Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 11

Bonnie kijkt op van de met spek en eieren gevulde pan, als Charlie van achter de hoek van de keukenwand verschijnt. Zijn wilde out-of-bed look in combinatie met het ringbaardje dat hij al een week of drie heeft laten staan, zijn getatoeëerde torso en de strakke, goed gevulde, boxershort, doet haar naar adem snakken.
“Wat ben je aan het doen?”, vraagt hij geeuwend waarna hij haar langs achteren beetgrijpt en haar in de nek kust.
Ze draait zich om en lacht: “Is dat niet duidelijk? Ik maak je een ontbijtje.”
Charlie wrijft in zijn ogen en rekt zich uit. Uit de muziekinstallatie klinkt Faith No More. 

Oh that’s why I’m easy
I’m easy like Sunday morning yeah
That’s why I’m easy
I’m easy like Sunday morning
I wanna be high, so high
I wanna be free to know the things I do are right
I wanna be free
Just me whoa, oh babe

Faith No More

“Er is verse koffie”, kust Bonnie hem zacht toe.
Charlie knikt en neemt een kopje. Uit haar tas vist hij een pak sigaretten en steekt er eentje op.
“Hoe laat is het?”, vraagt hij na drie flinke trekken.
“Twee uur, Charlie”, lacht Bonnie.
“Sorry, ik ben pas om zeven in m’n bed gekropen.”
Ze kust hem op zijn borst.
“Dat weet ik. Ik was al wakker toen ik je slaapwelbericht kreeg. Vandaar dat ik hier nu pas sta en niet om tien uur vanochtend”, plaagt ze hem.
Hij haalt zijn hand door zijn haar, de sigaret bungelend aan zijn onderlip.
“Ik ga buiten zitten, de zon schijnt blijkbaar?”
Bonnie knikt: “Het is zalig buiten. Ga maar al, ik kom direct.”

Met een goed gevuld dienblad loopt Bonnie haar vent tegemoet op het dakterras waar de zon hoogzomer viert. Alsof hij in dagen geen eten meer gezien heeft, stort Charlie zich op zijn ontbijt.
“Volgende week is het de opening van Bada Bing”, laat Bonnie vallen terwijl ze twee champagneglazen vult. “Je weet wel, Koen zijn stripclub. Gaan we samen?”
Charlie’s met spek met eieren gevulde mond valt wat open. Nadat hij duidelijk wikt en weegt, knikt hij.
“Goed plan. Ik ben sowieso uitgenodigd voor die opening”, mompelt hij, nog steeds met gevulde mond.
Bonnie schudt ongelovig haar hoofd.
“Dat gaat zo raar zijn”, klinkt het onzeker.
“Het moet er wel eens van komen”, zegt Charlie vastberaden.
Inderdaad, vindt Bonnie. Nu ze al drie weken ‘officieel’ een koppel zijn, is het tijd om buiten te komen. Dat was toch de afspraak? Niet vluchten…

Met zijn wijsvinger verkent Charlie langzaam het lichaam van een half soezende Bonnie. Dankzij haar minuscule bikini, heeft Charlie meer dan genoeg om te ontdekken. De enige beweging die Bonnie maakt is haar rechter wijs- en middelvinger, waarmee ze een joint omklemt, af en toe langzaam naar haar mond brengen. Ze schrikt als ze ijskoude champagne in haar navel voelt vloeien. Charlie kijkt haar uitdagend aan terwijl hij de vloeistof eruit slurpt. Als hij zich opricht, vangt Bonnie met haar wijsvinger een druppel op die een weg zoekt in zijn ringbaardje.
“Ik hou van uw baard”, lacht ze speels.
“Ik hou van u”, antwoordt hij voor hij rechtveert, de loft in loopt en Bonnie vertwijfeld achter laat. Een paar tellen later staat hij opnieuw op het terras, met zijn handen achter zich verstopt.
“Ogen toe, Bonnie.”
De jongedame doet wat haar gezegd wordt. Ze voelt hoe hij iets tussen haar borsten legt.
“Doe ze maar open.”
Meer hoeft Bonnie niet te horen. Op nog geen tien centimeter afstand staart haar een doosje met daarin een witgouden ring met een knoert van een diamant aan.

Haar blik verplaatst zich snel van het doosje naar Charlie en terug. Wat op gelach van Charlie onthaald wordt. Hij neemt het doosje van tussen haar boezem en neemt de ring eruit. Dan knielt hij voor haar neer. Bonnie slaat ongelovig haar handen voor haar ogen en slaagt er niet in te stoppen met haar hoofd te schudden. Charlie schraapt zijn keel en neemt haar rechterhand vast, klaar voor zijn speech.
“Bonnie, al twee weken draag ik dat doosje constant bij mij, wachtend op het juiste moment. Je verklaart me gek, ik zie het aan je gezicht. Maar je bent gewoon de ware voor mij. Mijn prinses. Bonnie, wil je met me trouwen?”
Het speeksel in Bonnie’s mond hoopt zich op. De situatie niet vattend, overvalt haar de slappe lach. Als ze na enkele lastige minuten bijkomt, kijkt ze hem met betraande ogen aan.
“Charlie, this is impossible”, schudt ze haar hoofd.
Hij lacht en geeft haar plagend een duwtje.
“Only if you believe it is.”
Zo kwetsbaar zou de rest hem eens moeten zien, beseft Bonnie. Alleen zij ziet wat er achter de ruwe bolster zit. En daar is ze blij om. Waarom twijfelt ze eigenlijk? Ze moet toegeven. Ze doet niets liever dan zich over te geven aan zijn wereld. Veelzeggend knikt ze, wat tot verwarring leidt bij Charlie.
“Waarom knik je nu? Wil dat zeggen dat…”, hij twijfelt om zijn zin af te maken.
Bonnie blijft knikken: “Ja Charlie, ik wil met je trouwen.”
Enthousiast neemt hij de ring en schuift die over haar ringvinger.
“Dat is de verlovingsring van mijn grootmoeder. Die ring is meer dan vijftig jaar oud. Hij is gemaakt om bij jou te eindigen.”

Stilzwijgend en met betraande ogen tracht Bonnie de Porsche van Charlie zo goed mogelijk te besturen.
“En jij zegt dat jullie gewoon vrienden zijn?”, snauwt Charlie, die naast haar in de passagiersstoel zit met zijn gezicht in een met bloed doordrenkte handdoek.
“Ik had hem verdomme alle hoeken van zijn belachelijke club moeten laten zien! Hij heeft me godverdomme belachelijk gemaakt voor iedereen! Charlie die moet onderdoen tegenover een vent met één fucking arm!”
Bonnie laat Charlie wijselijk verder razen en houdt haar blik strak op de weg gericht. Ze probeert na te gaan hoe dit slagveld vermeden had kunnen worden. 

We are strong
No one can tell us we’re wrong
Searching our hearts for so long
Both of us knowing
Love is a battlefield

Pat Benatar

Het was nochtans goed begonnen. Voor het eerst waren Bonnie en Charlie als een echt koppel naar buiten gekomen. De gloednieuwe club, die door Koen met de toepasselijke naam Bada Bing gezegend werd, verwelkomde hen met een rode loper. Eens binnen betraden ze een andere wereld met overal halfnaakte vrouwen en liters champagne.
“Polygamie is geen optie?”, grapte Charlie nog vragend in haar oor voor de vrouwen van de Bende van den Bar het koppel in het oog kregen. Voor ze het wisten, stonden alle leden als vliegen rond een stront om hen heen te draaien. Haar joekel van een verlovingsring werd met de nodige ‘ooohs’ en ‘aahs’ onthaald. Al was het ene lid van de BB al wat enthousiaster dan het andere. Maar toen de gastheer van de avond, knap als nooit tevoren gehuld in zijn gloednieuwe op maat gemaakte smoking, ten tonele verscheen was er al een eerste vlieg aan de lamp.
“De koning en zijn koningin zijn gearriveerd. Welkom in mijn nederige club”, klonk het op sarcastische toon waarna hij Charlie op een geforceerde handdruk en Bonnie op een snelle kus op haar wang trakteerde.
“Je breekt mijn hart door hier met hem te komen”, kreeg ze toegefluisterd.
Bonnie kreeg echter niet de kans om hem van een antwoord te dienen, want Desirée greep haar hand beet en stak het triomfantelijk de lucht in, de verlovingsring onder Koens neus drukkend.
“Binnenkort een trouw bij den BB!”, kirde ze enthousiast, zich niet bewust van de spanning tussen Koen en Bonnie.
Even trok al de kleur uit Koens gezicht, maar hij herpakte zich snel en feliciteerde het koppel zelfs nog voor hij hen de rug toekeerde en zijn taak als gastheer schijnbaar ongestoord verder zette. De vreemde reactie van Koen verdween al snel naar de achtergrond, dankzij de goede muziek, de talrijke glazen champagne en het aangename gezelschap.

Een geslaagde opening, ware het niet dat de sfeer tegen een uur of vier op nog geen vijf minuten tijd grondig verziekt raakte. Terwijl Bonnie trouwadvies aan het inwinnen was bij Heleen, die heel wat meer ervaring in die branche had dan haar, zag ze in haar ooghoek dat Koen en Charlie in gesprek waren. Terwijl ze de woorden van Heleen in zich trachtte op te nemen, werd ze overspoeld door een gelukzalig gevoel door de twee belangrijkste mannen in haar leven met elkaar te zien praten. Maar die ballon werd snel doorprikt toen ze Charlie Koen een flinke duw zag geven. Snel stamelde ze een ‘sorry’ tegen Heleen en rende ze op het tweetal af.
“Als je Bonnie ooit kwetst, maak ik je kapot”, ving ze nog net op voor ze zich tussen hen in probeerde te werken.
“Wie ga je daarvoor optrommelen”, daagde Charlie hem uit, Bonnie wegduwend.
Met de borst vooruit nam Charlie opnieuw post recht tegenover Koen. Nog voor Bonnie grip kon krijgen op de situatie, zwaaide de rechter van Koen helemaal onverwacht Charlie’s richting uit. Die kon er niets tegenin brengen. 

“Ik ben blij dat je niet hebt teruggeslagen”, zegt Bonnie stil op weg terug naar de loft na een bezoek aan de spoedafdeling van het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Het verdict? Een flink gekneusde neus en dito ego. Charlie kijkt strak voor zich uit.
“Ik niet”, klinkt het resoluut.
De stilte die volgt, wordt onderbroken door een binnenkomend bericht op Bonnie’s iPhone. Met de ene hand nog steeds op het stuur van de wagen, vindt ze met de andere na wat gerommel in haar tas haar mobiel.
“Zeg me niet dat het die klootzak is.”
Bonnie leest zonder in te gaan op Charlies sneer het bericht van Koen. Eén woord staat er: “Sorry”. Voor ze kan tegenwerken, grijpt Charlie de gsm uit Bonnie’s handen en steekt een stevige middelvinger op naar het toestel wanneer ook hij de boodschap leest.

Met lood in haar schoenen opent Bonnie de deur van Bada Bing. Ze wil hier helemaal niet zijn. Ze wil het helemaal niet bijleggen met Koen. Maar daar heeft haar moeder weer anders over beslist. Een stevige preek kreeg ze toen ze vanmiddag haar hoofd liet zien op kantoor.
“Ik wist dat wat er is tussen jou en Charlie voor problemen ging zorgen. Maar dat er nog een tweede vent, die ik nota bene een club heb gegeven, zo zot van je loopt dat hij een klant in elkaar slaat, dat had ik niet kunnen voorzien. Laat één ding duidelijk zijn. Jij lost je shit zelf op en snél. Maak het goed met Charlie: laat hem zich een koning voelen. We hebben hem nog aan onze kant nodig. En Koen, die laat je eens goed zien wie de baas is. Maar jaag hem niet weg, want ook hem hebben we nodig.”

Orders van bovenaf noemen ze dat. Daar staat Bonnie dan, in een bar vol halfnaakte vrouwen en oversekste mannen, op zoek naar wat gisteren nog haar beste vriend was. Nu een zure appel. En bijten zal ze. Als hij haar vanachter de bar in zijn vizier krijgt, zwaait hij haar toe. In een wip staat hij met een schuldige blik in zijn ogen voor haar neus.
“Zijde boos?”, vraagt hij stil.
Bonnie schudt haar hoofd en neemt zijn hand vast: “Ik ben niet boos, alleen maar ontgoocheld.”
Hij gooit haar hand van zich weg en grijpt naar zijn hart: “Das nog veel erger!”
De ogen van Bonnie rollen alle kanten uit.
“Wat had ge nu verwacht? Dat ik voor u zou kiezen nadat ge mijn verloofde getoond hebt wat uwe rechter waard is?” Bonnie probeert haar stem onder controle te houden, maar slaagt er niet in.
Koen heeft beide kaken stevig op elkaar en twijfelt even voor hij het woord neemt.
“Wat had gij dan verwacht, Bonnie?”, benadrukt hij. “Toen ge gisteren met Charlie binnenkwam paraderen met die joekel van een verlovingsring rond uwe vinger? Hoe had ge dan verwacht dat ik ging reageren? Ulle proficiat wensen en net als de rest van de Bende als een kip rond ulle staan kwetteren?”
Koen is rood aangelopen met wijde pupillen. 
“Rustig, Koen. Kunnen we ni efkes ergens anders gaan praten?”
Koen knikt, neemt haar hand vast en leidt haar achterin de bar een trap op, naar zijn nieuwe stekje tegemoet. Als hij de deur achter zich met een luide klap dichtslaat, gaat hij uitdagend voor haar staan.
“Waar wilt ge over praten?”
Bonnie rolt haar ogen, tot grote ergernis van Koen, die met zijn hand woest tegen de muur slaat.
“Godverdomme Bonnie, doe niet zo belachelijk. Ge komt hier binnen in mijnen bar verkondigend da ge wilt praten. Wel… ik sta hier en ben klaar om te praten”, snuift hij woest.
Om hem tot kalmte te brengen, legt Bonnie haar hand op zijn rug en kijkt ze hem diep in de ogen.
“Koen, ge moet begrijpen da wa ge gisteren gedaan hebt echt ni gewaardeerd wordt door de bende.”
Koen probeert te reageren, maar Bonnie houdt hem tegen.
“Laat me uitspreken. Ten eerste zijde gij nu ne clubeigenaar en moet ge in uw eigen club niet beginnen uitpakken. Da doede gewoon niet. Ten tweede, als ge dan uw mannelijkheid wil laten gelden, doe dat dan tegen ne nobody. Maar niet tegen de beste klant van de Bende van den Bar.”
Even ademt Koen diep in.
“Mag ik nu iets zeggen?”
Bonnie knikt.
“Ik heb die klote Charlie niet als clubeigenaar geslagen maar als Koen, de vent die tot over zijn oren verliefd is op de vrouw waarmee die klootzak verloofd is. De reden waarom ik hem een rechtse heb verkocht was dus niet gerelateerd aan mijn club, noch aan den BB. Het was gewoon een klote discussie tussen twee mannen, om een vrouw, die verkeerd is gelopen. Ni meer dan dat.”
Bonnie slaat bij het horen van zijn monoloog haar handen moedeloos voor haar gezicht.
“Koen,” steekt ze wanhopig van wal. “Ge kunt die zaken niet van elkaar loskoppelen. Het resultaat is da gij één van de zwaarste mannen in omstreken bij elkaar hebt geklopt, in een club van de Bende van den Bar, onder toeziend oog van alle belangrijke figuren uit de wereld. Ge moet toch begrijpen dat zo’n actie gevolgen gaat hebben?”
Nonchalant haalt Koen zijn schouders op: “Wa kan er gebeuren?”
Ontgoocheld over zijn onwetendheid, schudt Bonnie haar hoofd.
“Gij moet nog veel leren, Koen. Ik heb er al spijt van dat ik u in deze wereld heb meegesleurd. Ge waart gewoon terug naar school moeten gaan. Ge had nooit bij mij mogen komen wonen.”
Voor een tweede keer slaat Koen zijn hand tegen de muur. Deze keer is het flink raak met bloedende knokkels als gevolg. Maar dat lijkt hem niet te kalmeren, integendeel.
“Deze club is het beste wat me kon overkomen, Bonnie. Neem ze ni van me af.”
“Da ga ik ook ni doen. Maar weet dat het kan. Ik heb een paar regels voor u die vanaf nu zullen gelden. Als ge uw club wilt houden, toch.”
Koen protesteert, maar Bonnie gaat gewoon verder.
“Regel één: er is niks tussen ons. Er was niks en er zal nooit iets zijn.”
Ontgoocheld schudt Koen zijn hoofd.
“Ik weet dat ik u ni kou laat. Weet ge nog die avond…”
Bonnie houdt hem tegen door haar wijsvinger op zijn lippen te leggen.
“Regel twee”, fluistert ze. “Als ge vanaf nu Charlie ziet, behandelt ge hem als een koning. Ge geeft hem alles wat hij vraagt.”
Grote ogen staren Bonnie aan.
“Nog iets misschien?”, vraagt hij fel, waarop Bonnie knikt.
“Regel drie: doe iets aan die woede. Met dit machogedrag trekt ge ‘t ni in deze wereld.”

Afgepeigerd na een klotedag stapt Bonnie de loft in, waar Charlie in een trainingspak op de bank zit. Hij schenkt haar een lach, wat er met een ingepakt gezicht grappig uitziet.
“Hoe was je dag?”
Bonnie schudt haar hoofd: “Vreselijk.”
Vragend kijkt Charlie haar aan: “Waar ben je geweest?”
De schouders van Bonnie gaan de lucht in.
“Ik kan u dat niet zeggen Charlie, dat weet je toch. Jij zegt me toch ook niet waar jij allemaal mee bezig bent?”
Charlie, duidelijk geschrokken van Bonnie’s bitsige reactie, klopt op de plek naast hem op de zetel. Bonnie volgt zijn gebaar en nestelt zich gezellig in zijn oksel, zijn warmte en geur in zich opnemend.
“Ik kan je niets zeggen, Bonnie. Dat weet je toch. Je hoort bij de concurrentie.”
“You just made my point”, lacht Bonnie. “Ik vraag u toch ook niet wat je in godsnaam elke maand met drie kilo coke doet?”
Lachend schudt Charlie zijn hoofd.
“Ik vraag u toch ook niet hoe jullie in godsnaam aan drie kilo coke per maand komen? Ofwel vertel ik u alles ofwel vertel ik u niets. Aan u de keuze Bonnie, maar weet dat er geen weg terug is…”, antwoordt hij geheimzinnig.
“Gaan we die toer op, Charlie? Je verloofde bedreigen?”
“Ik bedreig je niet. Ik ben gewoon realistisch. Als ik je iets vertel en dat komt aan de oren van de Bende, dan weet ik dat het van jou komt”, legt hij uit.
De ogen van Bonnie rollen in hun kassen als antwoord.
“Misschien is het wel tijd voor een test”, lacht Charlie uitdagend.
“Ik dacht dat we geen spelletjes meer zouden spelen?”
Een grijns op Charlie’s gelaat is het enige wat Bonnie krijgt.