Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 13

De familiaire sfeer in de studio werkt aanstekelijk. Ondanks het inmiddels al een maand of twee geleden is dat Bonnie de studio achter zich heeft gelaten en bij Charlie is ingetrokken, is er veel veranderd. Maar vanavond voelt het net als toen. Ietwat verneveld door een peperdure fles champagne die Koen bij zijn aankomst uit zijn mouw heeft geschud, lacht Bonnie haar vriend met enige nostalgie in haar ogen toe. Wat een half jaar geleden nog een schoolkameraad was, is geëvolueerd van roommate naar zakenpartner. Een evolutie die Bonnie niet helemaal toejuicht.
“Het was toch allemaal veel simpeler toen we nog aan het studeren waren”, zegt ze wat beteuterd.
Koen schudt zijn hoofd en zet voor hij antwoordt zijn glas champagne aan zijn lippen.
“Dan zouden er nu frietjes en bier op tafel staan, in plaats van bubbels en kreeft.”
Dat moet inderdaad gezegd. De kreeft die Bonnie besteld heeft bij de traiteur om de hoek is verrukkelijk. Het enige wat ze nog zelf moest doen is deze gewoon even in de oven laten gratineren. 
“Er is niets mis met bier en frietjes”, zegt ze na een tijdje.
Koen voelt dat er wat scheelt en spreekt Bonnie hierop aan.
“Bonnie, heeft uw neerslachtige gedrag iets te maken met die blauwe kaak van u?”
Bonnie rolt met haar ogen, maar besluit deze opmerking te negeren. In plaats daarvan sabbelt ze rustig verder op de laatste stukjes kreeft die in haar bord resteren.
“Gaat ge mij nog vertellen hoe ge die hebt opgelopen?”
Bonnie haalt met volle mond haar schouders op. Pas wanneer ze alles heeft doorgeslikt, antwoordt ze ontwijkend.
“Als ik u vertel dat ik tegen de deur ben gelopen, gade me dan geloven?”
Koen zucht.
“Ik geloof alles wat gij mij vertelt, Bonnie. Omdat ik ervan overtuigd ben dat ge altijd eerlijk zijt. Dus ja. Moest ge me vertellen dat ge tegen de deur zijt gelopen, zou ik dat geloven.”
“Wel, dan ben ik tegen de schuifdeur gelopen in Charlie’s loft. De deur naar het terras stond half open en met een slaperige kop ben ik vol tegen het glas geknald.”
Iets in Bonnie doet vermoeden dat Koen niets slikt van haar leugen, maar daar laat hij niets van merken. Net zoals haar moeder daarnet op de trap naar de studio. Die schrok ook nogal, toen ze Bonnie’s wang te zien kreeg waarna meteen een kruisverhoor volgde. Ook bij haar trok Bonnie de schuifdeurkaart, maar ook bij haar twijfelt Bonnie of haar verhaal steek hield. Maar ja, wat moet ze anders? Zeggen dat Charlie haar ‘per ongeluk’ een rechtse verkocht heeft? Geen kat die dat gelooft…
“Whatever, meid. Als je het zelf maar gelooft. Kom, we gaan naar m’n club”, besluit hij. 

“Dat moesten we al eerder doen”, roept Koen in Bonnie’s oor terwijl één van zijn topdanseressen onder groot applaus van de aanwezigen haar act afwerkt in Bada Bing. De dame in kwestie, met de obligate kinky artiestennaam Candice, heeft alle troeven om het in deze wereld ver te schoppen. Een paar borsten waar Bonnie met haar bescheiden C-cup een punt aan kan zuigen, een stevig achterwerk en op de koop toe is ook haar snoetje niet mis. Met haar wijsvinger wenkt Bonnie de vrouw en stopt een briefje van vijftig tussen haar borsten.
“Geef je baas maar even de lapdance van zijn leven”, zegt ze luid genoeg dat ook Koen het gehoord heeft. Die reageert ontwijkend.
“Bonnie, gij hoeft ze geen geld te geven. Komaan!”
Bonnie haalt haar schouders op: “Remember de champagne en kreeft? Yolo!”
Een vreemde frons ontwikkelt zich op het voorhoofd van Koen ter hoogte van zijn wenkbrauwen.
“You only live once”, verklaart Bonnie zich nader.
Het startsein voor een knaller van een lapdance, waar de hele Bada Bing jaloers van wordt. Koen geniet zienderogen van de lichamelijke aandacht van Candice, maar ook Bonnie geniet ervan om hem zo uitbundig te zien lachen. Het is lang geleden, misschien zelfs sinds zijn ongeval, dat hij er zo gelukkig heeft uitgezien. De dame sluit haar nummertje af met een intense tongzoen. Een afsluitertje die ze duidelijk niet voor iedereen voorziet. Wanneer ze wegtrippelt op haar torenhoge hakken, spreekt Bonnie Koen hierover aan.
“Die ziet u wel heel graag, of heb ik dat mis?”
De geheimzinnige knipoog van Koen spreekt boekdelen.
“Och Bonnie, ik leef hier echt in de zevende hemel. Ik ben echt blij dat ik mijn nieuwe leefwereld eindelijk eens met u kan delen. Kom, efkes naar mijn bureau.”
Hij haalt de fles champagne uit de ijsemmer en geeft die aan Bonnie. Dan neemt hij haar hand beet en neemt hij haar mee achter de bar zijn bureau in, die hij achter zich op slot doet. Hij neemt plaats in zijn grootse bureaustoel en rommelt wat in zijn schuiven. Ondertussen nestelt Bonnie zich in de knusse zetel in de hoek van de kamer en neemt ze een paar stevige teugen champagne.
“Kent ge dit nog?”
Koen houdt een nietszeggend wit papier boven zijn hoofd, maar Bonnie reageert ontkennend.
“Alé, Bonnie!”
Koen zet zich recht en komt naast haar zitten. Wanneer ze het papier in handen krijgt, weet ze weer wat het is. Een jaar geleden hebben ze op een zatte avond een contract opgesteld. Daarin staat dat ze, voor ze afgestudeerd waren, de afspraak maakten om tenminste één keer met elkaar naar bed te gaan.
“Koen, ik wist zelfs niet dat ge dat blad hebt bijgehouden!”
Speels duwt ze hem wat weg.
“Wat denkt ge nu? De mooiste vrouw op aarde tekent een contract dat ze met mij in bed gaat duiken en ik zou dat contract moeten verliezen? Goed zot, gij!”
Op zijn beurt duwt Koen Bonnie speels wat tegen haar zij.
“Gaat ge ooit ophouden met uw versiertrucs?”
Koen haalt zijn schouders op: “Hoe zou ik dat kunnen? Gij zijt en blijft de vrouw van mijn leven.”
Nonchalant zet Koen zich recht en neemt opnieuw plaats aan zijn bureau. Terwijl hij opnieuw wat in zijn schuif rommelt, tracht Bonnie te bekomen van zijn uitspraak. Hoe kan ze hier koud tegenover blijven? Hoe kan ze blijven doen alsof er geen seksuele spanning tussen hen hangt? Dat is als de gigantisch roze olifant in de kamer negeren.

Just impossible.
Only if you believe it is.

“Wa coke?”, vraagt Koen nonchalant terwijl hij de laatste hand legt aan een koppel lijntjes.
“Waarom niet?”, antwoordt Bonnie. Ze neemt het opgerolde briefje van vijftig en snuift in één vloeiende beweging de grootste naar binnen.
“Die was van mij, Bonnie. Gulzigaard!”, lacht Koen terwijl hij het briefje terug overneemt en de kleinere lijn in één ruk naar binnen snuift.
Meteen overmant Bonnie het gelukzalige gevoel dat het witte poeder met zich meebrengt. Ze springt Koen in de armen, of beter gezegd arm, die heel wat moeite heeft om zich staande te houden door deze plotse actie. Geen wonder dat ze beide dan ook al snel in de zetel vallen, nog steeds in mekaar verstrengeld. Koen steekt een denkbeeldige lok haar achter Bonnie’s oren.
“Ach Bonnie, ge moogt niet weten hoe veel goesting ik heb om u nu gewoon te bespringen.”
Bonnie rolt met haar ogen en zucht.
“Sorry meid, het is echt sterker dan mezelf. Ik probeer het van me af te zetten. En als ik u niet zie, lukt dat wonderwel. Met de bar en de meiden enzo, is dat niet moeilijk. Maar dan zie ik u en ben ik weer helemaal verloren.”

Zijn pruillip doet haar breken. Ze streelt hem zacht op zijn wang.
“Koentje, ik zie u graag, maar niet op die manier. Misschien dat we in een andere dimensie wel iets met elkaar waren begonnen. Want ik wéét dat we bij elkaar passen. Dat weten we allebei. Maar in deze dimensie is er geen plaats voor ons als koppel. Wel als beste vrienden. Dat is soms toch beter, ni?”
Een diepe zucht van Koen volgt voor hij zich van haar losrukt en een nieuwe lading poeder door zijn neus jaagt. Bonnie volgt zijn voorbeeld.
“Ik blijf er niet bij kunnen dat ge met die Charlie gaat trouwen, Bonnie.”
Terwijl Bonnie haar neus ophaalt en de krop coke haar keel bereikt, denkt ze na over haar woorden.
“Zo ver zijn we nog niet, Koen”, lacht ze uitdagend.
Ze duwt haar kruis tegen het zijne, waarop hij meteen heftig reageert. Zijn hand komt terecht op haar strakke kont.
“Bonnie, daag me niet zo uit”, klinkt het jammerend.
Terwijl ze hem speels in zijn nek kust, klopt er iemand aan de deur. Snel neemt Bonnie afstand en zet zich opnieuw in de zetel terwijl Koen naar de deur stapt en ze opent. In de deuropening verschijnt een stripteuse die Bonnie nog niet eerder was opgevallen. 
“Meneer Koen, er is iemand die je wil spreken”, klinkt het. 
“Ziede nu ni dat ik bezig ben, godverdomme!”
Bonnie schrikt van zijn heftige reactie. Ook de meid schrikt heftig, maar houdt voet bij stuk.
“Dat heb ik ook gezegd, meneer Koen. Maar die vent weigert weg te gaan voor hij je gesproken heeft.” Bijna stotterend van schrik komen deze woorden eruit. Blijkbaar heeft Koen een stevige reputatie als baas opgebouwd.
“Wie is dat trouwens, die vent?”
De dame haalt haar schouders op: “Ik heb hem hier nog nooit gezien. Maar hij is hier binnen gekomen met een andere vent en is meteen met geld beginnen gooien. De vrouwen zijn er al helemaal gek op. En terecht. Ze zijn allebei echt superknap.”
Koen haalt zijn schouders op: “En waarom moet hij me spreken?”
Onwetend schudt het meisje, dat amper meerderjarig moet zijn, haar hoofd: “Hij wilde graag de patron spreken van deze, en ik citeer, uitmuntende stripbar.”
Koen rolt met zijn ogen en stapt de kamer uit, maar niet voor hij zich even Bonnie’s richting uit gedraaid is: “Bonnie, stay put. Ik ben binnen vijf minuutjes terug. And hold that thought”, knipoogt hij.
Nu Bonnie alleen achter blijft in Koens bureau maakt ze van de situatie gebruik om nog een lijntje voor te bereiden en op te snuiven. Verneveld door de coke kantelt ze de bureaustoel naar achteren en geniet van de verse roes tot plotseling de deur van het bureau openzwaait. Een nog meer opgewonden Koen dan daarnet stormt binnen met in zijn kielzog, tot Bonnie’s grote verbazing, een al even opgejaagde Charlie. Door de plotse blik op haar verloofde, wordt Bonnie’s hartslag – mede door de drie lijnen op nog geen half uur tijd – pijlsnel de hoogte in gestuurd.
“Charlie, wat doe jij hier?”
Haar stem klinkt scherper dan ze had verwacht. Haar man in spe grijnst.
“Prospectie. Ben en ik zijn hier om de concurrentie te verkennen.”
Bij het horen van Ben zijn naam, krijgt Bonnie een knoop in zijn maag. Er zijn te veel mannen met wie ze wat gehad heeft en die iets met haar willen, zoveel is duidelijk.
“De vraag is: wat doe jij hier?”, klinkt het droog uit Charlie’s mond.
“Charlie, ik heb je toch gezegd dat ik nog eens met Koen had afgesproken? Dat we hier belanden, is geen wonder. Maar ik kan het geen toeval vinden dat je van alle avonden dat je aan het werk bent, exact deze avond moet kiezen om exact deze bar te prospecteren.”
Opnieuw die grijns bij Charlie.
“Toeval bestaat inderdaad niet. Het is hier blijkbaar wel gezellig”, zegt hij droogjes doelend op het dienblad coke op het bureau voor Bonnie’s neus.
“Het is heel gezellig”, snauwt Bonnie hem toe. “En nu ophoepelen.”
Fars wijst ze naar de deur, waar Koen wat ongemakkelijk staat te wezen. Onderdanig doet Charlie wat van hem verwacht wordt. In het buitengaan schudt hij Koen zelfs de hand. Koen houdt deze wat langer dan nodig vast en bekijkt aandachtig zijn knokkels.
“Wat is er met je hand gebeurd, Charlie? Was de kaak van Bonnie te hard om te kraken?”
Enkel een grijns schenkt Charlie het duo nog voor hij naar buiten stapt.

Even van haar melk blijft Bonnie opnieuw achter in de kamer, aangezien Koen de zaal in gestapt is om zich ervan te vergewissen dat Charlie wel degelijk de bar heeft verlaten. Als Koen met een nieuwe fles champagne en een grote smile terug binnenkomt, is ze blij dat het feest nog niet gedaan is.
“Die vent van u heeft toch een bovennatuurlijk telepathisch vermogen als het over zijn vrouwtje gaat. Jezus!”
Bonnie haalt gejaagd haar neus op.
“Het is een eikel, als ‘m zich zo gedraagt”, klinkt het. 
“Bonnie, even serieus”, probeert Koen terwijl Bonnie hem met grote ogen aanstaart.
“Ik geloofde uw verhaal over de schuifdeur écht. Tot ik just Charlie zijn knokkels heb gezien. Zegt mij dat dat geen toeval is, Bonnie?”
Ze zucht, niet goed wetende hoe de situatie te verklaren. Koen zet zich voor haar op zijn knieën en neemt haar hand vast.
“Bonnie, als hij u slaagt, ik zweer het u, ik ga nog liever dood dan de andere kant op te zien. Ik vermoord hem, als ‘t moet.”
Hij ziet er een kwetsbare panda uit, met de donkere kringen rond zijn trieste ogen, knarsetandend op een onzichtbaar stuk bamboe.
“Mijn blauwe kaak en zijn kapotte knokkels hebben niets met elkaar te maken. Ik zweer het u. Ge hoeft hem niet kapot te maken”, lacht ze terwijl ze nog een stel lijnen voorbereid.
“Toch is er iets. Ik heb u nog nooit zo veel lijnen op korte tijd zien snuiven”, klinkt het resoluut bij Koen.

Bonnie schrikt zich een bult als ze in één ruk wakker wordt omdat haar naam luid geroepen wordt. Even is ze gedesoriënteerd. Maar na een snelle blik om zich heen, herinnert ze zich weer dat ze te voet van de Bada Bing naar den Bar is gestapt omdat ze te verneveld was om nog te rijden. Als een roosje heeft ze geslapen, in haar oude bed.
“Bonnie!”
Opnieuw die schreeuw. Het is haar moeder.
“Jaaa?”
Opeens staat Anita in de deuropening, met een bezorgde uitdrukking.
“Weet gij wel hoe laat het is?”
Bonnie schudt nog steeds slaperig haar hoofd.
“Het is godverdomme twee uur in de namiddag. Ge moest al lang aan het werk zijn!”
Met een diepe geeuw maakt Bonnie duidelijk dat ze nog even tijd nodig heeft om wakker te worden. Haar moeder komt naast haar op de hoek van haar bed zitten.
“Bonnie, moet ik mij zorgen maken?”
Een slaperige kop kijkt haar moeder dwaas aan.
“Gisteren komde hier toe met een knaller van een blauwe kaak, dan hebde een date met Koen en blijf je in de studio slapen. Is er iets wat ik moet weten?”
De ogen van Bonnie rollen alle kanten uit.“Mama. Stop met zagen. Ge moet niet ongerust zijn, er is niets aan de hand. Die kaak heb ik u gisteren al uitgelegd en ik had geen date met Koen, gewoon een gezellige avond. En dat ik hier ben komen slapen, heeft alles te maken met mijn overmatig alcoholgebruik van gisterennacht. Als ge ’t echt wil weten. Nu content?”
Even lijkt Anita haar woorden in overweging te nemen, maar aan haar blik te zien, geeft ze zich niet zomaar over. Ze legt haar hand op die van haar dochter.
“Bonnie, moest hij het gedaan hebben, zout ge ‘t me dat dan zeggen?”
Nog één die twijfels heeft over de losse handjes van Charlie.
“Godverdomme, mama, wat denkte gij wel?”
Anita slaakt een diepe zucht.
“Bonnie, als gij hier gisteren met een blauwe kaak toekomt en daarna hier blijft slapen, hoef ik gewoon maar één en één op te tellen. Dat is écht niet zo moeilijk. Dat gij hier met uw dwaas verhaal over een schuifdeur aan komt draven, maakt het voor mij alleen maar meer verdacht. Wie loopt er nu in godsnaam tegen een deur?”
Bonnie twijfelt voor ze antwoordt: “Eender wat ik nu zeg, verandert uw mening over Charlie niet, of wel?”
Anita rolt met haar ogen, het is duidelijk vanwaar Bonnie deze gewoonte heeft.
“Het is niet dat hij nog nooit een vrouw geslagen heeft, Bonnie. Ge weet echt niet met wie ge in zee gaat.”
Verward kijkt Bonnie haar moeder aan.
“Wat wilde hiermee nu bereiken?”
Anita zucht.
“Dat ge af ziet van uw verloving met Charlie. Bonnie, ik zweer het u, die man is een wolf in schaapskleren. Waarom probeerde niets met Koen? Dat begrijp ik niet. Knappe jongen, van uwe leeftijd, intelligent, grappig, charmant en bovendien… doet hij geen vlieg kwaad. Wat niet van Charlie gezegd kan worden.”
De woorden van Anita dringen maar traag door tot Bonnie. De coke en champagne van gisterennacht zitten daar ongetwijfeld voor iets tussen. Terwijl Bonnie twijfelt over wat ze kan antwoorden, laat haar gsm van zich horen. Opnieuw Charlie. Die vent ruikt het gewoon als er over hem gesproken wordt.
“Lang geleden, zo’n avontuurtje. C.”
Een glimlach verschijnt op Bonnie’s gezicht, tot grote ergernis van Anita.
“Hij heeft u gewoon volledig in uw macht en ge loopt gewoon met open ogen in zijn val. Zeg me niet dat ik u niet gewaarschuwd heb. Binnen tien minuten aan uwen bureau, Bonnie”, klinkt het nog droog voor Anita de studio verlaat.
“Ik dacht al dat de avontuurtjes verleden tijd waren. Bx”, antwoordt Bonnie terwijl ze zich in allerijl klaarstoomt voor wat er nog van haar werkdag resteert.
“I’m just getting started”, stuurt hij snel terug.

Terwijl ze de trappen afstormt, komt er een nieuw smsje binnen: “Binnen twee uur op dit adres”, gevolgd door een adres, vermoedelijk een kwartiertje rijden van den Bar. Dat wordt moeilijk, maar niet onmogelijk, verzekert Bonnie zich voor ze plaats neemt achter haar bureau en overgaat tot de orde van de dag. Lang duurt het echter niet tot ze gestoord wordt door een opgejaagde Desirée die het bureau binnenstormt.
“Wete nu wat?”
Ze klinkt buiten adem, alsof ze net de 100 meter heeft gelopen. Bonnie schudt afwezig haar hoofd, terwijl ze zich tracht te concentreren op haar computerscherm.
“Johnny heeft een accident gehad. Charlie zijnen Johnny”, klinkt het.
Bonnie schrikt op van deze woorden en kijkt Desirée aan.
“Hij heeft zich gisterennacht doodgereden op de A12. Hij is gewoon los door een rood licht gereden en dan gegrepen door een vrachtwagen.”
De woorden komen maar traag binnen bij Bonnie. Johnny, dood? Wat gaat Charlie daarvan vinden? 

Bonnie parkeert haar wagen recht voor de deur van het adres waar Charlie haar naartoe gestuurd heeft. Op de plek staat een pracht van een villa met een riante tuin en oprijlaan, die Bonnie doelbewust niet genomen heeft. Op haar hoge hakken trippelt ze naar de moderne villa waarvan de voorkant uitsluitend uit ramen lijkt te bestaan. Aangezien de voordeur op een kier staat, duwt Bonnie ze wat verder open en stapt ze de gigantische hal binnen die helemaal verlicht is door honderden kaarsen. Op de grond vindt ze een pad van witte rozenblaadjes die haar de trap op leiden.. Van de trap tot de tapijten, tot de raamlijsten, de muren en de decoratie: alles is wit. De rozenblaadjes leiden Bonnie een slaapkamer in, eveneens volledig voorzien van kraakwitte meubels en muren. Het pad van rozen leidt Bonnie naar een grootse raampartij die de toegang blijkt tot een gigantisch terras. Aan het eind van het terras zoekt Bonnie houvast bij de balustrade. Ze schrikt op als ze een gitaar hoort die de eerste noten inzet van hun lievelingsnummer. Het geluid blijkt vanonder haar te komen. Wanneer ze Charlie met een akoestische gitaar aan het werk ziet, smelt haar hart voor de zoveelste keer. Wanneer hij de tedere woorden van hun lievelingsnummer met zijn meest kwetsbare stem inzet, verliest ze alle realiteitszin en bestaat er nog enkel dit moment. Dit lied. Hij en zij.

Wanneer zijn serenade is afgelopen, stapt hij zonder wat te zeggen het huis binnen. Met een krop in haar keel loopt Bonnie hem tegemoet. Hoe kan ze in godsnaam niet van deze vent houden? Beide met een brede glimlach op hun gezicht, vliegen ze elkaar in de armen.
“Wat vind je van je cadeau”, vraagt Charlie nog steeds met een krakende stem.
Met verliefde ogen kijkt Bonnie haar verloofde aan: “ik wist niet dat je gitaar kon spelen.”
Charlie schudt zijn hoofd.
“Niet mijn versiertruc van daarnet”, lacht hij.
De vragende ogen van Bonnie verlangen naar duidelijkheid.
“Het huis. Wat vind je van het huis?”, verduidelijkt Charlie zich.
De rechterwenkbrauw van Bonnie gaat de hoogte in.
“Zeg me niet dat dit huis van jou is”, fluistert ze in zijn oor.
“Het huis is niet van mij”, klinkt het resoluut.
“Het is van jou”, voegt hij er met een brede glimlach aan toe.
Bonnie antwoordt Charlie met dezelfde gezichtsuitdrukking.
“This is impossible”, grijnst ze.
“Only if you believe it is”, knipoogt Charlie terug.

Bekomen van de eerste roes, belandt Bonnie met één klap terug in de realiteit wanneer ze terug denkt aan wat Desirée daarnet gelanceerd heeft over Johnny.
“Hoe reageert Ben op het ongeval”, vraagt ze voorzichtig aan Charlie.
De man schrikt zichtbaar van haar directe vraag.
“Hoe weet jij dat al?”
De krak in zijn stem heeft plaatsgemaakt voor iets dreigender.
“Desirée kwam daarnet het bureau binnen en vertelde dat Johnny is omgekomen in een auto-ongeval.”
Charlie zucht diep en wendt zijn blik van haar af. Maar Bonnie grijpt zijn kin vast en kijkt hem diep in zijn helderblauwe ogen.
“Zeg me dat je hier niets mee te maken hebt”, vraagt ze met trillende stem.
Buiten zijn ogen die wat waterig lijken te worden, is er bij Charlie geen spoor van emotie. Voor hij begint te spreken, slikt hij moeizaam.
“Ik kan niet liegen tegen u, Bonnie.”
Bonnie brengt haar hoofd nog dichter tegen het zijne en herhaalt haar vraag: “Zeg me dan dat je hier niets mee te maken hebt.”
Charlie schudt zijn hoofd.
“Dat kan ik niet.”