Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 10

“Op drie weken tijd zijn we maar liefst vijf zaakvoerders verloren. Vijf!”, roept Paulien. “Ik heb geen adressenboekje waar ik uit kan putten om op zo’n korte tijd vervangers te vinden.”
Anita schraapt haar keel: “We vinden wel vervangers. Desnoods moeten de zaken even de deuren sluiten.”
Carla schudt haar hoofd, slurpend van haar koffie.
“Het probleem ligt niet bij die vijf mensen, het ligt aan onze reputatie. Sinds de overval op die klotenachtwinkel, geloven onze partners niet meer in hun veiligheid.”
“We moeten dat zo snel mogelijk oplossen”, besluit Anita resoluut. Aan de andere kant zit Bonnie binnensmonds vloekend met haar balpen te tikken.
“Maar ondertussen verliezen we wel inkomsten”, klinkt het bij Heleen.
“Misschien moeten we…”, aarzelt Desirée wat tokkelend met haar vingers.
“Wat?’, vraagt Anita kordaat.
“Die deal met Charlie toch herzien.”
Anita komt meteen in opstand.
“Neen, dat doen we niet. Dit moeten we op korte termijn zelf kunnen oplossen, niet door een jarenlang partnerschap te herzien. Toch?”, klinkt het zoekend naar bevestiging bij Carla, die haar schouders ophaalt.
“Het partnerschap met De Raedt is een veilige haven. Als we daar wat kunnen bijsteken hebben we wat meer ruimte om op andere vlakken terug orde op zaken te stellen”, weerlegt Carla het bezwaar van de presidente, die hoofdschuddend voor zich uit staart.

Klote nightshop!

De krop in Bonnie’s keel wordt elke dag groter. Hij berooft samen met haar een nachtwinkel, die toevallig van haar moeder blijkt te zijn. De overval zorgt voor onveiligheidsgevoel bij de klanten van BB waardoor ze genoodzaakt zijn tegen hun zin in te gaan op een herziening van het partnerschap met De Raedt, waar Charlie aan de top staat. Al drie weken is het trouwens radiostilte tussen haar en Charlie. Sinds ze zijn club is uitgestapt, heeft ze helemaal niets meer van hem gehoord. Niet dat ze zelf aanstalten heeft gemaakt om hem te contacteren. Gelukkig was er het werk en Koen om haar af te leiden. Van Koen gesproken, die heeft haar gisteren nog gesmeekt of ze bij haar moeder geen goed woordje kon doen om hem in dienst te nemen. Hoewel ze duidelijk heeft gemaakt dat er geen mannen welkom zijn bij BB, daagt het haar nu dat hij misschien wel één van de nieuwe zaakvoerders kan worden.
“Koen kan een van de zaken openhouden”, zegt ze resoluut.
Haar voorstel wordt goedkeurend onthaald door de meerderheid van de vrouwen aan tafel.
“Ze zegt ook eens wat. Goed plan, Bonnie. Ik vertrouw ‘m wel, die Koen. En hij is niet te mans om te functioneren tussen al die vrouwen”, besluit Anita zelfverzekerd. “Vraag ‘m of hij straks even langs kan komen.”

Huppelend van vreugde komt Koen na zijn vergadering met Anita de studio ingelopen. Met zijn ene arm grijpt hij Bonnie beet en tilt haar wat de hoogte in. Hij kust haar vol op de mond, maar schrikt meteen van zijn reactie.
“Sorry, Bonnie. Maar ik ben gewoon té enthousiast!”
Bonnie legt haar hand op zijn schouder.
“Welke zaak krijg je?”
Hij grijnst ondeugend.
“Een stripbar! Een stripbar! Koen krijgt een stripbar!”, tiert hij half zingend op een zelf uitgevonden melodie. Dan grijpt hij zijn jas en staat hij alweer in de deuropening.
“Kom mee, je moeder neemt me ernaartoe!”
Bonnie knikt en volgt ‘m naar beneden. Haar moeder staat hen in de gang al op te wachten.
“We nemen ‘jouw’ Aston Martin”, klinkt het resoluut.
Bonnie kan niet anders dan gehoorzamen. Terwijl ze in haar grote handtas ligt te grabbelen naar haar sleutels, loopt Bonnie achter Koen naar buiten.
“Wacht nog even Bonnie”, houdt Anita haar tegen in de deuropening.
“Ik heb straks een vergadering met Charlie. En jij gaat ervoor zorgen dat we een goede deal kunnen sluiten.”
Bonnie slikt en schudt haar hoofd. Haar maaginhoud heeft opeens heel veel zin om een weg naar boven te zoeken.
“Dat gaat niet, mama.”
Anita houdt haar wijsvinger streng op.
“Dat gaat juist wél. Ik heb u gewaarschuwd. You don’t shit where you eat. Na ons bezoekje aan uw vriendjes stripbar, zetten we ‘m hier braaf terug af en gaan wij twee Charlie een bezoekske brengen.”

Als een jongetje dat met gevulde zakken terugkomt van de snoepwinkel, stapt Koen enthousiast uit de wagen wanneer ze terug voor den Bar parkeren.
“Echt waar, Anita, bedankt voor deze kans. Je gaat er geen spijt van krijgen!”
Hij werpt Bonnie nog een kus voor hij den Bar binnenstapt. Wat afwachtend blijft Bonnie zitten. Dan keert haar moeder zich naar haar toe.
“Vertrek maar, Bonnie”, zegt ze resoluut.
Bonnie start met met tegenzin de motor.
“Waar naartoe?”
“Zijn loft. Ge kent de weg wel, vermoed ik?”
Zonder nog één woord te zeggen rijdt Bonnie de reeds bekende rit naar zijn wereld. Al heeft ze er nu voor geen meter zin in. 

“Sinds wanneer heb jij die tattoo?”, klinkt het na enkele minuten radiostilte.
Anita grijpt Bonnie’s pols vast en wrijft voorzichtig over de hoed van de Mad Hatter. Bonnie slikt en probeert even na te denken voor ze reageert. Voor dat kan, merkt haar moeder ook haar andere versierde pols op. 
“Zeg maar niets meer. Hij zit erachter. Laat u zo niet inpakken, Bonnie. Charlie is gene vent voor u. Denkte nu echt dat ge daarmee een toekomst kunt opbouwen? Hebt ge u al afgevraagd hoe uw toekomst met hem er zou uitzien? Huisje-tuintje-kindje? Zet dat maar uit uw koppeke!”
Bonnie rolt met haar ogen. 
“Laat mij nu toch nekeer gewoon mijn eigen beslissingen nemen, mama. ‘t Is ni omdat het met ulle fout is gelopen, dat het tussen ons niet goed kan komen. En neen, ik heb nog ni over kinderen nagedacht. Ik ben fucking 21 en we zijn een paar keer op date geweest.” 
“Ge zijt er godverdomme al mee op vakantie geweest, Bonnie. Ge moet me ni wijsmaken dat hij niks voor u betekent. Ik ben ook ni blind hé, ge zijt verdomme tot over u oren verliefd.” 
“Gade gij mij nu relatieadvies geven?”
“Wat wil je daarmee zeggen, Bonnie?” 
“Dat ge verdomme meer van vent verandert dan van onderbroek. Wat weet gij van echte liefde?” 
Bonnie rijdt de parking van Charlie’s gebouw op. 
“Liefde maakt alles kapot, Bonnie. Maar bon, gedaan met deze zever. Tijd voor serieuze zaken”, klinkt het resoluut voor Anita uitstapt. 

Met open armen worden moeder en dochter bij Charlie ontvangen. Galant neemt hij hun jassen aan en leidt hij hen naar zijn salon, waar een enthousiaste Louis meteen rondjes rond Bonnie’s been begint te draaien. 
“Die kent u blijkbaar al”, fluistert Anita sarcastisch. 
Bonnie haalt haar schouders op en zet zich neer op haar favoriete plekje in zijn sofa, terwijl Charlie met een fles Veuve Cliquot en drie glazen de leefruimte binnen komt gewandeld. Hoewel hij thuis is en op het eerste zicht het toppunt van kalmte lijkt, verraadt zijn afgestreken kapsel in combinatie met zijn kostuumbroek en witte hemd zijn werkmodus. Zwijgzaam giet hij de glazen in en biedt hij ze aan aan zijn gasten.
“Op een goede samenwerking”, klinkt het cliché.
Daar gaat hij weer, hoort Bonnie zichzelf geïrriteerd denken. Toch klinkt ze obligaat haar glas tegen dat van hem en dat van haar moeder.
“Jammer dat je na ons vorig onderhoud opnieuw je dochter hebt meegebracht”, klinkt het kurkdroog.
Anita schudt haar hoofd.
“Net jij zou moeten weten dat ge als jong veulen in het vak kansen moet krijgen. En ze moet grijpen. Als dochter van, of kleinzoon van…”, pauzeert ze even. “Als erfgenaam is het makkelijker om kansen te krijgen in deze wereld. Is het niet, meneer De Raedt?”
Bonnie schrikt van de directe aanpak van haar moeder. Trots lacht ze breed. Iets wat Charlie niet ongemoeid laat.
“Dat ze gemaakt is voor deze wereld hoef je me heus niet uit te leggen, Anita”, klinkt het gemeen.
Anita knikt goedkeurend: “Laten we dan nu de zaken bespreken en stoppen met rond de pot te draaien. Ik heb een zaak te runnen.”
Charlie knikt op zijn beurt.
“Ik heb nochtans iets anders horen waaien.”
Anita haalt bitsig uit: “Je moet niet alles geloven wat je hoort waaien.”
Charlie’s wenkbrauw gaat de hoogte in. Zijn blik verplaatst zich van Anita naar Bonnie.
“Dat is nu eens een goede tip van een professional, Bonnie. Je moeder is een goede leermeester.”
Zijn sarcastische ondertoon valt niet verkeerd te interpreteren, maar Bonnie beslist wijselijk haar mond te houden.
“To the point, Charlie”, tikt haar moeder met haar lange nagels op zijn glazen salontafel.
Hij schrikt op en knikt inschikkelijk. Terwijl hij van wal steekt, kijkt hij Anita strak aan.
“Zoals al meerdere malen aangehaald, maar telkens door jullie de grond in geboord, wil ik graag het driedubbele bestellen van de gewoonlijke deal met mijn grootvader. Ik geef je daarvoor het dubbele van de prijs. In ruil voor die ‘gulle’ deal, zullen mijn mannen hun steentje bijdragen in de bewaking van het cliënteel. Te nemen of te laten.”
Anita schudt geïrriteerd met haar hoofd. De rode vlekken in haar nek spreken boekdelen.
“Laten we het even duidelijk stellen. Jij wil om de maand drie kilo coke geleverd zien voor een luttele 60.000 euro?”
Grijnzend knikt Charlie. En Bonnie slikt omdat ze nu pas echt de omvang van hun zakenrelatie beseft.
“Je beseft toch,” gaat Bonnie’s moeder verder, “dat die deal met je grootvader al tien jaar geleden is vastgelegd. En dat de prijzen ondertussen al danig verhoogd zijn. Bij mijn andere klanten. Want voor jullie heb ik nooit, maar dan ook nooit een prijsverhoging overwogen, laat staan doorgevoerd.”
Even hapt ze naar adem om dan gewoon verder te gaan.
“Die 30 mille per kilo is dus al een deal van formaat. En jij wil nu mijn limieten testen? Je mag al blij zijn dat we ons niet gewoon terugtrekken!”
Ze snuift woest naar Charlie. Bonnie heeft haar moeder zelden zo furieus gezien. Charlie daarentegen blijft de kalmte zelve. Zijn attitude doet Bonnie kokhalzen.
“We weten allebei dat je je niet kan terugtrekken uit zo’n grote deal. Zeker niet nu jullie reputatie een fameuze deuk heeft gekregen. Eigenlijk doe ik jullie een dienst, Anita. Dat besef je toch? Ik vraag je om het driedubbele per maand te voorzien. Weliswaar aan een verminderd tarief, maar zo gaat dat toch bij zaken? Hoe meer je koopt, hoe minder je moet betalen? Maar neen, in plaats van dankbaar te zijn en de handen te schudden op deze prachtige deal, weiger jij een geste te overwegen. Sorry Anita, maar zo onredelijk kunnen alleen vrouwen zijn.”
Bonnie kan haar moeder nog net tegenhouden om hem een lap te verkopen.
“Hij is je uit je tent aan het lokken”, fluistert ze vermanend.
Anita knikt en komt wat tot rust. Bonnie neemt het woord.
“Charlie, je beseft toch ook dat je gaat moeten inbinden. Het is niet omdat we vrouwen zijn, dat je ons niet au sérieux moet nemen. Dat moet je ondertussen toch al wel begrepen hebben.”
Even last ze een weloverwogen pauze in. Hij kijkt haar aan met een afwachtende blik.
“Wat stel jij dan voor… groentje?”
In plaats van door dit woord net zoals haar moeder over de rooie te gaan, blijft ze de kalmte zelve.
“Drie kilo per maand voor tachtig mille. En bescherming. Te nemen of te laten.”
Charlie lacht haar recht in haar gezicht uit.
“Zeventig.”
Bonnie blikt naar haar moeder die haar hoofd schudt. Bonnie rolt met haar ogen en neemt Charlie’s kin beet. Langzaam trekt ze hem naar haar oor zodat haar lippen de zijne rakelings raken. Heel stil fluistert ze wat in zijn oren zonder dat haar moeder het kan horen.
“Ik zou die tachtig maar aanvaarden. Tenzij je je verhaal over die overval bij de flikken wil gaan doen. Wie gaan ze geloven? Een crimineel of een onschuldige jonge vrouw die toevallig passeerde en je motor herkend heeft?”
Charlie’s mond valt open. Hij knipoogt en knikt goedkeurend.
“Tachtig mille voor drie kilo per maand”, bevestigt hij luidop.
“En bescherming”, voegt Bonnie eraan toe.
Hij rukt zich los uit Bonnie’s greep en vestigt zijn aandacht op Anita.
“Zie maar dat je me topspul levert”, waarschuwt hij voor hij haar de hand schudt en het duo de laan uitstuurt.
Op weg naar de Aston Martin grijpt Anita haar dochter stevig beet.
“Je bent écht geboren voor deze wereld”, zegt ze trots als een gieter.
“Ik ben wel heel benieuwd naar wat je hem hebt toegefluisterd”, probeert ze nieuwsgierig te weten te komen. Maar Bonnie bijt niet en haalt haar schouders op: “Ik heb hem gewoon bij z’n pietje.”

Duidelijk aangeschoten gooit Anita haar stoel naar achteren en heft ze haar glas. De voltallige Bende van den Bar volgt haar voorbeeld.
“Bonnie, je hebt een wat andere aanpak dan wat we hier gewoon zijn. En eerlijk gezegd, moeten we daar soms nog wat aan wennen. Maar vandaag heb je bewezen dat je gemaakt bent voor deze wereld. Echt meid, ik ben trots op je”, klinkt het wat lispelend.
Bonnie knikt dankbaar naar haar moeder en klinkt haar glas tegen alle andere exemplaren. Alsof den Bar zelf een duit in het zakje wil doen, galmt er Nobody’s Wife van Anouk doorheen de luidsprekers.

Opgehitst door de gitaarrifs springt Bonnie opeens de bar op en bespeelt ze haar luchtgitaar als een professional terwijl ze de lyrics meebrult, tot groot jolijt van haar tafelgenoten, maar ook van de rest van de aanwezigen in den Bar. Na één blik op de deur stopt Bonnie als aan de grond genageld met dansen. Nonchalant en strak in het pak wandelt Charlie den Bar binnen met in zijn kielzog Ben en twee opgedirkte vrouwen van een jaar of veertig. Als hij Bonnie in het vizier krijgt, wat niet moeilijk is gezien ze als enige in den Bar op de toog staat te dansen, gooit hij haar een handkus. Een verward knikje kan eraf voor ze in allerijl het geïmproviseerde podium af strompelt.
“Is het al gedaan met je show”, vraagt Carla lachend met een glas champagne in de hand. Met één hoofdbeweging maakt Bonnie duidelijk wat de oorzaak is van haar plotse gedragswijziging terwijl Anouk verder blijft kelen.

Cause it ain’t the first time that a man goes insane
and when I spread my wings to embrace him for life
I’m suckin’ out his love, ’cause I, I’ll never be nobody’s wife.

Anouk

“Charlie!”, roept ze enthousiast, half naar haar, half naar hem. Zoals het een goede barvrouw betaamt, ontvangt ze hem en zijn gezelschap met open armen en leidt hen naar de tafel van de Bende. Joviaal als nooit tevoren vliegt Charlie eerst Anita, en later ook de rest van de Bende, in de armen.
“Ik was op stap met dit lieftallige gezelschap”, klinkt het enthousiast tegen Anita, verwijzend naar zijn achterban.
“En ik dacht dat er hier wel een feeststemming zou hangen. Maar ik had niet verwacht dat er hier Coyote Ugly gewijs op de bar gedanst ging worden”, knikt hij doelend op Bonnie.
Ook zij wordt op een knuffel getrakteerd, maar net wat langer dan de anderen, houdt hij Bonnie in zijn armen gekneld.
“Eens testen of jij jaloers bent”, fluistert hij uitdagend voor hij zonder iemand het ziet snel in haar oorlel bijt.
Meteen duwt Bonnie hem op een afstand, schudt ze haar hoofd en keert ze zich van hem weg. Klotevent met zijn klotespelletjes, denkt ze nog net voor ze de toiletten in vlucht. Onderweg loopt ze Koen letterlijk tegen het lijf. Hij trakteert haar eveneens op een knuffel, al voelt de zijne echter aan dan het exemplaar dat ze daarnet heeft gekregen.
“Bonnie, ik krijg een stripbar!”, klinkt het nog steeds helemaal in trance, wat bij Bonnie tot een glimlach leidt. Ze knijpt speels in zijn wang.
“Boys and their toys!”
“Ik ben ook maar een vent van vlees en bloed”, zegt Koen terwijl hij de bar in kijkt. Opeens valt zijn mond open.
“Niet meteen kijken, Bonnie. Maar Charlie is hier. En hij is ni alleen…”
Zijn ogen stralen een en al medelijden uit. Bonnie rolt met de hare.
“Ik weet het al”, zegt ze snel.
Koen neemt haar nog eens vast.
“Wilt ge een lijn?”
Bonnie knikt. Hij neemt haar bij de hand en trekt haar de mannentoiletten in. Op 1-2-3 liggen er twee lijnen op de toiletbril die sneller dan ze gelegd zijn opgesnoven worden.
“Mijn redder in nood”, klinkt het bij Bonnie terwijl ze haar neus ophaalt en met haar wijsvinger de overschot over haar voortanden wrijft.
Net wanneer ze het toilet wil uitstappen, hoort ze iemand binnenkomen. Ze legt haar wijsvinger op Koen zijn lippen, hem tot stilte aanmanend.
Er klinkt een hese opgewonden vrouwenstem: “Meneer Charlie, ik kan niet meer wachten tot in het hotel.”
Bonnie rolt met haar ogen en voelt een zure oprisping in haar maagstreek. Koen pruilt zijn onderlip. Aan het gestommel naast hen te horen heeft Charlie zich een weg gebaand naar het tweede toilet, wat Bonnie en Koen de kans geeft de ruimte in alle stilte te verlaten.

Aan de bar bestelt Bonnie een dubbele tequila die ze in één teug leeg drinkt. Machteloos probeert Koen haar op te beuren.
“Bonnie, hij is ‘t ni waard. Hij is u ni waard, meid”, zegt hij terwijl hij haar kin met zijn hand omhoog tracht te houden. Bonnie haalt haar schouders op.
“Ik ga naar boven”, klinkt het van tussen haar lippen, nauwelijks de muziek overstemmend.
“Ik kom mee”, knikt Koen en neemt haar bij de hand.
Strompelend arriveert het duo in de ondertussen tot ‘hun’ gedoopte studio. Bonnie loopt rechtstreeks naar de barkast en schenkt zich nog een tequila uit die ze opnieuw in één keer naar binnen werkt. Koen neemt het glas uit haar hand en zet het op tafel.
“Zelfmedelijden is voor pussy’s”, zegt hij resoluut. “Kom, we hebben wat te vieren!”
Vrolijk huppelt hij naar de koelkast, haalt er een fles champagne uit en ploft ze open. Vanuit de fles gooit hij een flinke slok van het gouden goedje in zijn keelgat, dan geeft hij ze door aan Bonnie.

“Alles komt altijd goed. Soms duurt het alleen wat langer.”
Bonnie knikt. 
“Weet je wat hier nog ontbreekt?”
Zonder op een antwoord te wachten, beantwoordt Koen zijn eigen vraag: “Music, maestro!”
Zo gezegd, zo gedaan. Een knipoog krijgt Bonnie als Koen kiest voor een plakkerige slow. Hij steekt zijn hand naar haar uit.
“Klaar voor ne plakker?”
Bonnie knikt enthousiast en laat zich leiden wanneer hij Into My Arms van Nick Cave opzet.

Zijn slowskills zijn onverwacht goed, zeker voor een vent met maar één arm. Wanneer het nummer uitsterft, kijkt Koen haar echt in de ogen.“Mijn gedachten breken alle regels die in deze studio gelden.”
Bonnie haalt vragend één wenkbrauw de lucht in, maar weet goed en wel waar hij op aan stuurt.
“Waar denk je dan aan?”, vraagt ze uitdagend, zich meevoerend door de effecten van de drank en de lijn.
Hij schudt schuldig zijn hoofd.
“Dat ik je lippen op de mijne wil voelen”, klinkt het bijna beschaamd.
Voor zover dat nog mogelijk is, gaat Bonnie nog wat dichter bij Koen staan.
“Waar wacht je dan op?”
Ze knipoogt, maar Koen lijkt te twijfelen.

I believe in love
And I know that you do too
And I believe in some kind of path
That we can walk down, me and you. 

Nick Cave & The Bad Seeds

Slechts twee stevige bonzen op de deur zijn nodig om het duo uit hun magische moment te halen. Bonnie kijkt Koen vragend aan. Opnieuw klinken er twee bonzen. Bonnie haalt haar schouders op en opent haar deur op een kier. Meteen steekt Charlie zijn voet ertussen om ze te blokkeren. Bonnie schrikt van hoe hij eruit ziet. Zijn daarnet nog strak achterover gekamde haren, schieten alle richtingen uit. Zijn gezicht staat vol zweetparels en zijn das hangt argeloos rond zijn nek, over zijn half opengeknoopt hemd. Zijn ogen stralen wanhoop uit.
“Bonnie…”
Zijn stem klinkt schor en fragiel. Bonnie voelt hoe haar hart aan flarden wordt geschoten. Ze ademt één keer diep in en schudt dan haar hoofd.
“Het is niet de moment, Charlie.”
Ze duwt hem zachtjes terug de gang in, maar door zijn voet tussen de deur, slaagt ze er niet in die te sluiten. In één snelle beweging duwt hij ze open. Hij schrikt als hij Koen, die ondertussen plaats heeft genomen in de zetel, ziet zitten.
“Niet de moment?”, klinkt hij venijnig. “Wat ben je aan het doen? Een onderonsje met je roomie?”
Bonnie rolt haar ogen en probeert hem met beide handen opnieuw richting de deur te duwen, wat door haar zwak gestel en zijn flinke borstkas een onmogelijke zaak blijkt.
“Charlie, je bent dronken en gedrogeerd. Denk je nu echt dat dit het goede moment is om een serieus gesprek aan te gaan?”
Wat waggelend kijkt hij haar twijfelend aan.
“Ik wil gewoon praten, Bonnie”, klinkt het beteuterd.
Koen springt recht, klaar om zichzelf te bevrijden uit deze ongemakkelijke situatie.
“Ik ga wel nog even naar beneden, Bonnie. Als er iets is, bel je maar.”
Wanneer Koen Charlie passeert geeft de laatste de eerste een stevige duw met zijn schouder. Maar wijselijk als Koen is, geeft hij geen kick en stapt hij zonder iets te zeggen de studio uit. Wat stuntelig komt Charlie voor Bonnie staan.

“Ik wil het echt zien werken tussen ons, prinses. Ik weet dat het niet gemakkelijk gaat zijn. En dat wat we doen niet de beste uitvalsbasis is voor een relatie”, klinkt het nog steeds met een gebroken stem.
Na een flinke teug adem, gaat hij lispelend verder: “Maar mijn wereld is niets zonder jou, Bonnie.”
Hij kust zacht haar voorhoofd waarna bij haar een diepe zucht ontsnapt.
“Hoe kan ik geloven dat je me niet gebruikt?”
Hij snuift opgewonden.
“Gebruiken, Bonnie, ik zweer het je. Ik heb je nog nooit gebruikt. Wat er aan de hand is met de BB, heeft niets met ons te maken. Die overval heeft niets met je moeder te maken. Ik zweer je dat ik niet wist dat die zaak van haar was”, klinkt het de wanhoop nabij. Bonnie vindt geen woorden die geschikt zijn. Waarop Charlie nog een stapje verder gaat en op zijn knieën gaat zitten. Terwijl ook hij even zijn woorden zoekt, gaat zijn kin heen en weer.
“De laatste drie weken ben ik een zombie geweest. Ik heb geprobeerd je gewoon uit mijn hoofd te zetten omdat ik niet begrijp wat je van plan bent met mij, en ik er niet tegen kan om de controle te verliezen. Maar geen enkele dag, geen enkele vrouw, geen enkele klant heeft me ervan kunnen overtuigen dat mijn wereld zonder jou volledig is.”
Bonnie slaat haar handen voor haar ogen, niet wetende wat ze aanmoet met zijn praatjes.
“Waar wil je dan naartoe, Charlie?”
Hij rolt met zijn ogen.
“Weer die vraag”, fluistert hij hoofdschuddend. “Ik wil het proberen, hier in onze wereld. Niet door te vluchten naar een nieuwe. We zien wel hoe het loopt. Geef het een kans, Bonnie.”
Maar Bonnie schudt haar hoofd.
“Dat is onmogelijk Charlie”, zegt ze ontgoocheld.
“Alleen als je dat gelooft”, knipoogt hij.