustreerd slaat Charlie op zijn stuur. Net op dat moment verplaatst de Porsche zich naar de tweede rijstrook en komt voor hen rijden. Zijn remlichten gaan op rood. Bonnie’s adem stokt. Charlie doet er alles aan om zijn paarden opnieuw in de teugels te krijgen. Bonnie’s hart klopt in haar keel wanneer ze de voorligger terug het hazenpad ziet nemen.
“Je. Neemt. Nu. Die. Afrit”, sist ze Charlie toe.

Gehoorzaam geeft hij gehoor aan haar wens en gaat de autostrade af. Hij houdt halt op de eerste de beste parkeerplaats. Hij legt zijn hand op haar dij terwijl de paarden van de BMW na die wilde rit naar adem happen. 
“Sorry, Bonnie. Ik kon niet anders.”
Voor Bonnie iets kan zeggen, merkt ze dat er een wagen achter hen stopt. De sensoren van Charlie’s Beemer slaan op hol als deze hen nadert. Wanneer de achterligger zijn voorlichten dooft, is het meteen duidelijk dat het opnieuw dezelfde wagen is. 
“Die gast gaat ervan langs krijgen”, briest Charlie terwijl hij tussen Bonnie’s benen naar het handschoenenkastje reikt en er een revolver uit neemt. 
“Jij blijft ten allen tijde binnen, Bonnie. En doe de deuren op slot als ik buiten ben.” 
“Charlie …”
Haar smekende ogen hebben geen effect. Hij steekt het geweer in de holster onder zijn oksel en sluit de knop van zijn blazer voor hij uitstapt. Zoals gevraagd drukt ze de knop in voor de centrale vergrendeling als hij de deur achter zich heeft dichtgeslagen. Een diepe zucht weerklinkt in de stilte die ontstaat wanneer ze de volumeknop toedraait. Door de achteruitkijkspiegel van positie te veranderen en dankzij de straatverlichting kan ze goed observeren wat er zich buiten afspeelt. Ook de bestuurder van de andere wagen is uitgestapt en geeft Charlie meteen een flink duw tegen zijn borst. 

“Wa denkte gij wel? Het is ni omda ge me nen dikken BMW rijdt, dat de weg van u is, hé kerel. Als er iemand achter u komt rijden en met zijn lichten doet, dan gade uit de weg. Dikken bak of ni.” 
Bonnie’s adem stokt. Ze tokkelt zenuwachtig met haar vers gemanicuurde zwarte gelnagels op de deurpost. 
“Excuseer, meneer. U heeft volledig gelijk, ik had moeten uitwijken. In tegenstelling tot u, zit ik niet alleen in mijn bescheiden wagen en heb ik de liefde van mijn leven in mijn cockpit zitten. Dus laat ons besluiten dat het een misverstand was zodat we allemaal onze avond gewoon kunnen verderzetten.” 
Charlie’s beheerste aanpak verrast Bonnie. De man, die qua gestalte zeker niet moet onderdoen voor Charlie, is echter niet onder de indruk van de gladde praat van zijn gesprekspartner en duwt Charlie nogmaals flink tegen de borst. Die verroert geen vin. 
“Meneer, ik ga het nog één keer vriendelijk vragen. Mag ik gewoon mijn avond verderzetten zonder mijn handen vuil te maken? Ik denk dat voor elke betrokken partij de beste optie is.” 
“Wat een onbeschoft Beemer bazeke zijde gij?”
De hoofden van beide partijen botsen bijna tegen elkaar. 

Haantjesgedrag in 3 … 2 … 1! 

De rechter van de onbekende man haalt uit, maar Charlie slaagt erin deze af te weren. Hij grijpt de man bij de kraag van zijn jas. 
“Vriendelijk zijn werkt jammer genoeg niet bij iedereen. U gaat nu braaf in die rammelkar van u stappen en vertrekken of het is uw beste dag niet geweest.”

Tot daar de beheerste Charlie.

De man lacht luid. Bonnie durft bijna niet te kijken als ze ziet dat Charlie in zijn blazer grijpt en zijn pistool bovenhaalt. De man steekt meteen zijn handen in de lucht. 
“Ok, ik heb het begrepen”, klinkt het heel wat stiller dan voorheen. 
Ze kan nog net zien hoe de man onderdanig zijn hoofd neerbuigt, de ‘rammelkar’ in stapt en met ronkende motor vertrekt. Een zweem van opluchting overvalt haar wanneer Charlie terug in de bestuurdersstoel heeft plaatsgenomen. Zijn grote opgejaagde ogen kijken haar aan. Ze stralen. 
“Het was plezant, precies.” 
Hij grijnst. 
“Als je dit niet een beetje ‘plezant’ vindt, heb je de verkeerde stiel gekozen.” 
“Heb je het nu over jezelf of over mij?” 
Hij probeert een lok die uit zijn strak naar achteren getemde krullen ontsnapt is, plat te strijken, maar zonder resultaat. 
“Ik heb de situatie toch perfect ontmijnd? Ik heb mijn handen niet moeten vuilmaken en heb toch mijn adrenalineshot terug binnen.” 
Ze rolt met haar ogen. 
“En ge hebt nog eens als nen echte cowboy met een pistool kunnen zwaaien”, klinkt het spottend.  

Wanneer ze voor hun gebouw geparkeerd hebben, stapt Charlie geruisloos uit en loopt hij met rasse schreden naar binnen. Op hoge hakken trippelt Bonnie hem achterna. In de inkomhal vindt ze naast Charlie nog een man die haar vent duidelijk kent.
“Charlie, alsjeblieft. Ik heb het nu nodig.”
De blik van Charlie verlegt zich van Bonnie, die ondertussen achter hem staat, naar de ongewenste indringer. Hij duwt hem kordaat tegen de rij brievenbussen die tegen de wand van de inkomhal hangen. De man in kwestie haalt onschuldig zijn handen omhoog. Hij ziet er een wrak uit en is duidelijk onder invloed van een flinke drugscocktail. Zijn huid is grauwgrijs, op de donkerbruine randen onder zijn ogen na. En hoewel hij gehuld is in een strak pak, lijkt het alsof hij al dagen niet geslapen heeft.
“Charlie, komaan. Ik wacht al een week”, stottert de man opgejaagd.
Charlie neemt hem agressief bij zijn keel.
“Nog één woord godverdomme en ik knijp uw keel tot moes. Ge hebt wel serieus wat lef om hier op te dagen!”
Wat overvallen door de onverwachte situatie waarin ze zich bevindt, rommelt Bonnie in haar handtas op zoek naar de huissleutel.
“En daarom laat ik u gaan. Maar vent, ik zweer het u, als ik uwe kop hier nog één keer in de buurt van dit gebouw opmerk, blijft er niets meer van over.”
Het is lang geleden dat Bonnie Charlie’s stem zo dreigend heeft horen praten. Herinneringen aan de overval op de nachtwinkel van haar moeder flitsen door haar hoofd.
“En nu buiten!”
De man vliegt tegen de deur en loopt daarbij blijkbaar wat schrammen op, aan het bloed op de grond te merken nadat hij strompelend het gebouw is uit gevlucht.
“Godverdomme!”
Bonnie kan Charlie nog net in bedwang houden voor hij zijn hand tegen de deur van de lift tot moes slaat.
“Charlie, je moet daar echt mee stoppen, zo overal op kloppen. Kalmeert u een beetje!”
Heftig snuivend en met vuurspuwende ogen knikt hij.
“Je hebt gelijk. Kom, we gaan naar boven.”
Hij slaat zijn arm over haar heen en stapt de ondertussen gearriveerde lift in.
“Ik moet gewoon wat dagen rust nemen voor ik terug de realiteit in ga”, klinkt het terwijl de lift naar de hoogste verdieping klimt.
Bonnie knikt: “Dat komt goed uit want morgen ga ik alleszins langs bij Koen.”
Charlie’s wenkbrauw schiet de hoogte in, maar Bonnie gebaart dat hij zich kalm moet houden.
“Hou je maar wat kalm, Charlie. Koen is gewoon mijn maatje…”

Ondanks zijn wat afgepeigerde uiterlijk, ziet Koen er oprecht blij uit wanneer Bonnie zonder aankondiging opeens aan zijn bureau staat.
“Wauw, que chica bonita!” , fluit hij terwijl zijn ogen bijna uit zijn kassen vallen. Het mag ook gezegd, van die heerlijke Indian Summer in Spanje krijgt een mens een gezond kleurtje. Haar haren zijn mogelijk nog witter dan tevoren en steken af tegen haar glanzende gebruinde huid. Bovendien zorgt haar diep uitgesneden topje ervoor dat haar vormen extra in de verf gezet worden. Op aanraden van Anita natuurlijk. Haar woorden “speel al je troeven maar uit” dansen nog door haar hoofd. Want Bonnie is hier met een missie. Hoewel ze officieel nog niet terug aan het werk is na de huwelijksreis, heeft haar moeder haar gevraagd om eens met Koen te gaan praten. Voor ze Desirée en Amy op hem af stuurt. Goed nieuws is dat allerminst. Haar schoolkameraad is de bende al langer dan een maand 20.000 euro verschuldigd. Daar wordt niet mee gelachen.
“Hoe was het nog in Spanje?”, vraagt Koen opgewekt terwijl hij een fles champagne uit een kleine koelkast achter zich haalt, die hij in één wip ontkurkt.
“Het was zalig, Koen. Zo ongelofelijk relax om samen te zijn zonder al die zever van hier in België.”
Koen knikt: “Dat kan ik me helemaal voorstellen.”
Koen biedt haar een tot de rand gevuld glas champagne aan en klinkt het zijne ertegen: “Proost.”
Tevreden knikt Bonnie. Ze heeft zich deze ontmoeting heel wat anders ingebeeld, op de weg hierheen. Het is immers al van haar trouw geleden dat dit duo elkaar heeft gezien. Ze had verwacht een zielig hoopje vol zelfmedelijden te vinden, maar in plaats daarvan zit er tot haar grote verbazing, én verrukking, een opgewekte jonge vent.
“Het is vreemd om terug te zijn”, vertelt Bonnie verder.
“Er is wel veel gebeurd ondertussen.”
Bonnie’s nieuwsgierigheid is meteen gewekt.
“Vertel!”
Het geheimzinnige lachje van Koen verraadt alles.

The boy is in love.

“Weet je nog dat je me op je trouw bent tegengekomen op de trap met een meisje aan de arm?”
Bonnie knikt afwachtend en probeert zich de vrouw terug voor de geest te halen. Iets waar ze niet meteen in slaagt. Al weet ze wel nog dat Charlie toen zei dat dat een verre nicht van hem was.
“De nicht van Charlie?”
Koen knikt enthousiast: “Natalie.”
Van dag één een koppel blijkbaar, en al helemaal tot een geheel versmolten. Ze woont zelfs al officieus bij hem in, in zijn appartement boven Bada Bing.
“Anders gaan we even naar boven, ze is er wel, normaal gezien”, springt Koen recht.
“Ik wil even nog over iets anders praten, Koen.”
De man merkt meteen dat het menens is en neemt terug plaats in zijn bureaustoel.
“Wat is er?”
Bonnie steekt van wal: “Koen, dit vind ik echt het rotste deel van mijn job bij BB. Maar zaken zijn zaken. Ik zal niet rond de pot draaien. Ge moet ons nog 20.000 euro.”
Koen schrikt als hij merkt dat ze niet alleen gekomen is om over koetjes en kalfjes te praten.
“Daarvoor zijt ge naar hier gekomen”, knikt hij zichtbaar gedegouteerd, maar Bonnie schudt haar hoofd.
“Koen, ge moet niet zo kwaad zijn. Als ge een afspraak maakt, maakt ge een afspraak. Als ge zegt dat ge een halve kilo coke per maand kunt verdelen dan moet ge d’r ook voor betalen. 20.000 mankeren we, Koen. Dat is geen licht bier, hé. Ge weet toch wat de bende doet met wanbetalers?”
Koen buigt geamuseerd achterover in zijn stoel en laat haar uitspreken.
“Het is niet om mee te lachen, Koen. Laat dat even duidelijk zijn. Het is niet omdat we vrouwen zijn dat we ervoor terugdeinzen om onze handen vuil te maken. Ik wil niet in details gaan, maar ge wilt écht niet weten wat ik Amy al met andere klanten heb zien doen.”
Koen schiet uit zijn startblokken.

“Hola, hola, Bonnie. Vindt gij dit nu normaal? Ik heb u bijna een maand niet meer gezien. En dan komt ge hier binnen gewandeld om mij af te schilderen als ne wanbetaler, terwijl ge waarschijnlijk zelfs nog niet helemaal mee bent met de laatste gang van zaken. Vorige maand heb ik anderhalve kilo verdeeld en nu heb ik gewoon efkes een dieptepunt in mijne cashflow. En daar gaan jullie me al op afrekenen? Ik ben godverdomme als een speer de hoogte in aan het schieten. Bekijk toch het potentieel van deze boîte? De rijkste kerels komen hier en huren de tent af voor exclusieve en exuberante seksfeestjes, met alles erop en eraan. Bovendien vinden ze de diensten die ik verleen van zulk hoogstaand niveau dat ze een deel ervan mee naar huis willen pakken. Dat is toch een goudmijn, Bonnie!”
Koen is helemaal rood aangelopen en buiten adem.
“Koen, rustig vriend. Het klinkt inderdaad slim. Maar dan kan die 20.000 euro toch geen probleem zijn om op te hoesten?”, vraagt Bonnie.
Door die vraag begint Koen aan zijn nagelriemen te pulken. Dan kijkt hij haar recht in de ogen aan en haalt zijn schouders op.
“Dat geld vliegt eruit, Bonnie. Die coke ook, trouwens. En voor ik het wist had ik een gat van 20.000 euro.”
Bonnie kan haar oren niet geloven.
“Hoe kunt ge nu op een dikke maand tijd 20.000 euro uitgeven aan… Niks?”
Machteloos begint Koen te lachen.
“Champagne, coke, wiet, kaviaar, oesters, feestjes, vrouwen”, even pauzeert hij voor er een lach op zijn gezicht verschijnt. “Natalie.”
Hij slaat zijn hand voor zijn ogen.
“Die kost mij echt pokkeveel geld, Bonnie”, klinkt het wanhopig.

Blijkbaar heeft hij zijn ‘nieuwe vriendin’ op nog geen maand tijd al voor meer dan tienduizend euro cadeau’s gekocht. Geen wonder dat ze verblind is door zijn aantrekkingskracht. Geld ja, daar is die griet duidelijk op uit. Bonnie steekt de joint op die ze net heeft gerold en inhaleert er drie keer van voor ze haar ongezouten mening geeft.
“Koen, wat ik voorstel is het volgende. Gij breekt met die Natalie, want vent, ik zweer het u: die is gewoon uit op uw geld.”
Haar uitspraak wordt op protest onthaald, maar Bonnie steekt haar wijsvinger de lucht in om hem duidelijk te maken dat hij haar moet laten uitspreken.
“Wacht even. Ge breekt met Natalie en ik leen u 20.000 euro. Zonder dat de bende dat moet weten.”
Grote dwaze ogen kijken haar aan: “Gade gij me echt 20.000 euro lenen?”
“Blijkbaar, Koen. Maar we gaan niet zeveren. Ik geef u dat geld en gij kapt met Natalie. Maar oh wee, als ik te horen krijg dat ge u niet aan de regels houdt.”
Koen knikt. Wat kan hij ook anders?

De alombekende grijns van Charlie wanneer hij de loft binnenkomt, zegt alles. Bonnie heeft hun stek dan ook omgetoverd tot een paradijs, met overal kaarsen, bloemen en een tot in de puntjes verzorgde gedekte tafel. Zelf ziet ze er eveneens op haar paasbest uit, in de zwarte jurk die ze droeg toen het tweetal elkaar voor de eerste keer zag. Op kousenvoeten nadert Charlie zijn koningin, neemt haar hand vast en maakt een buiging, eindigend met een bloedgeile kus op de rug van haar hand.
“Goodevening, milady.”
Ook Bonnie neemt de rol aan van middeleeuwse jonkvrouw en maakt een statige buiging terwijl ze met beide handen haar rok wat opheft.
“Goodevening, milord. I’ve made you supper”, probeert ze er met een Schots accent uit te krijgen, een lach maskerend met een kuchje.
In één vlotte beweging laat hij haar een pirouette draaien, dan grijpt hij met beide handen haar kont vast, die door de dunne stof van haar jurk extra gevoelig is. Meteen schiet er een zucht van opwinding door Bonnie’s lichaam.
“Wat schaft de pot?”, zegt hij terwijl hij ondeugend in haar billen knijpt voor hij de keuken binnenstapt en in de potten loert.
“Stoofvlees?”
Wanneer Bonnie ook de keuken in komt, merkt ze dat Charlie plat ligt van het lachen.
“Je bent echt zalig, weet je dat? De loft tot een romantisch oord van verderf omvormen, jezelf aankleden als een übergeil huisvrouwtje en dan stoofvlees met frieten serveren. Dat is gewoon zo, jij.”
Hij neemt haar vast en al snel verdwalen ze in elkaars aanrakingen.

De gigantische boer die Charlie produceert net nadat hij zijn laatste hap in zijn mond doorgeslikt heeft, spreekt boekdelen.
“Té lekker, prinses. Echt waar. Ik neem mijn woorden terug van daarnet. Van mij mag je altijd stoofvlees maken”, knikt hij goedkeurend terwijl hij zijn mond afveegt met een stoffen servet.
“Zeg schat”, waagt Bonnie het er eindelijk op.
Al de hele avond wacht ze op het ideale moment om Koen zijn situatie op tafel te gooien. Want waar gaat ze anders 20.000 euro halen? Het is niet dat ze geen eigen spaargeld heeft, maar zo’n bedrag kunnen missen, is iets anders. Bij haar moeder kan ze om evidente redenen niet aankloppen. Charlie is de enige oplossing. Hij is tenslotte haar echtgenoot nu.
“Het is een serieuze vraag die je nu gaat stellen”, klinkt het aan de overkant van de tafel. Alsof Charlie voor de zoveelste keer kan inschatten wat er aan zit te komen. Hoewel Bonnie alle moeite van de wereld heeft gedaan om zo losjes mogelijk over te komen.
“Deze vraag is de reden van deze avond. Is het niet?”, vraagt Charlie grijnzend.
Bonnie kruist haar armen over elkaar en drukt daarmee haar borsten prompt een cupmaat groter. Ze wendt haar blik af, maar knikt dan schuldig.
“Ik wist dat er iets achter zat”, schudt Charlie zichtbaar ontgoocheld terwijl hij speelt met een verdwaalde friet op de tafel.
Bonnie zucht en draait haar hoofd een kwartslag, in de hoop er schattiger uit te zien.
“Ik heb 20.000 euro nodig.”
Zijn pupillen verdubbelen zich van grootte op nog geen seconde tijd.
“Wat?”
Bonnie laat haar schouders hangen en herhaalt wat ze net gezegd heeft, zij het nu met extra veel klemtonen: “Ik heb 20.000 euro nodig.”
“Waarvoor?”, repliceert hij meteen.
Charlie grijpt zijn glas bier – want bij stoofvlees en frietjes hoort er bier –  en drinkt het in één teug leeg.
“Ik weet niet of het een goed idee is om u te zeggen waarvoor”, begint Bonnie voorzichtig.
Met zijn ellebogen op tafel zit hoofdschuddend Charlie met zijn handen voor zijn ogen geslagen. Na een tijdje heft hij zijn hoofd op en kijkt Bonnie strak aan.
“Even voor de duidelijkheid. Verwacht je nu van mij dat ik je 20.000 euro geef zonder te weten waar dat geld voor dient?”
Resoluut knikt Bonnie, hem eveneens recht in de ogen blijven starend. Charlie slaat zijn ogen neer.
“Sorry Bonnie, dat kan ik niet. Toch niet zo’n bedrag!”

Bonnie beseft dat ze wat gaat moeten lossen om het geld te verkrijgen en gooit meteen alles op tafel. Tot in de kleinste details. De hele tijd kijkt Charlie haar in elkaar gedoken met vragende ogen aan. Wanneer Bonnie stopt met praten, duurt het even voor Charlie reageert.
“Hoe kan ik me nu uit uw zaken houden als jij een werknemer van de Bende van den Bar, want dat is Koen tenslotte, achter de rug van de rest 20.000 euro van mij wilt geven?”
Zijn stem klinkt koeler dan ooit tevoren. Bonnie slikt moeilijk voor ze hem antwoordt.
“Die 20.000 euro is evenveel van mij”, klinkt het droogjes.
Charlie’s mond valt open.
“Gaan we zo beginnen…”, zucht hij hoofdschuddend.
Voor Bonnie iets kan inbrengen, neemt Charlie opnieuw het woord.
“Prinses, neem nu eens wat zakenadvies aan van mij, van een ervaringsdeskundige. Praat hierover met uw moeder. Doe niets achter de rug van uw baas, daar komen vodden van. Ik zou daar alleszins niet mee kunnen lachen.”
Er valt een akelige stilte. Beide weten ze dat ze aan hetzelfde denken, aan dezelfde persoon, aan Johnny. Met gesloten ogen schudt Bonnie wanhopig haar hoofd.
“Mijn moeder gaat nooit mijn remmen laten saboteren”, bijt ze terug in een poging om hem uit zijn kast te lokken.

Met enkele rake klappen op de vergadertafel roept Anita tot orde in de zaal. Als een volgzame kudde schapen is elke vrouw aan tafel plotsklaps muisstil. Anita neemt een flinke slok water voor ze het woord neemt.
“Ik ben bereid Koen nog een kans te geven. Zijn businessplan lijkt inderdaad veelbelovend. Ik zou een half jaar de kat uit de boom willen kijken, zien hoe zijn zaakjes en zijn financiële situatie evolueren. Maar ik zou wel kort op de bal spelen. Iemand zou hem moeten bijsturen in zijn deals en ondertussen een oogje in het zeil houden wat betreft zijn geld- en drugsconsumptie.”
Anita’s blik houdt halt bij Bonnie. Een tevreden lach siert haar lippen.
“Ik denk niet dat er iemand hier aan tafel beter geschikt is voor die rol, Bonnie.”
De blondine beseft meteen dat ze hier niets tegen in te brengen heeft. Koen krijgt nog een kans en zij doet niets achter de bende hun rug. Dat was toch de bedoeling? Toch laat de uitkomst van de situatie een wrange nasmaak achter. Of moet ze misschien gewoon nog aan het idee wennen? Want misschien kan dat nog leuk worden? Zo’n zaak runnen samen met Koen?
“Het wordt inderdaad tijd dat ik eindelijk wat meer verantwoordelijkheid krijg. Goeie bal, mama.”
“Hier is het Anita, ik blijf het niet zeggen, Bonnie. En trouwens, ziet gij maar gewoon dat ge Koen zijn ballen goed in de greep houdt.”

Compleet over de rooie ijsbeert Koen hoofdschuddend heen en weer in zijn bureau.
“Luistert gewoon efkes”, probeert Bonnie hem te kalmeren.
“Ik kon ni anders dan terugkoppelen. Ik kan niet beginnen zeveren achter hun rug, dat moet ge nu toch begrijpen?”
Koen knikt toegeeflijk, het signaal voor Bonnie om verder te gaan.
“Ik heb hen dus alles verteld.”
Koens ogen worden zo mogelijk nog groter.
“Ze zien potentieel in u Koen. Ze willen u nog een kans geven. Een half jaar krijgt ge om u te bewijzen. Op voorwaarde dat…”
Even houdt Bonnie strategisch halt, nog steeds twijfelend over de oplossing die uit de bus is gekomen.
“Op voorwaarde dat wat? Mijn andere arm wordt afgehakt?”
Bonnie schudt haar hoofd: “Ge moet daar geen grapjes over maken.”
“Op voorwaarde dat”, gaat ze verder. “ik hier kom werken om u te helpen met de deals en de financiën.”
Koens verbaasde open mond vervormt zich al snel tot een brede glimlach.
“Wat een zalig plan!”, klapt hij enthousiast.
Zijn blijdschap werkt aanstekelijk voor Bonnie, zeker wanneer hij haar vastpakt en haar met zijn ene arm vastklemt en als een gek begint rond te springen.
“Wanneer begint ge?”, vraagt Koen wanneer hij wat gekalmeerd is.
Bonnie haalt lachend haar schouders op: “Nu?”
Koen laat zijn vingers knippen alsof hij het idee van zijn leven heeft bedacht.
“Dat vraagt om champagne”, kirt hij het uit, zich tot de deuropening van zijn bureau wendend.
“Kom, ik geef u alvast een eerste briefing”, lacht hij en kruist zijn arm in de hare richting de grote zaal van Bada Bing.
Bonnie geniet van zijn enthousiasme, goed wetende dat haar man thuis allesbehalve blij zal zijn met de oplossing die haar moeder bedacht heeft. Het zal hem leren om haar zakenadvies te geven.

Bonnie schrikt wakker van de lift die op de verdieping van de loft stopt. Dat kan alleen maar Charlie zijn. Een blik op de klok aan de muur in de leefruimte leert haar dat ze al flink een stuk in de nacht snurkend op de sofa heeft doorgebracht. Het licht in de kamer springt aan waardoor Bonnie als een vampier haar arm voor haar ogen slaat.
“Bonnie, waarom lig je nog niet in bed? Het is twee uur ’s nachts!”
Als ze aan het licht gewend is merkt ze pas hoe slonzig Charlie eruit ziet. Iets wat allerminst van zijn gewoonte is. Zijn hemd hangt half uit zijn kostuumbroek, zijn schoenen zijn ongeknoopt en zijn blazer hangt nonchalant over zijn schouder. Die look in combinatie met een warrige krullenkop en wallen om u tegen te zeggen, maakt het plaatje af.
“Waar heb jij gezeten?”, vraagt Bonnie hees terwijl ze de slaap uit haar ogen veegt.
“Bij de flikken”, zucht Charlie.
“Wat?”
Meteen staat Bonnie recht en is ze één en al opwinding.
“Hebben ze u opgepakt?”
Charlie knikt schuldig.
“Met boeien enzo?”
Nog eens knikt Charlie.
“Wat?”
Bonnie kan haar oren niet geloven en kan het niet laten hysterisch te worden, tot grote ergernis van Charlie, wiens kop op ontploffen staat.
“Bonnie, kalmeer nu nekeer, zeg! Ze hebben niets. Geen poot om op te staan. Ze willen gewoon even aftasten uit welk hout ik gesneden ben”, wimpelt hij af.
“En wat nu?”
Bonnie’s onderlip trilt oncontroleerbaar. Charlie neemt ze tussen zijn duim en wijsvinger.
“Niets. Ik zeg het toch. Ze hebben niets.”
Hij kust haar in haar nek, op haar sleutelbeen en zoekt de weg naar haar borsten, die maar al te gemakkelijk toegankelijk zijn in haar nachtjurk. Tot hij plots stopt.
“Hoe is het afgelopen met die 20.000 euro?”
Bonnie krabt ongemakkelijk in haar haar en tracht wat afstand te creëren.
“Ik heb alles aan Anita verteld.”
Charlie knikt goedkeurend: “Slimme meid van me.”
Trots wrijft hij met zijn hand over haar blonde kop, maar Bonnie trekt zich terug en neemt wat verderop plaats in de sofa. Charlie volgt haar op de voet.
“Wat zei ze?”
Bonnie haalt haar schouders op: “Ze heeft het voorgelegd aan de bende. Er is bijna unaniem gestemd dat Koen een kans krijgt om zijn klantenbestand op te bouwen.”
“Hoezo, bijna unaniem”, wil Charlie weten.
“Ik heb tegen gestemd”, klinkt het.
Charlie kijkt haar ongelovig aan.
“Waarom zou je dat doen?”
Bonnie slikt even voor ze verder gaat.
“Omdat er een voorwaarde aan vast hangt.”
Charlie knikt goedkeurend.
“Slimme vrouw, die Anita”, knikt hij goedkeurend.
“Wat is de voorwaarde?”, vraagt hij er meteen nieuwsgierig achter.
“Je gaat er niet blij mee zijn”, waarschuwt Bonnie.
“Wat heb ik ermee te maken? Moet ik hem die 20.000 euro toch geven?”
Bonnie schudt wat groen lachend haar hoofd.
“Koen krijgt tijd om dat geld af te lossen aan de Bende. Maar Anita heeft beslist dat er iemand kort op de bal moet spelen bij Koen. Iemand van ons moet zich in de zaakjes van Bada Bing mengen en ervoor zorgen dat Koen op het juiste pad blijft.”
Een valse grijns verschijnt op Charlie’s gezicht. Hij weet al hoe laat het is.
“Laat me raden. Daarvoor heeft Anita jou gekozen.”
Met een neergeslagen hoofd knikt Bonnie schuldig.
“Godverdomme!”

Wat volgt is een tirade van scheldwoorden. Wanneer Charlie uitgeraasd is, neemt Bonnie opnieuw het woord: “Ik heb gewoon jouw raad gevolgd.”
Woest schudt Charlie zijn hoofd.
“Ik wil niet dat je elke dag meer dan 8 uur doorbrengt in die stripclub van hem. Ik wil het gewoon niet.”
“Charlie, die beslissing is niet aan u om te nemen. Hoewel ik er ook mijn twijfels bij heb, kan ik niets anders doen dan wat me is opgedragen van hogerhand. Dat weet jij als baas toch al te goed?”
De woede van Charlie lijkt alleen maar te groeien. Waar hij daarnet nog tierde en rond zich heen sloeg, is hij nu ijzig kalm. Te kalm. De stilte voor een nieuwe storm.
“Ik kan die kerel gewoon niet rieken. Als het van mij zou afhangen…”
Charlie stopt voor hij zijn zin afmaakt. 
“Wat dan?”, sneert Bonnie hem toe, nu ook helemaal over de rooie.
“Laat vallen. Doe maar. Werk maar in die stripclub van hem. Maar ik zweer het je…” sist Charlie haar toe terwijl hij dreigend over haar komt hangen.
“Als hij met één van zijn nog vijf resterende vingers aan jou zit, maak ik hem af.”
Hij zou eens moeten weten, bedenkt Bonnie zich voor ze sussend knikt in een poging haar opvliegende kerel wat tot bedaren te krijgen.
“Wat een kutdag”, klinkt het nog sip voor hij zich een weg zoekt in haar lichaam.