Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 14

Zwarte kledij en donkere gezichten onder gigantische paraplu’s in dezelfde grauwe tinten. Ondanks het nog maar begin september is, geeft de zon vandaag niet thuis. Koning regen heeft het rijk van de hemel overgenomen en vergast de aanwezigen op het kerkhof op een stevige plensbui. Terwijl de begrafenisondernemer dienst doet als persoonlijke parapluhouder voor de priester, rammelt deze één of ander evangelie af. Maar Bonnie slaagt er niet in ook maar één woord in zich op te nemen. In plaats daarvan staart ze onder de paraplu’s naar de mensen rond zich, op zoek naar hun verdriet. Zij staat naast Charlie, voor de gelegenheid gehuld in een op maat gemaakt zwart kostuum en overjas. Met een hoed als die van een echte maffiabaas en daaronder een paar ogen die apathisch de verte in staren. Rechts van haar verloofde staat Ben, samen met zijn twee broers, zus en tranen met tuiten jankende moeder. Wat verderop merkt Bonnie de rest van de Bende van den Bar op. Ook zij kunnen als jarenlange partners van Charlie en Victor, van wie Johnny steeds de rechterhand is geweest, niet ontbreken om hun medeleven te betuigen aan de familie. Eén pot komedie, speelt het in Bonnie’s hoofd. De vent naast haar loopt op kop van die hypocrisieparade. Als baas lijkt hij nu gebukt te gaan onder het verdriet door het verlies van een van zijn beste kompanen, maar in werkelijkheid is hij blij dat hij Johnny kwijt is. Meer nog… Hoewel Charlie tot op heden nog niet expliciet heeft toegegeven dat hij de dood van Johnny op zijn geweten heeft, is het voor Bonnie een uitgemaakte zaak. Het kan toch geen toeval zijn dat Charlie twee dagen voor de daadwerkelijke dood van Johnny hem nog voor het vuil van de straat heeft uitgemaakt. Wanneer de kist de grond in gaat, vlucht iedereen snel zijn eigen wagen in om de weg naar de koffietafel in te zetten.

“Hoe hou je het vol?”, vraagt Bonnie om de stilte in Charlie’s gloednieuwe BMW 5 Reeks onderweg naar de koffietafel te verbreken. 
Charlie kijkt haar met een verbaasde blik aan, niet wetende waar ze naartoe wil met die vraag. Voor Bonnie hem antwoordt, trekt ze nog eens flink van haar sigaret en blaast ze de rook in wolkjes voor zich uit. 
“Hoe hou je het vol om te doen alsof je er niets mee te maken hebt?”, verklaart ze zich nader terwijl ze Spotify afspeurt op zoek naar een gepast nummer. Charlie ademt diep in voor er een diepe zucht weerklinkt en hij daarbij zijn schouders ophaalt. 
“Wie zijn dat”, vraagt Charlie in een poging van onderwerp te veranderen als er een strakke drumpartij en passende gitaarrifs door de wagen galmt. 
“Mijn favoriete band”, lacht Bonnie. 
“Niet de jouwe? Of ben je daar te oud voor?”, voegt ze er plagerig aan toe. 
Hij grijnst en schudt zijn hoofd. “Ik heb dat nummer nog nooit gehoord. Klinkt lekker.” 

Wanneer Josh Homme van Queens of the Stone Age de zangpartij inzet, laat ook Bonnie de lyrics over haar lippen rollen. 

Well I’ve got a secret, I cannot say
Blame all the movement to give it away
You’ve got somethin’, I understand
Holding it tightly, caught on command
Leap of faith, do you doubt?
Cut you in, I just cut you out
Whatever you do
Don’t tell anyone

Queens of the Stone Age

“Na een tijdje begin je je eigen leugens te geloven”, fluistert hij wanneer het nummer uitsterft en ze bijna synchroon de parking van Delight op rijden. 
Voor Charlie uitstapt, haalt hij zijn zilveren kokertje vanuit de binnenzak van zijn blazer en houdt het tegen zijn neus terwijl hij er hard aan snuift. Nadien biedt hij het Bonnie aan. 
“Gaan we nu echt snuiven op een koffietafel?”, twijfelt ze terwijl ze gespannen de parking afspeurt op zoek naar bekende gezichten. 
“Het zijn getinte ruiten, Bonnie. Daarvoor hoef je het niet te laten”, weerlegt Charlie waarna Bonnie het kokertje meteen aanneemt, er op haar beurt haar neus tegen zet en het portier opent. 
“Gelukkig is het opgehouden met regenen”, zegt ze nog net voor ze bijna letterlijk tegen haar moeder opbotst. 
“Mooie dienst, op het kerkhof”, knikt Anita begripvol naar Charlie, die haar gewoon een snelle knik gunt voor hij Delight binnen stapt. Voor Bonnie in zijn kielzog kan treden, houdt haar moeder haar tegen. 
“Ik ga niet al te lang blijven, Bonnie. Er staat nog veel op het programma.”
Bonnie knikt, maar zegt niets in de hoop niet door de mand te vallen. Ze vervloekt zichzelf voor de lijn van daarnet.
“Whatever, mama”, zegt ze voor ze haar neus optrekt.
“Hebt gij nu gesnoven?”, sist Anita haar dochter vragend toe.
Bonnie wuift haar vraag met grote ogen en een strak gespannen kaak weg.
“Zit gij nu echt te snuiven op een koffietafel?”, vraagt haar moeder op een wat luidere toon.
Bonnie haalt haar schouders op. Het signaal voor haar moeder om haar rug te keren en weg te stappen. Maar niet voor ze nog met de woorden “Die vent is vergif voor u” gooit. Argeloos, doch opgejaagd huppelt ze Delight binnen, waar er een vreemd sfeertje heerst.

Als je normaal denkt aan een koffietafel, zie je een aftandse parochiezaal gevuld met lange tafels en krakkemikkige stoelen. Pistolets, koeken, beleg en koffie. Veel koffie. Bij Delight is het anders. Voor Johnny is het anders. Overal champagne en exclusieve hapjes. De gezichten van de aanwezigen zien er in het schemerlicht van Delight al heel wat minder donker uit. Zonder aankondiging vliegt een blijkbaar al flink aangeschoten kersverse weduwe Bonnie rond de armen.
“Bonnie, toch. Mag ik u één goede raad geven”, lispelt ze.
Zonder een reactie af te wachten gaat Marina verder: “Ik weet dat het opwindend en spannend is, zo’n vent in het gangstermilieu.”
Om dat laatste woord wat te ontkrachten, maakt ze haakjes in de lucht met wijs- en middelvinger.
“Mijnen Johnny was een echte vent. Hij heeft me het paradijs gegeven. Maar die roem heeft een keerzijde. Een donkere keerzijde. En die keerzijde neemt altijd de bovenhand. Tot hij in de grond belandt.”
Haar stem stokt wanneer ze dit zegt. Bonnie neemt haar troostend vast, ondertussen wegkwijnend in haar eigen sombere gedachten.

Even verderop kijkt een gebroken Ben haar in de ogen. Nadat ze Marina nog een schouderklopje geeft, stapt ze zijn richting uit. Ze wrijft liefdevol over zijn arm.
“Gaat het wat met u?”, klinkt het medelevend.
Hij haalt zijn schouders op en nipt van zijn glas whiskey.
“Natuurlijk gaat het. Als ge in het milieu zit, weet ge dat het vroeg of laat slecht afloopt. Den ene belandt in den bak en den andere…”
Zijn adamsappel schiet omhoog wanneer hij naar adem snakt.
“Onder de grond”, voegt hij er heel wat stiller aan toe.
Bonnie weet niet goed wat ze hierop moet zeggen en probeert daarom het gesprek over een andere boeg te gooien.
“Wat gaat er nu met De Raedtsmannen gebeuren?”, peilt ze.
Opnieuw haalt Ben zijn schouders op. Hij plukt een lok haar van voor zijn ogen en steekt ze achter zijn oren. Terwijl hij zijn hoofd schudt, tast hij in zijn broekzak en haalt er een pakje Marlboro uit, dat hij als een heer eerst aan zijn vrouwelijke gesprekspartner aanbiedt, die er gretig op ingaat.
“Merci. Hebt ge vuur?”
Hij knikt terwijl zijn hand opnieuw zijn broekzak ingaat, een aansteker bovenhaalt en haar sigaret aansteekt voor hij hetzelfde doet met de zijne. Hij trekt drie keer hard aan de sigaret voor hij de eerste keer uitademt.
“Ik zal waarschijnlijk onze pa zijn plaats innemen. Dat zal beter zijn voor iedereen. Hopelijk minder spanning. En minder haantjesgedrag. De hetse rond die bokskamp zal hem alleszins niet langer meer parten spelen.”
Wat tot dusver nog koffiedik kijken was voor Bonnie, is nu klaar als een klontje. Charlie heeft Johnny uit de weg geruimd om zijn mannen opnieuw op één  lijn te krijgen. 

De woorden van Anita gonzen nog door Bonnie’s hoofd terwijl ze Mr. Bosch met strakke ogen aankijkt. “Laat jullie maar eens goed gaan”, had ze Amy en haar aangemoedigd voor ze naar Bosch vertrokken waarna ze er toch had aan toegevoegd dat Bonnie haar pistool thuis mocht laten. Want Mr. Bosch moet een lesje leren. Het is één ding om deals te maken en te faken dat je die nadien niet kan nakomen. Het is iets anders om tegen de politie uit de biecht te klappen. En laat het net dat laatste zijn waar Mr. Bosch zich, volgens een betrouwbare informant, aan zondigt. Hoog tijd om de man eens ferm aan de tand te voelen.
“Bosch.”
Amy’s stem klinkt laag en gemeen. De man in kwestie, vastgetaped aan zijn bureaustoel, plast nog net niet in zijn broek van de schrik. Wat wil je ook als er een vrouw als Amy voor je staat? Ze neemt zijn kin hardhandig vast en sist hem toe: “Bosch, ik vraag het nog één keer. Wat. Heb. Je. Tegen. De. Flikken. Gezegd?”
Hij stamelt wat onsamenhangends, tot grote ergernis van Amy die hem meteen een rake knaller met haar rechtervuist verkoopt. Bonnie komt tussenbeide.
“Amy, rustig. We hebben de vent levend nodig. Ik probeer wel even.”
Zoals afgesproken trekt Bonnie de kaart van de good cop, in tegenstelling tot de vorige keer. Ze neemt een stoel en zet zich zo dicht mogelijk bij Mr. Bosch.
“Bosch, ik wil niet dat ze je nog pijn doet. Jij toch ook niet, of wel?”
Hij schudt angstig zijn hoofd, zijn ogen schreeuwen paniek. Langzaam brengt Bonnie haar lippen naar zijn oren.
“Dan krijg je van mij nog één kans voor ik Amy haar gang laat gaan. Wat heb je tegen de politie gelost?”
“Ss … ss … ”, is het enige wat er uit de man komt.
Bonnie slaat haar armen de lucht in.
“Laat je gaan, Amy.”
De klappen die Bosch te incasseren krijgt, zijn van zo’n kaliber dat het geluid ervan je door merg en been raakt. Bonnie krijgt het moeilijk als ze duidelijk wat hoort breken. Ze grijpt Amy’s arm beet voor die nog meer schade kan aanrichten aan een reeds aan flarden geklopte Bosch, die pruttelend in zijn eigen bloed op adem tracht te komen.
“Zo gaat hij zeker niets kunnen zeggen, Amy.”
Amy lacht haar witte tanden bloot, die afsteken tegenover haar bruine gelaat.
“Dat is waar, Bonnie.”
Ze neemt plaats in een andere stoel en steekt een sigaret op waarna ze er zenuwachtig van trekt, Bosch niet uit het oog verliezend. Bonnie volgt haar voorbeeld.
“Klaar voor je vrijgezelle, trouwens?”, vraagt Amy plots alsof ze in een brasserie een koffie aan het drinken zijn.
Bonnie lacht enthousiast: “En of! Ik ben superbenieuwd!”
“En voor de trouw”, vraagt Amy iets minder luchtig.
Bonnie rolt met haar ogen: “Tuurlijk. Ik kan niet wachten om Charlie mijn man te kunnen noemen. Echt waar, Amy. Het is een vent uit de duizend.”
Haar maag knijpt wat samen wanneer ze dit zegt. Al is dat niet gelogen. De vraag is alleen wat deze man net zo uniek maakt. Binnen exact twee weken is het zover. Maar dan moet ze eerst haar vrijgezellenfeest overleven. Want de vrouwen van de bende hebben grootse plannen, zoveel is zeker. Het gereutel van Mr. Bosch haalt Amy en Bonnie opnieuw bij de les.
“Wil je iets vertellen, Bosch?”, vraagt Amy streng, gevolgd door een kordate knik van de man in kwestie.
Amy nadert de man en legt haar hoofd bijna op zijn lippen.
“Ze hebben me een deal voorgesteld. Al wat ze tegen mij hebben, wordt kwijtgescholden als ik tegen Anita getuig.”
Bonnie slikt langzaam. Als de politie in the picture komt, lijkt alles ineens een hardere realiteit. Want in het wereldje is de politie nooit veraf, maar toch doe je er alles aan om die zo weinig mogelijk voor de voeten te lopen. Haar moeder maakt er al jaren een sport van. Doorheen de tijd heeft ze geleerd met wie er te onderhandelen valt en op wiens tenen je zeker niet moet gaan staan. Vandaar ook dat ze er lucht van had gekregen dat er over haar gepraat werd. Ze had alleen bevestiging nodig.
“Maar ik heb hen nog niets gezegd. Ik zweer het!”
Met ogen vol medelijden merkt Bonnie aan de plas die zich onder de stoel van Bosch vormt en met de seconde groter lijkt te worden dat hij het nu letterlijk in zijn broek doet. Wanneer ook Amy het merkt, spuwt ze Mr. Bosch in zijn gezicht.
“Als blijkt dat je praat, maak ik je kapot.”
En weg is ze. Tijd voor Bonnie om ook haar biezen te pakken, maar niet voor ze de sleutels van zijn Aston Martin op zijn schoot gooit.
“Het is niet echt m’n ding. Bedankt voor de testrit. Hij staat voor den Bar geparkeerd. Je komt ‘m maar eens halen. Als je durft tenminste…”

Stevige housemuziek verwarmt den Bar, die vanavond exclusief open is voor de genodigden op Bonnie’s vrijgezellenfeest. En of de Bende van den Bar alles uit de kast gehaald heeft. Wat begon met champagne en oesters is ondertussen al gereduceerd tot enkel de gouden bubbels. En een hele bende glimlachende gezichten.
“Meisjes, meisjes”, kondigt Bonnie aan met een lispelende stem.
“Bedankt voor deze reeds memorabele avond. Maar…”
Even houdt het aangeschoten feestvarken halt en steekt ze haar wijsvinger vermanend de lucht in.
“Waar blijft die stripper?”
Haar vraag wordt op gelach onthaald aan de rijkelijk gevulde tafel. Anita schraapt haar keel.
“Ik dacht dat je het nooit ging vragen.”

Ze keert zich om en fluit luid op haar vingers. Als duivels uit doosjes komen ze tevoorschijn. Vijf adonissen gehuld in een brandweeruniform worden met gejuich onthaald. Uit de boxen knalt Etta James met de stripklassieker I just wanna make love to you.

De knapste van de vijf kiest Bonnie eruit en plaatst haar op een stoel. Zijn brandweerhelm belandt op haar blonde kopje. Langzaam trekt hij zijn brandweerjas uit waaronder een strak opgepompte torso, glanzend van de olie, verschijnt. De bretellen van zijn broek mag ze zelf losmaken, maar niet voor ze de rekker ervan eens goed tegen zijn spieren laat knallen. Haar actie doet de bendeleden luid juichen. In één beweging en perfect op de muziek valt zijn broek van zijn heupen en laat hem achter met een stevige halfopgezwollen lul in zijn strakke boxershort. Als de slagroom wordt bovengehaald, is alle hek van de dam. Na hun nummertje zijn de mannen even snel verdwenen dan dat ze gekomen zijn, een bende hete vrouwen op hun honger achterlatend. Wanneer Bonnie opnieuw aan tafel plaatsneemt, schrikt ze als ze haar moeder met de grootste precisie zeven lijnen coke heeft klaargelegd op een zilveren dienblad. Haar moeder knipoogt haar toe als ze ziet dat Bonnie haar aankijkt.
“Als er één avond is dat je coke moet snuiven met je moeder, is het je vrijgezellenavond”, lacht ze schalks.
In één snelle beweging snuift Anita haar portie naar binnen en geeft ze de plateau aan haar dochter door. Hoewel Bonnie even wat verbouwereerd is over deze ontwikkeling, snuift ze één van de lijnen in één ruk op. De plateau gaat van hand tot hand tot hij stopt bij Heleen. Wat verdwaasd kijkt ze rond zich met een opgerold briefje van vijftig in haar hand.
“Ik ga dit echt niet doen”, schudt ze haar hoofd.
“Geef die dan maar door aan mij”, klinkt het lachend bij Anita.
Maar Heleen schudt haar hoofd en snuift dan in één beweging de stevige lat naar binnen.
“Laat het maar rustig opkomen, nu”, lacht Carla terwijl ze Heleen een schouderklopje geeft.
“Nu zijn we klaar voor het stevigere werk”, kondigt Anita aan.
De rest van de tafel kijkt haar afwachtend aan. Vooral Bonnie vraagt zich af wat haar moeder nog allemaal in petto heeft. De brede grijns die haar moeders gezicht siert voorspelt snode plannen.
“Ik heb de vrijheid genomen om voor iedereen een vent te voorzien. Sommige dames hebben me hun voorkeur doorgegeven”, knipoogt ze Desirée en Carla toe.
“Andere vrouwen hebben me carte blanche gegeven.”
Anita’s blik richt zich nu tot Paulien en Heleen.
“Maar ik ben er zeker van dat iedereen wel zin heeft in een nummertje.”
Bonnie draait met haar ogen. Nu gaan we er toch wel wat over, niet? Haar moeder neemt de tijd om een nieuwe lading coke voor te bereiden terwijl ze verder gaat.
“Binnen vijf minuutjes komen hier zeven lekkere venten binnen. Aangezien we hier met zeven vrouwen aan tafel zitten, kan je de berekening wel maken. Iedereen doet waar ze goesting in heeft. Hier is plaats genoeg in huis”, knipoogt Anita.
“Maar er is één regel”, waarschuwt ze.
Die woorden halen Bonnie even uit haar rush, maar al even snel is ze terug bij de les.
“What happens in den Bar, stays in den Bar”, klinkt het lachend in koor.
Terwijl het dienblad opnieuw de ronde van de tafel doet, hoort Bonnie een sms binnen komen. Snel werpt ze er onopvallend een blik op.
“Mijn vrijgezelle is als een doordeweekse avond in een wereld zonder jou. C.”

Met haar hart kloppend in haar keel, steekt ze snel haar telefoon weg en haalt ze de lijn binnen die voor haar neus ligt. Net wanneer ze het briefje van vijftig terug in de schaal legt, hoort ze de deuren van den Bar open en toe gaan. Eén na één komen er de knapste mannen in strak kostuum binnen gewandeld, elk met een grote smile op hun gezicht. Elk van de mannen wordt warm onthaald door één van de bendeleden. Tot Koen als laatste in de deuropening verschijnt. Bonnie’s adem stokt als ze hem in het vizier krijgt. Gehuld in een strakke zwarte duidelijk op maat gemaakte smoking, ziet hij er dan ook adembenemend uit. Wat onzeker komt hij op haar afgestapt.
“Bonnie, dit was een idee van uw moeder, sorry.”
Zijn stem klinkt breekbaar. Maar Bonnie stelt hem snel gerust.
“Ik ben al blij dat ge geen onbekende gigolo bent. Kom, we gaan naar de studio.”
Ze grijpt zijn hand beet en leidt hem “hun” studio in. Een speurtocht naar wat kaarsen, brengt niets op en wordt gestaakt wanneer ze Let’s Stay Together van Al Green door de studio hoort galmen.

“Klaar voor een slow?”, fluistert Koen in haar oor terwijl hij haar hand vastgrijpt en haar alvast een pirouette laat dansen.
“Gaan we elke keer slowen als we hier belanden”, vraagt ze uitdagend. 
Koen knikt terwijl hij de dans inzet: “Tenzij je er iets op tegen hebt…” 
Op de laatste noten laat hij Bonnie helemaal achterover hellen. Dan zwiert hij haar dicht tegen zich aan, hun lippen op nog geen tien centimeter van elkaar verwijderd. Bonnie’s grote ogen kijken Koen intens aan.
“Wat nu”, vraagt hij stil, uit vrees om de betovering te doorbreken.
Bonnie lacht uitdagend: “Een latje.”
Dat antwoord haalt de spanning uit het moment, tot grote blijdschap van Bonnie die even helemaal niet meer weet wat gedaan met de situatie. Koen knikt en keert zich weg van haar, in zijn binnenzak grabbelend naar een pakketje. Snel ligt er een kanjer van een lijn klaar.
“Zo veel goesting?”, vraagt Bonnie.
“Ge zou eens moeten weten in wat ik allemaal goesting heb, meid”, gromt Koen.
“Neem maar wat ge nodig hebt, ik neem de rest wel”, voegt hij eraan toe.
Dat is duidelijk niet wat Bonnie wilde horen, want in één ruk haalt ze de lijn volledig naar binnen.
“Zo veel goesting?”
Met een verdoofde mond lacht Bonnie hem toe: “Ik leg er nog wel één voor u.”
Dat haar handen trillen terwijl ze een nieuwe lijn legt van hetzelfde kaliber, verraadt haar opgefokte toestand.
“Anders moet gij een fleske kraken. Als ik mijn moeder goed kan inschatten, staat er meer dan één in de frigo.”
Terwijl Koen de frigo in duikt, tracht Bonnie haar hartslag wat naar beneden te halen door een paar keer flink in- en uit te ademen.
“Bingo”, klinkt het wanneer Koen met zijn buit terug de woonkamer in komt.
Met één hand slaagt hij erin in een wip de fles te ontkurken.
“Op je laatste week als ongetrouwde vrouw.”
Bonnie schudt haar hoofd. Die geeft de strijd duidelijk nog niet op. Na een flinke slok steekt Koen de fles in Bonnie’s handen en haalt hij de lijn half naar binnen.
“Is dat nog voor u, of moet ik die helemaal naar binnen jagen”, vraagt hij uitdagend.
Bonnie neemt het briefje over.
“Voor mij natuurlijk”, mompelt ze voor ze ook die lijn nog naar binnen snuift.
“Aan uw kop te zien, hebt ge precies al genoeg gesnoven vanavond”, klinkt het ietwat bezorgd terwijl Koen Bonnie speels in haar zij port. Als antwoord neemt Bonnie hem stevig beet.
“Wat is genoeg”, lacht ze hem lispelend toe.
Koen zucht terwijl hij een lok haar uit haar gezicht achter haar oor steekt.
“Dat moet gij beslissen op een avond als die van vandaag”, klinkt hij uitdagend.
Met zijn wijsvinger strijkt hij over haar nek naar haar sleutelbeen. Langzaam vindt de vinger de zoom van haar shirtje tot tussen haar borsten. Zijn volle hand knijpt opeens stevig in haar borst. Mede door de coke en de champagne ontvlamt Bonnie in een oogwenk en is ze niet meer te stoppen. Ze verdwalen in een intense kus. Een kus die al veel eerder had moeten plaatsvinden. Een kus vol verlangen naar meer.

’s Anderendaags is alles anders. Met een hoofd als een baksteen tracht Bonnie de voorbije 24 uur te reconstrueren. Als ze een kreun achter zich hoort en een arm over haar zij voelt, daagt er haar al het één en ander. Langzaam draait ze zich om en wordt ze getrakteerd op een smile van jewelste.
“Goeiemorgen, meid.”
Bonnie schudt haar hoofd en slaat haar handen voor haar gezicht.
“What the fuck”, klinkt er schor en hees uit haar mond.
Koens lippen pruilen: “Sorry, Bonnie.”
Bonnie schudt haar hoofd: “Ik moet sorry zeggen, Koen.”
De wijsvinger van Koen gaat heen en weer.
“Ge hebt me net de nacht van mijn leven gegeven. Gij hoeft geen sorry te zeggen. Ik had gewoon nooit misbruik van u mogen maken”, zegt hij met een bevredigde grijns.
Hoofdschuddend draait Bonnie zich opnieuw op haar rug. Wanneer haar iPhone van zich laat horen, springt ze snel uit bed op zoek naar het onding. Tussen de flessen champagne vindt ze het toestel.
“Hallo?”
“Bonnie, mama hier. Charlie staat hier beneden. Ik probeer ‘m even aan het lijntje te houden, maar lang gaat dat niet lukken.”
Bonnie klikt de lijn snel uit.
“Charlie is hier.”
De drie woorden ontsteken een snelle reactie bij Koen, die in allerijl in zijn kleren van gisterenavond springt. Er komt nog een sms binnen.
“Stuur Koen naar mijn appartement. Charlie’s on his way.”
Bonnie duwt Koen snel de deuropening in, wijzend naar de trap.
“Naar boven”, fluistert ze.
Als een geslagen hond doet Koen wat hem gevraagd wordt. Net op tijd hoort ze de deur boven open en toe gaan. Want daar staat Charlie al, zoals ze hem het liefst ziet: met een nonchalante bos haar met daarin zijn Rayban, een bedrukt T-shirt en een versleten jeans. Hij grijpt haar beet en vindt meteen de weg naar haar kruis, dat helemaal vrij is doordat ze enkel een een t-shirtje heeft kunnen aantrekken.

“Sta je me al op te wachten?”, lacht hij terwijl hij in haar nek kust.
Bonnie knikt: “Ik dacht wel dat ik iets had gehoord.”
Charlie snuift haar geur op in haar nek.
“Je stinkt uren in de wind, meid. Heb je tot nu geslapen?”
Zich uitrekkend knikt Bonnie.
“Hoe laat is het misschien?”
Een blik op zijn horloge bevestigt haar vermoeden: vijf uur ’s avonds. Ze heeft de dag voorbij geslapen. Kan ook niet anders als je tot 9 uur ’s ochtends als konijnen ligt te neuken en als een stofzuiger coke ligt te snuiven. Charlie fluit ‘goedkeurend’ als hij de staat van de studio aanschouwt.
“Goed gefeest, gisteren?”
Bonnie knikt met slaperige ogen, de weg naar de badkamer inzettend.
“Je mag alvast beginnen opruimen.”
Charlie rolt met zijn ogen en streelt uitdagend zijn ringbaardje.
“Wat denk je nu zelf? Dat ik de rommel achter jouw gat ga opkuisen? Het enige wat ik eventueel nog wil kuisen is jouw gat”, lacht hij.

Zo gezegd, zo gedaan: ze belanden in het bad van de studio, waar ze een paar uur geleden nog met Koen lag. Als ze na een deugddoende beurt terug de leefruimte in komt, vist ze haar gsm van tafel en ziet ze dat ze een sms van Koen heeft gekregen: “Ik ga dood zonder jou.”
Snel wist ze het bericht voor Charlie met een natte bos haar en slechts gehuld in een piepkleine handdoek rond zijn middel binnen komt. Bonnie’s mond valt open.
“Nu zie ik het pas!”
Als een wilde wijst ze naar zijn linkerborst, waar ter hoogte van zijn hart haar naam prijkt, net onder het mysterieuze litteken. Met open mond kijkt ze hem aan.
“Wanneer heb je dat gedaan? Gisteren?”
Hij knikt en wrijft door zijn haar.
“Eerlijk gezegd was het bij mij ook een stevig feestje.”