Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 12

Namen tollen door Bonnies hoofd. De champagne, die deze avond al rijkelijk gevloeid is, bevordert haar kortetermijngeheugen allerminst. Reden om overweldigd te zijn heeft ze wel, want als een kind is ze in het badwater gegooid. In Charlie’s bad, welteverstaan. De test die Charlie in gedachten had, blijkt het verjaardagsfeest van één van de vaste waarden bij De Raedtsmannen: Johnny. De vijftigjarige vent is wat je kan omschrijven als een ‘echte’: maatpak, snor, brillantine in het haar, een stevige buik en gelakte schoentjes incluus. De manchetknopen aan zijn hemd zijn zelfs in de vorm van revolvers. Zoals het een echte man betaamt, heeft hij goed zijn best gedaan om zijn stamboom aan te vullen. Met drie zonen en één dochter, allen tussen de 13 en 33 jaar oud, is zijn nageslacht verzekerd. De oudste van de zonen is niemand minder dan de bevallige Ben, waarmee Bonnie een tijdje geleden al nader kennis heeft gemaakt. Na hem volgen zijn twee broers Robby en Billy, respectievelijk 25 en 17 jaar oud en net als Ben, die blijkbaar voluit Benny blijkt te heten, jonge adonissen. De 13-jarige Indy, het nakomertje en tevens enige meisje van het gezelschap, heeft duidelijk de favorietenrol op zich genomen. Dat de vier kinderen gezegend zijn met een knappe kop heeft niet meteen met de looks van Johnny te maken, maar eerder met de bevallige Marina, zijn vrouw. Hoewel Bonnie niet precies weet hoe oud ze is, schat ze ze toch minstens even oud in als haar wederhelft, maar enkel omdat ze al een kind heeft van 33. Want eerlijk gezegd ziet Marina eruit alsof ze gevrijwaard bleef van het ouderdomsproces. Haar lichaam ziet er allerminst uit alsof ze vier kinderen gebaard heeft. En op haar van een mooie teint voorziene gelaat is amper een rimpel te bespeuren. Haar lange zwarte haar is tot in de precisie opgestoken en haar ogen en lippen zijn perfect opgemaakt. Een goede gastvrouw is ze alleszins, want sinds Bonnie een half uur geleden is binnengestapt, heeft haar glas nog geen seconde naar bubbels gesnakt en heeft ze al een stuk of vijf hapjes naar binnengewerkt, de kamer en de mensen erin stil observerend. Naast de familie van het feestvarken zijn ook de andere Raedtsmannen aanwezig. Toen Charlie en Bonnie binnenkwamen, heeft hij ze één voor één aan haar voorgesteld. En één voor één waren ze de vriendelijkheid zelve, al kan Bonnie zich niet van het idee ontdoen dat niet iedereen even opgezet is met haar aanwezigheid.

“Op zo’n gelegenheden lijken we een echte maffiafamilie”, lacht Billy, die zonder dat het Bonnie was opgevallen naast haar aan tafel is komen zitten. 
“Elke familie heeft wat maffia in zich”, lacht ze mysterieus waarna een ondeugend knikje van Billy als antwoord volgt.
“Ik zou het betwijfelen dat het er bij elke familie op feestjes op deze manier aan toe gaat. Ik waarschuw je, de avond is nog jong”, klinkt het wat pocherig bij Billy.
“Jij ook”, daagt Bonnie hem wat uit.
Door deze uitspraak trakteert Billy haar op een stevig paar kuiltjes in zijn wangen. Met een vriendschappelijke por met zijn elleboog in haar zij antwoordt hij.
“Ik ben niet alleen. Of wel?”
Mysterieus schudt Bonnie haar hoofd, maar antwoorden doet ze niet.
“Mag ik eens raden?”, klinkt het bij Billy.
“Heeft je vader je nog niet geleerd dat je nooit naar de leeftijd van een dame vraagt?”
Grote ogen kijken haar aan. De man is duidelijk geen vrouw met een grote mond gewoon.
“Mijn vader heeft me geleerd dat je alles kan vragen wat je wilt. Je mag gewoon niet bang zijn voor het antwoord.”
Bonnie gooit haar wenkbrauw de lucht in. Van een antwoord gesproken.
“21”, geeft ze prijs.
Een goedkeurend knikje van Billy volgt. Alsof het een vrije kaart is voor een verleidingsmanoeuvre, schuift hij zijn stoel wat dichter naar haar toe.
“Wat doe je dan met zo’n ouwe vent als Charlie?”, vraagt hij wat stiller.
De vraag komt bij Bonnie wat onverwacht aan. Even lijkt ze niet goed te weten wat te antwoorden.
“Op liefde staat geen leeftijd”, klinkt het opeens achter haar.
De brede grijns van Charlie als hij bezitterig zijn hand op haar schouder legt, spreekt boekdelen. Billy, die duidelijk opgeschrikt is door de plotse aanwezigheid van de baas, schuift zijn stoel meteen wat meer op afstand, tot groot jolijt van Charlie.
“Ik wilde jullie onderonsje niet onderbreken”, lacht hij.
Billy schudt nederig zijn hoofd: “Geen probleem, Charlie. Ik moest toch net weg.”
Hij richt zich tot Bonnie voor hij het tweetal achterlaat: “Kom je morgen kijken?”
Fronsende wenkbrauwen kijken Billy aan. 
“Ok, ge weet van niks. No problemo.”
En weg is hij. Bonnie trekt haar wenkbrauwen vragend op. 
“Billy bokst morgen voor het eerst een wedstrijd. Wil je mee?” 
Bonnie knikt voorzichtig. 

“Eerlijk gezegd Charlie, begrijp ik ni waarom ge ni zoals iedereen uw vrouw hebt thuisgelaten. En al zeker omdat die van u dan nog eens bij de concurrentie werkt”, klinkt het bitsig bij Johnny die zijn arm over één of andere vrouw heeft hangen.
Deze opmerking bevestigt Bonnie’s vermoeden. In de auto op weg naar Delight had ze het er nog met Charlie over gehad. Dat het misschien niet gepast was dat ze samen met zijn mannen – Johnny, Ben, Danny en Yves – mee af zou zakken naar Delight. Maar Charlie was zeker van zijn stuk geweest, waardoor ze nu in een achterkamer van zijn gigolobar zijn beland, omhuld door een stevige sigarenwalm.
“Johnny, wat gij met uw vrouw doet, gaat me niet aan. En dat geldt ook omgekeerd. Als gij hier wilt komen vogelen met een ander, is dat uw zaak. Maar als ik tegen m’n verloofde zeg dat ik haar De Raedtsmannen ga leren kennen, geef ik haar meteen het hele pakket. Zonder leugens, zonder geheimen.”
Bonnie glundert wanneer ze deze woorden hoort. Terwijl ze een blik werpt op haar wat rood aangelopen verloofde, schenkt die haar een knipoog.
Johnny deinst niet terug: “Charlie, toen gij nog groen waart achter uw oren ging het al op deze manier. Feest met de familie en dan afzakken met de mannen. En nu, omdat ge de zogenaamde baas zijt, denkt ge te kunnen breken met die traditie zonder dat iemand er iets van durft te zeggen en uw nieuwste scharrel die bijna uw dochter zou kunnen zijn gewoon mee te nemen?”
Charlie schraapt zijn keel voor hij van wal steekt: “Johnny, let godverdomme op wat ge zegt.”
Deze woorden werken als een lap op een stier: Johnny springt recht en komt op Charlie af, die zich ondertussen ook al recht heeft gezet.
Beheerst gaat Charlie verder: “Al voor ik de aanvoerder was van de Raedtsmannen, golden er regels. Regels die gij nu volledig aan uw laars lapt. Regel één: respect voor de baas…”
Johnny tracht wat te zeggen, maar Charlie maant hem aan dat niet te doen.
“Eerlijk gezegd, Johnny, zijt ge al zwaar gebuisd op dat vlak. En regel twee: respect voor de baas zijn vrouw… Na vanavond, zijt ge op da vlak duidelijk ook gefaald.”
Johnny snuift en duwt uitdagend wat tegen Charlie’s brede borstkas.
“Echt waar vent, ge moet ni zo hoog van de toren blazen, meneer Charlie”, zegt Johnny sarcastisch. “De weg naar goed leiderschap is nog lang. Want eerlijk gezegd betwijfel ik het of Victor wel zo’n goede beslissing genomen heeft door u aan het roer te zetten. Maar ja, als kleinzoon van, hebt ge natuurlijk wel een streepke voor.”
Stilzwijgend en vol ongeloof volgt Bonnie het haantjesgedrag van de twee heren. Even lijkt Charlie zijn woorden goed te wegen voor hij van wal steekt.
“Johnny, opnieuw een overtreding van de regel? Ge weet toch wat daar tegenover staat?”
In één vloeiende beweging gaat Charlie’s hand in zijn blazer en haalt het een knoert van een revolver uit het holster onder zijn oksel. De loop van het geweer richt hij op het feestvarken, die duidelijk schrikt van het gebaar, maar stoïcijns tracht te blijven. Het is Ben die zich tussen het tweetal murwt en de loop van Charlie’s geweer naar beneden duwt.
“Charlie, rustig”, maant hij zijn baas aan terwijl hij zijn hand op de schouder van zijn vader legt.
“En gij, pa, gij komt mee met mij.”
Arm in arm druipt het duo af, een woest snuivende Charlie bij de rest van het gezelschap achterlatend.
“Wat denkt die fucker wel?”, richt hij zich op Danny en en Yves, die er wat ongemakkelijk bij zitten.
“Charlie”, neemt Danny het woord. “Ge weet toch goed dat hij ‘t nog altijd moeilijk heeft met het feit dat Victor u en niet hem als opvolger heeft aangeduid.”
Charlie schudt zijn hoofd: “Is dat een wijf ofzo? Moeilijk, godverdomme. Hij zou beter wat meer respect tonen of ik knal zijne kop eraf.”
Dat gezegd zijnde, steekt Charlie zijn revolver opnieuw in de holster aan zijn oksel, drinkt hij het glas whisky voor zijn neus in één teug leeg en zet zich recht.
“Ik ga even mijn neus poederen. Schatje, kom je mee?”
Bonnie durft niet anders dan knikken en volgt onderdanig haar verloofde tot in wat zijn werkruimte lijkt te zijn. Aan de imposante antieke bureau neemt hij plaats in een al even patserige bureaustoel.
“Sorry, prinses. Ik had niet verwacht dat je zo’n taferelen ging moeten aanschouwen.”
Uit zijn schuif haalt hij een schaal tevoorschijn met daarop een stevige berg poeder. Terwijl Bonnie plaats neemt op de hoek van het bureau, legt Charlie stilzwijgend twee stevige lijnen. Bonnie’s hart klopt in haar keel, niet goed wetende hoe om te gaan met deze situatie. Het is vreemd om hem helemaal opgefokt te zien, klaar om te snuiven. Want hoewel ze hem al onder invloed aan het werk heeft gezien, is het er nog niet van gekomen dat ze hem echt heeft zien snuiven, laat staan dat hij voor haar een lijn voorbereidt. Wanneer hij in één vloeiende beweging zijn portie naar binnen heeft gewerkt, kijkt hij haar aan met een strakke blik en steekt hij een opgerold briefje van vijftig in haar hand. In plaats van het bureau af te springen, kruipt Bonnie er helemaal op en snuift ze met haar kont naar het plafond haar lijn naar binnen. Een stevige mep op haar achterwerk krijgt ze ter goedkeuring.
“Dat is niet de eerste lijn die je naar binnen gooit”, lacht hij terwijl hij haar langs achteren vastgrijpt.
Uitdagend kijkt ze achter zich en schudt ze haar hoofd.

Wanneer het nu nog wat meer opgefokte duo opnieuw de achterkamer van Delight binnenkomt, blijken Johnny en Ben al terug. Alsof er geen vuiltje meer aan de lucht is begroeten de mannen elkaar opnieuw en klinken nogmaals op een bevredigende nacht.
“Poker”, klinkt het vragend uit Bens mond.
De rest van het gezelschap knikt gewillig. Ben loopt even de kamer uit en komt terug met een koffer vol pokerchips die hij geconcentreerd in zes hoopjes legt. Terwijl de stevige lijn coke van daarnet nog door Bonnie’s hoofd spookt, vraagt ze zich af waar ze nu in verzeild is geraakt. Niet dat ze nog nooit poker gespeeld heeft, integendeel. Toen ze nog studeerde, was er elke week wel ergens een pokerspel te versieren. Maar toen ging het over een buy-in van vijf euro en iets in Bonnie vermoedt dat de inzet vandaag wel eens veel hoger zou kunnen zijn. Wanneer de chips verdeeld en de kaarten gedeeld zijn, klapt Ben in zijn handen.
“Tornooi, honderd euro buy-in? De tweede krijgt zijn buy-in terug, de eerste de rest?”
Uitdagend kijkt hij de tafel rond, zijn blik houdt even halt op Bonnie, die goedkeurend knikt. Wat kan ze ook anders? Vanuit haar ooghoek ziet ze hoe Charlie een pak briefjes van vijftig uit de binnenzak van zijn blazer haalt en er vier uit neemt. Twee ervan steekt hij in haar decolleté voor hij haar kust in haar nek.
“Laat ze maar eens zien wat je waard bent, prinses”, fluistert hij.
Schalks knipoogt ze hem toe. En of ze dat gaat proberen. Vooral die Johnny wil ze wel eens een poepje laten ruiken.

Haar adem stokt wanneer ze haar eerste hand bekijkt: twee dames. Als het haar beurt is, legt ze meteen twintig euro in de pot; een actie die voor de nodige spanning aan tafel zorgt. Tot Bonnie’s blijdschap zijn het Johnny en Charlie die de flop willen zien en haar inzet callen. Het is een gouden flop voor Bonnie, met een derde dame op tafel. Daarboven ligt er nog een aas en een tien, alle drie van een andere soort.
“Twintig euro”, klinkt Bonnie vastberaden terwijl ze een stapeltje chips naar voren schuift.
Achter haar zet ook Charlie zonder twijfel dezelfde hoeveelheid chips in, maar Johnny ziet het niet zitten om gewoon te callen en zet vijftig euro in. 
“All-in”, reageert Bonnie droog.
Grote ogen van alle mannen aan tafel. En iedereen die nu naar Charlie kijkt.
“Fold”, zegt hij stil.
De blikken verschuiven zich naar Johnny, die duidelijk even van geen hout pijlen weet te maken.
“Wat is dit hier? We zijn één hand ver en mevrouw Charlie besluit all-in te gaan?”
Bonnie kan een lachje niet onderdrukken, tot grote irritatie van het feestvarken.
“Ik kan u hiermee toch niet weg laten komen? Ik call gewoon!”
In één wilde beweging, duwt hij al zijn chips het midden in. Met trillende handen haalt Bonnie haar dames boven.
“Godverdomme!”, schreeuwt Johnny het uit terwijl hij een aas en een koning op tafel gooit.
De turn en de river bieden Johnny geen soelaas waardoor hij meteen met lege handen achterblijft en een pronkende Bonnie als chipleader opzadelt.
“Never mess with the queen”, klinkt het dreigend uit Charlie’s mond, terwijl hij Bonnie onder de tafel in haar dijbeen knijpt.

Nog badend in een overwinningsroes gaan de volgende handjes aan Bonnie voorbij. Haar aandacht vestigt zich op Johnny, die al even strak staat als de lijnen coke die hij op een spiegel aan het leggen is. De eerste en tevens ook de langste haalt hij in één keer naar binnen. Dan geeft hij het dienblad door aan Charlie, die er dankbaar eentje opsnuift en zijn verloofde de plateau doorgeeft. Even onder de indruk van de situatie en de druk, heeft Bonnie het moeilijk haar trillende handen onder controle te houden, maar wanneer ze de coke haar neus voelt binnendringen, verdwijnt dat gevoel als sneeuw voor de zon. Terwijl ze haar tanden op elkaar voelt knarsen, ontdekt ze een nieuwe killerhand: de aas en koningin van de harten. Laat maar komen!

Bonnie’s brein tolt nog van de forse hoeveelheid narcotica de dag voordien, wanneer ze samen met Charlie de boksarena betreedt. 
“Hoe zit de verdeling?”, polst Charlie meteen bij Johnny, die zijn hoofd heen en weer kantelt. 
“Niet helemaal zoals we hadden ingeschat”, antwoordt hij. 
Charlie gromt waardoor Johnny zich genoodzaakt voelt uit te weiden. 
“Het lijkt alsof de meerderheid getipt werd over het potentieel van Billy. Oftewel ruiken ze talent van ver. Eender wat de reden ook moge zijn. We zitten op 4 tegen 1.”
“Godverdomme”, vloekt Charlie. “Daar had ik niet op gerekend.”
Johnny, die er strak in het pak bij loopt en voorzien is van genoeg blingbling om een rapvideo mee op te vrolijken, haalt zijn schouders op. 
“Niet veel aan te doen …”
Charlie doet hetzelfde met zijn wenkbrauwen. 
“Oh jawel, Billy moet verliezen vanavond.” 
Johnny gaat meteen in de aanval. 
“No way, Charlie!”, briest hij. 
“Die gast heeft keihard geknokt om vanavond voor het eerst hier in de ring te staan. Ge gaat hem echt geen eerlijke kans om te winnen ontnemen enkel en alleen omdat dat u ni uitkomt.”
Charlie’s ogen knijpen zich toe. Hij gaat dichter tegen Johnny staan. 
“Gaat ge nu weer tegen mijn woord ingaan, Johnny?”
Zijn stem klinkt dreigend, maar schrikt Johnny allerminst af. 
“Als meneer wil dat mijn zoon zijn eerste officiële bokskamp doelbewust verliest, dan moet meneer dat zelf maar gaan uitleggen.” 
Bonnie wordt wat zenuwachtig van de spanning die tussen de twee mannen hangt. 
“Billy mag in de ring staan vanavond, John. Ik heb hem die kans gegeven en hij heeft die met beide handen gegrepen. Maar of hij wint of verliest vanavond, bepaal ik. De spelregels zijn altijd en voor iedereen duidelijk geweest.”
Johnny duwt Charlie tegen de borst om wat afstand te creëren. 
“De spelregels … Alsof gij u daar altijd aan houdt? Als gij mijne zoon zijn eerste wedstrijd wil zien verliezen, kan ik daar volgens de ‘regels’ inderdaad weinig op inbrengen. Maar ik ben ervan overtuigd dat die nederlaag als een boomerang in uw gezicht kan belanden. En dan moet ge ni bij mij komen zagen.” 
Neerbuigend krijgt Johnny een schouderklopje voor Charlie hem de rug toekeert. Bonnie kan alleen maar volgen, de hal in, tot hij halt houdt bij kleedkamer 3. Hij klopt en wacht beleefd op antwoord. Als Charlie de deur opent, vinden ze een opgejaagde Billy die met ingetapete handen als een bezetene klappen uitdeelt aan een onzichtbare tegenstander. Terwijl Charlie resoluut op hem afstapt, blijft Bonnie wat twijfelen in de deuropening, tot Charlie gebaart die achter zich dicht te trekken. 
“Klaar voor vanavond?”, polst hij terwijl hij zijn blazer uit trekt en zijn mouwen opstroopt. Billy knikt zonder op te houden de lucht een pak rammel te verkopen. Tot Charlie voor hem komt staan in een verdedigende houding. Billy laat meteen zijn handen zakken. 
“Ge komt hier ni zomaar binnen om een bekke te sparren, Charlie. Kom maar meteen to the point.” 
Charlie knikt goedkeurend en geeft hem een zachte stoot op zijn ontblote borst. 
“Ge zijt ne slimme kerel, Billy. Dat is ook de reden waarom ìk hier sta en niet uw vader. Ik zal er niet te veel doekjes om winden. Ge moet verliezen vanavond.” 
Billy kan zijn ontgoocheling niet verbergen. 
“Meende da nu, Charlie?” 
Charlie neemt hem vast bij zijn schouders en kijkt hem strak aan. 
“Hoe ge het doet, is uw zaak. Ik heb u de kans gegeven hier vanavond te staan. Ik weet hoe hard ge hier naartoe hebt gewerkt. Ik weet ook hoe goed ge zijt en dat ge zou winnen, moest ik het toelaten. Maar dat kan ik ni. Ik weet dat het moeilijk is om te doen wat ik nu van u verwacht. Maar ik vraag u da ni zomaar. Heeft u pa het gezegd?” 
“Waar hebdet godverdomme over?”, vraagt Billy fars. 
“Rustig, Billy”, probeert Charlie de gemoederen te bedaren. “Da ge vier tegen één staat. Iedereen gelooft in u. En terécht. Ma ge moet begrijpen dat er vanavond heel wat op het spel staat. Een spel waar wij veel aan kunnen verdienen als we het goed spelen. Vanavond betekent dat voor u da ge moet verliezen. Ik ga u da ni elke keer vragen. Ge gaat zeker nekeer mogen winnen. Maar vanavond gaat ge verliezen. Eervol. Ge moogt tonen wat ge waart zijt. Nee, ge moet tonen wat ge waart zijt. Maar ge gaat neer. Afgesproken?” 
Charlie steekt zijn gebalde vuist uit. Tot Bonnie’s grote verbazing tikt Billy ertegen met zijn rechter en knikt. 

“In de linkerhoek vanavond, Marcus De Grote!”
Johnny’s stem die door de volgestouwde arena galmt, haalt Bonnie uit haar eigen wereldje. Ze is wat overweldigd door de hele toestand. De arena is pakken grootser dan ze zich had voorgesteld en zit bomvol enthousiaste toeschouwers. Onder luid gejuich en pompende beats betreedt een gespierde man, die zijn naam duidelijk niet ver heeft moeten zoeken, de met witte touwen omheinde boksring. 

Moet Billy daartegen vechten?

“In de rechterhoek vanavond, Billy The Kid!”, klinkt het mogelijk nog imposanter dan daarnet. Johnny, die letterlijk in de schijnwerpers staat in het midden van de ring, staat er duidelijk als een vis in het water. Zijn meestal wat overdreven extravagante look komt er perfect tot uiting. Onder de beroemde tonen van de intro van The Good, The Bad And The Ugly van Ennio Morricone komt Billy schaduwboksend vanuit een andere hoek de zaal binnen. 
“Ooit al een bokswedstrijd gezien?”, roept Charlie nogal luid in haar oor in een poging de muziek te overstemmen. Ze schudt haar hoofd. 
“Ook niet op tv?” 
Opnieuw schudt ze haar hoofd. 
“In films wel”, probeert ze te nuanceren. 
“Hoe harder de realiteit, hoe beter ze fictie overklast. Let maar op!”, zegt hij met pretoogjes net voor ‘Let’s get ready to rumble’ door de arena weerklinkt en een belsignaal de officiële start blijkt van de wedstrijd. Het startsein voor Billy om als een bezetene in de ring te huppelen en af te tasten wat zijn tegenstander waard is. 

Dit kan hij toch nooit lang volhouden?

“Hoe lang duurt dit eigenlijk, zo’n wedstrijd?” 
Charlie kijkt haar geamuseerd aan. 
“Twaalf keer drie minuten, met telkens een minuut pauze ertussen.” 
Bonnie knikt opgelucht: “Dat valt mee.” 
Hij lacht. 
“Dat is meer dan lang genoeg, je zult zien.” 
Een stevige rechtervuistslag van Billy tegen de slaap van zijn tegenstander haalt het tweetal uit hun gesprek. Even lijkt het alsof Marcus het noorden kwijt is, maar al snel herpakt hij zich en lijkt het alsof hij pas écht ontketend is. Hij drijft Billy in de touwen en probeert hem langs alle kanten te bestoken. Net zoals de rest van de aanwezige toeschouwers, veert Charlie recht. Omdat ze anders niets meer kan zien, gaat ook Bonnie rechtstaan. Ondanks dat Billy zich goed lijkt te verdedigen, krijgt hij toch enkele rake klappen voor hij zich uit zijn benarde situatie kan bevrijden door een flinke slag in de zij van ‘De Grote’. Bonnie werpt een blik op Marina die een rij achter hen zit en de wedstrijd nagelbijtend ondergaat. Haar ogen schreeuwen doodsangst uit. Begrijpelijk, als je de toeschouwer bent van een afranseling van je jongste zoon. Naast haar zit Ben, die Bonnie een knipoog toewerpt als hij merkt dat ze naar hem kijkt. Dat werkt als een kaakslag voor Bonnie, die zich terug op de wedstrijd richt, net voor de bel weerklinkt die een eind maakt aan de eerste ronde. Charlie kijkt nerveus heen en weer tot hij ziet dat Danny en Yves, zijn trainers, de ring in kruipen en hun poulain letterlijk en figuurlijk oplappen. Bonnie zit dicht genoeg om te horen wat er gezegd wordt. 
“Godverdomme, Billy, waar zijde mee bezig? Ik zie niks van wat we hebben ingeoefend. Geen enkele combinatie, geen enkele beweging. Godverdomme! Herpakt u!”, briest Danny terwijl Yves stilzwijgend met ijspacks in de weer is.
Billy kan nog net knikken voor de bel een nieuwe ronde inluidt en hij met nieuwe moed rechtveert. Die tweede ronde domineert hij zonder Marcus ook maar één rake klap te gunnen. Voor Bonnie lijkt het bijna alsof Billy een ingestudeerde choreografie uitvoert. Een stevige vloek van de man naast haar brengt haar opnieuw bij de les. Ze kijkt Charlie met vragende ogen aan. 

“Als Billy die vent KO slaat, gaat er hier pas écht gevochten worden”, zegt hij in haar oor. 
Ze rolt met haar ogen. 
“Stelletje neanderthalers”, besluit ze. 
Ook de derde ronde lijkt Billy als een vis in een het water. Hij slaagt er zelfs in het publiek naar zijn hand te zetten door uit te pakken met uitdagende moves ten opzichte van zijn tegenstander. Wanneer de bel weerklinkt, veert Charlie recht. 
“Ik kom direct terug.” 

Bonnie ziet hoe Charlie al snel de hoek van de ring nadert en van achter de touwen Billy en zijn team aanspreekt. Hoewel ze aan zijn toon kan merken dat het menens is, slaagt Bonnie er door zijn zachte volume niet in om woorden van elkaar te onderscheiden. Zonder een woord te reppen, neemt Charlie terug plaats naast haar waarna ze stilzwijgend de vierde ronde uitzitten. Het is duidelijk: Charlie’s woorden hebben zijn effect niet gemist, want Marcus had opnieuw de bovenhand. Charlie wordt zenuwachtiger met de seconde die wegtikt. Wanneer Bonnie haar hand op zijn dijbeen wil leggen, legt hij de zijne erop en knijpt hij erin. Zijn hoofd komt even op haar schouder te liggen. 
“Ik had je nooit mogen meenemen”, fluistert hij. 
“Waarom niet?”, vraagt ze. “Ik vind het leuk!”
Hij schudt zijn hoofd. 
“Je hebt echt geen idee hoe deze wereld draaiende wordt gehouden, Bonnie.” 
Charlie neemt zijn telefoon uit zijn blazer en tokkelt er zuchtend op. Bonnie beslist haar aandacht opnieuw op de wedstrijd te richten, maar schrikt van de toestand van Billy, die duidelijk een paar klappen teveel heeft gehad. Hij moet een flinke mep boven zijn oog gekregen hebben; het bloed sijpelt uit de gapende wonde.

Wanneer de bel opnieuw een pauze inluidt, kijkt Charlie op van zijn scherm.
“Waar is Johnny als ge ‘m nodig hebt?”, vraagt hij zich binnensmonds af. 
Bonnie haalt haar schouders op terwijl ze gebiologeerd aanschouwt hoe Danny en Yves er alles aan doen om de wonde te stelpen en de twijfelende scheidsrechter ervan te overtuigen om de laatste ronde toch aan te vatten. 
“Zie je nog iets door dat oog van je?”, polst hij bij Billy. 
Een kort opgefokt knikje blijkt genoeg om de finale in te zetten. Charlie’s benen gaan zenuwachtig op en neer. Hij tokkelt met zijn vingers op zijn borst. 
“Nog drie minuten. Dat is godverdomme al een even grote koppigaard dan zijn vader. Hij kan maar beter zien dat hij neergaat”, mompelt hij. 
Maar dat doet Billy niet. Hij houdt stand tot de laatste minuut, al is hij er niet helemaal meer bij. Het publiek wordt gek van extase. Charlie wordt gek van de ondermijning van zijn gezag en veert recht wanneer de referee een eind maakt aan de wedstrijd.
“Wat nu?”, polst Bonnie voorzichtig. 
Charlie kijkt haar zenuwachtig aan. 
“Nu ligt alles in de handen van de jury. Het kan twee kanten uit. Godverdomme, Billy!”

Een bundel testosteron zit bijeengepakt in kleedkamer 3. Bonnie staat erbij en kijkt ernaar. Teneergeslagen zit Billy voorover gebogen op de bank tegen de muur met in zijn handen een natte witte handdoek waarin zijn hoofd rust. Naast hem zit Ben, die zenuwachtig zijn rechterbeen op en neer laat bewegen. Johnny ijsbeert door de kamer en tracht te weerstaan aan de drang om Charlie, die er als enige stoïcijns bij staat, in elkaar te timmeren. 
“Ik heb u gevraagd om neer te gaan, Billy”, doorbreekt Charlie de gespannen sfeer die in stilte is opgebouwd.
“Hij moest verliezen, Charlie”, zegt Johnny droog en beheerst. 
“Als ik me niet vergis, Johnny, waarde gij der helemaal niet bij toen ik Billy gevraagd heb neer te gaan omdat gij die verantwoordelijkheid van u hebt afgeschud. Ik denk dat het daarom beter is dat gij nu uwe mond houdt”, antwoordt Charlie. 
Voor Johnny Charlie kan benaderen, springt Ben recht en houdt hij zijn vader tegen. 
“Komaan, pa. Doet een bekke kalm.” 
Johnny gooit zijn handen in de lucht en knikt. 
“Ok, ok. Billy, zegde gij nekeer iets.” 
De jongste bom testosteron haalt zijn hoofd uit zijn handdoek en kijkt Charlie strak aan. 
“Vanavond kwam het erop neer dat ik moest verliezen. Dat is gebeurd. En de rest is bijzaak.”
“Bijzaak?”, brult Charlie. 
Door de wending die dit gesprek aanneemt, tracht Bonnie zich letterlijk en figuurlijk zo klein mogelijk te maken. Ze zit in de hoek van de kleedkamer, het dichtst bij de deur. Al de hele tijd zit ze te twijfelen of ze de kamer niet zou moeten verlaten. Aan de ene kant voelt ze met haar hele lijf en leden dat ze hier niet bij moet zijn. Maar aan de andere kant is dit veel te interessant en zou ze maar al te gek zijn om op vrijwillige basis van deze inner circle meeting weg te gaan. 
“Volgens mij zit het in die genen van ulle, om me in de weg te staan en stokken in mijn wielen te steken. Echt waar? Is ‘t nu zo moeilijk om te luisteren als ik iets opdraag? Gaat er nu echt niemand mij au sérieux beginnen nemen? Moet ik écht tonen wat ik waard ben voor gelle mij zult gehoorzamen zonder mijn wens naar ulle eigen hand te zetten?” 
Afwachtend stelt Bonnie zich de vraag welke Charlie ze nu te zien zal krijgen. Aan zijn moordende blik te zien, is hij tot alles in staat. Billy veert recht en gaat voor Charlie staan. Ondanks hun leeftijdsverschil moet de knaap qua lichaamsbouw niet onderdoen voor zijn ‘opperhoofd’. Hij grijnst. 
“Ik zou wel nekeer willen zien wa ge waart zijt.” 
Charlie’s gezicht staat op onweer, storm zelfs. 
“Geloof me, Billy. Da wilde ni zien”, klinkt het kordaat voor hij de bokser de rug toekeert. Zijn vurige ogen vangen Bonnie’s blik en lijken op slag wat te doven. 

Hij heeft ook spijt dat ik hierbij ben. 

“Als ge klop krijgt van ne vent me ene arm, zijde ni veel waard, volgens mij”, gooit Billy eruit. 
Bonnie ziet nog net hoe Charlie zijn ogen in zijn kassen laat rollen voor hij zich opnieuw naar zijn gesprekspartner toedraait. Haar adem stokt bij elke stap die hij dichter bij Billy zet. 
“Als ge zo nog ene keer tegen mij praat, laat ik u kapot maken, Billy.”
Billy lacht en zet nog een stap dichter zodat de mannen met hun borstkas elkaar raken. Die van Billy is bloot en zweterig, die van Charlie afgeschermd door een strak wit hemd. 
“Ge zout zelfs te laf zijn om zelf uw handen vuil te maken.”
Met een opgetrokken lip, schudt hij neerbuigend zijn hoofd. Hij haalt zijn neus op en spuwt een rochel de grond op. Bonnie kan haar ogen niet geloven. Er gaat iets springen. Doordat Charlie met zijn rug naar haar staat, kan ze niet goed zien op welke manier hij non-verbaal reageert. En voor hij dat verbaal kan uiten, is het Ben die tussenbeide komt. Hij zet zich recht en trekt de twee uit elkaar. 
“Kom mannen, dit is niet het ideale moment voor zo’n haantjesgedrag. We hebben een toeschouwer”, waarschuwt hij terwijl hij Bonnie’s richting uitkijkt. 
“Ben, moeit u ni”, snauwt Charlie hem toe. 
“Ik heb een oplossing”, richt hij zich opeens veel toegankelijker opnieuw tot Ben. “Om u te ‘belonen’ voor uw ‘onderdanigheid’ gaan wij tegen elkaar kampen. Gij en ik. Er mag gewed worden. Maar de uitslag wordt niet verkocht. Wat de odds ook mogen zijn. We doen het hier, binnen exact drie weken. Als ik win, is er maar één interpretatie van een regel of iets wat je opgedragen wordt, en dat is mijn interpretatie. Als gij wint …” 
Hij houdt even pauze om zich nog dichterbij Billy te positioneren. 
“Koopte krediet voor iedereen hier aanwezig. Dan ben ik bereid om na te denken over een andere manier van samenwerken.”
Goedkeurend knikken vader en zoons wanneer ze Charlie’s voorstel aanhoren. Bonnie’s brein krijgt een breakdown. 
“Maar tot dan willek gene zever meer. Ni van u, noch van u, noch van u”, deelt hij mee terwijl hij de mannen één voor één aanwijst. 
“Afgesproken?” 
“Afgesproken”, klinkt het in koor.

Voor de tweede dag op rij voelt Bonnie zich alsof er een truck over haar heen is gereden. Haar hoofd staat op barsten. Tevergeefs tracht ze haar aandacht bij de vergadering van den BB te houden. 
“Ik heb twee nieuwe klanten”, valt Desirée met de deur in huis wanneer Heleen en Paulien de vergaderzaal hebben verlaten.
“Vertel”, zegt Anita geïnteresseerd.
“Koen heeft me gevraagd of hij een halve kilo per maand kan krijgen.”
Bonnie’s keel wordt op slag droog wanneer ze dit hoort. Het glas water voor haar neus brengt soelaas. Terwijl ze een diepe zucht slaakt, vraagt ze zich af waarom ze hem in deze wereld heeft meegesleurd.
“Wat mij betreft, kan dat aan het gewoonlijke tarief”, beslist Anita na een blik op enkele goedkeurende knikjes aan tafel.
“En dan is er nog Johnny”, zegt Desirée aarzelend.
“Johnny?”, vraagt Anita verrast.
“Ja, hij heeft me gevraagd of hij een kilo per maand kan afnemen, aan het gewoonlijke tarief”, legt Desirée uit.
“Waarom vraagt hij dat aan jou en niet aan Charlie?”, vraagt Carla.
Desirée haalt haar schouders op.
“Ik weet niet wat er tussen die twee aan de gang is, maar het is duidelijk dat die niet op dezelfde lijn zitten. Hij heeft me op het hart gedrukt dat Charlie hier niets over hoeft te weten.”
“Hmm”, klinkt het bij Anita, die wat met haar balpen op tafel tikt terwijl ze Bonnie aankijkt.
“Gevaarlijk”, voegt Carla daaraan toe.
Anita neemt opnieuw het woord: “Wat er tussen die twee aan de gang is, maakt onze rekening niet. Een kilo is een kilo. Ik ben akkoord.”
Bonnie kan niet anders dan toestemmen gezien de rest van de tafel de mening van Anita zonder enige twijfel lijkt te delen. 

Eén stap in Bada Bing er er lijkt van daglicht geen sprake meer. Hoewel buiten de zon hoogtij viert, lijkt de nacht binnen al ingezet. Het zit er goed vol met een allegaartje aan mensen: van oude rijke dikzakken tot knappe schaarsgeklede dames en een bende jonge studenten. Aangezien Koen op het eerste zicht nergens te bespeuren is, spreekt Bonnie de topless vrouw achter de bar aan.
“Is Koen hier?”
De barvrouw knikt en wijst achter zich. Bonnie volgt haar vinger en vindt een deur achter de bar. Ze schrikt van het tafereel waarop ze getrakteerd wordt. In de zetel voor haar ligt Koen met zijn hoofd achterover, zich volledig gevend aan de vrouw die voor hem op haar knieën zit en hem op een pijpbeurt trakteert. Wanneer Bonnie met een luide knal de deur achter zich dichtgooit, heft Koen sloom zijn hoofd op en staart haar met een troebele blik aan. De vrouw die zijn kruis verwent, twijfelt even of ze moet verder gaan. Wanneer Koen zijn hand op haar hoofd legt, weet ze dat er van stoppen geen sprake is.
“Bonnie, wat doede gij hier?”, vraagt Koen met een lispelende stem.
Zijn grote pupillen verraden zijn toestand. Bonnie rolt met haar ogen en haalt haar schouders op.
“Ik dacht eens binnen te springen, maar wist niet dat ge zo druk bezig waart. Sorry, ik kom wel een andere keer terug”, verontschuldigt ze zich en staat al weer in een open deur.
Koen springt recht, duwt de vrouw in zijn schoot uit de weg en grijpt Bonnie bij haar arm voor ze de kamer kan uitstappen.
“Wacht Bonnie, blijft nog efkes”, klinkt het op een veel zachtere toon, terwijl hij de rits van zijn broek tracht toe te krijgen. Als dat gelukt is, maakt hij enkel met zijn wijsvinger, die eerst naar de pijpdame en dan naar de deur wijst, duidelijk dat de jonge deerne zich uit de voeten moet maken. Onderdanig gehoorzaamt de dame haar patron waardoor Bonnie en Koen alleen achterblijven. Meteen komt Koen dicht tegen haar staan en kijkt hij haar opgewonden aan.
“Gade gij het hier afwerken”, daagt hij haar uit.
Bonnie wuift zijn dwaze voorstel weg: “Koen, ik ben hier niet om te zeveren.”
Geschrokken door de felle reactie van Bonnie, neemt Koen opnieuw wat meer afstand.
“Waarvoor dan wel?”
Bonnie valt met de deur in huis: “Gade gij nu echt coke beginnen dealen?”
Even van de wijs gebracht door de vraag, schudt Koen zijn hoofd en haalt zijn neus op. Zijn kaakgewricht maakt overuren.
“Het was op vraag van de dames. Bovendien zijn er hier heel wat klanten die ook wel wat poeder lusten. Vandaar mijn vraag aan Desirée om wat te krijgen. Is dat een probleem, Bonnie?”
Ze schudt haar hoofd.
“Dat is geen probleem, als ‘t voor hen is. Maar zo te zien, hangt gij d’r ook al goed aan.”
Koen snuift opgejaagd.
“Sinds wanneer hebde gij daar een probleem mee? De pot verwijt de ketel, niet?”
Bonnie rolt met haar ogen.
“Ik ben inderdaad geen heilig boontje, maar het is nu…”, even pauzeert ze om een blik op haar horloge te werpen. “Het is nu vier uur ‘s namiddags en ge staat zo strak als een maagdenpoes. Da’s is toch niet van uw gewoonte. Of wel?”
Koen haalt zijn schouders op: “Bonnieke, toe. Ni beginnen zagen. Ik heb alles onder controle.”
“Zo ziet ge der wel uit, moet ik zeggen”, antwoordt ze neerbuigend.
“Godverdomme Bonnie. Moet ge nu echt altijd zo belachelijk doen? Ik heb nu eindelijk een doel in m’n leven. Iets waar ik echt goed in ben. En dan moet gij me hier komen neerhalen?”, snuift hij woest. “Trouwens,” gaat hij verder. “Ik dacht dat ge wel kickte op cokeheads?”
Door deze steek onder water rolt Bonnie opnieuw met haar ogen. Even twijfelt ze of ze überhaupt moet reageren, maar de drang om hem van een scherp antwoord te voorzien is sterker.
“Als ge ook maar denkt dat ge door u vol te snuiven mijn hart gaat winnen, heb ge ‘t goed mis”, snauwt ze hem toe voor ze met slaande deuren Bada Bing verlaat.

Bonnie’s hart maakt een sprongetje als ze beseft dat Charlie er is. Haar vermoeden wordt bevestigd wanneer ze hem met zijn wilde haardos in trainingsbroek en ontblote torso uitgeteld in de zetel ziet liggen. Langzaam sluipt ze ernaartoe. Maar net voor ze hem een kus op zijn neus kan geven, schiet hij wakker en verkoopt hij haar een rechtse. Volledig van de kaart valt Bonnie neer.
“Bonnie, godverdomme!”
Haar naam haalt haar bij haar positieven. Een ongeruste Charlie kijkt haar met grote schuldige ogen aan.
“Sorry meid, ik had u hier totaal niet verwacht.”
“En dan trakteer je me maar op je rechtse?”, vraagt ze met een gezwollen tong.
Charlie kan het niet laten in een lachen uit te barsten.
“Ik ben het gewoon nog niet gewoon dat hier zomaar iemand kan binnenkomen”, verontschuldigt Charlie zich. 
Terwijl ze naar de keuken lopen, vraagt Bonnie hoe het komt dat hij al thuis is.
“Ik dacht dat je laat moest werken vandaag?”
Charlie schudt zijn hoofd, rommelend in de diepvriezer.
“Ik heb boel gemaakt met Johnny. Ik moest weg, anders had ik hem kapot gemaakt”, klinkt het terwijl hij ijsblokjes in een plastic zak stopt en deze zacht tegen Bonnie’s wang aan drukt.
“Goed druk uitoefenen, Bonnie. Anders gaat dat fameus blauw zijn morgen.”
Bonnie doet wat haar gevraagd wordt en lacht: “Dan kan ik gaan vertellen dat ik geslagen word door m’n vent.”
Charlie kijkt haar vermanend aan: “Dat is niet grappig, Bonnie.”
“Wat is er met Johnny?”, polst Bonnie in een poging van onderwerp te veranderen.
Charlie haalt zijn schouders op: “Ik heb het gevoel dat hij heel wat zaakjes achter mijn rug om aan het regelen is.”
Bonnie weet niet goed hoe te reageren. Had ze die vraag toch maar nooit gesteld! Charlie ruikt onraad.
“Weet jij meer?”, vraagt hij met een lage stem.
Bonnie schudt haar hoofd en wendt haar blik af. Charlie neemt haar kin beet en heft haar hoofd wat op zodat hij haar in de ogen kan kijken.
“Bonnie, weet jij meer?”
Bonnie schudt opnieuw haar hoofd.
“Ik kan daar niet over praten”, klinkt het na een paar stille seconden.
In een ruk laat Charlie haar los en belandt zijn vuist op het marmeren aanrecht. Een zet die, na een aanblik op zijn bebloede knokkels, niet echt snugger was.
“Ik wist het, godverdomme. Die vuile rat. Bonnie, nu moet je me gewoon vertellen wat je weet.”
Bonnie schudt haar hoofd, maar weet dat ze niet meer uit deze benarde situatie kan ontsnappen.
“Johnny doet achter je rug met ons zaakjes”, klinkt het stil en ontgoocheld.
Opnieuw belandt de vuist met een klap op het aanrecht.