Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 17

Twee politiemannen staren Bonnie met grote ogen aan. De man in de hoek van de verhoorruimte is zo’n typische flik inclusief gedateerde bril, dikke snor en stevige bierpens. De andere vent zit recht voor Bonnie aan een tafel, het enige meubelstuk dat er naast zijn stoel en die van Bonnie staat. Bonnie heeft alle moeite van de wereld om haar ademhaling onder controle te houden, maar weet met zekerheid dat ze één en al kalmte uitstraalt.
“Bonnie, ik ga niet rond de pot draaien.”
De stem van de politieman tegenover Bonnie – op zijn naamkaartje prijkt de naam Verhaeghen – klinkt hoger dan verwacht, wat haar even uit haar rol haalt en kort een glimlach op haar gezicht tovert. Wat het zo grappig maakt is dat deze man, in tegenstelling tot zijn kompaan in de hoek van de kamer, een en al autoriteit uitstraalt: een militaire gemillimeterde snit, een stoere stoppelbaard en een lichaam om ‘u’ tegen te zeggen. Hij moet zeker twee meter zijn, bedenkt Bonnie zich afwachtend op wat nog komen zal.
“Een goede vier maand geleden is er een overval gepleegd op een nachtwinkel. De bewakingscamera’s leren ons dat het gaat om twee individuen gehuld in zwart leer, beide met een donkere helm. Aan hun gestalte kunnen we zien dat het gaat om een man en een vrouw, of een kind, maar die piste is onwaarschijnlijk.”
Natuurlijk gaat het over de overval. Daarvoor is Charlie gisteren ook opgepakt. 
“Wat de overval speciaal maakt, Bonnie,” gaat inspecteur Verhaeghen verder, “is dat de motorrijder in kwestie al vaak in beeld is geweest en we een aantal vermoedens hebben betreffende zijn identiteit. Vermoedens die nu, door de evolutie in zijn overvalgedrag – waarmee ik bedoel dat hij niet langer alleen werkt – bevestigd worden.”
Kan deze man nog meer in raadsels spreken, vraagt Bonnie zich af. Het is duidelijk dat ze niets hebben, met zo’n verhaal.
“Je hoeft niet met je ogen te rollen, juffrouw Bonnie, je weet goed genoeg dat ik het over jouw Charlie heb. En over jou ook trouwens.”
Bonnie speelt ontzetting als een ervaren Hollywood actrice.
“Inspecteur, is er enig bewijs voor deze aantijging?”

Ze gebruikt exact de woorden die Charlie haar gisteren ingefluisterd heeft. Want Charlie verduidelijkte Bonnie kordaat dat de kans dat zij opgepakt zou worden voor ondervraging reëel was. Iets wat haar vent duidelijk goed heeft ingeschat, gezien de situatie waar de jongedame zich momenteel in bevindt.
“Nog niet, juffrouw Bonnie. Maar die komt wel. En als die komt, voor jij meewerkt, ben je even schuldig als je vent. Want ja, je hoort het goed, juffrouw.”
Zijn overdreven intonatie irriteert Bonnie. Ze ademt een paar keer rustig diep in en uit, wachtend tot de man zijn monoloog verder zet.
“We zijn bereid een deal te maken. Jij gaat vrijuit in die overval als je getuigt dat Charlie De Raedt de bedenker was van die misdaad.”
Bonnie kan een lach niet onderdrukken.
“Sorry, mannen, maar ik heb zaken af te handelen. Als jullie niets concreets hebben, stel ik voor dat we dit onderonsje afronden.”
Het farse toontje van Bonnie wordt allerminst enthousiast onthaald door inspecteur Verhaeghen, die woest op tafel klopt. Net als Charlie, bedenkt Bonnie grijnzend.
“Wrijf die grijns van je gezicht, juffrouw”, sist de man voor hij zich recht zet en zijn plaats afstaat aan zijn collega, inspecteur Kramers, zo verraadt het naamkaartje op zijn borst.
“Ik heb misschien een andere deal die je kan interesseren, Bonnie.”
Tot Bonnie’s groot plezier klinkt deze man zijn stem dan weer lager dan verwacht. Ze vervloekt de joint die ze nog geen half uur voor de politie-interventie gerookt heeft. Aan de andere kant helpt die haar ook wel rustig te blijven. Afwachtend tikt ze met haar hak tegen de poot van de tafel.
“Waarom zou ik eigenlijk geïnteresseerd zijn in een deal?”, vraagt ze serieus.
De besnorde vetzak voor haar lacht zijn vergeelde rotte tanden bloot.
“We besluiten meestal een deal met degenen die ook iets op hun kerfstok hebben, juffrouw. Zo gaat dat in deze wereld. Jij doet iets voor ons, wij doen iets voor jou.”
Bonnie klapt één keer uitdagend in haar handen.
“Kom maar op dan met je voorstel.”
De diepe fronzen die zich aftekenen in het voorhoofd van inspecteur Kramers halen Bonnie even uit haar concentratie. Even kan ze niet meer denken. Hier was ze niet op voorbereid. Laat ze maar kletsen, denkt ze nog voor de flik van wal steekt.
“Laat me eens kijken”, zegt hij terwijl hij het dossier dat voor zich op de tafel ligt, doorneemt. “Levensbedreiging, illegaal wapenbezit, diefstal”, even pauzeert hij om Bonnie recht in de ogen te kijken.
“Is dat al genoeg voor de juffrouw?”
Eén van zijn mondhoeken schiet omhoog. De moed zakt Bonnie in de schoenen. Bosch, schiet het door haar hoofd. Natuurlijk heeft die rat zijn mond niet gehouden.
“Ik weet daar niets van meneer. Ik ga dezelfde vraag stellen als daarnet. Is er enig bewijs voor deze aantijgingen?”
Langzaam gaat het hoofd van de politieman op en neer. De brede grijns voorspelt niet veel goeds.
“Er is een getuige.”
“Kom laat me niet lachen, ik ben hier weg.”
De twee politiemannen springen meteen recht wanneer Bonnie haar stoel achter zich gooit en richting de deur stapt.
“Tenzij jullie me willen arresteren?”, zegt ze op een hautain toontje.
De dikzak, die een halve kop kleiner blijkt te zijn dan Bonnie nu ze recht tegenover elkaar staan, wijst haar vermanend aan: “Dat komt nog wel.”
“Waag het niet me nog eens op te pakken zonder bewijsmateriaal. Anders klaagt mijn advocaat jullie aan voor eerroof”, waarschuwt Bonnie het duo nog met zelfzekere stem voor ze het politiekantoor zonder omkijken uitstapt, rechtstreeks de BMW van Charlie in die voor de deur geparkeerd staat.

“En?”
Bonnie onderdrukt niet langer haar gevoelens en slaakt een gil.
“Rustig Bonnie”, sust Charlie haar en zet zijn woorden kracht bij door zijn hand op haar dijbeen te leggen.
“Ik heb niets gezegd.”
Bemoedigend klopt Charlie een paar keer op haar dij: “That’s my girl.”
“Het ging dus alleen over de overval”, klinkt het half vragend na een tijdje stilte terwijl Charlie de weg naar de loft heeft ingezet.
Bonnie schudt bijna onmerkbaar haar hoofd. Charlie remt bruusk en zet de auto langs de kant.
“Wat hebben ze nog gevraagd?”
Bonnie wuift zijn vraag weg.
“Ik kan dat niet zeggen. Het heeft niets met u te maken.”
Charlie’s wenkbrauw gaat de lucht in en een kleine grijns maakt zich meester van zijn tronie.
“Het is niet grappig, Charlie.”
Hij haalt onschuldig zijn handen op: “Sorry.”
“Rij nu maar gewoon naar huis”, zucht Bonnie terwijl ze haar hoofd laat rusten tegen de ruit van de wagen en de straatlantaarns in flitsen voorbij ziet passeren.

“Als je wil doe ik het, Bonnie.”
Amy’s stem klinkt scherp door de intercom in Bonnie’s helm. Blijkbaar is het een populair snufje onder de motorrijders. Bonnie schudt haar hoofd waardoor de helmen van de twee vrouwen tegen elkaar botsen. Zij moet dit doen. Er is niemand beter geschikt voor die klus dan zij. Nog één keer ademt ze diep in voor ze de motor van Amy afstapt en de afstand naar Bosch zijn Aston Martin aflegt. Ver is dat niet, gezien ze de man net verplicht hebben langs de kant van een verlaten weg te stoppen. De hele rit van zijn stamcafé naar zijn huis heeft Amy, met achterop Bonnie, hem achtervolgd op haar motor. Tot op de afgesproken plaats, de perfecte plaats voor wat er nu moet gebeuren. Met haar geweer, voor de gelegenheid voorzien van een demper, tikt ze drie keer tegen het raam van de Aston Martin. De man schudt angstig zijn hoofd omdat hij goed beseft wat hem te wachten staat. Wanneer hij geen aanstalten maakt om zijn raampje open te doen, draait Bonnie kleine rondjes met haar geweer.
“Ik zou opendoen, Mr. Bosch”, zegt ze luid terwijl ze het vizier van haar helm opent. Haar woorden hebben het gewenste effect, want de man doet al snel wat van hem gevraagd wordt.
“Dit had je toch moeten zien aankomen”, zegt ze droog voor ze de trekker overhaalt en een kogel tussen zijn ogen plant. Samen met Mr. Bosch stopt Bonnie even met ademen. Maar in tegenstelling tot de zijne herpakken haar longen zich en slaagt ze erin naar adem te happen. In de rust die in zijn ogen verschijnt, lijkt Bonnie even te verdrinken. Tot ze zich omkeert, haar wapen in haar binnenzak steekt en als een dief in de nacht de nog ronkende motor van Amy opstapt.
“Let’s go”, zegt Amy, voor Bonnie amper waarneembaar. Ze hoort enkel nog een felle gons wanneer ze ongezien van het plaatsdelict wegscheuren.

“De eerste is de moeilijkste”, bemoedigt Amy haar terwijl ze wat later aan een glas whisky nipt.
Bonnie rolt met haar ogen omdat ze niet weet hoe te reageren noch hoe ze zich voelt bij deze situatie.
“Echt waar, Bonnie. Dat moest gewoon gebeuren. Die man wist te veel. Want wat de flikken aan jouw neus hebben gehangen is maar een fractie van wat die man over ons te vertellen had. Dat weet je toch?”
Geïrriteerd door Amy’s vraag knikt Bonnie terwijl ze zenuwachtig aan haar sigaret trekt. Met haar andere hand omklemt Bonnie haar glas Scotch. Dat heeft haar moeder haar genoeg op het hart gedrukt: de man moest dood. En dat Bonnie degene was die de klus moest klaren evenzeer. Maar dat maakt het kotsmisselijke gevoel dat zich ter hoogte van Bonnie’s maag manifesteert, er niet beter op. In één keer giet ze de whisky naar binnen waardoor haar maag even protesteert en ze de toog van den Bar onder dreigt te kotsen. Meteen schiet Amy in actie en neemt Bonnie bij de hand.
“Kom, naar de wc.”
Slaafs volgt de blondine haar veel grotere vriendin de vrouwentoiletten binnen. Als een voddenpop wordt ze voor een toilet op de grond geduwd, en voor ze grip kan krijgen op haar maaginhoud komt alles eruit. Achter haar staat Amy, als een rots in de branding, onder de vorm van een meid die je haar vasthoudt om ervoor te zorgen dat het niet vol hangt met kots. Daar is familie voor. Wanneer alles er uit lijkt, zakt Bonnie als een kaartenhuisje in mekaar. Amy neemt haar vast als een kind en draagt haar een verdieping hoger de studio in. In het bed laat Amy Bonnie langzaam vallen.
“Bekom hier maar even”, zegt ze bezorgd.
Bonnie lacht breed en schudt haar hoofd.
“Het gaat al beter. Fuck man!”
Amy klopt bemoedigend op haar schoot.
“Happens to everyone.”
In de deuropening van de studio staat plots Anita.
“Bonnie, alles goed?”
Ze ziet er half geamuseerd, half bezorgd uit; niet goed wetende hoe de gezondheidstoestand van haar dochter ervoor staat. Bonnie lacht haar moeder toe.
“Het gaat wel, jezus!”
Met trotse ogen schudt Anita haar hoofd wanneer ze naast haar dochter op het bed plaats neemt. Langzaam streelt ze haar hand.
“Niemand heeft jullie gezien Bonnie. Mijn informant bij de politie heeft me ervan verzekerd dat de man niet over politiebewaking beschikte. Heb je nog in mijn dagboek gelezen, Bonnie?”
Ontkennend schudt Bonnie haar hoofd.
“Wil je iets doen voor mij? Lees het stuk dat ik erin geschreven heb op 17 september 1997.”
Bonnie knikt, bij God niet wetende waarover die passage dan wel moet gaan. Haar moeder kust haar nog zorgzaam op haar voorhoofd voor ze de studio uit loopt, Amy in haar kielzog meenemend.
“Als er iets is, bel je maar”, kan Amy nog net zeggen voor de deur wordt dichtgegooid. Snel springt Bonnie uit bed, even balancerend zoekend naar evenwicht voor ze het dagboek van haar moeder uit een doos van onder haar bed haalt. Na enig bladerwerk vindt ze wat ze zoekt.

17 september 1997

Dat wat ik al die jaren uit de weg ben kunnen gaan, is gebeurd. Mijn hartslag raast nog steeds de hoogte in als ik terugdenk aan het moment dat ik het leven voelde wegzuigen uit het lichaam van Marcel, volledig toegetakeld door tal van messteken. Steken die het mes in mijn handen veroorzaakt hadden. Het leek alsof mijn ziel even uit mijn lichaam steeg en afstand deed van de daad die mijn lichaam net verricht had. Een doodzonde.

Maar wat doe je als de dood de enige oplossing is? Als je moet kiezen tussen jou en je entourage of het leven van een onbekende? Als het erop aankomt, kiest iedereen voor zichzelf. Degenen die deze stelling ontkennen, zijn mensen die nog nooit voor de keuzes hebben gestaan die dagelijks mijn pad vormen. Een pad dat bezaaid ligt met foute keuzes en lepe valstrikken. Het is een ambacht om te weten welke weg je moet inslaan en welke verleidingen je moet trachten te weerstaan. Soms moet je om de juiste weg te vinden echter heel wat obstakels door. En jammer genoeg zijn die obstakels soms mensen zoals jij en ik. Maar als jij het bent of ik… Dan verkies ik mezelf. 

Nog half in dromenland strompelt Bonnie de keuken in en neemt ze plaats op de tafel in het verlengde van het gigantische kookeiland waar Charlie in de weer is met spek met eieren.
“Goeiemorgen, zonnetje. Krijg ik geen zoen?”
Bonnie zucht en geeft hem een snelle kus als hij recht voor haar komt staan. Maar daar neemt hij geen genoegen mee. Hij grijpt Bonnie beet en zet haar met haar blote kont op het koude aanrecht. Doorheen de stof van zijn trainingsbroek reageert Bonnie’s blote poes meteen op de aanwezigheid van zijn halfstijve lul. Wanneer Charlie haar blik vangt, neemt hij haar kin beet tussen duim en wijsvinger.
“Jij ziet er zo…”
Hij keert haar hoofd even naar rechts en dan naar links.
“Geen twijfel mogelijk”, bestudeert hij geheimzinnig, Bonnie in het onzekere latend over zijn bedoelingen. Ze kijkt hem met een dwaze blik aan in een poging op die manier zijn strenge ogen te kunnen ontwijken. 
“Charlie, wat voor zever ben je nu weer aan het verkondigen?”
Maar Charlie weet van geen ophouden en schudt grijnzend zijn hoofd.
“Je hebt uw eerste moord gepleegd”, zegt hij droog, alsof hij de mazelen constateert bij een kind van acht.
“Zeg me dat ik het mis heb”, voegt hij er half smekend aan toe.
Bonnie kan haar oren niet geloven en slaat haar handen voor haar ogen waardoor ze uit zijn grip kan ontsnappen. Snel vlucht ze de sofa in, maar Charlie volgt haar op de voet en komt naast haar zitten.
“Hé, Bonnie, chill hé meisje. Ik ben zelfs een beetje trots op u”, fluistert hij met een gigantisch grote lach op zijn gezicht.
Bonnie rolt met haar ogen: “Ik kan daar niet trots op zijn.”
De schouders van Charlie gaan de hoogte in: “Dat hoeft ook niet.”
“Wat moet gebeuren, moet gebeuren. Als het goed gedaan is, komen er geen vodden van”, zegt hij resoluut.
Nadat hij een denkbeeldig stofje uit zijn ringbaardje heeft geplukt, gaat Charlie verder: “Het is toch goed gedaan?”
Bonnie knikt en kan het niet laten haar mondhoeken naar boven te krullen.
“Perfect”, zegt ze, met een trotsheid die ze niet kan verbergen.
“Zo wil ik het horen”, knikt hij goedkeurend en wrijft haar reeds in alle richtingen staand kapsel nog wat meer door elkaar.
“Zeg,” bedenkt Charlie zich opeens, “die moord van je heeft toch niets te maken met je onderonsje bij de flikken?”
Zo oprecht mogelijk tracht Bonnie haar hoofd te schudden. Maar opnieuw heeft Charlie door dat ze liegt.
“Kijk me aan als ik tegen je praat”, klinkt het bot terwijl hij opnieuw haar kin tussen wijsvinger en duim klemt.
Bonnie draait met haar ogen: “Charlie, doe eens normaal, zeg. Het één heeft niets met het andere te maken, goed. En stop er nu maar over!”
In een ruk trekt ze zich van hem weg en loopt ze de badkamer in. De stralen van de douche zijn een welkome vlucht in een immer natte wereld. Samen met elke waterstraal die verdwijnt in de riolering, lijkt ook haar schuldgevoel weg te vloeien.

“Je moet vandaag niet werken, hé Bonnie?”, vraagt Charlie haar wanneer ze na een deugddoende douche enkel gehuld in een grote handdoek terug de leefruimte in stapt.
“Neen, waarom?”
“Heb je gezien wat voor een prachtige dag het is? Perfect weer voor een motorritje, als je ’t mij vraagt. Wat vind je van een ritje net over de Franse grens, mijn pa heeft daar een huisje”, polst Charlie voorzichtig, goed en wel de graad van Bonnie’s ochtendhumeur in acht nemend. Bonnie ziet zijn voorstel meteen zitten, eens goed uitwaaien en de gedachten op nul zetten zal haar meer dan deugd doen.
“Ik heb al mijn spullen bij elkaar gepakt, maar vind jouw motorpak nergens. En uw helm is blijkbaar ook foetsie.”
Bonnie schudt haar hoofd.
“Dat pak en die helm liggen in het waskot.”
Vragend kijkt Charlie haar aan.
“Wat doet dat in het waskot? Je bent toch niet alleen met mijn motor gaan rijden?”
Zijn stem slaat paniekerig de hoogte in. Maar Bonnie stelt hem snel gerust.
“Ik ben gisteren met Amy een toer gaan doen.”
Wat verrast knikt Charlie voor hij de weg naar het waskot inzet.

Met gefronste wenkbrauwen en een bedrukte blik komt hij de berging uit met in zijn ene hand de helm en in de andere haar vest en broek. In één keer zwiert hij alles op de keukentafel.
“Vind je het normaal dat die vest en die helm gewoon vol hangen met bloed?”
De absurditeit van de situatie hakt als een bijl in en het duo schiet beiden in het lachen uit. Wanneer ze uitgelachen zijn, schudt Charlie zijn hoofd.
“Meid, even serieus nu. Je kan dat niet hebben, bloedspetters die je kunnen linken aan een verdacht overlijden. En jij zegt dat de moord perfect is verlopen. Fuck man! Zeg me niet dat het moordwapen hier ook ergens rondslingert.”
Bonnie moet met schaamrood op de wangen toegeven dat dat wel degelijk het geval is waarna de hel losbreekt.
“Zakelijk advies, Bonnie: als je een moord gepleegd hebt, ga je pas slapen wanneer alle sporen naar jou zijn uitgewist. Ik zal daar deze keer wel voor zorgen, maar ik garandeer u dat ik dat niet nog eens doe!”

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 16

De wens van Charlie’s vader Adam om langs te komen voor een etentje, wordt meteen na hun huwelijksreis vervuld. Al moest Bonnie daarvoor wel zwaar inpraten op haar kersverse man. Zonder in detail te willen treden, had hij haar voor gek verklaard. Maar zij had voet bij stuk gehouden, waardoor ze daags na hun terugkomst al bij Adam aan de eettafel zitten. Tot hiertoe was er geen vuiltje aan de lucht en daarom begreep Bonnie absoluut niet waarom Charlie er zo’n strijd van had gemaakt om dit bezoekje te laten doorgaan.
“Ik begrijp het toch niet goed, Bonnie.”
Adam walst zijn glas rode wijn in de palm van zijn hand met de nodige elegantie heen en weer, zijn woorden wikkend en wegend. Bonnie schuifelt heen en weer op haar stoel, niet wetende waaraan zich te verwachten. Charlie’s vader schraapt zijn keel voor hij verdergaat.
“Dat een ambitieuze en enthousiaste communicatiestudente opeens 180 graden draait en voor het illegale milieu kiest.”
Zijn woorden worden met een diepe zucht onthaald bij Charlie, die naast Bonnie aan de eettafel zit. Eden, die eveneens in het gezelschap aanwezig is, prutst wat ongemakkelijk aan het stoffen servet dat voor haar op een leeggegeten bord ligt. Hertenfilet met een assortiment van wilde paddestoelen, vergezeld van een zalfje van pastinaak: dat is wat Adam voor zijn kinderen en kersverse schoondochter uit de mouw heeft geschud. Bonnie’s hoofd tolt nog als ze denkt aan wat hij als amuse en voorgerecht heeft geserveerd. Al kan dat ook door de aangepaste wijnen komen. Voor haar is het vanavond des te duidelijker geworden waar Charlie zijn gratie vandaan haalt. Al de hele avond wordt het drietal in de watten gelegd, en omringd door een gezellige en gemoedelijke sfeer. En dat ondanks het de eerste keer is dat Bonnie en Charlie bij zijn vader op bezoek zijn.  Bonnie weet er het fijne nog niet helemaal van, maar wat alleszins duidelijk is, is dat het niet altijd heeft geboterd tussen vader en zoon. Maar vanavond heeft Bonnie daar eigenlijk nog niet veel van gemerkt. Vanaf het aperitief tot het hoofdgerecht, werden ze als een vorstenpaar onthaald. Maar het dessert blijkt pittiger dan verwacht.

“Pa,” zegt Charlie zuchtend na een serieuze stilte, “we zijn hier niet om uw goedkeuring te vragen voor onze levensstijl.”
Adam schudt kordaat zijn hoofd: “Je kan een gesprek niet altijd naar je hand zetten, Charlie.”
Woest kijkt Charlie weg. Een reactie die Bonnie helemaal niet gewend is om te zien. Tegen eender wie anders zou Charlie van zich afgebeten hebben, als een pitbull niet los te krijgen van zijn prooi. En nu kijkt hij weg als een machteloze maltezer.
“Ik heb altijd al geweten dat ik in het milieu terecht zou komen”, steekt Bonnie van wal. “Met een moeder als de mijne kan je gewoon niet in die wereld sukkelen. Met de negatieve bijklank die sukkelen met zich meedraagt, is dat misschien niet de perfecte woordkeuze. Maar kom, je begrijpt het plaatje. Ik ben gemaakt voor deze wereld, Adam. Dat ik communicatiewetenschappen gestudeerd heb, heeft alles te maken met de richting die ik met de Bende wil uitgaan.”
Ze ademt diep in na haar betoog en Adam knikt goedkeurend, terwijl hij met wijs- en middelvinger zijn stevige baard gladstrijkt. Ondanks Charlie nog steeds wegkijkt, merkt Bonnie de brede grijns op zijn gezicht.
“Het is niet omdat je het kind van een gangster bent dat je zelf dat pad op moet”, zegt Adam, die trouwens beangstigend fel op Charlie lijkt.
De woorden sijpelen traag door bij Bonnie. Dat is een stelling waar zij vaak over nagedacht heeft voor ze lid werd van de Bende. Maar de drang naar de sfeer die er heerst bij de BB, was voor haar te groot.
“Ik moest gewoon proeven van die verboden vrucht”, zegt ze symbolisch.
“Kiezen is verliezen”, haalt Adam zijn schouders op.
“Ik ben blij dat ik er niet voor gekozen heb. Ondanks dat ik zelf ook het kind van een gangster ben. Maar ik moet toegeven dat ik die keuze niet alleen gemaakt heb. Ik weet niet wat er zou gebeurd zijn moest Christianne er niet geweest zijn.”
Hij slikt wanneer hij haar naam uitspreekt. Charlie schudt geïrriteerd zijn hoofd. Zijn moeder is sinds Bonnie hem kent altijd een onderwerp geweest waar hij zo weinig mogelijk over kwijt wou. Een wens die Bonnie steeds gerespecteerd heeft. Maar nu Adam haar vermeldt, is ze wel benieuwd naar wat meer informatie over haar.
“Ik ben ervan overtuigd dat haar doel was om mij op het goede pad te zetten, het rechte pad. De cirkel van illegaliteit te doorbreken.”
Hij schudt ontgoocheld zijn hoofd.
“Je moeder zou zich omdraaien in haar graf moest ze weten dat jij de troon van mijn vader hebt geërfd.”
De vuist van Charlie belandt woest op tafel waardoor alles wat erop staat een serieuze aardbeving te verwerken krijgt.
“Ik ben hier weg”, tiert hij voor hij zich recht zet en met woeste stappen de kamer verlaat. De ongemakkelijke stilte aan tafel wordt onderbroken door de voordeur die dichtklapt. Eden is de eerste die rechtveert, maar ook Bonnie volgt haar voorbeeld. Ze neemt Adam zijn hand vast.
“Iedereen moet zijn eigen keuzes maken. En uit zijn eigen fouten leren, Adam. Ik ga hem achterna, maar ik wil heel graag dit gesprek op een ander moment verder zetten.”
Bonnie ziet nog net dat hij knikt voor ze zich met een ruk omkeert en het huis uit loopt. Ze vindt haar vent heftig aan een sigaret lurkend op de motorkap van zijn BMW. Zonder iets te zeggen, zet ze zich er naast en steekt ook een Marlboro op. Achter hen hoort ze naaldhakken naderen.

“Broer, laat je toch niet zo opjagen door papa”, zegt Eden meelevend terwijl ook zij een sigaret opsteekt.
“Er is maar één iemand in mijn wereld die mij zo snel op mijn paard kan krijgen en dat is die klootzak daar binnen. Het was gewoon een vergissing om naar hier te komen. Ik heb het u toch gezegd, Bonnie! Wat dacht je? Dat het de hele avond over koetjes en kalfjes zou gaan? Neen, al van in het begin wist ik dat het hoe dan ook op één ding zou uitdraaien. En dat is mij naar beneden halen. Wat ik doe, naar beneden halen. Hij had godverdomme de kloten niet voor mijn wereld. Ik zou hem wel eens iemand willen zien afmaken.”
Eden gooit haar handen in de lucht wanneer ze dit hoort.
“Charlie, vent. Ik wil echt niet weten wat jij allemaal doet, maar je hoeft er ook niet trots op te zijn. Jij lijkt te vergeten dat waar je mee bezig bent niet door de beugel kan. Dat je daarvoor jarenlang de gevangenis in kunt vliegen!”
Charlie springt snuivend recht en neemt op nog geen dertig centimeter afstand van zijn zus post. Zijn dreigende wijsvinger raakt ei zo na haar neus.
“Ik heb uw mening niet gevraagd, Eden. Ik heb mijn keuzes gemaakt en jij de jouwe. Ik veroordeel u toch ook niet?”
Niet terugdeinzend steekt Eden opnieuw van wal.
“Och Charlie, hoe zou jij me kunnen veroordelen? Alles wat ik doe, doe jij minstens evenveel.”
Charlie schudt zijn hoofd en grijnst.
“Moest jij zoals ik elke keer als je een vent neukt er geld voor krijgen, was je al veel rijker geweest.”
De vlakke hand van Eden kletst luid tegen zijn kaak, maar Charlie geeft geen kick.
“Kom Bonnie, we zijn weg.”

Tijdens de rit naar huis heerst er een akelige sfeer. Gelukkig is er de radio om de stilte te doorbreken.

Streetlife… It’s the only life I know
Streetlife… and there’s a thousand parts to play
Streetlife… until you play your life away

Randy Crawford

Charlie’s blik vindt de achteruitkijkspiegel. Hij grijpt ‘m beet en verstelt hem een beetje. 
“Waarom zit die zo gast zo in mijn gat te duwen?” 
Over de loeiharde muziek heen, hoort Bonnie hoe de motor van de wagen achter hen hoog in toeren gaat. Charlie’s BMW, die als eerste op de derde rijstrook voor een rood licht op de A12 staat, beantwoordt het gebrom. Bonnie kan het niet nalaten om met haar ogen te rollen. Maar nog voor ze een gepaste reactie kan bedenken, springt het verkeerslicht op groen waardoor de hengsten van de M5 in galop uit de startblokken schieten. 
“Charlie!”, is het enige wat ze er schreeuwend uit krijgt terwijl ze naar handgreep boven de deur grijpt. Het pijltje van de kilometerteller gaat snel omhoog: 120 … 140 … 160 … Vanuit de zijspiegel ziet ze de lichten van de wagen achter hen de beemer opjagen. 
“Charlie, zet je gewoon op het tweede rijvak.” 
“Stttt”, is de enige repliek die ze krijgt. 
200 … 230 … Hij heeft gelost. Dat kan moeilijk anders met Charlie’s paardenarsenaal. 
“Je bent gewonnen. Je hebt je bewezen. Rij nu maar een beetje kalmer.”
Ze klinkt als een moeder. Maar het mist zijn effect niet, want Charlie haalt zijn voet wat van het gaspedaal waardoor de teller van de bolide terug onder de 200 duikt. Hij werpt haar knipogend een uitdagende kus toe. 
“Stoer, heel stoer.” 
“Bonnie, ik kon toch niet anders?” 
Voor de blondine er tegenin kan gaan, werpt Charlie opnieuw een blik in zijn achteruitkijkspiegel. Als ook Bonnie de zijspiegel gebruikt om achter zich te kijken, ziet ze hoe de achterligger hen terug op de hielen zit en met zijn lichten knippert. 
“Ga nu gewoon opzij, Charlie.” 
Hij lijkt niet van plan haar wens op te volgen en opnieuw schiet de teller omhoog. Zonder al te veel na te denken, maar niet voor ze de tweede rijstrook heeft gecheckt in de zijspiegel, geeft ze een snok aan het stuur waardoor de M5 naar rechts uitwijkt. 
“Godverdomme, Bonnie!”, schreeuwt Charlie terwijl hij de wagen met man en macht opnieuw onder controle tracht te krijgen. “Zijde gij zot geworden?” 

Haar hart klopt in haar keel. Het duurt even voor ze haar man durft aankijken. Als ze toch de moed bijeen durft te rapen, merkt ze dat de tegenstander nu naast hen op het derde rijvak rijdt. Ze slaagt er niet in binnenin de cockpit te kijken, maar ziet wel meteen dat het een Porsche is die naast hen rijdt. Wanneer ook Charlie zich daar bewust van wordt, drukt hij de gaspedaal opnieuw harder in. De parallelle wagen volgt zijn voorbeeld. Zenuwachtig tokkelt Charlie op het stuur van de M5.
“Die gast maakt me gek!”
Bonnie wendt haar hoofd af van de kilometerteller als ze die opnieuw snel ziet stijgen.
“Als je nu geflitst wordt, ben je voor altijd je rijbewijs kwijt. Dan zit je daar met je waanzinnige wagens …”
De kuipzetels zuigen Bonnie’s frêle lichaam dieper in de witte lederen bekleding, waardoor ze haar grip op de handgreep boven de deurpost moet lossen. Paniek heerst als ze merkt dat de buurman nu demarreert en de pole positie inneemt.
“Godverdomme!”
Gefrustreerd slaat Charlie op zijn stuur. Net op dat moment verplaatst de Porsche zich naar de tweede rijstrook en komt voor hen rijden. Zijn remlichten gaan op rood. Bonnie’s adem stokt. Charlie doet er alles aan om zijn paarden opnieuw in de teugels te krijgen. Bonnie’s hart klopt in haar keel wanneer ze de voorligger terug het hazenpad ziet nemen.
“Je. Neemt. Nu. Die. Afrit”, sist ze Charlie toe.

Gehoorzaam geeft hij gehoor aan haar wens en gaat de autostrade af. Hij houdt halt op de eerste de beste parkeerplaats. Hij legt zijn hand op haar dij terwijl de paarden van de BMW na die wilde rit naar adem happen. 
“Sorry, Bonnie. Ik kon niet anders.”
Voor Bonnie iets kan zeggen, merkt ze dat er een wagen achter hen stopt. De sensoren van Charlie’s Beemer slaan op hol als deze hen nadert. Wanneer de achterligger zijn voorlichten dooft, is het meteen duidelijk dat het opnieuw dezelfde wagen is. 
“Die gast gaat ervan langs krijgen”, briest Charlie terwijl hij tussen Bonnie’s benen naar het handschoenenkastje reikt en er een revolver uit neemt. 
“Jij blijft ten allen tijde binnen, Bonnie. En doe de deuren op slot als ik buiten ben.” 
“Charlie …”
Haar smekende ogen hebben geen effect. Hij steekt het geweer in de holster onder zijn oksel en sluit de knop van zijn blazer voor hij uitstapt. Zoals gevraagd drukt ze de knop in voor de centrale vergrendeling als hij de deur achter zich heeft dichtgeslagen. Een diepe zucht weerklinkt in de stilte die ontstaat wanneer ze de volumeknop toedraait. Door de achteruitkijkspiegel van positie te veranderen en dankzij de straatverlichting kan ze goed observeren wat er zich buiten afspeelt. Ook de bestuurder van de andere wagen is uitgestapt en geeft Charlie meteen een flink duw tegen zijn borst. 

“Wa denkte gij wel? Het is ni omda ge me nen dikken BMW rijdt, dat de weg van u is, hé kerel. Als er iemand achter u komt rijden en met zijn lichten doet, dan gade uit de weg. Dikken bak of ni.” 
Bonnie’s adem stokt. Ze tokkelt zenuwachtig met haar vers gemanicuurde zwarte gelnagels op de deurpost. 
“Excuseer, meneer. U heeft volledig gelijk, ik had moeten uitwijken. In tegenstelling tot u, zit ik niet alleen in mijn bescheiden wagen en heb ik de liefde van mijn leven in mijn cockpit zitten. Dus laat ons besluiten dat het een misverstand was zodat we allemaal onze avond gewoon kunnen verderzetten.” 
Charlie’s beheerste aanpak verrast Bonnie. De man, die qua gestalte zeker niet moet onderdoen voor Charlie, is echter niet onder de indruk van de gladde praat van zijn gesprekspartner en duwt Charlie nogmaals flink tegen de borst. Die verroert geen vin. 
“Meneer, ik ga het nog één keer vriendelijk vragen. Mag ik gewoon mijn avond verderzetten zonder mijn handen vuil te maken? Ik denk dat voor elke betrokken partij de beste optie is.” 
“Wat een onbeschoft Beemer bazeke zijde gij?”
De hoofden van beide partijen botsen bijna tegen elkaar. 

Haantjesgedrag in 3 … 2 … 1! 

De rechter van de onbekende man haalt uit, maar Charlie slaagt erin deze af te weren. Hij grijpt de man bij de kraag van zijn jas. 
“Vriendelijk zijn werkt jammer genoeg niet bij iedereen. U gaat nu braaf in die rammelkar van u stappen en vertrekken of het is uw beste dag niet geweest.”

Tot daar de beheerste Charlie.

De man lacht luid. Bonnie durft bijna niet te kijken als ze ziet dat Charlie in zijn blazer grijpt en zijn pistool bovenhaalt. De man steekt meteen zijn handen in de lucht. 
“Ok, ik heb het begrepen”, klinkt het heel wat stiller dan voorheen. 
Ze kan nog net zien hoe de man onderdanig zijn hoofd neerbuigt, de ‘rammelkar’ in stapt en met ronkende motor vertrekt. Een zweem van opluchting overvalt haar wanneer Charlie terug in de bestuurdersstoel heeft plaatsgenomen. Zijn grote opgejaagde ogen kijken haar aan. Ze stralen. 
“Het was plezant, precies.” 
Hij grijnst. 
“Als je dit niet een beetje ‘plezant’ vindt, heb je de verkeerde stiel gekozen.” 
“Heb je het nu over jezelf of over mij?” 
Hij probeert een lok die uit zijn strak naar achteren getemde krullen ontsnapt is, plat te strijken, maar zonder resultaat. 
“Ik heb de situatie toch perfect ontmijnd? Ik heb mijn handen niet moeten vuilmaken en heb toch mijn adrenalineshot terug binnen.” 
Ze rolt met haar ogen. 
“En ge hebt nog eens als nen echte cowboy met een pistool kunnen zwaaien”, klinkt het spottend.  

Wanneer ze voor hun gebouw geparkeerd hebben, stapt Charlie geruisloos uit en loopt hij met rasse schreden naar binnen. Op hoge hakken trippelt Bonnie hem achterna. In de inkomhal vindt ze naast Charlie nog een man die haar vent duidelijk kent.
“Charlie, alsjeblieft. Ik heb het nu nodig.”
De blik van Charlie verlegt zich van Bonnie, die ondertussen achter hem staat, naar de ongewenste indringer. Hij duwt hem kordaat tegen de rij brievenbussen die tegen de wand van de inkomhal hangen. De man in kwestie haalt onschuldig zijn handen omhoog. Hij ziet er een wrak uit en is duidelijk onder invloed van een flinke drugscocktail. Zijn huid is grauwgrijs, op de donkerbruine randen onder zijn ogen na. En hoewel hij gehuld is in een strak pak, lijkt het alsof hij al dagen niet geslapen heeft.
“Charlie, komaan. Ik wacht al een week”, stottert de man opgejaagd.
Charlie neemt hem agressief bij zijn keel.
“Nog één woord godverdomme en ik knijp uw keel tot moes. Ge hebt wel serieus wat lef om hier op te dagen!”
Wat overvallen door de onverwachte situatie waarin ze zich bevindt, rommelt Bonnie in haar handtas op zoek naar de huissleutel.
“En daarom laat ik u gaan. Maar vent, ik zweer het u, als ik uwe kop hier nog één keer in de buurt van dit gebouw opmerk, blijft er niets meer van over.”
Het is lang geleden dat Bonnie Charlie’s stem zo dreigend heeft horen praten. Herinneringen aan de overval op de nachtwinkel van haar moeder flitsen door haar hoofd.
“En nu buiten!”
De man vliegt tegen de deur en loopt daarbij blijkbaar wat schrammen op, aan het bloed op de grond te merken nadat hij strompelend het gebouw is uit gevlucht.
“Godverdomme!”
Bonnie kan Charlie nog net in bedwang houden voor hij zijn hand tegen de deur van de lift tot moes slaat.
“Charlie, je moet daar echt mee stoppen, zo overal op kloppen. Kalmeert u een beetje!”
Heftig snuivend en met vuurspuwende ogen knikt hij.
“Je hebt gelijk. Kom, we gaan naar boven.”
Hij slaat zijn arm over haar heen en stapt de ondertussen gearriveerde lift in.
“Ik moet gewoon wat dagen rust nemen voor ik terug de realiteit in ga”, klinkt het terwijl de lift naar de hoogste verdieping klimt.
Bonnie knikt: “Dat komt goed uit want morgen ga ik alleszins langs bij Koen.”
Charlie’s wenkbrauw schiet de hoogte in, maar Bonnie gebaart dat hij zich kalm moet houden.
“Hou je maar wat kalm, Charlie. Koen is gewoon mijn maatje…”

Ondanks zijn wat afgepeigerde uiterlijk, ziet Koen er oprecht blij uit wanneer Bonnie zonder aankondiging opeens aan zijn bureau staat.
“Wauw, que chica bonita!” , fluit hij terwijl zijn ogen bijna uit zijn kassen vallen. Het mag ook gezegd, van die heerlijke Indian Summer in Spanje krijgt een mens een gezond kleurtje. Haar haren zijn mogelijk nog witter dan tevoren en steken af tegen haar glanzende gebruinde huid. Bovendien zorgt haar diep uitgesneden topje ervoor dat haar vormen extra in de verf gezet worden. Op aanraden van Anita natuurlijk. Haar woorden “speel al je troeven maar uit” dansen nog door haar hoofd. Want Bonnie is hier met een missie. Hoewel ze officieel nog niet terug aan het werk is na de huwelijksreis, heeft haar moeder haar gevraagd om eens met Koen te gaan praten. Voor ze Desirée en Amy op hem af stuurt. Goed nieuws is dat allerminst. Haar schoolkameraad is de bende al langer dan een maand 20.000 euro verschuldigd. Daar wordt niet mee gelachen.
“Hoe was het nog in Spanje?”, vraagt Koen opgewekt terwijl hij een fles champagne uit een kleine koelkast achter zich haalt, die hij in één wip ontkurkt.
“Het was zalig, Koen. Zo ongelofelijk relax om samen te zijn zonder al die zever van hier in België.”
Koen knikt: “Dat kan ik me helemaal voorstellen.”
Koen biedt haar een tot de rand gevuld glas champagne aan en klinkt het zijne ertegen: “Proost.”
Tevreden knikt Bonnie. Ze heeft zich deze ontmoeting heel wat anders ingebeeld, op de weg hierheen. Het is immers al van haar trouw geleden dat dit duo elkaar heeft gezien. Ze had verwacht een zielig hoopje vol zelfmedelijden te vinden, maar in plaats daarvan zit er tot haar grote verbazing, én verrukking, een opgewekte jonge vent.
“Het is vreemd om terug te zijn”, vertelt Bonnie verder.
“Er is wel veel gebeurd ondertussen.”
Bonnie’s nieuwsgierigheid is meteen gewekt.
“Vertel!”
Het geheimzinnige lachje van Koen verraadt alles.

The boy is in love.

“Weet je nog dat je me op je trouw bent tegengekomen op de trap met een meisje aan de arm?”
Bonnie knikt afwachtend en probeert zich de vrouw terug voor de geest te halen. Iets waar ze niet meteen in slaagt. Al weet ze wel nog dat Charlie toen zei dat dat een verre nicht van hem was.
“De nicht van Charlie?”
Koen knikt enthousiast: “Natalie.”
Van dag één een koppel blijkbaar, en al helemaal tot een geheel versmolten. Ze woont zelfs al officieus bij hem in, in zijn appartement boven Bada Bing.
“Anders gaan we even naar boven, ze is er wel, normaal gezien”, springt Koen recht.
“Ik wil even nog over iets anders praten, Koen.”
De man merkt meteen dat het menens is en neemt terug plaats in zijn bureaustoel.
“Wat is er?”
Bonnie steekt van wal: “Koen, dit vind ik echt het rotste deel van mijn job bij BB. Maar zaken zijn zaken. Ik zal niet rond de pot draaien. Ge moet ons nog 20.000 euro.”
Koen schrikt als hij merkt dat ze niet alleen gekomen is om over koetjes en kalfjes te praten.
“Daarvoor zijt ge naar hier gekomen”, knikt hij zichtbaar gedegouteerd, maar Bonnie schudt haar hoofd.
“Koen, ge moet niet zo kwaad zijn. Als ge een afspraak maakt, maakt ge een afspraak. Als ge zegt dat ge een halve kilo coke per maand kunt verdelen dan moet ge d’r ook voor betalen. 20.000 mankeren we, Koen. Dat is geen licht bier, hé. Ge weet toch wat de bende doet met wanbetalers?”
Koen buigt geamuseerd achterover in zijn stoel en laat haar uitspreken.
“Het is niet om mee te lachen, Koen. Laat dat even duidelijk zijn. Het is niet omdat we vrouwen zijn dat we ervoor terugdeinzen om onze handen vuil te maken. Ik wil niet in details gaan, maar ge wilt écht niet weten wat ik Amy al met andere klanten heb zien doen.”
Koen schiet uit zijn startblokken.

“Hola, hola, Bonnie. Vindt gij dit nu normaal? Ik heb u bijna een maand niet meer gezien. En dan komt ge hier binnen gewandeld om mij af te schilderen als ne wanbetaler, terwijl ge waarschijnlijk zelfs nog niet helemaal mee bent met de laatste gang van zaken. Vorige maand heb ik anderhalve kilo verdeeld en nu heb ik gewoon efkes een dieptepunt in mijne cashflow. En daar gaan jullie me al op afrekenen? Ik ben godverdomme als een speer de hoogte in aan het schieten. Bekijk toch het potentieel van deze boîte? De rijkste kerels komen hier en huren de tent af voor exclusieve en exuberante seksfeestjes, met alles erop en eraan. Bovendien vinden ze de diensten die ik verleen van zulk hoogstaand niveau dat ze een deel ervan mee naar huis willen pakken. Dat is toch een goudmijn, Bonnie!”
Koen is helemaal rood aangelopen en buiten adem.
“Koen, rustig vriend. Het klinkt inderdaad slim. Maar dan kan die 20.000 euro toch geen probleem zijn om op te hoesten?”, vraagt Bonnie.
Door die vraag begint Koen aan zijn nagelriemen te pulken. Dan kijkt hij haar recht in de ogen aan en haalt zijn schouders op.
“Dat geld vliegt eruit, Bonnie. Die coke ook, trouwens. En voor ik het wist had ik een gat van 20.000 euro.”
Bonnie kan haar oren niet geloven.
“Hoe kunt ge nu op een dikke maand tijd 20.000 euro uitgeven aan… Niks?”
Machteloos begint Koen te lachen.
“Champagne, coke, wiet, kaviaar, oesters, feestjes, vrouwen”, even pauzeert hij voor er een lach op zijn gezicht verschijnt. “Natalie.”
Hij slaat zijn hand voor zijn ogen.
“Die kost mij echt pokkeveel geld, Bonnie”, klinkt het wanhopig.

Blijkbaar heeft hij zijn ‘nieuwe vriendin’ op nog geen maand tijd al voor meer dan tienduizend euro cadeau’s gekocht. Geen wonder dat ze verblind is door zijn aantrekkingskracht. Geld ja, daar is die griet duidelijk op uit. Bonnie steekt de joint op die ze net heeft gerold en inhaleert er drie keer van voor ze haar ongezouten mening geeft.
“Koen, wat ik voorstel is het volgende. Gij breekt met die Natalie, want vent, ik zweer het u: die is gewoon uit op uw geld.”
Haar uitspraak wordt op protest onthaald, maar Bonnie steekt haar wijsvinger de lucht in om hem duidelijk te maken dat hij haar moet laten uitspreken.
“Wacht even. Ge breekt met Natalie en ik leen u 20.000 euro. Zonder dat de bende dat moet weten.”
Grote dwaze ogen kijken haar aan: “Gade gij me echt 20.000 euro lenen?”
“Blijkbaar, Koen. Maar we gaan niet zeveren. Ik geef u dat geld en gij kapt met Natalie. Maar oh wee, als ik te horen krijg dat ge u niet aan de regels houdt.”
Koen knikt. Wat kan hij ook anders?

De alombekende grijns van Charlie wanneer hij de loft binnenkomt, zegt alles. Bonnie heeft hun stek dan ook omgetoverd tot een paradijs, met overal kaarsen, bloemen en een tot in de puntjes verzorgde gedekte tafel. Zelf ziet ze er eveneens op haar paasbest uit, in de zwarte jurk die ze droeg toen het tweetal elkaar voor de eerste keer zag. Op kousenvoeten nadert Charlie zijn koningin, neemt haar hand vast en maakt een buiging, eindigend met een bloedgeile kus op de rug van haar hand.
“Goodevening, milady.”
Ook Bonnie neemt de rol aan van middeleeuwse jonkvrouw en maakt een statige buiging terwijl ze met beide handen haar rok wat opheft.
“Goodevening, milord. I’ve made you supper”, probeert ze er met een Schots accent uit te krijgen, een lach maskerend met een kuchje.
In één vlotte beweging laat hij haar een pirouette draaien, dan grijpt hij met beide handen haar kont vast, die door de dunne stof van haar jurk extra gevoelig is. Meteen schiet er een zucht van opwinding door Bonnie’s lichaam.
“Wat schaft de pot?”, zegt hij terwijl hij ondeugend in haar billen knijpt voor hij de keuken binnenstapt en in de potten loert.
“Stoofvlees?”
Wanneer Bonnie ook de keuken in komt, merkt ze dat Charlie plat ligt van het lachen.
“Je bent echt zalig, weet je dat? De loft tot een romantisch oord van verderf omvormen, jezelf aankleden als een übergeil huisvrouwtje en dan stoofvlees met frieten serveren. Dat is gewoon zo, jij.”
Hij neemt haar vast en al snel verdwalen ze in elkaars aanrakingen.

De gigantische boer die Charlie produceert net nadat hij zijn laatste hap in zijn mond doorgeslikt heeft, spreekt boekdelen.
“Té lekker, prinses. Echt waar. Ik neem mijn woorden terug van daarnet. Van mij mag je altijd stoofvlees maken”, knikt hij goedkeurend terwijl hij zijn mond afveegt met een stoffen servet.
“Zeg schat”, waagt Bonnie het er eindelijk op.
Al de hele avond wacht ze op het ideale moment om Koen zijn situatie op tafel te gooien. Want waar gaat ze anders 20.000 euro halen? Het is niet dat ze geen eigen spaargeld heeft, maar zo’n bedrag kunnen missen, is iets anders. Bij haar moeder kan ze om evidente redenen niet aankloppen. Charlie is de enige oplossing. Hij is tenslotte haar echtgenoot nu.
“Het is een serieuze vraag die je nu gaat stellen”, klinkt het aan de overkant van de tafel. Alsof Charlie voor de zoveelste keer kan inschatten wat er aan zit te komen. Hoewel Bonnie alle moeite van de wereld heeft gedaan om zo losjes mogelijk over te komen.
“Deze vraag is de reden van deze avond. Is het niet?”, vraagt Charlie grijnzend.
Bonnie kruist haar armen over elkaar en drukt daarmee haar borsten prompt een cupmaat groter. Ze wendt haar blik af, maar knikt dan schuldig.
“Ik wist dat er iets achter zat”, schudt Charlie zichtbaar ontgoocheld terwijl hij speelt met een verdwaalde friet op de tafel.
Bonnie zucht en draait haar hoofd een kwartslag, in de hoop er schattiger uit te zien.
“Ik heb 20.000 euro nodig.”
Zijn pupillen verdubbelen zich van grootte op nog geen seconde tijd.
“Wat?”
Bonnie laat haar schouders hangen en herhaalt wat ze net gezegd heeft, zij het nu met extra veel klemtonen: “Ik heb 20.000 euro nodig.”
“Waarvoor?”, repliceert hij meteen.
Charlie grijpt zijn glas bier – want bij stoofvlees en frietjes hoort er bier –  en drinkt het in één teug leeg.
“Ik weet niet of het een goed idee is om u te zeggen waarvoor”, begint Bonnie voorzichtig.
Met zijn ellebogen op tafel zit hoofdschuddend Charlie met zijn handen voor zijn ogen geslagen. Na een tijdje heft hij zijn hoofd op en kijkt Bonnie strak aan.
“Even voor de duidelijkheid. Verwacht je nu van mij dat ik je 20.000 euro geef zonder te weten waar dat geld voor dient?”
Resoluut knikt Bonnie, hem eveneens recht in de ogen blijven starend. Charlie slaat zijn ogen neer.
“Sorry Bonnie, dat kan ik niet. Toch niet zo’n bedrag!”

Bonnie beseft dat ze wat gaat moeten lossen om het geld te verkrijgen en gooit meteen alles op tafel. Tot in de kleinste details. De hele tijd kijkt Charlie haar in elkaar gedoken met vragende ogen aan. Wanneer Bonnie stopt met praten, duurt het even voor Charlie reageert.
“Hoe kan ik me nu uit uw zaken houden als jij een werknemer van de Bende van den Bar, want dat is Koen tenslotte, achter de rug van de rest 20.000 euro van mij wilt geven?”
Zijn stem klinkt koeler dan ooit tevoren. Bonnie slikt moeilijk voor ze hem antwoordt.
“Die 20.000 euro is evenveel van mij”, klinkt het droogjes.
Charlie’s mond valt open.
“Gaan we zo beginnen…”, zucht hij hoofdschuddend.
Voor Bonnie iets kan inbrengen, neemt Charlie opnieuw het woord.
“Prinses, neem nu eens wat zakenadvies aan van mij, van een ervaringsdeskundige. Praat hierover met uw moeder. Doe niets achter de rug van uw baas, daar komen vodden van. Ik zou daar alleszins niet mee kunnen lachen.”
Er valt een akelige stilte. Beide weten ze dat ze aan hetzelfde denken, aan dezelfde persoon, aan Johnny. Met gesloten ogen schudt Bonnie wanhopig haar hoofd.
“Mijn moeder gaat nooit mijn remmen laten saboteren”, bijt ze terug in een poging om hem uit zijn kast te lokken.

Met enkele rake klappen op de vergadertafel roept Anita tot orde in de zaal. Als een volgzame kudde schapen is elke vrouw aan tafel plotsklaps muisstil. Anita neemt een flinke slok water voor ze het woord neemt.
“Ik ben bereid Koen nog een kans te geven. Zijn businessplan lijkt inderdaad veelbelovend. Ik zou een half jaar de kat uit de boom willen kijken, zien hoe zijn zaakjes en zijn financiële situatie evolueren. Maar ik zou wel kort op de bal spelen. Iemand zou hem moeten bijsturen in zijn deals en ondertussen een oogje in het zeil houden wat betreft zijn geld- en drugsconsumptie.”
Anita’s blik houdt halt bij Bonnie. Een tevreden lach siert haar lippen.
“Ik denk niet dat er iemand hier aan tafel beter geschikt is voor die rol, Bonnie.”
De blondine beseft meteen dat ze hier niets tegen in te brengen heeft. Koen krijgt nog een kans en zij doet niets achter de bende hun rug. Dat was toch de bedoeling? Toch laat de uitkomst van de situatie een wrange nasmaak achter. Of moet ze misschien gewoon nog aan het idee wennen? Want misschien kan dat nog leuk worden? Zo’n zaak runnen samen met Koen?
“Het wordt inderdaad tijd dat ik eindelijk wat meer verantwoordelijkheid krijg. Goeie bal, mama.”
“Hier is het Anita, ik blijf het niet zeggen, Bonnie. En trouwens, ziet gij maar gewoon dat ge Koen zijn ballen goed in de greep houdt.”

Compleet over de rooie ijsbeert Koen hoofdschuddend heen en weer in zijn bureau.
“Luistert gewoon efkes”, probeert Bonnie hem te kalmeren.
“Ik kon ni anders dan terugkoppelen. Ik kan niet beginnen zeveren achter hun rug, dat moet ge nu toch begrijpen?”
Koen knikt toegeeflijk, het signaal voor Bonnie om verder te gaan.
“Ik heb hen dus alles verteld.”
Koens ogen worden zo mogelijk nog groter.
“Ze zien potentieel in u Koen. Ze willen u nog een kans geven. Een half jaar krijgt ge om u te bewijzen. Op voorwaarde dat…”
Even houdt Bonnie strategisch halt, nog steeds twijfelend over de oplossing die uit de bus is gekomen.
“Op voorwaarde dat wat? Mijn andere arm wordt afgehakt?”
Bonnie schudt haar hoofd: “Ge moet daar geen grapjes over maken.”
“Op voorwaarde dat”, gaat ze verder. “ik hier kom werken om u te helpen met de deals en de financiën.”
Koens verbaasde open mond vervormt zich al snel tot een brede glimlach.
“Wat een zalig plan!”, klapt hij enthousiast.
Zijn blijdschap werkt aanstekelijk voor Bonnie, zeker wanneer hij haar vastpakt en haar met zijn ene arm vastklemt en als een gek begint rond te springen.
“Wanneer begint ge?”, vraagt Koen wanneer hij wat gekalmeerd is.
Bonnie haalt lachend haar schouders op: “Nu?”
Koen laat zijn vingers knippen alsof hij het idee van zijn leven heeft bedacht.
“Dat vraagt om champagne”, kirt hij het uit, zich tot de deuropening van zijn bureau wendend.
“Kom, ik geef u alvast een eerste briefing”, lacht hij en kruist zijn arm in de hare richting de grote zaal van Bada Bing.
Bonnie geniet van zijn enthousiasme, goed wetende dat haar man thuis allesbehalve blij zal zijn met de oplossing die haar moeder bedacht heeft. Het zal hem leren om haar zakenadvies te geven.

Bonnie schrikt wakker van de lift die op de verdieping van de loft stopt. Dat kan alleen maar Charlie zijn. Een blik op de klok aan de muur in de leefruimte leert haar dat ze al flink een stuk in de nacht snurkend op de sofa heeft doorgebracht. Het licht in de kamer springt aan waardoor Bonnie als een vampier haar arm voor haar ogen slaat.
“Bonnie, waarom lig je nog niet in bed? Het is twee uur ’s nachts!”
Als ze aan het licht gewend is merkt ze pas hoe slonzig Charlie eruit ziet. Iets wat allerminst van zijn gewoonte is. Zijn hemd hangt half uit zijn kostuumbroek, zijn schoenen zijn ongeknoopt en zijn blazer hangt nonchalant over zijn schouder. Die look in combinatie met een warrige krullenkop en wallen om u tegen te zeggen, maakt het plaatje af.
“Waar heb jij gezeten?”, vraagt Bonnie hees terwijl ze de slaap uit haar ogen veegt.
“Bij de flikken”, zucht Charlie.
“Wat?”
Meteen staat Bonnie recht en is ze één en al opwinding.
“Hebben ze u opgepakt?”
Charlie knikt schuldig.
“Met boeien enzo?”
Nog eens knikt Charlie.
“Wat?”
Bonnie kan haar oren niet geloven en kan het niet laten hysterisch te worden, tot grote ergernis van Charlie, wiens kop op ontploffen staat.
“Bonnie, kalmeer nu nekeer, zeg! Ze hebben niets. Geen poot om op te staan. Ze willen gewoon even aftasten uit welk hout ik gesneden ben”, wimpelt hij af.
“En wat nu?”
Bonnie’s onderlip trilt oncontroleerbaar. Charlie neemt ze tussen zijn duim en wijsvinger.
“Niets. Ik zeg het toch. Ze hebben niets.”
Hij kust haar in haar nek, op haar sleutelbeen en zoekt de weg naar haar borsten, die maar al te gemakkelijk toegankelijk zijn in haar nachtjurk. Tot hij plots stopt.
“Hoe is het afgelopen met die 20.000 euro?”
Bonnie krabt ongemakkelijk in haar haar en tracht wat afstand te creëren.
“Ik heb alles aan Anita verteld.”
Charlie knikt goedkeurend: “Slimme meid van me.”
Trots wrijft hij met zijn hand over haar blonde kop, maar Bonnie trekt zich terug en neemt wat verderop plaats in de sofa. Charlie volgt haar op de voet.
“Wat zei ze?”
Bonnie haalt haar schouders op: “Ze heeft het voorgelegd aan de bende. Er is bijna unaniem gestemd dat Koen een kans krijgt om zijn klantenbestand op te bouwen.”
“Hoezo, bijna unaniem”, wil Charlie weten.
“Ik heb tegen gestemd”, klinkt het.
Charlie kijkt haar ongelovig aan.
“Waarom zou je dat doen?”
Bonnie slikt even voor ze verder gaat.
“Omdat er een voorwaarde aan vast hangt.”
Charlie knikt goedkeurend.
“Slimme vrouw, die Anita”, knikt hij goedkeurend.
“Wat is de voorwaarde?”, vraagt hij er meteen nieuwsgierig achter.
“Je gaat er niet blij mee zijn”, waarschuwt Bonnie.
“Wat heb ik ermee te maken? Moet ik hem die 20.000 euro toch geven?”
Bonnie schudt wat groen lachend haar hoofd.
“Koen krijgt tijd om dat geld af te lossen aan de Bende. Maar Anita heeft beslist dat er iemand kort op de bal moet spelen bij Koen. Iemand van ons moet zich in de zaakjes van Bada Bing mengen en ervoor zorgen dat Koen op het juiste pad blijft.”
Een valse grijns verschijnt op Charlie’s gezicht. Hij weet al hoe laat het is.
“Laat me raden. Daarvoor heeft Anita jou gekozen.”
Met een neergeslagen hoofd knikt Bonnie schuldig.
“Godverdomme!”

Wat volgt is een tirade van scheldwoorden. Wanneer Charlie uitgeraasd is, neemt Bonnie opnieuw het woord: “Ik heb gewoon jouw raad gevolgd.”
Woest schudt Charlie zijn hoofd.
“Ik wil niet dat je elke dag meer dan 8 uur doorbrengt in die stripclub van hem. Ik wil het gewoon niet.”
“Charlie, die beslissing is niet aan u om te nemen. Hoewel ik er ook mijn twijfels bij heb, kan ik niets anders doen dan wat me is opgedragen van hogerhand. Dat weet jij als baas toch al te goed?”
De woede van Charlie lijkt alleen maar te groeien. Waar hij daarnet nog tierde en rond zich heen sloeg, is hij nu ijzig kalm. Te kalm. De stilte voor een nieuwe storm.
“Ik kan die kerel gewoon niet rieken. Als het van mij zou afhangen…”
Charlie stopt voor hij zijn zin afmaakt. 
“Wat dan?”, sneert Bonnie hem toe, nu ook helemaal over de rooie.
“Laat vallen. Doe maar. Werk maar in die stripclub van hem. Maar ik zweer het je…” sist Charlie haar toe terwijl hij dreigend over haar komt hangen.
“Als hij met één van zijn nog vijf resterende vingers aan jou zit, maak ik hem af.”
Hij zou eens moeten weten, bedenkt Bonnie zich voor ze sussend knikt in een poging haar opvliegende kerel wat tot bedaren te krijgen.
“Wat een kutdag”, klinkt het nog sip voor hij zich een weg zoekt in haar lichaam.

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 15

“Tijd voor een aperitief”, spreekt Charlie het volledige chartervliegtuig aan door de intercom. 
Hij komt tevoorschijn in het ruim met in zijn kielzog enkele stewardessen met champagneflessen en -glazen. Zijn hand met daarin een goedgevulde coupe Laurent Perrier gaat de hoogte in. Hij schraapt zijn keel. 
“Ik wil een toast uitbrengen,” begint hij, maar schiet in lach. 
“Dat was al duidelijk, uiteraard.”
Hij herpakt zich en steekt zijn wijsvinger in de lucht. 
“Ik ben verheugd dat jullie er allemaal bij zijn op deze trip. De samenstelling van de groep is niet echt alledaags te noemen, maar dat maakt de belevenis alleen maar unieker”, lacht hij. 
“Bon, ik ga het kort houden, welkom in Bonnie’s en Charlie’s land”, klinkt het en steekt opnieuw zijn coupe de hoogte in. Aangezien iedereen in het gezelschap ondertussen ook voorzien is van een glas, beantwoorden de aanwezigen zijn gebaar met zo’n honderd coupes die samen met hun hoofden boven de blauwe zetels uitsteken. 
David Bowie valt in wanneer Charlie opnieuw naast Bonnie plaatsneemt en zijn hand op haar dij legt. 

I, I will be King
And you, you will be Queen
Though nothing will drive them away
We can be heroes just for one day
We can be us just for one day

David Bowie

“Op ons, prinses”, klinkt het voor hij zijn glas tegen het hare tikt. 
Haar hart bonst in haar keel. De zenuwen gieren door haar lichaam. Snel drinkt ze een flinke teug voor ze een glimlach forceert. 
“Op ons”, fluistert ze. 
Hij knipoogt. De sfeer is uitgelaten, vooral omdat de helft van de aanwezigen op het vliegtuig Charlie’s speech als startsein gezien hebben voor een onophoudelijke stroom van champagne.

Bonnie zuigt een flinke teug zeelucht op zodra ze het vliegtuig uitstapt. Ze trekt haar zwart lederen vest uit en zwiert deze over haar rechterschouder. Haar huid warmt meteen op van de nazomerse zon die flirt met die zo typerende warme zuiderse wind. Ondanks dat de zomer dus officieel al een tijdje voorbij is, is daar hier in het zuiden van Spanje amper iets van te merken. Beneden aan de trap van het vliegtuig wacht er een grote witte limousine. Bonnie is blij dat ze haar knikkende knieën even rust kan gunnen en ploft neer in de witlederen zetels achterin. Eén voor één stappen alle leden van de Bende van den Bar in ‘haar’ limousine. Eens op weg, lijkt het gekwetter geen twee seconden stil te vallen. Maar Bonnie slaagt er niet in ook maar één conversatie in zich op te nemen. Ze denkt na. Vandaag moet de mooiste dag van haar leven worden. Al sinds ze een jong meisje was, mijmert ze romantisch over haar perfecte trouw. Dat hij perfect zal zijn, daar is geen twijfel over mogelijk. Charlie heeft ongetwijfeld alles op alles gezet om iedereen met verstomming te slaan. Maar het is net daar waar het schoentje knelt. Slaat hij haar wel met verstomming?

Tijdens de voorbereidingen van de ceremonie, blijft het wrange gevoel standhouden, ook al krijgt Bonnie niet veel de kans in gedachten te verzinken. Terwijl Amy Bonnie’s haar losjes opsteekt nadat ze elke lok afzonderlijk in een krul gelegd heeft, trekt Bonnie ongestoord aan haar sigaret.
“Alles in orde, Bonnie?”, klinkt het vanuit de verte.
Bonnie krijgt er een knikje en een klein lachje uit.
“Ik sta gewoon stijf van de zenuwen.”
Amy kijkt haar twijfelend aan.
“Zo lijkt het niet, Bonnie. Je ziet er net apathisch uit. Zeker dat het niets anders is dat je dwarszit?”
Bonnie zucht diep en schudt met haar hoofd.
“Het is ok.”
Even is het stil voor Amy er een trotse “klaar” uitgooit.

Bonnie zet zich recht en staart in haar spiegelbeeld. Haar wrange gevoelens smelten als sneeuw voor de zon. Ze kan zelf niet geloven hoe goed ze eruit ziet. Haar zwarte – hoe kan het ook anders? – bruidsjurk zit haar als gegoten, dankzij de verschillende pasmomenten van de laatste weken waarbij ze telkens wat ingenomen moest worden. Ze is voorzien van een strak decolleté tot net boven haar navel, die versierd wordt door de ketting die ze kreeg van Charlie toen ze voor het eerst in Spanje waren. De tint van haar lippenstift is exact dezelfde als de robijnrode steen die gevangen zit in het zilveren kooitje dat tussen haar borsten bungelt. De jurk, die tot op de grond reikt, mondt uit in een lange sleep. Wanneer ze een pirouette tracht te draaien valt op hoe zwaar de stof op haar frêle lichaam aanvoelt. Ook achteraan is de jurk voorzien van een prachtig rugdecolleté dat net boven haar bilspleet sluit. Opeens vangt ze Amy op in haar spiegelbeeld. Ze kijkt haar met open mond aan.
“Je ziet er adembenemend uit”, klinkt het voor ze haar een kus op haar wang geeft.
Een glimlach verschijnt op Bonnie’s gelaat: “Ik ben er klaar voor.”

De zandkorrels onder haar voeten voelen heerlijk warm wanneer Bonnie het strand betreedt. Ze kan haar ogen niet geloven. Door het oranjerode licht van de ondergaande zon ziet alles er betoverend uit. Hoge lantaarns met dikke kaarsen verlichten het met witte rozenblaadjes bezaaide gangpad. Langs weerszijden ervan staan witte stoelen, elk voorzien van een klein boeketje witte rozen op de rug. Op het eind van het gangpad staat een prieeltje, gemaakt uit takken en opnieuw bezaaid met de witte bloemen. Tussen de wapperende witte doeken, staat een piekfijn uitgedoste Charlie haar op te wachten. Tot haar vreugde is zijn haar niet achterover gekamd, maar wapperen zijn krullen heerlijk in de warme wind. Hij draagt een lichte broek en een hemd met daarover bruine lederen bretellen. Ook hij heeft, net zoals haar, geen schoenen aan. Wanneer hij haar opmerkt, lijkt hij even naar adem te happen. Zijn mond valt wat open waarna zijn gebalde vuist erin verdwijnt om er zijn tanden in te zetten. Hij schudt met zijn hoofd voor hij het teken geeft aan de man die wat verderop aan een gigantische witte vleugelpiano zit. Wanneer de eerste noten van Moonlight Sonata weerklinken, dooft het geroezemoes en zijn alle ogen opeens op Bonnie gericht.

Even lijkt ze niet te weten wat gedaan, maar al snel haakt er een arm de hare. Die van haar moeder herkent ze uit de duizend.
“Je dacht toch niet dat ik er niet voor jou ging zijn vandaag”, fluistert ze terwijl ze langzaam het gangpad aflopen.
Voor Anita Bonnie’s hand in Charlie’s exemplaar legt, fluistert ze nog in Bonnie’s oor, “ik zie je graag, meisje.”
Bonnie kan alleen maar knipogen terwijl ze met man en macht de krop in haar keel de baas probeert te blijven. Wanneer Bonnie en Charlie zich naar de ceremoniemeester voor hen keren, legt Charlie zijn hoofd nog even op haar schouder.
“Ik dacht dat je wit ging dragen?” fluistert hij voor hij haar speels in haar oor bijt.
De pianomuziek sterft uit terwijl de ceremoniemeester zijn keel schraapt om van start te gaan.
“Lieve aanwezigen, we zijn hier vandaag bij elkaar om deze man en deze vrouw in de echt te verbinden. Als er iemand hier is die om eender welke reden niet wenst dat deze twee de rest van hun leven samen delen, doe dan nu uw mond open, of hou hem voor eeuwig toe.”
Snel kijkt Bonnie naar Koen, die wat verderop zit. Onopvallend schudt ze haar hoofd. Met één oogrol maakt hij haar duidelijk dat ze niets te vrezen heeft. 
“Goed”, gaat de ceremoniemeester verder. “Laten we dan nu verder gaan tot de beloftes. Charlie, gaat ervoor!”
Charlie knikt en neemt Bonnie’s hand beet.
“Bonnie, je bent de zon in mijn wereld, de zuurstof die ik nodig heb, de wind door mijn haren. Mijn wereld is niets zonder jou. Wil je de vrouw aan mijn zijde zijn voor de rest van ons leven?”
Zijn blauwe puppy ogen staren Bonnie onschuldig aan. Even lijkt ze te zweven boven het gezelschap en kijkt ze zichzelf van bovenaf aan terwijl ze haar hoofd schudt. Maar snel keert ze opnieuw in haar eigen lichaam en ademt diep in voor ze antwoordt.
“Ja, liefste Charlie.”
Zijn mondhoeken krullen dankbaar omhoog.
“Neem dan deze ring als teken van mijn eeuwige liefde”, klinkt het wat schor. 
Een traan vindt haar weg van Bonnie’s ooghoek tot haar kin terwijl Charlie zich concentreert op de ring die hij rond haar ringvinger schuift. 
“Bonnie, dan is het uw beurt”, port de ceremoniemeester haar aan.
Onopvallend probeert ze de traan in één vlotte beweging weg te vegen voor ze naar haar toekomstige opkijkt.  
“Charlie, je hebt me geleerd dat niets onmogelijk is. Dat er een andere wereld is dan de harde dagelijkse wereld. Een wereld waarin ik de rest van mijn leven in wil verdwalen. Wil jij de man aan mijn zijde zijn vanaf nu tot in de eeuwigheid?”
Charlie twijfelt geen seconde en wrijft met zijn duim het resterende traanvocht weg. 
“Ja!”, klinkt het beslist.
Bonnie kan een nerveus lachje niet onderdrukken en ook in de rest van het gezelschap ontstaat er wat geroezemoes.
“Neem dan deze ring als teken van mijn eeuwige liefde.”
Met wat moeite lukt het Bonnie om de witgouden ring rond Charlie’s stevige vinger te krijgen. Wanneer ze samen hun geringde handen de lucht in steken, wordt dat met gejuich onthaald bij de aanwezigen.
“Dan verklaar ik jullie nu man en vrouw. En dan nu … Kussen!”, klinkt het officieel.
Charlie grijpt zijn kersverse vrouw in zijn arm en laat haar helemaal achterover hellen om haar in ware Hollywoodstijl te kussen. Wanneer ze samen met haar kersverse man het gangpad af loopt, vangt Bonnie de betraande en gebroken ogen van Koen op, die zich afwendt wanneer hij merkt dat ze naar hem kijkt. Veel tijd om over Koens gevoelens na te denken, krijgt Bonnie niet want voor ze het weet wordt het feest op gang getrokken door de piano, die het gezelschap heeft gekregen van een heuse liveband. Charlie begeleidt Bonnie naar een platform dat voor de gelegenheid op zijn privéstrand werd aangelegd. Een houten vloer wordt omringd door houten pilaren waarboven witte doeken gespannen werden en waar duizenden kleine lichtjes in verweven zitten. Hij buigt voorover voor hij haar dichter vastgrijpt en de melodie gebruikt om haar mee te nemen in een intieme slow.

The world was on fire no one could save me but you.
Strange what desire will make foolish people do.

Chris Isaak

“Je hebt er nog nooit zo mooi uitgezien als nu, prinses. Vanaf vandaag ben je mijn koningin”, fluistert Charlie in haar oor.
Bonnie krijgt er niets uit. Ze vecht met man en macht tegen tranen die bijna uit haar ogen barsten.

This world is only gonna break your heart.

Chris Isaak

Wanneer het nummer uitsterft, biedt Charlie haar hand aan aan zijn vader Adam, die tot op heden voor Bonnie een groot vraagteken is geweest. De man heeft niets te maken met het wereldje en distantieert zich dan ook volledig van de activiteiten van zijn zoon. Maar op zijn bruiloft kon hij natuurlijk niet ontbreken. De band zet Bleeding Love in.

I don’t care what they say
I’m in love with you
They try to pull me away, but they don’t know the truth

Leona Lewis

“Mijn zoon verdient zo’n prachtvrouw niet”, fluistert Adam in Bonnie’s oor.
Bonnie forceert een lachje voor ze haar aandacht vestigt op haar kersverse man die haar moeder alle hoeken van de dansvloer laat zien. Een vreemd zicht to say the least.
“Jullie moeten maar eens langskomen voor een etentje na jullie wittebroodsweken.”
Bonnie kijkt Adam opnieuw recht in de ogen en knikt terwijl het nummer uitsterft.
“Dat moeten we zeker doen.”
Voor ze op adem kan komen, voelt ze de arm van Koen rond haar heen.
“Ik verdien toch ook een slow.”
Hij kijkt haar met verslagen ogen aan. Ze kan niet anders dan instemmen. Stilzwijgend dansen ze de volgende plakker uit tot hij uitsterft.
“Ik zal altijd van u blijven houden, Bonnie.”
Zijn stem klinkt gebroken. Wanneer Bonnie hem aankijkt, merkt ze pas de tranen die zijn gezicht omhullen. Voorzichtig veegt ze die weg.
“You can’t always control circumstances, but you can control your attitude towards them. Be my friend, Koen. I need you.”
Hij knikt, laat haar los en keert haar de rug toe. Verdwaasd ziet ze hoe hij haastig en zonder omkijken de villa in loopt. Terwijl ze twijfelt om de achtervolging in te zetten, hoort ze een piepende toon door de luidsprekers galmen. Ze schrikt op als ze Charlie’s stem herkent. Meteen dooft het geroezemoes uit.

“Lieftallige aanwezigen, namens mezelf en mijn kersverse vrouw, wil ik jullie graag bedanken voor jullie aanwezigheid. Maar deze dag draait om ons, Bonnie. Onze liefde.”
Zijn woorden worden met de nodige ‘ooooohs’ onthaald.
“Daarom, mijn lieve Bonnie, breng ik vanavond een nummer onder begeleiding van deze fantastische band. Helemaal voor jou. Het komt uit de fantastische film Pulp Fiction en behoort toe aan de al even fantastische meneer Al Green. One. Two. Three. Four.”

I’m, I’m so in love with you
Whatever you want to do
Is alright with me
‘Cause you make me feel so brand new
And I want to spend my life with you

Al Green

Zijn krakende stem klinkt prachtig bij het nummer. Maar in plaats van ter plekke in zwijm te vallen, ontstaat er een gigantische krop in Bonnie’s keel. Snel grijpt ze een glas champagne vanop het dienblad van de dichtstbijzijnde ober en gooit de inhoud ervan in één keer achterover. Terwijl Charlie de ziel uit zijn lijf zingt en daarmee de hele zaal in vuur en vlam zet, weet Bonnie met haar gevoelens geen blijf meer en barst ze ongecontroleerd in het snikken uit. “Aan je tranen te zien, is dat weer te romantisch voor je”, lacht Charlie door de microfoon wanneer het nummer is afgelopen. Een geamuseerd applaus is het gevolg. Jankend vliegt Bonnie haar man in de armen.
“Ik hou van u”, snikt ze op zijn schouder.
“Ik ook van u, vrouwtje van me”, klinkt het trots.

“Chapeau, meid”, klinkt het later op de avond in haar oor. Het is Charlie’s zus, Eden, die Bonnie feliciteert. Net zoals Charlie is de vrouw gezegend met een prachtige bos blonde krullen – al is er bij haar nog geen grijs haar te bespeuren – en felblauwe ogen.
“Waarom chapeau?”, vraagt Bonnie haar terwijl ze het zoveelste glas bubbels van de dag achterover slaat. Door het overvloedige eten van de laatste uren, lijkt het alsof ze niet in staat is dronken te worden. De grijns die Eden tevoorschijn tovert, is onmiskenbaar eveneens een familietrekje. Ze moet een paar jour ouder dan Bonnie zijn. Hoewel ze evengoed slechts een paar jaar jonger dan hem kan zijn, gezien het trage verouderingsproces dat duidelijk een familietrekje is.
“Omdat ik onze Charlie nooit gezien heb als iemand die zich zou binden aan één vrouw. Zeker niet na een half jaar. Echt meid, jij moet speciale eigenschappen bezitten.”
Bonnie haalt haar schouders op.
“Het is je broer die zulke eigenschappen bezit, ik ben maar een gewoon meisje”, probeert Bonnie haar af te wimpelen.
Maar de dame wuift haar woorden weg en grijpt haar hand beet.
“Zorg goed voor m’n broertje. Het is een goeie vent, maar hij wordt soms verkeerd begrepen.”
Bonnie knikt. Dat weet ze maar al te goed. Met haar wijsvinger wenkt Eden Bonnie dichterbij.
“Weet je waar ik zin in heb?”, fluistert ze.
Bonnie schudt haar hoofd.
“Een lijn”, klinkt het nog stiller dan net.
Een brede grijns verschijnt nu op Bonnie’s gezicht. Ze neemt haar kersverse schoonzus bij de hand en leidt haar de villa door, de mastersuite in. Als twee tienermeisjes giechelen ze de nacht in wanneer Bonnie een pakje coke van tussen haar gepushte borsten bovenhaalt. Enthousiast klapt Eden in haar handen.
“Ik wist dat ik bij jou moest zijn. Daar heb ik zo veel zin in. Fuck, dat is lang geleden.”
Met geoefende hand legt Bonnie twee lijnen op de make-up tafel. Nadat ze een briefje van vijftig opgerold heeft, steekt ze het in Edens hand.
“Aan jou de eer.”
Net wanneer Eden de lijn naar binnen gegooid heeft en haar hoofd wat achterover houdt, valt een aangeschoten Charlie de kamer binnen.
“Hier zit gij!”, roept hij terwijl hij zijn vrouw bij haar heupen neemt en haar hartstochtelijk in haar nek kust .
Wanneer hij de coke in het oog krijgt, lacht bij breed.
“Jullie zijn al goede vriendinnetjes aan het worden?”
Charlie verlegt zijn aandacht van zijn vrouw naar zijn zus, die hij wat hardhandig bij de arm neemt.
“Sinds wanneer zit gij aan de coke?”, sist hij haar vragend toe.
Eden haalt haar schouders op en rolt met haar ogen. Een actie waarvan Bonnie begint te schaterlachen. Vandaar zijn liefde voor haar! Haar lach werkt aanstekelijk en voor ze het weet liggen ze alledrie in een deuk.
“Kom meiden”, probeert Charlie hen wat te kalmeren.
“We hebben gasten die we in de watten moeten leggen.”

Hij duwt hen zacht de richting van de deur uit. Eens in de hal slaat hij een arm over beide vrouwen heen. Op weg naar beneden botst het trio letterlijk Koen tegen het lijf, die heftig in de weer is met één of andere verre nicht van Charlie. Bemoedigend geeft Charlie hem een duwtje.
“Geef maar eens goed gas, je hebt het verdiend.”
Koen knikt goedkeurend zonder Bonnie ook maar één blik te gunnen. Eden gaat een andere kant uit wanneer ze terug in de balzaal terecht komen, maar een aangeschoten Anita houdt het bruidspaar tegen.
“Bonnie en Charlie,” zet ze haar monoloog lispelend in, “jullie weten allebei dat ik niet meteen stond te springen toen jullie een relatie begonnen. Met duidelijke redenen. Maar wat ik vandaag heb gezien, is echte liefde.”
Haar lip trilt. Charlie geeft haar een kus haar wang.
“Bedankt, mama.”
Het laatste woord haalt haar terug bij haar positieven. Ze haalt vermanend haar wijsvinger in de lucht.
“Don’t ever call me mama again”, lispelt ze hem half lachend, half gemeend toe.
Charlie haalt zijn schouders op.
“Ik zal het nooit meer zeggen, Anita”, beklemtoont hij.
“Maar sorry, dames”, verontschuldigt hij zich. “Ben is al de hele tijd teken aan het doen dat ik naar hem moet komen.”
“Tot straks, vrouwtje van me”.
Hij knipoogt naar Bonnie en werpt een kus voor hij zich omkeert en de massa mensen in verdwijnt.
“Sorry, Bonnie”, klinkt het schuldig.
“Geen probleem mama, ik weet dat je het moeilijk hebt vandaag. Ik vind het heel mooi wat je gezegd hebt. Al betwijfel ik het ten zeerste of het niet de bubbels zijn die praten.”
Bonnie krijgt een verbouwereerd gezicht als antwoord.
“Het blijft gewoon raar om ulle samen te zien”, besluit Anita.

De uren verstrijken snel en voor Bonnie goed en wel wat bij haar positieven is, lijken er al heel wat gasten vertrokken. Charlie heeft voor alle genodigden shuttlebussen ingelast naar het dichtstbijzijnde hotel. Wat verdwaasd kijkt ze rond naar de plakkers en ziet Ben staan aan de bar. Zonder twijfelen stapt ze op hem af. Hij werpt haar al van ver een knipoog toe, wanneer hij merkt dat ze zijn richting uitkomt.
“Dag majesteit”, klinkt het voor hij haar hand vastneemt en die langzaam naar zijn lippen brengt zonder dat hij zijn blik van haar ogen afwendt. Hij neemt ook haar andere hand vast en laat haar een pirouette draaien.
“Je ziet er echt…”, hij aarzelt voor hij verder gaat.
“Supergeil uit”, fluistert hij uitdagend in haar oor.
Bonnie sluit haar ogen en schudt haar hoofd. Hij lost zijn greep met één hand en legt deze in haar zij. De andere gebruikt hij om haar haar evenwicht te doen verliezen, waardoor ze niet anders kan dan achterover te leunen en Ben zich voorover buigt en zijn neus bijna in haar decolleté plant. Even houdt hij halt waarna hij haar weer met beide voeten op de grond zet en haar een snelle klets op haar kont verkoopt.
“Charlie komt eraan”, klinkt het.
Haar wenkbrauw gaat de hoogte in.
“En daarom stop je met je versiertruc? Hij heeft ons al in intiemere posities gezien?”, knipoogt ze.
Ben neemt haar kin vast en lijkt zijn woorden te wikken en wegen.
“Toen was ‘t allemaal zo serieus nog niet. Nu ben je écht mijn koningin”, klinkt het voor Charlie hem in de armen valt.
“Bennieboy, my best man”, lispelt Charlie terwijl hij zich staande tracht te houden.
Ben kan hem nog net in zijn zij grijpen om te voorkomen dat hij zijn evenwicht verliest.
“Alles onder controle, maatje?”, vraagt hij bezorgd aan de bruidegom.
Deze tuit zijn lippen en knikt met een vreemde grijns.
“Sinds vandaag voel ik me pas echt ne koning”, roept hij het uit terwijl hij zijn beide armen in de lucht gooit, waardoor hij zijn houvast verliest. Met een stevige plof valt Charlie op het zand, wat bij zowel hem als de omstanders een lach ontketent. Hij steekt zijn hand uit naar Bonnie, die het gebaar meteen beantwoordt en haar hand in de zijne legt. Volledig onverwacht trekt Charlie haar met een stevige snok voorover waardoor ze op hem belandt.
Speels schudt ze haar hoofd.
“Speelvogel.”
Hij glimlacht.
“Once a player, always a player.”
Zijn handen vinden haar kont en knijpen synchroon in beide billen. Uiteraard wordt dit gebaar op gejuich onthaald.
“Pak ze, Charlie”, lacht Ben.
De woorden werken als een rode lap op de stier.

Door een plotse rukwind waait Bonnie’s grote zonnehoed van haar hoofd en tolt hij over het witte zandstrand. Nog voor ze zelf kan reageren, springt Charlie recht en spurt hij erachteraan. Geamuseerd kijkt ze toe hoe de hoed telkens een nieuwe windvlaag te verwerken krijgt, waardoor haar kersverse echtgenoot alles uit de kast moet halen om hem te pakken te krijgen. Langzaam en naar adem happend keert hij op zijn stappen terug. Zijn buit steekt hij triomfantelijk de lucht in. Zijn blonde krullenbol danst in de wind en steekt af tegen zijn zongebruinde gezicht. Hij plant de hoed opnieuw op Bonnie’s hoofd en trekt hem goed neer beneden voor hij zich opnieuw naast haar nestelt op hun reuzegrote strandhanddoek. 
“Ga je vandaag nog van die handdoek komen, prinses?” 
Ze schudt haar hoofd. 
“Morgen misschien”, lacht ze. 
Zijn vingertoppen strijken van haar schouder over haar zij naar haar heup. 
“Sinds we hier zijn, hebben we ons domein nog niet verlaten.” 
“Is dat een probleem, meneer De Raedt?” 
Ze start een speurtocht in haar strandtas op zoek naar haar telefoon. 
“Er zijn ergere plaatsen in de wereld om te zijn.”
Na wat tokkelwerk op haar iPhone weerklinkt er muziek uit de draagbare luidspreker wat verderop. 

Boy look at you looking at me
I know you know how I feel
Loving you is hard, being here is harder
You take the wheel
I don’t wanna do this anymore, it’s so surreal
I can’t survive if this is all that’s real
All I wanna do is get high by the beach
Get high by the beach get high
.

Lana Del Rey

“Dus je mist drugs?”, polst Charlie. 

Is dat zo? Mis ik de drugs? 

Onvrijwillig schiet er een mondhoek de hoogte in. Toen de genodigden de dag na het trouwfeest terug naar België vertrokken zijn, spraken Charlie en Bonnie af voor de rest van hun huwelijksreis, die geen specifieke einddatum had, geen drugs meer te gebruiken. Bonnie moet wel toegeven dat ze op sommige momenten de meerwaarde van een joint of een lijn wel ingezien had, maar zonder hier met Charlie over te praten. In plaats van een zinnige repliek te bedenken, zingt ze mee met Lana Del Rey. 

“Boy, look at you looking at me, I know you don’t understand. You could be a bad motherfucker, but that don’t make you a man. Now you’re just another one of my problems, because you got out of hand. We won’t survive, we’re sinking into the sand.” 

“Je had beter ook een nummer gezongen tijdens onze trouw met die rauwe stem van je.” 
Hij kust haar in de nek. 
“Ik heb ook wel zin in een jointje”, fluistert hij voorzichtig in haar oor. 
Ze rolt met haar ogen. 
“Zeg dat niet als er niets is.” 
Hij lacht. 
“Wat denk je nu?”
Haar ogen sprankelen. 
“Zit je nu al drie weken op wiet zonder me dat te zeggen?” 
De kuiltjes in zijn wangen stippen zijn grijns aan. 
“Je hebt er nog niet naar gevraagd!” 
“Bad motherfucker”, sist ze voor ze hem een klets op zijn kont verkoopt. 
Hij springt recht en roept “back in 5”.
Terwijl ze hem een sprintje ziet trekken richting de villa, verdwaalt ze in haar eigen hoofd naar een parallel universum waar haar cocon met Charlie de enige realiteit is die bestaat. 

Wanneer de ‘groene’ rook het diepst van haar longen prikkelt, overvalt Bonnie een gelukzalig gevoel. 
“Dat heb ik gemist”, kreunt ze. 
Charlie tracht haar met de wind spelende haar te temmen door een lok achter haar oor te steken. 
“Stoney.” 
Ze lacht haar tanden bloot. 
“Prinses …”, klinkt het na een tijdje stilte onheilspellend. 
“Uhuh”, mompelt Bonnie voor ze diep inhaleert.
“Zie jij jezelf mama worden?”  
Ze proest het uit. Wanneer ze wat bijgekomen is, kijkt ze haar man vragend aan. 
“Ik vind het gewoon vreemd dat je hier nog nooit zelf bent over begonnen. Je bent met me getrouwd zonder me ooit naar mijn kinderwens te vragen. Op z’n minst vreemd, vind ik dat.” 
De frons tussen zijn wenkbrauwen wordt dieper naarmate zijn vraag tussen hen in blijft hangen. Ze haalt haar schouders op en denkt na over een antwoord. 

Wat voor een vraag is dit nu weer? 

“Ik kan me voorstellen dat je daar nog niet al te veel over hebt nagedacht. Je bent nog zo jong”, treedt Charlie zichzelf bij. 
“Voor ik jou leerde kennen, wist ik met zekerheid dat er niets goeds van mij zou voortkomen. Wat voor een voorbeeld kan ik nu zijn voor een kind? Maar nu …” 
“Wat nu?”, kaatst ze vliegensvlug terug. 
Hij neemt de joint van haar over en trekt er flink aan voor hij antwoordt. 
“Soms zou ik wel willen weten hoe onze kinderen er zouden uitzien. En hoe jij zou transformeren van de prachtige vrouw die je bent in een zorgende moeder.” 
“Zorgende moeder?”, klinkt het sarcastisch. 
“Het is niet dat ik zo’n goed voorbeeld heb.” 
De rook ontsnapt langzaam van tussen zijn lippen terwijl die zich omkrullen in een glimlach. 
“Je moeder is veel niet, maar zorgend is ze wél. Zowel voor jou als voor de leden van de Bende. Dat moet je toch toegeven?” 
Zij knikt op haar beurt. 
“Dat is waar. Voor mij is de grote voorwaarde om kinderen te hebben, dat ze kunnen opgroeien in een liefdevol gezin. En net daarvan heb ik totaal geen voorbeeld meegekregen.” 
Ze grijpt de joint die op Charlie’s onderlip balanceert en trekt er flink aan. 

Is dat nu haar straf? Dat hij zo’n onderwerp aankaart omdat hij stoned is?

“Wat is er eigenlijk met jouw vader gebeurd?”, polst Charlie voorzichtig.
Bonnie ademt diep in. 
“Geen idee. Aangezien mijn moeder haar hele leven al in het rond poept, heeft ze geen enkel idee wie haar bevrucht heeft. Ik heb dus geen enkel idee wat een vaderfiguur in je leven kan bijdragen. Misschien daarom dat ik altijd op de verkeerde mannen val”, plaagt ze. 
Hij bijt op zijn lip en schudt zijn hoofd. 
“Ik begrijp je wel. In de meest warme herinneringen aan mijn kindertijd voel ik de bijna tastbare liefde van mijn ouders voor elkaar én voor mijn zus en ik. Maar dat lijkt zo ver te staan van de realiteit waarin ik me nu bevind, dat ik me vaak afvraag of ze niet louter hersenspinsels zijn om de grauwe herinneringen uit het meer nabije verleden te compenseren.”
“Wat is er eigenlijk met jouw mama gebeurd?”, kaatst ze dezelfde vraag die Charlie haar stelde, terug. 
Zijn adamsappel schiet omhoog en omlaag. 
“Ze is omgekomen in een auto-ongeval”, klinkt het schor. 
“Op mijn zestiende verjaardag mocht ik voor het eerst uit. Er was een feest in het dorp waar we toen woonden waar ik met de fiets naartoe mocht. Toen ik een uur na het afgesproken tijdstip nog niet thuis was, heeft ze de auto genomen en is ze me komen zoeken. Furieus was ze toen ze me vond, achter de kerk, foefelend met mijn eerste lief. Ze sleurde me mee naar de auto en vertrok met piepende banden. Haar tirade ging door terwijl ze reed. Omdat ik onverschillig was, greep ze me vast en schreeuwde ze dat ik haar aan moest kijken. Op dat moment, week ze uit en knalde ze tegen een verlichtingspaal.”
Bonnie schrikt van zijn relaas, maar weet niet goed hoe te reageren. 
“Het eerste wat ik me terug herinner na die crash was dat ik wakker werd in een ziekenhuisbed en mijn vader zijn kwade blik opving. Het is na al die jaren nog steeds dezelfde blik waarmee hij me aankijkt.” 
Zijn adem stokt. Als Bonnie zijn blik tracht op te vangen, merkt ze zijn waterige ogen. Ze strijkt door zijn zongebleekte krullenbol. 
“Sorry dat ik ernaar vroeg.” 
Hij schudt zijn hoofd. 
“Ik ben blij dat ik het je kon vertellen.” 
Zijn lippen tuiten zich in afwachting van een kus, die Bonnie maar al te graag beantwoordt. 
“Nu heb je me nog altijd niet geantwoord of jij kinderen wilt”, daagt Charlie zijn wederhelft uit. 
Ze haalt haar schouders op. 
“Er is geen plaats voor kinderen in de realiteit waarin we ons bevinden. Als we een nieuw leven zouden beginnen, hier bijvoorbeeld, ver weg van de Bende en de Raedtsmannen, zou ik niet liever willen dan kleine blonde krullenbolletjes te zien rondhuppelen.”
Ze staart naar de horizon. 
“Ik begrijp hoe langer hoe meer waarom Maurice en Monique gekozen hebben om zich hier in Spanje te vestigen. Het is geen vlucht van het leven in België maar een toevlucht naar een nieuw leven dat niet mogelijk zou zijn in ons thuisland.” 
Charlie’s mondhoeken krullen omhoog. 
“Als we het gangsterleven beu zijn, komen we hier wonen en maken we kleine blonde krullenbolletjes, afgesproken?” 
Ze knikt. 
“Ga jij dat leventje ooit beu worden?” 
“Binnen een jaar of tien, ofzo. Als ik dan nog niet dood ben, tenminste”, klinkt het cynisch.

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 14

Zwarte kledij en donkere gezichten onder gigantische paraplu’s in dezelfde grauwe tinten. Ondanks het nog maar begin september is, geeft de zon vandaag niet thuis. Koning regen heeft het rijk van de hemel overgenomen en vergast de aanwezigen op het kerkhof op een stevige plensbui. Terwijl de begrafenisondernemer dienst doet als persoonlijke parapluhouder voor de priester, rammelt deze één of ander evangelie af. Maar Bonnie slaagt er niet in ook maar één woord in zich op te nemen. In plaats daarvan staart ze onder de paraplu’s naar de mensen rond zich, op zoek naar hun verdriet. Zij staat naast Charlie, voor de gelegenheid gehuld in een op maat gemaakt zwart kostuum en overjas. Met een hoed als die van een echte maffiabaas en daaronder een paar ogen die apathisch de verte in staren. Rechts van haar verloofde staat Ben, samen met zijn twee broers, zus en tranen met tuiten jankende moeder. Wat verderop merkt Bonnie de rest van de Bende van den Bar op. Ook zij kunnen als jarenlange partners van Charlie en Victor, van wie Johnny steeds de rechterhand is geweest, niet ontbreken om hun medeleven te betuigen aan de familie. Eén pot komedie, speelt het in Bonnie’s hoofd. De vent naast haar loopt op kop van die hypocrisieparade. Als baas lijkt hij nu gebukt te gaan onder het verdriet door het verlies van een van zijn beste kompanen, maar in werkelijkheid is hij blij dat hij Johnny kwijt is. Meer nog… Hoewel Charlie tot op heden nog niet expliciet heeft toegegeven dat hij de dood van Johnny op zijn geweten heeft, is het voor Bonnie een uitgemaakte zaak. Het kan toch geen toeval zijn dat Charlie twee dagen voor de daadwerkelijke dood van Johnny hem nog voor het vuil van de straat heeft uitgemaakt. Wanneer de kist de grond in gaat, vlucht iedereen snel zijn eigen wagen in om de weg naar de koffietafel in te zetten.

“Hoe hou je het vol?”, vraagt Bonnie om de stilte in Charlie’s gloednieuwe BMW 5 Reeks onderweg naar de koffietafel te verbreken. 
Charlie kijkt haar met een verbaasde blik aan, niet wetende waar ze naartoe wil met die vraag. Voor Bonnie hem antwoordt, trekt ze nog eens flink van haar sigaret en blaast ze de rook in wolkjes voor zich uit. 
“Hoe hou je het vol om te doen alsof je er niets mee te maken hebt?”, verklaart ze zich nader terwijl ze Spotify afspeurt op zoek naar een gepast nummer. Charlie ademt diep in voor er een diepe zucht weerklinkt en hij daarbij zijn schouders ophaalt. 
“Wie zijn dat”, vraagt Charlie in een poging van onderwerp te veranderen als er een strakke drumpartij en passende gitaarrifs door de wagen galmt. 
“Mijn favoriete band”, lacht Bonnie. 
“Niet de jouwe? Of ben je daar te oud voor?”, voegt ze er plagerig aan toe. 
Hij grijnst en schudt zijn hoofd. “Ik heb dat nummer nog nooit gehoord. Klinkt lekker.” 

Wanneer Josh Homme van Queens of the Stone Age de zangpartij inzet, laat ook Bonnie de lyrics over haar lippen rollen. 

Well I’ve got a secret, I cannot say
Blame all the movement to give it away
You’ve got somethin’, I understand
Holding it tightly, caught on command
Leap of faith, do you doubt?
Cut you in, I just cut you out
Whatever you do
Don’t tell anyone

Queens of the Stone Age

“Na een tijdje begin je je eigen leugens te geloven”, fluistert hij wanneer het nummer uitsterft en ze bijna synchroon de parking van Delight op rijden. 
Voor Charlie uitstapt, haalt hij zijn zilveren kokertje vanuit de binnenzak van zijn blazer en houdt het tegen zijn neus terwijl hij er hard aan snuift. Nadien biedt hij het Bonnie aan. 
“Gaan we nu echt snuiven op een koffietafel?”, twijfelt ze terwijl ze gespannen de parking afspeurt op zoek naar bekende gezichten. 
“Het zijn getinte ruiten, Bonnie. Daarvoor hoef je het niet te laten”, weerlegt Charlie waarna Bonnie het kokertje meteen aanneemt, er op haar beurt haar neus tegen zet en het portier opent. 
“Gelukkig is het opgehouden met regenen”, zegt ze nog net voor ze bijna letterlijk tegen haar moeder opbotst. 
“Mooie dienst, op het kerkhof”, knikt Anita begripvol naar Charlie, die haar gewoon een snelle knik gunt voor hij Delight binnen stapt. Voor Bonnie in zijn kielzog kan treden, houdt haar moeder haar tegen. 
“Ik ga niet al te lang blijven, Bonnie. Er staat nog veel op het programma.”
Bonnie knikt, maar zegt niets in de hoop niet door de mand te vallen. Ze vervloekt zichzelf voor de lijn van daarnet.
“Whatever, mama”, zegt ze voor ze haar neus optrekt.
“Hebt gij nu gesnoven?”, sist Anita haar dochter vragend toe.
Bonnie wuift haar vraag met grote ogen en een strak gespannen kaak weg.
“Zit gij nu echt te snuiven op een koffietafel?”, vraagt haar moeder op een wat luidere toon.
Bonnie haalt haar schouders op. Het signaal voor haar moeder om haar rug te keren en weg te stappen. Maar niet voor ze nog met de woorden “Die vent is vergif voor u” gooit. Argeloos, doch opgejaagd huppelt ze Delight binnen, waar er een vreemd sfeertje heerst.

Als je normaal denkt aan een koffietafel, zie je een aftandse parochiezaal gevuld met lange tafels en krakkemikkige stoelen. Pistolets, koeken, beleg en koffie. Veel koffie. Bij Delight is het anders. Voor Johnny is het anders. Overal champagne en exclusieve hapjes. De gezichten van de aanwezigen zien er in het schemerlicht van Delight al heel wat minder donker uit. Zonder aankondiging vliegt een blijkbaar al flink aangeschoten kersverse weduwe Bonnie rond de armen.
“Bonnie, toch. Mag ik u één goede raad geven”, lispelt ze.
Zonder een reactie af te wachten gaat Marina verder: “Ik weet dat het opwindend en spannend is, zo’n vent in het gangstermilieu.”
Om dat laatste woord wat te ontkrachten, maakt ze haakjes in de lucht met wijs- en middelvinger.
“Mijnen Johnny was een echte vent. Hij heeft me het paradijs gegeven. Maar die roem heeft een keerzijde. Een donkere keerzijde. En die keerzijde neemt altijd de bovenhand. Tot hij in de grond belandt.”
Haar stem stokt wanneer ze dit zegt. Bonnie neemt haar troostend vast, ondertussen wegkwijnend in haar eigen sombere gedachten.

Even verderop kijkt een gebroken Ben haar in de ogen. Nadat ze Marina nog een schouderklopje geeft, stapt ze zijn richting uit. Ze wrijft liefdevol over zijn arm.
“Gaat het wat met u?”, klinkt het medelevend.
Hij haalt zijn schouders op en nipt van zijn glas whiskey.
“Natuurlijk gaat het. Als ge in het milieu zit, weet ge dat het vroeg of laat slecht afloopt. Den ene belandt in den bak en den andere…”
Zijn adamsappel schiet omhoog wanneer hij naar adem snakt.
“Onder de grond”, voegt hij er heel wat stiller aan toe.
Bonnie weet niet goed wat ze hierop moet zeggen en probeert daarom het gesprek over een andere boeg te gooien.
“Wat gaat er nu met De Raedtsmannen gebeuren?”, peilt ze.
Opnieuw haalt Ben zijn schouders op. Hij plukt een lok haar van voor zijn ogen en steekt ze achter zijn oren. Terwijl hij zijn hoofd schudt, tast hij in zijn broekzak en haalt er een pakje Marlboro uit, dat hij als een heer eerst aan zijn vrouwelijke gesprekspartner aanbiedt, die er gretig op ingaat.
“Merci. Hebt ge vuur?”
Hij knikt terwijl zijn hand opnieuw zijn broekzak ingaat, een aansteker bovenhaalt en haar sigaret aansteekt voor hij hetzelfde doet met de zijne. Hij trekt drie keer hard aan de sigaret voor hij de eerste keer uitademt.
“Ik zal waarschijnlijk onze pa zijn plaats innemen. Dat zal beter zijn voor iedereen. Hopelijk minder spanning. En minder haantjesgedrag. De hetse rond die bokskamp zal hem alleszins niet langer meer parten spelen.”
Wat tot dusver nog koffiedik kijken was voor Bonnie, is nu klaar als een klontje. Charlie heeft Johnny uit de weg geruimd om zijn mannen opnieuw op één  lijn te krijgen. 

De woorden van Anita gonzen nog door Bonnie’s hoofd terwijl ze Mr. Bosch met strakke ogen aankijkt. “Laat jullie maar eens goed gaan”, had ze Amy en haar aangemoedigd voor ze naar Bosch vertrokken waarna ze er toch had aan toegevoegd dat Bonnie haar pistool thuis mocht laten. Want Mr. Bosch moet een lesje leren. Het is één ding om deals te maken en te faken dat je die nadien niet kan nakomen. Het is iets anders om tegen de politie uit de biecht te klappen. En laat het net dat laatste zijn waar Mr. Bosch zich, volgens een betrouwbare informant, aan zondigt. Hoog tijd om de man eens ferm aan de tand te voelen.
“Bosch.”
Amy’s stem klinkt laag en gemeen. De man in kwestie, vastgetaped aan zijn bureaustoel, plast nog net niet in zijn broek van de schrik. Wat wil je ook als er een vrouw als Amy voor je staat? Ze neemt zijn kin hardhandig vast en sist hem toe: “Bosch, ik vraag het nog één keer. Wat. Heb. Je. Tegen. De. Flikken. Gezegd?”
Hij stamelt wat onsamenhangends, tot grote ergernis van Amy die hem meteen een rake knaller met haar rechtervuist verkoopt. Bonnie komt tussenbeide.
“Amy, rustig. We hebben de vent levend nodig. Ik probeer wel even.”
Zoals afgesproken trekt Bonnie de kaart van de good cop, in tegenstelling tot de vorige keer. Ze neemt een stoel en zet zich zo dicht mogelijk bij Mr. Bosch.
“Bosch, ik wil niet dat ze je nog pijn doet. Jij toch ook niet, of wel?”
Hij schudt angstig zijn hoofd, zijn ogen schreeuwen paniek. Langzaam brengt Bonnie haar lippen naar zijn oren.
“Dan krijg je van mij nog één kans voor ik Amy haar gang laat gaan. Wat heb je tegen de politie gelost?”
“Ss … ss … ”, is het enige wat er uit de man komt.
Bonnie slaat haar armen de lucht in.
“Laat je gaan, Amy.”
De klappen die Bosch te incasseren krijgt, zijn van zo’n kaliber dat het geluid ervan je door merg en been raakt. Bonnie krijgt het moeilijk als ze duidelijk wat hoort breken. Ze grijpt Amy’s arm beet voor die nog meer schade kan aanrichten aan een reeds aan flarden geklopte Bosch, die pruttelend in zijn eigen bloed op adem tracht te komen.
“Zo gaat hij zeker niets kunnen zeggen, Amy.”
Amy lacht haar witte tanden bloot, die afsteken tegenover haar bruine gelaat.
“Dat is waar, Bonnie.”
Ze neemt plaats in een andere stoel en steekt een sigaret op waarna ze er zenuwachtig van trekt, Bosch niet uit het oog verliezend. Bonnie volgt haar voorbeeld.
“Klaar voor je vrijgezelle, trouwens?”, vraagt Amy plots alsof ze in een brasserie een koffie aan het drinken zijn.
Bonnie lacht enthousiast: “En of! Ik ben superbenieuwd!”
“En voor de trouw”, vraagt Amy iets minder luchtig.
Bonnie rolt met haar ogen: “Tuurlijk. Ik kan niet wachten om Charlie mijn man te kunnen noemen. Echt waar, Amy. Het is een vent uit de duizend.”
Haar maag knijpt wat samen wanneer ze dit zegt. Al is dat niet gelogen. De vraag is alleen wat deze man net zo uniek maakt. Binnen exact twee weken is het zover. Maar dan moet ze eerst haar vrijgezellenfeest overleven. Want de vrouwen van de bende hebben grootse plannen, zoveel is zeker. Het gereutel van Mr. Bosch haalt Amy en Bonnie opnieuw bij de les.
“Wil je iets vertellen, Bosch?”, vraagt Amy streng, gevolgd door een kordate knik van de man in kwestie.
Amy nadert de man en legt haar hoofd bijna op zijn lippen.
“Ze hebben me een deal voorgesteld. Al wat ze tegen mij hebben, wordt kwijtgescholden als ik tegen Anita getuig.”
Bonnie slikt langzaam. Als de politie in the picture komt, lijkt alles ineens een hardere realiteit. Want in het wereldje is de politie nooit veraf, maar toch doe je er alles aan om die zo weinig mogelijk voor de voeten te lopen. Haar moeder maakt er al jaren een sport van. Doorheen de tijd heeft ze geleerd met wie er te onderhandelen valt en op wiens tenen je zeker niet moet gaan staan. Vandaar ook dat ze er lucht van had gekregen dat er over haar gepraat werd. Ze had alleen bevestiging nodig.
“Maar ik heb hen nog niets gezegd. Ik zweer het!”
Met ogen vol medelijden merkt Bonnie aan de plas die zich onder de stoel van Bosch vormt en met de seconde groter lijkt te worden dat hij het nu letterlijk in zijn broek doet. Wanneer ook Amy het merkt, spuwt ze Mr. Bosch in zijn gezicht.
“Als blijkt dat je praat, maak ik je kapot.”
En weg is ze. Tijd voor Bonnie om ook haar biezen te pakken, maar niet voor ze de sleutels van zijn Aston Martin op zijn schoot gooit.
“Het is niet echt m’n ding. Bedankt voor de testrit. Hij staat voor den Bar geparkeerd. Je komt ‘m maar eens halen. Als je durft tenminste…”

Stevige housemuziek verwarmt den Bar, die vanavond exclusief open is voor de genodigden op Bonnie’s vrijgezellenfeest. En of de Bende van den Bar alles uit de kast gehaald heeft. Wat begon met champagne en oesters is ondertussen al gereduceerd tot enkel de gouden bubbels. En een hele bende glimlachende gezichten.
“Meisjes, meisjes”, kondigt Bonnie aan met een lispelende stem.
“Bedankt voor deze reeds memorabele avond. Maar…”
Even houdt het aangeschoten feestvarken halt en steekt ze haar wijsvinger vermanend de lucht in.
“Waar blijft die stripper?”
Haar vraag wordt op gelach onthaald aan de rijkelijk gevulde tafel. Anita schraapt haar keel.
“Ik dacht dat je het nooit ging vragen.”

Ze keert zich om en fluit luid op haar vingers. Als duivels uit doosjes komen ze tevoorschijn. Vijf adonissen gehuld in een brandweeruniform worden met gejuich onthaald. Uit de boxen knalt Etta James met de stripklassieker I just wanna make love to you.

De knapste van de vijf kiest Bonnie eruit en plaatst haar op een stoel. Zijn brandweerhelm belandt op haar blonde kopje. Langzaam trekt hij zijn brandweerjas uit waaronder een strak opgepompte torso, glanzend van de olie, verschijnt. De bretellen van zijn broek mag ze zelf losmaken, maar niet voor ze de rekker ervan eens goed tegen zijn spieren laat knallen. Haar actie doet de bendeleden luid juichen. In één beweging en perfect op de muziek valt zijn broek van zijn heupen en laat hem achter met een stevige halfopgezwollen lul in zijn strakke boxershort. Als de slagroom wordt bovengehaald, is alle hek van de dam. Na hun nummertje zijn de mannen even snel verdwenen dan dat ze gekomen zijn, een bende hete vrouwen op hun honger achterlatend. Wanneer Bonnie opnieuw aan tafel plaatsneemt, schrikt ze als ze haar moeder met de grootste precisie zeven lijnen coke heeft klaargelegd op een zilveren dienblad. Haar moeder knipoogt haar toe als ze ziet dat Bonnie haar aankijkt.
“Als er één avond is dat je coke moet snuiven met je moeder, is het je vrijgezellenavond”, lacht ze schalks.
In één snelle beweging snuift Anita haar portie naar binnen en geeft ze de plateau aan haar dochter door. Hoewel Bonnie even wat verbouwereerd is over deze ontwikkeling, snuift ze één van de lijnen in één ruk op. De plateau gaat van hand tot hand tot hij stopt bij Heleen. Wat verdwaasd kijkt ze rond zich met een opgerold briefje van vijftig in haar hand.
“Ik ga dit echt niet doen”, schudt ze haar hoofd.
“Geef die dan maar door aan mij”, klinkt het lachend bij Anita.
Maar Heleen schudt haar hoofd en snuift dan in één beweging de stevige lat naar binnen.
“Laat het maar rustig opkomen, nu”, lacht Carla terwijl ze Heleen een schouderklopje geeft.
“Nu zijn we klaar voor het stevigere werk”, kondigt Anita aan.
De rest van de tafel kijkt haar afwachtend aan. Vooral Bonnie vraagt zich af wat haar moeder nog allemaal in petto heeft. De brede grijns die haar moeders gezicht siert voorspelt snode plannen.
“Ik heb de vrijheid genomen om voor iedereen een vent te voorzien. Sommige dames hebben me hun voorkeur doorgegeven”, knipoogt ze Desirée en Carla toe.
“Andere vrouwen hebben me carte blanche gegeven.”
Anita’s blik richt zich nu tot Paulien en Heleen.
“Maar ik ben er zeker van dat iedereen wel zin heeft in een nummertje.”
Bonnie draait met haar ogen. Nu gaan we er toch wel wat over, niet? Haar moeder neemt de tijd om een nieuwe lading coke voor te bereiden terwijl ze verder gaat.
“Binnen vijf minuutjes komen hier zeven lekkere venten binnen. Aangezien we hier met zeven vrouwen aan tafel zitten, kan je de berekening wel maken. Iedereen doet waar ze goesting in heeft. Hier is plaats genoeg in huis”, knipoogt Anita.
“Maar er is één regel”, waarschuwt ze.
Die woorden halen Bonnie even uit haar rush, maar al even snel is ze terug bij de les.
“What happens in den Bar, stays in den Bar”, klinkt het lachend in koor.
Terwijl het dienblad opnieuw de ronde van de tafel doet, hoort Bonnie een sms binnen komen. Snel werpt ze er onopvallend een blik op.
“Mijn vrijgezelle is als een doordeweekse avond in een wereld zonder jou. C.”

Met haar hart kloppend in haar keel, steekt ze snel haar telefoon weg en haalt ze de lijn binnen die voor haar neus ligt. Net wanneer ze het briefje van vijftig terug in de schaal legt, hoort ze de deuren van den Bar open en toe gaan. Eén na één komen er de knapste mannen in strak kostuum binnen gewandeld, elk met een grote smile op hun gezicht. Elk van de mannen wordt warm onthaald door één van de bendeleden. Tot Koen als laatste in de deuropening verschijnt. Bonnie’s adem stokt als ze hem in het vizier krijgt. Gehuld in een strakke zwarte duidelijk op maat gemaakte smoking, ziet hij er dan ook adembenemend uit. Wat onzeker komt hij op haar afgestapt.
“Bonnie, dit was een idee van uw moeder, sorry.”
Zijn stem klinkt breekbaar. Maar Bonnie stelt hem snel gerust.
“Ik ben al blij dat ge geen onbekende gigolo bent. Kom, we gaan naar de studio.”
Ze grijpt zijn hand beet en leidt hem “hun” studio in. Een speurtocht naar wat kaarsen, brengt niets op en wordt gestaakt wanneer ze Let’s Stay Together van Al Green door de studio hoort galmen.

“Klaar voor een slow?”, fluistert Koen in haar oor terwijl hij haar hand vastgrijpt en haar alvast een pirouette laat dansen.
“Gaan we elke keer slowen als we hier belanden”, vraagt ze uitdagend. 
Koen knikt terwijl hij de dans inzet: “Tenzij je er iets op tegen hebt…” 
Op de laatste noten laat hij Bonnie helemaal achterover hellen. Dan zwiert hij haar dicht tegen zich aan, hun lippen op nog geen tien centimeter van elkaar verwijderd. Bonnie’s grote ogen kijken Koen intens aan.
“Wat nu”, vraagt hij stil, uit vrees om de betovering te doorbreken.
Bonnie lacht uitdagend: “Een latje.”
Dat antwoord haalt de spanning uit het moment, tot grote blijdschap van Bonnie die even helemaal niet meer weet wat gedaan met de situatie. Koen knikt en keert zich weg van haar, in zijn binnenzak grabbelend naar een pakketje. Snel ligt er een kanjer van een lijn klaar.
“Zo veel goesting?”, vraagt Bonnie.
“Ge zou eens moeten weten in wat ik allemaal goesting heb, meid”, gromt Koen.
“Neem maar wat ge nodig hebt, ik neem de rest wel”, voegt hij eraan toe.
Dat is duidelijk niet wat Bonnie wilde horen, want in één ruk haalt ze de lijn volledig naar binnen.
“Zo veel goesting?”
Met een verdoofde mond lacht Bonnie hem toe: “Ik leg er nog wel één voor u.”
Dat haar handen trillen terwijl ze een nieuwe lijn legt van hetzelfde kaliber, verraadt haar opgefokte toestand.
“Anders moet gij een fleske kraken. Als ik mijn moeder goed kan inschatten, staat er meer dan één in de frigo.”
Terwijl Koen de frigo in duikt, tracht Bonnie haar hartslag wat naar beneden te halen door een paar keer flink in- en uit te ademen.
“Bingo”, klinkt het wanneer Koen met zijn buit terug de woonkamer in komt.
Met één hand slaagt hij erin in een wip de fles te ontkurken.
“Op je laatste week als ongetrouwde vrouw.”
Bonnie schudt haar hoofd. Die geeft de strijd duidelijk nog niet op. Na een flinke slok steekt Koen de fles in Bonnie’s handen en haalt hij de lijn half naar binnen.
“Is dat nog voor u, of moet ik die helemaal naar binnen jagen”, vraagt hij uitdagend.
Bonnie neemt het briefje over.
“Voor mij natuurlijk”, mompelt ze voor ze ook die lijn nog naar binnen snuift.
“Aan uw kop te zien, hebt ge precies al genoeg gesnoven vanavond”, klinkt het ietwat bezorgd terwijl Koen Bonnie speels in haar zij port. Als antwoord neemt Bonnie hem stevig beet.
“Wat is genoeg”, lacht ze hem lispelend toe.
Koen zucht terwijl hij een lok haar uit haar gezicht achter haar oor steekt.
“Dat moet gij beslissen op een avond als die van vandaag”, klinkt hij uitdagend.
Met zijn wijsvinger strijkt hij over haar nek naar haar sleutelbeen. Langzaam vindt de vinger de zoom van haar shirtje tot tussen haar borsten. Zijn volle hand knijpt opeens stevig in haar borst. Mede door de coke en de champagne ontvlamt Bonnie in een oogwenk en is ze niet meer te stoppen. Ze verdwalen in een intense kus. Een kus die al veel eerder had moeten plaatsvinden. Een kus vol verlangen naar meer.

’s Anderendaags is alles anders. Met een hoofd als een baksteen tracht Bonnie de voorbije 24 uur te reconstrueren. Als ze een kreun achter zich hoort en een arm over haar zij voelt, daagt er haar al het één en ander. Langzaam draait ze zich om en wordt ze getrakteerd op een smile van jewelste.
“Goeiemorgen, meid.”
Bonnie schudt haar hoofd en slaat haar handen voor haar gezicht.
“What the fuck”, klinkt er schor en hees uit haar mond.
Koens lippen pruilen: “Sorry, Bonnie.”
Bonnie schudt haar hoofd: “Ik moet sorry zeggen, Koen.”
De wijsvinger van Koen gaat heen en weer.
“Ge hebt me net de nacht van mijn leven gegeven. Gij hoeft geen sorry te zeggen. Ik had gewoon nooit misbruik van u mogen maken”, zegt hij met een bevredigde grijns.
Hoofdschuddend draait Bonnie zich opnieuw op haar rug. Wanneer haar iPhone van zich laat horen, springt ze snel uit bed op zoek naar het onding. Tussen de flessen champagne vindt ze het toestel.
“Hallo?”
“Bonnie, mama hier. Charlie staat hier beneden. Ik probeer ‘m even aan het lijntje te houden, maar lang gaat dat niet lukken.”
Bonnie klikt de lijn snel uit.
“Charlie is hier.”
De drie woorden ontsteken een snelle reactie bij Koen, die in allerijl in zijn kleren van gisterenavond springt. Er komt nog een sms binnen.
“Stuur Koen naar mijn appartement. Charlie’s on his way.”
Bonnie duwt Koen snel de deuropening in, wijzend naar de trap.
“Naar boven”, fluistert ze.
Als een geslagen hond doet Koen wat hem gevraagd wordt. Net op tijd hoort ze de deur boven open en toe gaan. Want daar staat Charlie al, zoals ze hem het liefst ziet: met een nonchalante bos haar met daarin zijn Rayban, een bedrukt T-shirt en een versleten jeans. Hij grijpt haar beet en vindt meteen de weg naar haar kruis, dat helemaal vrij is doordat ze enkel een een t-shirtje heeft kunnen aantrekken.

“Sta je me al op te wachten?”, lacht hij terwijl hij in haar nek kust.
Bonnie knikt: “Ik dacht wel dat ik iets had gehoord.”
Charlie snuift haar geur op in haar nek.
“Je stinkt uren in de wind, meid. Heb je tot nu geslapen?”
Zich uitrekkend knikt Bonnie.
“Hoe laat is het misschien?”
Een blik op zijn horloge bevestigt haar vermoeden: vijf uur ’s avonds. Ze heeft de dag voorbij geslapen. Kan ook niet anders als je tot 9 uur ’s ochtends als konijnen ligt te neuken en als een stofzuiger coke ligt te snuiven. Charlie fluit ‘goedkeurend’ als hij de staat van de studio aanschouwt.
“Goed gefeest, gisteren?”
Bonnie knikt met slaperige ogen, de weg naar de badkamer inzettend.
“Je mag alvast beginnen opruimen.”
Charlie rolt met zijn ogen en streelt uitdagend zijn ringbaardje.
“Wat denk je nu zelf? Dat ik de rommel achter jouw gat ga opkuisen? Het enige wat ik eventueel nog wil kuisen is jouw gat”, lacht hij.

Zo gezegd, zo gedaan: ze belanden in het bad van de studio, waar ze een paar uur geleden nog met Koen lag. Als ze na een deugddoende beurt terug de leefruimte in komt, vist ze haar gsm van tafel en ziet ze dat ze een sms van Koen heeft gekregen: “Ik ga dood zonder jou.”
Snel wist ze het bericht voor Charlie met een natte bos haar en slechts gehuld in een piepkleine handdoek rond zijn middel binnen komt. Bonnie’s mond valt open.
“Nu zie ik het pas!”
Als een wilde wijst ze naar zijn linkerborst, waar ter hoogte van zijn hart haar naam prijkt, net onder het mysterieuze litteken. Met open mond kijkt ze hem aan.
“Wanneer heb je dat gedaan? Gisteren?”
Hij knikt en wrijft door zijn haar.
“Eerlijk gezegd was het bij mij ook een stevig feestje.”

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 13

De familiaire sfeer in de studio werkt aanstekelijk. Ondanks het inmiddels al een maand of twee geleden is dat Bonnie de studio achter zich heeft gelaten en bij Charlie is ingetrokken, is er veel veranderd. Maar vanavond voelt het net als toen. Ietwat verneveld door een peperdure fles champagne die Koen bij zijn aankomst uit zijn mouw heeft geschud, lacht Bonnie haar vriend met enige nostalgie in haar ogen toe. Wat een half jaar geleden nog een schoolkameraad was, is geëvolueerd van roommate naar zakenpartner. Een evolutie die Bonnie niet helemaal toejuicht.
“Het was toch allemaal veel simpeler toen we nog aan het studeren waren”, zegt ze wat beteuterd.
Koen schudt zijn hoofd en zet voor hij antwoordt zijn glas champagne aan zijn lippen.
“Dan zouden er nu frietjes en bier op tafel staan, in plaats van bubbels en kreeft.”
Dat moet inderdaad gezegd. De kreeft die Bonnie besteld heeft bij de traiteur om de hoek is verrukkelijk. Het enige wat ze nog zelf moest doen is deze gewoon even in de oven laten gratineren. 
“Er is niets mis met bier en frietjes”, zegt ze na een tijdje.
Koen voelt dat er wat scheelt en spreekt Bonnie hierop aan.
“Bonnie, heeft uw neerslachtige gedrag iets te maken met die blauwe kaak van u?”
Bonnie rolt met haar ogen, maar besluit deze opmerking te negeren. In plaats daarvan sabbelt ze rustig verder op de laatste stukjes kreeft die in haar bord resteren.
“Gaat ge mij nog vertellen hoe ge die hebt opgelopen?”
Bonnie haalt met volle mond haar schouders op. Pas wanneer ze alles heeft doorgeslikt, antwoordt ze ontwijkend.
“Als ik u vertel dat ik tegen de deur ben gelopen, gade me dan geloven?”
Koen zucht.
“Ik geloof alles wat gij mij vertelt, Bonnie. Omdat ik ervan overtuigd ben dat ge altijd eerlijk zijt. Dus ja. Moest ge me vertellen dat ge tegen de deur zijt gelopen, zou ik dat geloven.”
“Wel, dan ben ik tegen de schuifdeur gelopen in Charlie’s loft. De deur naar het terras stond half open en met een slaperige kop ben ik vol tegen het glas geknald.”
Iets in Bonnie doet vermoeden dat Koen niets slikt van haar leugen, maar daar laat hij niets van merken. Net zoals haar moeder daarnet op de trap naar de studio. Die schrok ook nogal, toen ze Bonnie’s wang te zien kreeg waarna meteen een kruisverhoor volgde. Ook bij haar trok Bonnie de schuifdeurkaart, maar ook bij haar twijfelt Bonnie of haar verhaal steek hield. Maar ja, wat moet ze anders? Zeggen dat Charlie haar ‘per ongeluk’ een rechtse verkocht heeft? Geen kat die dat gelooft…
“Whatever, meid. Als je het zelf maar gelooft. Kom, we gaan naar m’n club”, besluit hij. 

“Dat moesten we al eerder doen”, roept Koen in Bonnie’s oor terwijl één van zijn topdanseressen onder groot applaus van de aanwezigen haar act afwerkt in Bada Bing. De dame in kwestie, met de obligate kinky artiestennaam Candice, heeft alle troeven om het in deze wereld ver te schoppen. Een paar borsten waar Bonnie met haar bescheiden C-cup een punt aan kan zuigen, een stevig achterwerk en op de koop toe is ook haar snoetje niet mis. Met haar wijsvinger wenkt Bonnie de vrouw en stopt een briefje van vijftig tussen haar borsten.
“Geef je baas maar even de lapdance van zijn leven”, zegt ze luid genoeg dat ook Koen het gehoord heeft. Die reageert ontwijkend.
“Bonnie, gij hoeft ze geen geld te geven. Komaan!”
Bonnie haalt haar schouders op: “Remember de champagne en kreeft? Yolo!”
Een vreemde frons ontwikkelt zich op het voorhoofd van Koen ter hoogte van zijn wenkbrauwen.
“You only live once”, verklaart Bonnie zich nader.
Het startsein voor een knaller van een lapdance, waar de hele Bada Bing jaloers van wordt. Koen geniet zienderogen van de lichamelijke aandacht van Candice, maar ook Bonnie geniet ervan om hem zo uitbundig te zien lachen. Het is lang geleden, misschien zelfs sinds zijn ongeval, dat hij er zo gelukkig heeft uitgezien. De dame sluit haar nummertje af met een intense tongzoen. Een afsluitertje die ze duidelijk niet voor iedereen voorziet. Wanneer ze wegtrippelt op haar torenhoge hakken, spreekt Bonnie Koen hierover aan.
“Die ziet u wel heel graag, of heb ik dat mis?”
De geheimzinnige knipoog van Koen spreekt boekdelen.
“Och Bonnie, ik leef hier echt in de zevende hemel. Ik ben echt blij dat ik mijn nieuwe leefwereld eindelijk eens met u kan delen. Kom, efkes naar mijn bureau.”
Hij haalt de fles champagne uit de ijsemmer en geeft die aan Bonnie. Dan neemt hij haar hand beet en neemt hij haar mee achter de bar zijn bureau in, die hij achter zich op slot doet. Hij neemt plaats in zijn grootse bureaustoel en rommelt wat in zijn schuiven. Ondertussen nestelt Bonnie zich in de knusse zetel in de hoek van de kamer en neemt ze een paar stevige teugen champagne.
“Kent ge dit nog?”
Koen houdt een nietszeggend wit papier boven zijn hoofd, maar Bonnie reageert ontkennend.
“Alé, Bonnie!”
Koen zet zich recht en komt naast haar zitten. Wanneer ze het papier in handen krijgt, weet ze weer wat het is. Een jaar geleden hebben ze op een zatte avond een contract opgesteld. Daarin staat dat ze, voor ze afgestudeerd waren, de afspraak maakten om tenminste één keer met elkaar naar bed te gaan.
“Koen, ik wist zelfs niet dat ge dat blad hebt bijgehouden!”
Speels duwt ze hem wat weg.
“Wat denkt ge nu? De mooiste vrouw op aarde tekent een contract dat ze met mij in bed gaat duiken en ik zou dat contract moeten verliezen? Goed zot, gij!”
Op zijn beurt duwt Koen Bonnie speels wat tegen haar zij.
“Gaat ge ooit ophouden met uw versiertrucs?”
Koen haalt zijn schouders op: “Hoe zou ik dat kunnen? Gij zijt en blijft de vrouw van mijn leven.”
Nonchalant zet Koen zich recht en neemt opnieuw plaats aan zijn bureau. Terwijl hij opnieuw wat in zijn schuif rommelt, tracht Bonnie te bekomen van zijn uitspraak. Hoe kan ze hier koud tegenover blijven? Hoe kan ze blijven doen alsof er geen seksuele spanning tussen hen hangt? Dat is als de gigantisch roze olifant in de kamer negeren.

Just impossible.
Only if you believe it is.

“Wa coke?”, vraagt Koen nonchalant terwijl hij de laatste hand legt aan een koppel lijntjes.
“Waarom niet?”, antwoordt Bonnie. Ze neemt het opgerolde briefje van vijftig en snuift in één vloeiende beweging de grootste naar binnen.
“Die was van mij, Bonnie. Gulzigaard!”, lacht Koen terwijl hij het briefje terug overneemt en de kleinere lijn in één ruk naar binnen snuift.
Meteen overmant Bonnie het gelukzalige gevoel dat het witte poeder met zich meebrengt. Ze springt Koen in de armen, of beter gezegd arm, die heel wat moeite heeft om zich staande te houden door deze plotse actie. Geen wonder dat ze beide dan ook al snel in de zetel vallen, nog steeds in mekaar verstrengeld. Koen steekt een denkbeeldige lok haar achter Bonnie’s oren.
“Ach Bonnie, ge moogt niet weten hoe veel goesting ik heb om u nu gewoon te bespringen.”
Bonnie rolt met haar ogen en zucht.
“Sorry meid, het is echt sterker dan mezelf. Ik probeer het van me af te zetten. En als ik u niet zie, lukt dat wonderwel. Met de bar en de meiden enzo, is dat niet moeilijk. Maar dan zie ik u en ben ik weer helemaal verloren.”

Zijn pruillip doet haar breken. Ze streelt hem zacht op zijn wang.
“Koentje, ik zie u graag, maar niet op die manier. Misschien dat we in een andere dimensie wel iets met elkaar waren begonnen. Want ik wéét dat we bij elkaar passen. Dat weten we allebei. Maar in deze dimensie is er geen plaats voor ons als koppel. Wel als beste vrienden. Dat is soms toch beter, ni?”
Een diepe zucht van Koen volgt voor hij zich van haar losrukt en een nieuwe lading poeder door zijn neus jaagt. Bonnie volgt zijn voorbeeld.
“Ik blijf er niet bij kunnen dat ge met die Charlie gaat trouwen, Bonnie.”
Terwijl Bonnie haar neus ophaalt en de krop coke haar keel bereikt, denkt ze na over haar woorden.
“Zo ver zijn we nog niet, Koen”, lacht ze uitdagend.
Ze duwt haar kruis tegen het zijne, waarop hij meteen heftig reageert. Zijn hand komt terecht op haar strakke kont.
“Bonnie, daag me niet zo uit”, klinkt het jammerend.
Terwijl ze hem speels in zijn nek kust, klopt er iemand aan de deur. Snel neemt Bonnie afstand en zet zich opnieuw in de zetel terwijl Koen naar de deur stapt en ze opent. In de deuropening verschijnt een stripteuse die Bonnie nog niet eerder was opgevallen. 
“Meneer Koen, er is iemand die je wil spreken”, klinkt het. 
“Ziede nu ni dat ik bezig ben, godverdomme!”
Bonnie schrikt van zijn heftige reactie. Ook de meid schrikt heftig, maar houdt voet bij stuk.
“Dat heb ik ook gezegd, meneer Koen. Maar die vent weigert weg te gaan voor hij je gesproken heeft.” Bijna stotterend van schrik komen deze woorden eruit. Blijkbaar heeft Koen een stevige reputatie als baas opgebouwd.
“Wie is dat trouwens, die vent?”
De dame haalt haar schouders op: “Ik heb hem hier nog nooit gezien. Maar hij is hier binnen gekomen met een andere vent en is meteen met geld beginnen gooien. De vrouwen zijn er al helemaal gek op. En terecht. Ze zijn allebei echt superknap.”
Koen haalt zijn schouders op: “En waarom moet hij me spreken?”
Onwetend schudt het meisje, dat amper meerderjarig moet zijn, haar hoofd: “Hij wilde graag de patron spreken van deze, en ik citeer, uitmuntende stripbar.”
Koen rolt met zijn ogen en stapt de kamer uit, maar niet voor hij zich even Bonnie’s richting uit gedraaid is: “Bonnie, stay put. Ik ben binnen vijf minuutjes terug. And hold that thought”, knipoogt hij.
Nu Bonnie alleen achter blijft in Koens bureau maakt ze van de situatie gebruik om nog een lijntje voor te bereiden en op te snuiven. Verneveld door de coke kantelt ze de bureaustoel naar achteren en geniet van de verse roes tot plotseling de deur van het bureau openzwaait. Een nog meer opgewonden Koen dan daarnet stormt binnen met in zijn kielzog, tot Bonnie’s grote verbazing, een al even opgejaagde Charlie. Door de plotse blik op haar verloofde, wordt Bonnie’s hartslag – mede door de drie lijnen op nog geen half uur tijd – pijlsnel de hoogte in gestuurd.
“Charlie, wat doe jij hier?”
Haar stem klinkt scherper dan ze had verwacht. Haar man in spe grijnst.
“Prospectie. Ben en ik zijn hier om de concurrentie te verkennen.”
Bij het horen van Ben zijn naam, krijgt Bonnie een knoop in zijn maag. Er zijn te veel mannen met wie ze wat gehad heeft en die iets met haar willen, zoveel is duidelijk.
“De vraag is: wat doe jij hier?”, klinkt het droog uit Charlie’s mond.
“Charlie, ik heb je toch gezegd dat ik nog eens met Koen had afgesproken? Dat we hier belanden, is geen wonder. Maar ik kan het geen toeval vinden dat je van alle avonden dat je aan het werk bent, exact deze avond moet kiezen om exact deze bar te prospecteren.”
Opnieuw die grijns bij Charlie.
“Toeval bestaat inderdaad niet. Het is hier blijkbaar wel gezellig”, zegt hij droogjes doelend op het dienblad coke op het bureau voor Bonnie’s neus.
“Het is heel gezellig”, snauwt Bonnie hem toe. “En nu ophoepelen.”
Fars wijst ze naar de deur, waar Koen wat ongemakkelijk staat te wezen. Onderdanig doet Charlie wat van hem verwacht wordt. In het buitengaan schudt hij Koen zelfs de hand. Koen houdt deze wat langer dan nodig vast en bekijkt aandachtig zijn knokkels.
“Wat is er met je hand gebeurd, Charlie? Was de kaak van Bonnie te hard om te kraken?”
Enkel een grijns schenkt Charlie het duo nog voor hij naar buiten stapt.

Even van haar melk blijft Bonnie opnieuw achter in de kamer, aangezien Koen de zaal in gestapt is om zich ervan te vergewissen dat Charlie wel degelijk de bar heeft verlaten. Als Koen met een nieuwe fles champagne en een grote smile terug binnenkomt, is ze blij dat het feest nog niet gedaan is.
“Die vent van u heeft toch een bovennatuurlijk telepathisch vermogen als het over zijn vrouwtje gaat. Jezus!”
Bonnie haalt gejaagd haar neus op.
“Het is een eikel, als ‘m zich zo gedraagt”, klinkt het. 
“Bonnie, even serieus”, probeert Koen terwijl Bonnie hem met grote ogen aanstaart.
“Ik geloofde uw verhaal over de schuifdeur écht. Tot ik just Charlie zijn knokkels heb gezien. Zegt mij dat dat geen toeval is, Bonnie?”
Ze zucht, niet goed wetende hoe de situatie te verklaren. Koen zet zich voor haar op zijn knieën en neemt haar hand vast.
“Bonnie, als hij u slaagt, ik zweer het u, ik ga nog liever dood dan de andere kant op te zien. Ik vermoord hem, als ‘t moet.”
Hij ziet er een kwetsbare panda uit, met de donkere kringen rond zijn trieste ogen, knarsetandend op een onzichtbaar stuk bamboe.
“Mijn blauwe kaak en zijn kapotte knokkels hebben niets met elkaar te maken. Ik zweer het u. Ge hoeft hem niet kapot te maken”, lacht ze terwijl ze nog een stel lijnen voorbereid.
“Toch is er iets. Ik heb u nog nooit zo veel lijnen op korte tijd zien snuiven”, klinkt het resoluut bij Koen.

Bonnie schrikt zich een bult als ze in één ruk wakker wordt omdat haar naam luid geroepen wordt. Even is ze gedesoriënteerd. Maar na een snelle blik om zich heen, herinnert ze zich weer dat ze te voet van de Bada Bing naar den Bar is gestapt omdat ze te verneveld was om nog te rijden. Als een roosje heeft ze geslapen, in haar oude bed.
“Bonnie!”
Opnieuw die schreeuw. Het is haar moeder.
“Jaaa?”
Opeens staat Anita in de deuropening, met een bezorgde uitdrukking.
“Weet gij wel hoe laat het is?”
Bonnie schudt nog steeds slaperig haar hoofd.
“Het is godverdomme twee uur in de namiddag. Ge moest al lang aan het werk zijn!”
Met een diepe geeuw maakt Bonnie duidelijk dat ze nog even tijd nodig heeft om wakker te worden. Haar moeder komt naast haar op de hoek van haar bed zitten.
“Bonnie, moet ik mij zorgen maken?”
Een slaperige kop kijkt haar moeder dwaas aan.
“Gisteren komde hier toe met een knaller van een blauwe kaak, dan hebde een date met Koen en blijf je in de studio slapen. Is er iets wat ik moet weten?”
De ogen van Bonnie rollen alle kanten uit.“Mama. Stop met zagen. Ge moet niet ongerust zijn, er is niets aan de hand. Die kaak heb ik u gisteren al uitgelegd en ik had geen date met Koen, gewoon een gezellige avond. En dat ik hier ben komen slapen, heeft alles te maken met mijn overmatig alcoholgebruik van gisterennacht. Als ge ’t echt wil weten. Nu content?”
Even lijkt Anita haar woorden in overweging te nemen, maar aan haar blik te zien, geeft ze zich niet zomaar over. Ze legt haar hand op die van haar dochter.
“Bonnie, moest hij het gedaan hebben, zout ge ‘t me dat dan zeggen?”
Nog één die twijfels heeft over de losse handjes van Charlie.
“Godverdomme, mama, wat denkte gij wel?”
Anita slaakt een diepe zucht.
“Bonnie, als gij hier gisteren met een blauwe kaak toekomt en daarna hier blijft slapen, hoef ik gewoon maar één en één op te tellen. Dat is écht niet zo moeilijk. Dat gij hier met uw dwaas verhaal over een schuifdeur aan komt draven, maakt het voor mij alleen maar meer verdacht. Wie loopt er nu in godsnaam tegen een deur?”
Bonnie twijfelt voor ze antwoordt: “Eender wat ik nu zeg, verandert uw mening over Charlie niet, of wel?”
Anita rolt met haar ogen, het is duidelijk vanwaar Bonnie deze gewoonte heeft.
“Het is niet dat hij nog nooit een vrouw geslagen heeft, Bonnie. Ge weet echt niet met wie ge in zee gaat.”
Verward kijkt Bonnie haar moeder aan.
“Wat wilde hiermee nu bereiken?”
Anita zucht.
“Dat ge af ziet van uw verloving met Charlie. Bonnie, ik zweer het u, die man is een wolf in schaapskleren. Waarom probeerde niets met Koen? Dat begrijp ik niet. Knappe jongen, van uwe leeftijd, intelligent, grappig, charmant en bovendien… doet hij geen vlieg kwaad. Wat niet van Charlie gezegd kan worden.”
De woorden van Anita dringen maar traag door tot Bonnie. De coke en champagne van gisterennacht zitten daar ongetwijfeld voor iets tussen. Terwijl Bonnie twijfelt over wat ze kan antwoorden, laat haar gsm van zich horen. Opnieuw Charlie. Die vent ruikt het gewoon als er over hem gesproken wordt.
“Lang geleden, zo’n avontuurtje. C.”
Een glimlach verschijnt op Bonnie’s gezicht, tot grote ergernis van Anita.
“Hij heeft u gewoon volledig in uw macht en ge loopt gewoon met open ogen in zijn val. Zeg me niet dat ik u niet gewaarschuwd heb. Binnen tien minuten aan uwen bureau, Bonnie”, klinkt het nog droog voor Anita de studio verlaat.
“Ik dacht al dat de avontuurtjes verleden tijd waren. Bx”, antwoordt Bonnie terwijl ze zich in allerijl klaarstoomt voor wat er nog van haar werkdag resteert.
“I’m just getting started”, stuurt hij snel terug.

Terwijl ze de trappen afstormt, komt er een nieuw smsje binnen: “Binnen twee uur op dit adres”, gevolgd door een adres, vermoedelijk een kwartiertje rijden van den Bar. Dat wordt moeilijk, maar niet onmogelijk, verzekert Bonnie zich voor ze plaats neemt achter haar bureau en overgaat tot de orde van de dag. Lang duurt het echter niet tot ze gestoord wordt door een opgejaagde Desirée die het bureau binnenstormt.
“Wete nu wat?”
Ze klinkt buiten adem, alsof ze net de 100 meter heeft gelopen. Bonnie schudt afwezig haar hoofd, terwijl ze zich tracht te concentreren op haar computerscherm.
“Johnny heeft een accident gehad. Charlie zijnen Johnny”, klinkt het.
Bonnie schrikt op van deze woorden en kijkt Desirée aan.
“Hij heeft zich gisterennacht doodgereden op de A12. Hij is gewoon los door een rood licht gereden en dan gegrepen door een vrachtwagen.”
De woorden komen maar traag binnen bij Bonnie. Johnny, dood? Wat gaat Charlie daarvan vinden? 

Bonnie parkeert haar wagen recht voor de deur van het adres waar Charlie haar naartoe gestuurd heeft. Op de plek staat een pracht van een villa met een riante tuin en oprijlaan, die Bonnie doelbewust niet genomen heeft. Op haar hoge hakken trippelt ze naar de moderne villa waarvan de voorkant uitsluitend uit ramen lijkt te bestaan. Aangezien de voordeur op een kier staat, duwt Bonnie ze wat verder open en stapt ze de gigantische hal binnen die helemaal verlicht is door honderden kaarsen. Op de grond vindt ze een pad van witte rozenblaadjes die haar de trap op leiden.. Van de trap tot de tapijten, tot de raamlijsten, de muren en de decoratie: alles is wit. De rozenblaadjes leiden Bonnie een slaapkamer in, eveneens volledig voorzien van kraakwitte meubels en muren. Het pad van rozen leidt Bonnie naar een grootse raampartij die de toegang blijkt tot een gigantisch terras. Aan het eind van het terras zoekt Bonnie houvast bij de balustrade. Ze schrikt op als ze een gitaar hoort die de eerste noten inzet van hun lievelingsnummer. Het geluid blijkt vanonder haar te komen. Wanneer ze Charlie met een akoestische gitaar aan het werk ziet, smelt haar hart voor de zoveelste keer. Wanneer hij de tedere woorden van hun lievelingsnummer met zijn meest kwetsbare stem inzet, verliest ze alle realiteitszin en bestaat er nog enkel dit moment. Dit lied. Hij en zij.

Wanneer zijn serenade is afgelopen, stapt hij zonder wat te zeggen het huis binnen. Met een krop in haar keel loopt Bonnie hem tegemoet. Hoe kan ze in godsnaam niet van deze vent houden? Beide met een brede glimlach op hun gezicht, vliegen ze elkaar in de armen.
“Wat vind je van je cadeau”, vraagt Charlie nog steeds met een krakende stem.
Met verliefde ogen kijkt Bonnie haar verloofde aan: “ik wist niet dat je gitaar kon spelen.”
Charlie schudt zijn hoofd.
“Niet mijn versiertruc van daarnet”, lacht hij.
De vragende ogen van Bonnie verlangen naar duidelijkheid.
“Het huis. Wat vind je van het huis?”, verduidelijkt Charlie zich.
De rechterwenkbrauw van Bonnie gaat de hoogte in.
“Zeg me niet dat dit huis van jou is”, fluistert ze in zijn oor.
“Het huis is niet van mij”, klinkt het resoluut.
“Het is van jou”, voegt hij er met een brede glimlach aan toe.
Bonnie antwoordt Charlie met dezelfde gezichtsuitdrukking.
“This is impossible”, grijnst ze.
“Only if you believe it is”, knipoogt Charlie terug.

Bekomen van de eerste roes, belandt Bonnie met één klap terug in de realiteit wanneer ze terug denkt aan wat Desirée daarnet gelanceerd heeft over Johnny.
“Hoe reageert Ben op het ongeval”, vraagt ze voorzichtig aan Charlie.
De man schrikt zichtbaar van haar directe vraag.
“Hoe weet jij dat al?”
De krak in zijn stem heeft plaatsgemaakt voor iets dreigender.
“Desirée kwam daarnet het bureau binnen en vertelde dat Johnny is omgekomen in een auto-ongeval.”
Charlie zucht diep en wendt zijn blik van haar af. Maar Bonnie grijpt zijn kin vast en kijkt hem diep in zijn helderblauwe ogen.
“Zeg me dat je hier niets mee te maken hebt”, vraagt ze met trillende stem.
Buiten zijn ogen die wat waterig lijken te worden, is er bij Charlie geen spoor van emotie. Voor hij begint te spreken, slikt hij moeizaam.
“Ik kan niet liegen tegen u, Bonnie.”
Bonnie brengt haar hoofd nog dichter tegen het zijne en herhaalt haar vraag: “Zeg me dan dat je hier niets mee te maken hebt.”
Charlie schudt zijn hoofd.
“Dat kan ik niet.”

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 12

Namen tollen door Bonnies hoofd. De champagne, die deze avond al rijkelijk gevloeid is, bevordert haar kortetermijngeheugen allerminst. Reden om overweldigd te zijn heeft ze wel, want als een kind is ze in het badwater gegooid. In Charlie’s bad, welteverstaan. De test die Charlie in gedachten had, blijkt het verjaardagsfeest van één van de vaste waarden bij De Raedtsmannen: Johnny. De vijftigjarige vent is wat je kan omschrijven als een ‘echte’: maatpak, snor, brillantine in het haar, een stevige buik en gelakte schoentjes incluus. De manchetknopen aan zijn hemd zijn zelfs in de vorm van revolvers. Zoals het een echte man betaamt, heeft hij goed zijn best gedaan om zijn stamboom aan te vullen. Met drie zonen en één dochter, allen tussen de 13 en 33 jaar oud, is zijn nageslacht verzekerd. De oudste van de zonen is niemand minder dan de bevallige Ben, waarmee Bonnie een tijdje geleden al nader kennis heeft gemaakt. Na hem volgen zijn twee broers Robby en Billy, respectievelijk 25 en 17 jaar oud en net als Ben, die blijkbaar voluit Benny blijkt te heten, jonge adonissen. De 13-jarige Indy, het nakomertje en tevens enige meisje van het gezelschap, heeft duidelijk de favorietenrol op zich genomen. Dat de vier kinderen gezegend zijn met een knappe kop heeft niet meteen met de looks van Johnny te maken, maar eerder met de bevallige Marina, zijn vrouw. Hoewel Bonnie niet precies weet hoe oud ze is, schat ze ze toch minstens even oud in als haar wederhelft, maar enkel omdat ze al een kind heeft van 33. Want eerlijk gezegd ziet Marina eruit alsof ze gevrijwaard bleef van het ouderdomsproces. Haar lichaam ziet er allerminst uit alsof ze vier kinderen gebaard heeft. En op haar van een mooie teint voorziene gelaat is amper een rimpel te bespeuren. Haar lange zwarte haar is tot in de precisie opgestoken en haar ogen en lippen zijn perfect opgemaakt. Een goede gastvrouw is ze alleszins, want sinds Bonnie een half uur geleden is binnengestapt, heeft haar glas nog geen seconde naar bubbels gesnakt en heeft ze al een stuk of vijf hapjes naar binnengewerkt, de kamer en de mensen erin stil observerend. Naast de familie van het feestvarken zijn ook de andere Raedtsmannen aanwezig. Toen Charlie en Bonnie binnenkwamen, heeft hij ze één voor één aan haar voorgesteld. En één voor één waren ze de vriendelijkheid zelve, al kan Bonnie zich niet van het idee ontdoen dat niet iedereen even opgezet is met haar aanwezigheid.

“Op zo’n gelegenheden lijken we een echte maffiafamilie”, lacht Billy, die zonder dat het Bonnie was opgevallen naast haar aan tafel is komen zitten. 
“Elke familie heeft wat maffia in zich”, lacht ze mysterieus waarna een ondeugend knikje van Billy als antwoord volgt.
“Ik zou het betwijfelen dat het er bij elke familie op feestjes op deze manier aan toe gaat. Ik waarschuw je, de avond is nog jong”, klinkt het wat pocherig bij Billy.
“Jij ook”, daagt Bonnie hem wat uit.
Door deze uitspraak trakteert Billy haar op een stevig paar kuiltjes in zijn wangen. Met een vriendschappelijke por met zijn elleboog in haar zij antwoordt hij.
“Ik ben niet alleen. Of wel?”
Mysterieus schudt Bonnie haar hoofd, maar antwoorden doet ze niet.
“Mag ik eens raden?”, klinkt het bij Billy.
“Heeft je vader je nog niet geleerd dat je nooit naar de leeftijd van een dame vraagt?”
Grote ogen kijken haar aan. De man is duidelijk geen vrouw met een grote mond gewoon.
“Mijn vader heeft me geleerd dat je alles kan vragen wat je wilt. Je mag gewoon niet bang zijn voor het antwoord.”
Bonnie gooit haar wenkbrauw de lucht in. Van een antwoord gesproken.
“21”, geeft ze prijs.
Een goedkeurend knikje van Billy volgt. Alsof het een vrije kaart is voor een verleidingsmanoeuvre, schuift hij zijn stoel wat dichter naar haar toe.
“Wat doe je dan met zo’n ouwe vent als Charlie?”, vraagt hij wat stiller.
De vraag komt bij Bonnie wat onverwacht aan. Even lijkt ze niet goed te weten wat te antwoorden.
“Op liefde staat geen leeftijd”, klinkt het opeens achter haar.
De brede grijns van Charlie als hij bezitterig zijn hand op haar schouder legt, spreekt boekdelen. Billy, die duidelijk opgeschrikt is door de plotse aanwezigheid van de baas, schuift zijn stoel meteen wat meer op afstand, tot groot jolijt van Charlie.
“Ik wilde jullie onderonsje niet onderbreken”, lacht hij.
Billy schudt nederig zijn hoofd: “Geen probleem, Charlie. Ik moest toch net weg.”
Hij richt zich tot Bonnie voor hij het tweetal achterlaat: “Kom je morgen kijken?”
Fronsende wenkbrauwen kijken Billy aan. 
“Ok, ge weet van niks. No problemo.”
En weg is hij. Bonnie trekt haar wenkbrauwen vragend op. 
“Billy bokst morgen voor het eerst een wedstrijd. Wil je mee?” 
Bonnie knikt voorzichtig. 

“Eerlijk gezegd Charlie, begrijp ik ni waarom ge ni zoals iedereen uw vrouw hebt thuisgelaten. En al zeker omdat die van u dan nog eens bij de concurrentie werkt”, klinkt het bitsig bij Johnny die zijn arm over één of andere vrouw heeft hangen.
Deze opmerking bevestigt Bonnie’s vermoeden. In de auto op weg naar Delight had ze het er nog met Charlie over gehad. Dat het misschien niet gepast was dat ze samen met zijn mannen – Johnny, Ben, Danny en Yves – mee af zou zakken naar Delight. Maar Charlie was zeker van zijn stuk geweest, waardoor ze nu in een achterkamer van zijn gigolobar zijn beland, omhuld door een stevige sigarenwalm.
“Johnny, wat gij met uw vrouw doet, gaat me niet aan. En dat geldt ook omgekeerd. Als gij hier wilt komen vogelen met een ander, is dat uw zaak. Maar als ik tegen m’n verloofde zeg dat ik haar De Raedtsmannen ga leren kennen, geef ik haar meteen het hele pakket. Zonder leugens, zonder geheimen.”
Bonnie glundert wanneer ze deze woorden hoort. Terwijl ze een blik werpt op haar wat rood aangelopen verloofde, schenkt die haar een knipoog.
Johnny deinst niet terug: “Charlie, toen gij nog groen waart achter uw oren ging het al op deze manier. Feest met de familie en dan afzakken met de mannen. En nu, omdat ge de zogenaamde baas zijt, denkt ge te kunnen breken met die traditie zonder dat iemand er iets van durft te zeggen en uw nieuwste scharrel die bijna uw dochter zou kunnen zijn gewoon mee te nemen?”
Charlie schraapt zijn keel voor hij van wal steekt: “Johnny, let godverdomme op wat ge zegt.”
Deze woorden werken als een lap op een stier: Johnny springt recht en komt op Charlie af, die zich ondertussen ook al recht heeft gezet.
Beheerst gaat Charlie verder: “Al voor ik de aanvoerder was van de Raedtsmannen, golden er regels. Regels die gij nu volledig aan uw laars lapt. Regel één: respect voor de baas…”
Johnny tracht wat te zeggen, maar Charlie maant hem aan dat niet te doen.
“Eerlijk gezegd, Johnny, zijt ge al zwaar gebuisd op dat vlak. En regel twee: respect voor de baas zijn vrouw… Na vanavond, zijt ge op da vlak duidelijk ook gefaald.”
Johnny snuift en duwt uitdagend wat tegen Charlie’s brede borstkas.
“Echt waar vent, ge moet ni zo hoog van de toren blazen, meneer Charlie”, zegt Johnny sarcastisch. “De weg naar goed leiderschap is nog lang. Want eerlijk gezegd betwijfel ik het of Victor wel zo’n goede beslissing genomen heeft door u aan het roer te zetten. Maar ja, als kleinzoon van, hebt ge natuurlijk wel een streepke voor.”
Stilzwijgend en vol ongeloof volgt Bonnie het haantjesgedrag van de twee heren. Even lijkt Charlie zijn woorden goed te wegen voor hij van wal steekt.
“Johnny, opnieuw een overtreding van de regel? Ge weet toch wat daar tegenover staat?”
In één vloeiende beweging gaat Charlie’s hand in zijn blazer en haalt het een knoert van een revolver uit het holster onder zijn oksel. De loop van het geweer richt hij op het feestvarken, die duidelijk schrikt van het gebaar, maar stoïcijns tracht te blijven. Het is Ben die zich tussen het tweetal murwt en de loop van Charlie’s geweer naar beneden duwt.
“Charlie, rustig”, maant hij zijn baas aan terwijl hij zijn hand op de schouder van zijn vader legt.
“En gij, pa, gij komt mee met mij.”
Arm in arm druipt het duo af, een woest snuivende Charlie bij de rest van het gezelschap achterlatend.
“Wat denkt die fucker wel?”, richt hij zich op Danny en en Yves, die er wat ongemakkelijk bij zitten.
“Charlie”, neemt Danny het woord. “Ge weet toch goed dat hij ‘t nog altijd moeilijk heeft met het feit dat Victor u en niet hem als opvolger heeft aangeduid.”
Charlie schudt zijn hoofd: “Is dat een wijf ofzo? Moeilijk, godverdomme. Hij zou beter wat meer respect tonen of ik knal zijne kop eraf.”
Dat gezegd zijnde, steekt Charlie zijn revolver opnieuw in de holster aan zijn oksel, drinkt hij het glas whisky voor zijn neus in één teug leeg en zet zich recht.
“Ik ga even mijn neus poederen. Schatje, kom je mee?”
Bonnie durft niet anders dan knikken en volgt onderdanig haar verloofde tot in wat zijn werkruimte lijkt te zijn. Aan de imposante antieke bureau neemt hij plaats in een al even patserige bureaustoel.
“Sorry, prinses. Ik had niet verwacht dat je zo’n taferelen ging moeten aanschouwen.”
Uit zijn schuif haalt hij een schaal tevoorschijn met daarop een stevige berg poeder. Terwijl Bonnie plaats neemt op de hoek van het bureau, legt Charlie stilzwijgend twee stevige lijnen. Bonnie’s hart klopt in haar keel, niet goed wetende hoe om te gaan met deze situatie. Het is vreemd om hem helemaal opgefokt te zien, klaar om te snuiven. Want hoewel ze hem al onder invloed aan het werk heeft gezien, is het er nog niet van gekomen dat ze hem echt heeft zien snuiven, laat staan dat hij voor haar een lijn voorbereidt. Wanneer hij in één vloeiende beweging zijn portie naar binnen heeft gewerkt, kijkt hij haar aan met een strakke blik en steekt hij een opgerold briefje van vijftig in haar hand. In plaats van het bureau af te springen, kruipt Bonnie er helemaal op en snuift ze met haar kont naar het plafond haar lijn naar binnen. Een stevige mep op haar achterwerk krijgt ze ter goedkeuring.
“Dat is niet de eerste lijn die je naar binnen gooit”, lacht hij terwijl hij haar langs achteren vastgrijpt.
Uitdagend kijkt ze achter zich en schudt ze haar hoofd.

Wanneer het nu nog wat meer opgefokte duo opnieuw de achterkamer van Delight binnenkomt, blijken Johnny en Ben al terug. Alsof er geen vuiltje meer aan de lucht is begroeten de mannen elkaar opnieuw en klinken nogmaals op een bevredigende nacht.
“Poker”, klinkt het vragend uit Bens mond.
De rest van het gezelschap knikt gewillig. Ben loopt even de kamer uit en komt terug met een koffer vol pokerchips die hij geconcentreerd in zes hoopjes legt. Terwijl de stevige lijn coke van daarnet nog door Bonnie’s hoofd spookt, vraagt ze zich af waar ze nu in verzeild is geraakt. Niet dat ze nog nooit poker gespeeld heeft, integendeel. Toen ze nog studeerde, was er elke week wel ergens een pokerspel te versieren. Maar toen ging het over een buy-in van vijf euro en iets in Bonnie vermoedt dat de inzet vandaag wel eens veel hoger zou kunnen zijn. Wanneer de chips verdeeld en de kaarten gedeeld zijn, klapt Ben in zijn handen.
“Tornooi, honderd euro buy-in? De tweede krijgt zijn buy-in terug, de eerste de rest?”
Uitdagend kijkt hij de tafel rond, zijn blik houdt even halt op Bonnie, die goedkeurend knikt. Wat kan ze ook anders? Vanuit haar ooghoek ziet ze hoe Charlie een pak briefjes van vijftig uit de binnenzak van zijn blazer haalt en er vier uit neemt. Twee ervan steekt hij in haar decolleté voor hij haar kust in haar nek.
“Laat ze maar eens zien wat je waard bent, prinses”, fluistert hij.
Schalks knipoogt ze hem toe. En of ze dat gaat proberen. Vooral die Johnny wil ze wel eens een poepje laten ruiken.

Haar adem stokt wanneer ze haar eerste hand bekijkt: twee dames. Als het haar beurt is, legt ze meteen twintig euro in de pot; een actie die voor de nodige spanning aan tafel zorgt. Tot Bonnie’s blijdschap zijn het Johnny en Charlie die de flop willen zien en haar inzet callen. Het is een gouden flop voor Bonnie, met een derde dame op tafel. Daarboven ligt er nog een aas en een tien, alle drie van een andere soort.
“Twintig euro”, klinkt Bonnie vastberaden terwijl ze een stapeltje chips naar voren schuift.
Achter haar zet ook Charlie zonder twijfel dezelfde hoeveelheid chips in, maar Johnny ziet het niet zitten om gewoon te callen en zet vijftig euro in. 
“All-in”, reageert Bonnie droog.
Grote ogen van alle mannen aan tafel. En iedereen die nu naar Charlie kijkt.
“Fold”, zegt hij stil.
De blikken verschuiven zich naar Johnny, die duidelijk even van geen hout pijlen weet te maken.
“Wat is dit hier? We zijn één hand ver en mevrouw Charlie besluit all-in te gaan?”
Bonnie kan een lachje niet onderdrukken, tot grote irritatie van het feestvarken.
“Ik kan u hiermee toch niet weg laten komen? Ik call gewoon!”
In één wilde beweging, duwt hij al zijn chips het midden in. Met trillende handen haalt Bonnie haar dames boven.
“Godverdomme!”, schreeuwt Johnny het uit terwijl hij een aas en een koning op tafel gooit.
De turn en de river bieden Johnny geen soelaas waardoor hij meteen met lege handen achterblijft en een pronkende Bonnie als chipleader opzadelt.
“Never mess with the queen”, klinkt het dreigend uit Charlie’s mond, terwijl hij Bonnie onder de tafel in haar dijbeen knijpt.

Nog badend in een overwinningsroes gaan de volgende handjes aan Bonnie voorbij. Haar aandacht vestigt zich op Johnny, die al even strak staat als de lijnen coke die hij op een spiegel aan het leggen is. De eerste en tevens ook de langste haalt hij in één keer naar binnen. Dan geeft hij het dienblad door aan Charlie, die er dankbaar eentje opsnuift en zijn verloofde de plateau doorgeeft. Even onder de indruk van de situatie en de druk, heeft Bonnie het moeilijk haar trillende handen onder controle te houden, maar wanneer ze de coke haar neus voelt binnendringen, verdwijnt dat gevoel als sneeuw voor de zon. Terwijl ze haar tanden op elkaar voelt knarsen, ontdekt ze een nieuwe killerhand: de aas en koningin van de harten. Laat maar komen!

Bonnie’s brein tolt nog van de forse hoeveelheid narcotica de dag voordien, wanneer ze samen met Charlie de boksarena betreedt. 
“Hoe zit de verdeling?”, polst Charlie meteen bij Johnny, die zijn hoofd heen en weer kantelt. 
“Niet helemaal zoals we hadden ingeschat”, antwoordt hij. 
Charlie gromt waardoor Johnny zich genoodzaakt voelt uit te weiden. 
“Het lijkt alsof de meerderheid getipt werd over het potentieel van Billy. Oftewel ruiken ze talent van ver. Eender wat de reden ook moge zijn. We zitten op 4 tegen 1.”
“Godverdomme”, vloekt Charlie. “Daar had ik niet op gerekend.”
Johnny, die er strak in het pak bij loopt en voorzien is van genoeg blingbling om een rapvideo mee op te vrolijken, haalt zijn schouders op. 
“Niet veel aan te doen …”
Charlie doet hetzelfde met zijn wenkbrauwen. 
“Oh jawel, Billy moet verliezen vanavond.” 
Johnny gaat meteen in de aanval. 
“No way, Charlie!”, briest hij. 
“Die gast heeft keihard geknokt om vanavond voor het eerst hier in de ring te staan. Ge gaat hem echt geen eerlijke kans om te winnen ontnemen enkel en alleen omdat dat u ni uitkomt.”
Charlie’s ogen knijpen zich toe. Hij gaat dichter tegen Johnny staan. 
“Gaat ge nu weer tegen mijn woord ingaan, Johnny?”
Zijn stem klinkt dreigend, maar schrikt Johnny allerminst af. 
“Als meneer wil dat mijn zoon zijn eerste officiële bokskamp doelbewust verliest, dan moet meneer dat zelf maar gaan uitleggen.” 
Bonnie wordt wat zenuwachtig van de spanning die tussen de twee mannen hangt. 
“Billy mag in de ring staan vanavond, John. Ik heb hem die kans gegeven en hij heeft die met beide handen gegrepen. Maar of hij wint of verliest vanavond, bepaal ik. De spelregels zijn altijd en voor iedereen duidelijk geweest.”
Johnny duwt Charlie tegen de borst om wat afstand te creëren. 
“De spelregels … Alsof gij u daar altijd aan houdt? Als gij mijne zoon zijn eerste wedstrijd wil zien verliezen, kan ik daar volgens de ‘regels’ inderdaad weinig op inbrengen. Maar ik ben ervan overtuigd dat die nederlaag als een boomerang in uw gezicht kan belanden. En dan moet ge ni bij mij komen zagen.” 
Neerbuigend krijgt Johnny een schouderklopje voor Charlie hem de rug toekeert. Bonnie kan alleen maar volgen, de hal in, tot hij halt houdt bij kleedkamer 3. Hij klopt en wacht beleefd op antwoord. Als Charlie de deur opent, vinden ze een opgejaagde Billy die met ingetapete handen als een bezetene klappen uitdeelt aan een onzichtbare tegenstander. Terwijl Charlie resoluut op hem afstapt, blijft Bonnie wat twijfelen in de deuropening, tot Charlie gebaart die achter zich dicht te trekken. 
“Klaar voor vanavond?”, polst hij terwijl hij zijn blazer uit trekt en zijn mouwen opstroopt. Billy knikt zonder op te houden de lucht een pak rammel te verkopen. Tot Charlie voor hem komt staan in een verdedigende houding. Billy laat meteen zijn handen zakken. 
“Ge komt hier ni zomaar binnen om een bekke te sparren, Charlie. Kom maar meteen to the point.” 
Charlie knikt goedkeurend en geeft hem een zachte stoot op zijn ontblote borst. 
“Ge zijt ne slimme kerel, Billy. Dat is ook de reden waarom ìk hier sta en niet uw vader. Ik zal er niet te veel doekjes om winden. Ge moet verliezen vanavond.” 
Billy kan zijn ontgoocheling niet verbergen. 
“Meende da nu, Charlie?” 
Charlie neemt hem vast bij zijn schouders en kijkt hem strak aan. 
“Hoe ge het doet, is uw zaak. Ik heb u de kans gegeven hier vanavond te staan. Ik weet hoe hard ge hier naartoe hebt gewerkt. Ik weet ook hoe goed ge zijt en dat ge zou winnen, moest ik het toelaten. Maar dat kan ik ni. Ik weet dat het moeilijk is om te doen wat ik nu van u verwacht. Maar ik vraag u da ni zomaar. Heeft u pa het gezegd?” 
“Waar hebdet godverdomme over?”, vraagt Billy fars. 
“Rustig, Billy”, probeert Charlie de gemoederen te bedaren. “Da ge vier tegen één staat. Iedereen gelooft in u. En terécht. Ma ge moet begrijpen dat er vanavond heel wat op het spel staat. Een spel waar wij veel aan kunnen verdienen als we het goed spelen. Vanavond betekent dat voor u da ge moet verliezen. Ik ga u da ni elke keer vragen. Ge gaat zeker nekeer mogen winnen. Maar vanavond gaat ge verliezen. Eervol. Ge moogt tonen wat ge waart zijt. Nee, ge moet tonen wat ge waart zijt. Maar ge gaat neer. Afgesproken?” 
Charlie steekt zijn gebalde vuist uit. Tot Bonnie’s grote verbazing tikt Billy ertegen met zijn rechter en knikt. 

“In de linkerhoek vanavond, Marcus De Grote!”
Johnny’s stem die door de volgestouwde arena galmt, haalt Bonnie uit haar eigen wereldje. Ze is wat overweldigd door de hele toestand. De arena is pakken grootser dan ze zich had voorgesteld en zit bomvol enthousiaste toeschouwers. Onder luid gejuich en pompende beats betreedt een gespierde man, die zijn naam duidelijk niet ver heeft moeten zoeken, de met witte touwen omheinde boksring. 

Moet Billy daartegen vechten?

“In de rechterhoek vanavond, Billy The Kid!”, klinkt het mogelijk nog imposanter dan daarnet. Johnny, die letterlijk in de schijnwerpers staat in het midden van de ring, staat er duidelijk als een vis in het water. Zijn meestal wat overdreven extravagante look komt er perfect tot uiting. Onder de beroemde tonen van de intro van The Good, The Bad And The Ugly van Ennio Morricone komt Billy schaduwboksend vanuit een andere hoek de zaal binnen. 
“Ooit al een bokswedstrijd gezien?”, roept Charlie nogal luid in haar oor in een poging de muziek te overstemmen. Ze schudt haar hoofd. 
“Ook niet op tv?” 
Opnieuw schudt ze haar hoofd. 
“In films wel”, probeert ze te nuanceren. 
“Hoe harder de realiteit, hoe beter ze fictie overklast. Let maar op!”, zegt hij met pretoogjes net voor ‘Let’s get ready to rumble’ door de arena weerklinkt en een belsignaal de officiële start blijkt van de wedstrijd. Het startsein voor Billy om als een bezetene in de ring te huppelen en af te tasten wat zijn tegenstander waard is. 

Dit kan hij toch nooit lang volhouden?

“Hoe lang duurt dit eigenlijk, zo’n wedstrijd?” 
Charlie kijkt haar geamuseerd aan. 
“Twaalf keer drie minuten, met telkens een minuut pauze ertussen.” 
Bonnie knikt opgelucht: “Dat valt mee.” 
Hij lacht. 
“Dat is meer dan lang genoeg, je zult zien.” 
Een stevige rechtervuistslag van Billy tegen de slaap van zijn tegenstander haalt het tweetal uit hun gesprek. Even lijkt het alsof Marcus het noorden kwijt is, maar al snel herpakt hij zich en lijkt het alsof hij pas écht ontketend is. Hij drijft Billy in de touwen en probeert hem langs alle kanten te bestoken. Net zoals de rest van de aanwezige toeschouwers, veert Charlie recht. Omdat ze anders niets meer kan zien, gaat ook Bonnie rechtstaan. Ondanks dat Billy zich goed lijkt te verdedigen, krijgt hij toch enkele rake klappen voor hij zich uit zijn benarde situatie kan bevrijden door een flinke slag in de zij van ‘De Grote’. Bonnie werpt een blik op Marina die een rij achter hen zit en de wedstrijd nagelbijtend ondergaat. Haar ogen schreeuwen doodsangst uit. Begrijpelijk, als je de toeschouwer bent van een afranseling van je jongste zoon. Naast haar zit Ben, die Bonnie een knipoog toewerpt als hij merkt dat ze naar hem kijkt. Dat werkt als een kaakslag voor Bonnie, die zich terug op de wedstrijd richt, net voor de bel weerklinkt die een eind maakt aan de eerste ronde. Charlie kijkt nerveus heen en weer tot hij ziet dat Danny en Yves, zijn trainers, de ring in kruipen en hun poulain letterlijk en figuurlijk oplappen. Bonnie zit dicht genoeg om te horen wat er gezegd wordt. 
“Godverdomme, Billy, waar zijde mee bezig? Ik zie niks van wat we hebben ingeoefend. Geen enkele combinatie, geen enkele beweging. Godverdomme! Herpakt u!”, briest Danny terwijl Yves stilzwijgend met ijspacks in de weer is.
Billy kan nog net knikken voor de bel een nieuwe ronde inluidt en hij met nieuwe moed rechtveert. Die tweede ronde domineert hij zonder Marcus ook maar één rake klap te gunnen. Voor Bonnie lijkt het bijna alsof Billy een ingestudeerde choreografie uitvoert. Een stevige vloek van de man naast haar brengt haar opnieuw bij de les. Ze kijkt Charlie met vragende ogen aan. 

“Als Billy die vent KO slaat, gaat er hier pas écht gevochten worden”, zegt hij in haar oor. 
Ze rolt met haar ogen. 
“Stelletje neanderthalers”, besluit ze. 
Ook de derde ronde lijkt Billy als een vis in een het water. Hij slaagt er zelfs in het publiek naar zijn hand te zetten door uit te pakken met uitdagende moves ten opzichte van zijn tegenstander. Wanneer de bel weerklinkt, veert Charlie recht. 
“Ik kom direct terug.” 

Bonnie ziet hoe Charlie al snel de hoek van de ring nadert en van achter de touwen Billy en zijn team aanspreekt. Hoewel ze aan zijn toon kan merken dat het menens is, slaagt Bonnie er door zijn zachte volume niet in om woorden van elkaar te onderscheiden. Zonder een woord te reppen, neemt Charlie terug plaats naast haar waarna ze stilzwijgend de vierde ronde uitzitten. Het is duidelijk: Charlie’s woorden hebben zijn effect niet gemist, want Marcus had opnieuw de bovenhand. Charlie wordt zenuwachtiger met de seconde die wegtikt. Wanneer Bonnie haar hand op zijn dijbeen wil leggen, legt hij de zijne erop en knijpt hij erin. Zijn hoofd komt even op haar schouder te liggen. 
“Ik had je nooit mogen meenemen”, fluistert hij. 
“Waarom niet?”, vraagt ze. “Ik vind het leuk!”
Hij schudt zijn hoofd. 
“Je hebt echt geen idee hoe deze wereld draaiende wordt gehouden, Bonnie.” 
Charlie neemt zijn telefoon uit zijn blazer en tokkelt er zuchtend op. Bonnie beslist haar aandacht opnieuw op de wedstrijd te richten, maar schrikt van de toestand van Billy, die duidelijk een paar klappen teveel heeft gehad. Hij moet een flinke mep boven zijn oog gekregen hebben; het bloed sijpelt uit de gapende wonde.

Wanneer de bel opnieuw een pauze inluidt, kijkt Charlie op van zijn scherm.
“Waar is Johnny als ge ‘m nodig hebt?”, vraagt hij zich binnensmonds af. 
Bonnie haalt haar schouders op terwijl ze gebiologeerd aanschouwt hoe Danny en Yves er alles aan doen om de wonde te stelpen en de twijfelende scheidsrechter ervan te overtuigen om de laatste ronde toch aan te vatten. 
“Zie je nog iets door dat oog van je?”, polst hij bij Billy. 
Een kort opgefokt knikje blijkt genoeg om de finale in te zetten. Charlie’s benen gaan zenuwachtig op en neer. Hij tokkelt met zijn vingers op zijn borst. 
“Nog drie minuten. Dat is godverdomme al een even grote koppigaard dan zijn vader. Hij kan maar beter zien dat hij neergaat”, mompelt hij. 
Maar dat doet Billy niet. Hij houdt stand tot de laatste minuut, al is hij er niet helemaal meer bij. Het publiek wordt gek van extase. Charlie wordt gek van de ondermijning van zijn gezag en veert recht wanneer de referee een eind maakt aan de wedstrijd.
“Wat nu?”, polst Bonnie voorzichtig. 
Charlie kijkt haar zenuwachtig aan. 
“Nu ligt alles in de handen van de jury. Het kan twee kanten uit. Godverdomme, Billy!”

Een bundel testosteron zit bijeengepakt in kleedkamer 3. Bonnie staat erbij en kijkt ernaar. Teneergeslagen zit Billy voorover gebogen op de bank tegen de muur met in zijn handen een natte witte handdoek waarin zijn hoofd rust. Naast hem zit Ben, die zenuwachtig zijn rechterbeen op en neer laat bewegen. Johnny ijsbeert door de kamer en tracht te weerstaan aan de drang om Charlie, die er als enige stoïcijns bij staat, in elkaar te timmeren. 
“Ik heb u gevraagd om neer te gaan, Billy”, doorbreekt Charlie de gespannen sfeer die in stilte is opgebouwd.
“Hij moest verliezen, Charlie”, zegt Johnny droog en beheerst. 
“Als ik me niet vergis, Johnny, waarde gij der helemaal niet bij toen ik Billy gevraagd heb neer te gaan omdat gij die verantwoordelijkheid van u hebt afgeschud. Ik denk dat het daarom beter is dat gij nu uwe mond houdt”, antwoordt Charlie. 
Voor Johnny Charlie kan benaderen, springt Ben recht en houdt hij zijn vader tegen. 
“Komaan, pa. Doet een bekke kalm.” 
Johnny gooit zijn handen in de lucht en knikt. 
“Ok, ok. Billy, zegde gij nekeer iets.” 
De jongste bom testosteron haalt zijn hoofd uit zijn handdoek en kijkt Charlie strak aan. 
“Vanavond kwam het erop neer dat ik moest verliezen. Dat is gebeurd. En de rest is bijzaak.”
“Bijzaak?”, brult Charlie. 
Door de wending die dit gesprek aanneemt, tracht Bonnie zich letterlijk en figuurlijk zo klein mogelijk te maken. Ze zit in de hoek van de kleedkamer, het dichtst bij de deur. Al de hele tijd zit ze te twijfelen of ze de kamer niet zou moeten verlaten. Aan de ene kant voelt ze met haar hele lijf en leden dat ze hier niet bij moet zijn. Maar aan de andere kant is dit veel te interessant en zou ze maar al te gek zijn om op vrijwillige basis van deze inner circle meeting weg te gaan. 
“Volgens mij zit het in die genen van ulle, om me in de weg te staan en stokken in mijn wielen te steken. Echt waar? Is ‘t nu zo moeilijk om te luisteren als ik iets opdraag? Gaat er nu echt niemand mij au sérieux beginnen nemen? Moet ik écht tonen wat ik waard ben voor gelle mij zult gehoorzamen zonder mijn wens naar ulle eigen hand te zetten?” 
Afwachtend stelt Bonnie zich de vraag welke Charlie ze nu te zien zal krijgen. Aan zijn moordende blik te zien, is hij tot alles in staat. Billy veert recht en gaat voor Charlie staan. Ondanks hun leeftijdsverschil moet de knaap qua lichaamsbouw niet onderdoen voor zijn ‘opperhoofd’. Hij grijnst. 
“Ik zou wel nekeer willen zien wa ge waart zijt.” 
Charlie’s gezicht staat op onweer, storm zelfs. 
“Geloof me, Billy. Da wilde ni zien”, klinkt het kordaat voor hij de bokser de rug toekeert. Zijn vurige ogen vangen Bonnie’s blik en lijken op slag wat te doven. 

Hij heeft ook spijt dat ik hierbij ben. 

“Als ge klop krijgt van ne vent me ene arm, zijde ni veel waard, volgens mij”, gooit Billy eruit. 
Bonnie ziet nog net hoe Charlie zijn ogen in zijn kassen laat rollen voor hij zich opnieuw naar zijn gesprekspartner toedraait. Haar adem stokt bij elke stap die hij dichter bij Billy zet. 
“Als ge zo nog ene keer tegen mij praat, laat ik u kapot maken, Billy.”
Billy lacht en zet nog een stap dichter zodat de mannen met hun borstkas elkaar raken. Die van Billy is bloot en zweterig, die van Charlie afgeschermd door een strak wit hemd. 
“Ge zout zelfs te laf zijn om zelf uw handen vuil te maken.”
Met een opgetrokken lip, schudt hij neerbuigend zijn hoofd. Hij haalt zijn neus op en spuwt een rochel de grond op. Bonnie kan haar ogen niet geloven. Er gaat iets springen. Doordat Charlie met zijn rug naar haar staat, kan ze niet goed zien op welke manier hij non-verbaal reageert. En voor hij dat verbaal kan uiten, is het Ben die tussenbeide komt. Hij zet zich recht en trekt de twee uit elkaar. 
“Kom mannen, dit is niet het ideale moment voor zo’n haantjesgedrag. We hebben een toeschouwer”, waarschuwt hij terwijl hij Bonnie’s richting uitkijkt. 
“Ben, moeit u ni”, snauwt Charlie hem toe. 
“Ik heb een oplossing”, richt hij zich opeens veel toegankelijker opnieuw tot Ben. “Om u te ‘belonen’ voor uw ‘onderdanigheid’ gaan wij tegen elkaar kampen. Gij en ik. Er mag gewed worden. Maar de uitslag wordt niet verkocht. Wat de odds ook mogen zijn. We doen het hier, binnen exact drie weken. Als ik win, is er maar één interpretatie van een regel of iets wat je opgedragen wordt, en dat is mijn interpretatie. Als gij wint …” 
Hij houdt even pauze om zich nog dichterbij Billy te positioneren. 
“Koopte krediet voor iedereen hier aanwezig. Dan ben ik bereid om na te denken over een andere manier van samenwerken.”
Goedkeurend knikken vader en zoons wanneer ze Charlie’s voorstel aanhoren. Bonnie’s brein krijgt een breakdown. 
“Maar tot dan willek gene zever meer. Ni van u, noch van u, noch van u”, deelt hij mee terwijl hij de mannen één voor één aanwijst. 
“Afgesproken?” 
“Afgesproken”, klinkt het in koor.

Voor de tweede dag op rij voelt Bonnie zich alsof er een truck over haar heen is gereden. Haar hoofd staat op barsten. Tevergeefs tracht ze haar aandacht bij de vergadering van den BB te houden. 
“Ik heb twee nieuwe klanten”, valt Desirée met de deur in huis wanneer Heleen en Paulien de vergaderzaal hebben verlaten.
“Vertel”, zegt Anita geïnteresseerd.
“Koen heeft me gevraagd of hij een halve kilo per maand kan krijgen.”
Bonnie’s keel wordt op slag droog wanneer ze dit hoort. Het glas water voor haar neus brengt soelaas. Terwijl ze een diepe zucht slaakt, vraagt ze zich af waarom ze hem in deze wereld heeft meegesleurd.
“Wat mij betreft, kan dat aan het gewoonlijke tarief”, beslist Anita na een blik op enkele goedkeurende knikjes aan tafel.
“En dan is er nog Johnny”, zegt Desirée aarzelend.
“Johnny?”, vraagt Anita verrast.
“Ja, hij heeft me gevraagd of hij een kilo per maand kan afnemen, aan het gewoonlijke tarief”, legt Desirée uit.
“Waarom vraagt hij dat aan jou en niet aan Charlie?”, vraagt Carla.
Desirée haalt haar schouders op.
“Ik weet niet wat er tussen die twee aan de gang is, maar het is duidelijk dat die niet op dezelfde lijn zitten. Hij heeft me op het hart gedrukt dat Charlie hier niets over hoeft te weten.”
“Hmm”, klinkt het bij Anita, die wat met haar balpen op tafel tikt terwijl ze Bonnie aankijkt.
“Gevaarlijk”, voegt Carla daaraan toe.
Anita neemt opnieuw het woord: “Wat er tussen die twee aan de gang is, maakt onze rekening niet. Een kilo is een kilo. Ik ben akkoord.”
Bonnie kan niet anders dan toestemmen gezien de rest van de tafel de mening van Anita zonder enige twijfel lijkt te delen. 

Eén stap in Bada Bing er er lijkt van daglicht geen sprake meer. Hoewel buiten de zon hoogtij viert, lijkt de nacht binnen al ingezet. Het zit er goed vol met een allegaartje aan mensen: van oude rijke dikzakken tot knappe schaarsgeklede dames en een bende jonge studenten. Aangezien Koen op het eerste zicht nergens te bespeuren is, spreekt Bonnie de topless vrouw achter de bar aan.
“Is Koen hier?”
De barvrouw knikt en wijst achter zich. Bonnie volgt haar vinger en vindt een deur achter de bar. Ze schrikt van het tafereel waarop ze getrakteerd wordt. In de zetel voor haar ligt Koen met zijn hoofd achterover, zich volledig gevend aan de vrouw die voor hem op haar knieën zit en hem op een pijpbeurt trakteert. Wanneer Bonnie met een luide knal de deur achter zich dichtgooit, heft Koen sloom zijn hoofd op en staart haar met een troebele blik aan. De vrouw die zijn kruis verwent, twijfelt even of ze moet verder gaan. Wanneer Koen zijn hand op haar hoofd legt, weet ze dat er van stoppen geen sprake is.
“Bonnie, wat doede gij hier?”, vraagt Koen met een lispelende stem.
Zijn grote pupillen verraden zijn toestand. Bonnie rolt met haar ogen en haalt haar schouders op.
“Ik dacht eens binnen te springen, maar wist niet dat ge zo druk bezig waart. Sorry, ik kom wel een andere keer terug”, verontschuldigt ze zich en staat al weer in een open deur.
Koen springt recht, duwt de vrouw in zijn schoot uit de weg en grijpt Bonnie bij haar arm voor ze de kamer kan uitstappen.
“Wacht Bonnie, blijft nog efkes”, klinkt het op een veel zachtere toon, terwijl hij de rits van zijn broek tracht toe te krijgen. Als dat gelukt is, maakt hij enkel met zijn wijsvinger, die eerst naar de pijpdame en dan naar de deur wijst, duidelijk dat de jonge deerne zich uit de voeten moet maken. Onderdanig gehoorzaamt de dame haar patron waardoor Bonnie en Koen alleen achterblijven. Meteen komt Koen dicht tegen haar staan en kijkt hij haar opgewonden aan.
“Gade gij het hier afwerken”, daagt hij haar uit.
Bonnie wuift zijn dwaze voorstel weg: “Koen, ik ben hier niet om te zeveren.”
Geschrokken door de felle reactie van Bonnie, neemt Koen opnieuw wat meer afstand.
“Waarvoor dan wel?”
Bonnie valt met de deur in huis: “Gade gij nu echt coke beginnen dealen?”
Even van de wijs gebracht door de vraag, schudt Koen zijn hoofd en haalt zijn neus op. Zijn kaakgewricht maakt overuren.
“Het was op vraag van de dames. Bovendien zijn er hier heel wat klanten die ook wel wat poeder lusten. Vandaar mijn vraag aan Desirée om wat te krijgen. Is dat een probleem, Bonnie?”
Ze schudt haar hoofd.
“Dat is geen probleem, als ‘t voor hen is. Maar zo te zien, hangt gij d’r ook al goed aan.”
Koen snuift opgejaagd.
“Sinds wanneer hebde gij daar een probleem mee? De pot verwijt de ketel, niet?”
Bonnie rolt met haar ogen.
“Ik ben inderdaad geen heilig boontje, maar het is nu…”, even pauzeert ze om een blik op haar horloge te werpen. “Het is nu vier uur ‘s namiddags en ge staat zo strak als een maagdenpoes. Da’s is toch niet van uw gewoonte. Of wel?”
Koen haalt zijn schouders op: “Bonnieke, toe. Ni beginnen zagen. Ik heb alles onder controle.”
“Zo ziet ge der wel uit, moet ik zeggen”, antwoordt ze neerbuigend.
“Godverdomme Bonnie. Moet ge nu echt altijd zo belachelijk doen? Ik heb nu eindelijk een doel in m’n leven. Iets waar ik echt goed in ben. En dan moet gij me hier komen neerhalen?”, snuift hij woest. “Trouwens,” gaat hij verder. “Ik dacht dat ge wel kickte op cokeheads?”
Door deze steek onder water rolt Bonnie opnieuw met haar ogen. Even twijfelt ze of ze überhaupt moet reageren, maar de drang om hem van een scherp antwoord te voorzien is sterker.
“Als ge ook maar denkt dat ge door u vol te snuiven mijn hart gaat winnen, heb ge ‘t goed mis”, snauwt ze hem toe voor ze met slaande deuren Bada Bing verlaat.

Bonnie’s hart maakt een sprongetje als ze beseft dat Charlie er is. Haar vermoeden wordt bevestigd wanneer ze hem met zijn wilde haardos in trainingsbroek en ontblote torso uitgeteld in de zetel ziet liggen. Langzaam sluipt ze ernaartoe. Maar net voor ze hem een kus op zijn neus kan geven, schiet hij wakker en verkoopt hij haar een rechtse. Volledig van de kaart valt Bonnie neer.
“Bonnie, godverdomme!”
Haar naam haalt haar bij haar positieven. Een ongeruste Charlie kijkt haar met grote schuldige ogen aan.
“Sorry meid, ik had u hier totaal niet verwacht.”
“En dan trakteer je me maar op je rechtse?”, vraagt ze met een gezwollen tong.
Charlie kan het niet laten in een lachen uit te barsten.
“Ik ben het gewoon nog niet gewoon dat hier zomaar iemand kan binnenkomen”, verontschuldigt Charlie zich. 
Terwijl ze naar de keuken lopen, vraagt Bonnie hoe het komt dat hij al thuis is.
“Ik dacht dat je laat moest werken vandaag?”
Charlie schudt zijn hoofd, rommelend in de diepvriezer.
“Ik heb boel gemaakt met Johnny. Ik moest weg, anders had ik hem kapot gemaakt”, klinkt het terwijl hij ijsblokjes in een plastic zak stopt en deze zacht tegen Bonnie’s wang aan drukt.
“Goed druk uitoefenen, Bonnie. Anders gaat dat fameus blauw zijn morgen.”
Bonnie doet wat haar gevraagd wordt en lacht: “Dan kan ik gaan vertellen dat ik geslagen word door m’n vent.”
Charlie kijkt haar vermanend aan: “Dat is niet grappig, Bonnie.”
“Wat is er met Johnny?”, polst Bonnie in een poging van onderwerp te veranderen.
Charlie haalt zijn schouders op: “Ik heb het gevoel dat hij heel wat zaakjes achter mijn rug om aan het regelen is.”
Bonnie weet niet goed hoe te reageren. Had ze die vraag toch maar nooit gesteld! Charlie ruikt onraad.
“Weet jij meer?”, vraagt hij met een lage stem.
Bonnie schudt haar hoofd en wendt haar blik af. Charlie neemt haar kin beet en heft haar hoofd wat op zodat hij haar in de ogen kan kijken.
“Bonnie, weet jij meer?”
Bonnie schudt opnieuw haar hoofd.
“Ik kan daar niet over praten”, klinkt het na een paar stille seconden.
In een ruk laat Charlie haar los en belandt zijn vuist op het marmeren aanrecht. Een zet die, na een aanblik op zijn bebloede knokkels, niet echt snugger was.
“Ik wist het, godverdomme. Die vuile rat. Bonnie, nu moet je me gewoon vertellen wat je weet.”
Bonnie schudt haar hoofd, maar weet dat ze niet meer uit deze benarde situatie kan ontsnappen.
“Johnny doet achter je rug met ons zaakjes”, klinkt het stil en ontgoocheld.
Opnieuw belandt de vuist met een klap op het aanrecht.

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 11

Bonnie kijkt op van de met spek en eieren gevulde pan, als Charlie van achter de hoek van de keukenwand verschijnt. Zijn wilde out-of-bed look in combinatie met het ringbaardje dat hij al een week of drie heeft laten staan, zijn getatoeëerde torso en de strakke, goed gevulde, boxershort, doet haar naar adem snakken.
“Wat ben je aan het doen?”, vraagt hij geeuwend waarna hij haar langs achteren beetgrijpt en haar in de nek kust.
Ze draait zich om en lacht: “Is dat niet duidelijk? Ik maak je een ontbijtje.”
Charlie wrijft in zijn ogen en rekt zich uit. Uit de muziekinstallatie klinkt Faith No More. 

Oh that’s why I’m easy
I’m easy like Sunday morning yeah
That’s why I’m easy
I’m easy like Sunday morning
I wanna be high, so high
I wanna be free to know the things I do are right
I wanna be free
Just me whoa, oh babe

Faith No More

“Er is verse koffie”, kust Bonnie hem zacht toe.
Charlie knikt en neemt een kopje. Uit haar tas vist hij een pak sigaretten en steekt er eentje op.
“Hoe laat is het?”, vraagt hij na drie flinke trekken.
“Twee uur, Charlie”, lacht Bonnie.
“Sorry, ik ben pas om zeven in m’n bed gekropen.”
Ze kust hem op zijn borst.
“Dat weet ik. Ik was al wakker toen ik je slaapwelbericht kreeg. Vandaar dat ik hier nu pas sta en niet om tien uur vanochtend”, plaagt ze hem.
Hij haalt zijn hand door zijn haar, de sigaret bungelend aan zijn onderlip.
“Ik ga buiten zitten, de zon schijnt blijkbaar?”
Bonnie knikt: “Het is zalig buiten. Ga maar al, ik kom direct.”

Met een goed gevuld dienblad loopt Bonnie haar vent tegemoet op het dakterras waar de zon hoogzomer viert. Alsof hij in dagen geen eten meer gezien heeft, stort Charlie zich op zijn ontbijt.
“Volgende week is het de opening van Bada Bing”, laat Bonnie vallen terwijl ze twee champagneglazen vult. “Je weet wel, Koen zijn stripclub. Gaan we samen?”
Charlie’s met spek met eieren gevulde mond valt wat open. Nadat hij duidelijk wikt en weegt, knikt hij.
“Goed plan. Ik ben sowieso uitgenodigd voor die opening”, mompelt hij, nog steeds met gevulde mond.
Bonnie schudt ongelovig haar hoofd.
“Dat gaat zo raar zijn”, klinkt het onzeker.
“Het moet er wel eens van komen”, zegt Charlie vastberaden.
Inderdaad, vindt Bonnie. Nu ze al drie weken ‘officieel’ een koppel zijn, is het tijd om buiten te komen. Dat was toch de afspraak? Niet vluchten…

Met zijn wijsvinger verkent Charlie langzaam het lichaam van een half soezende Bonnie. Dankzij haar minuscule bikini, heeft Charlie meer dan genoeg om te ontdekken. De enige beweging die Bonnie maakt is haar rechter wijs- en middelvinger, waarmee ze een joint omklemt, af en toe langzaam naar haar mond brengen. Ze schrikt als ze ijskoude champagne in haar navel voelt vloeien. Charlie kijkt haar uitdagend aan terwijl hij de vloeistof eruit slurpt. Als hij zich opricht, vangt Bonnie met haar wijsvinger een druppel op die een weg zoekt in zijn ringbaardje.
“Ik hou van uw baard”, lacht ze speels.
“Ik hou van u”, antwoordt hij voor hij rechtveert, de loft in loopt en Bonnie vertwijfeld achter laat. Een paar tellen later staat hij opnieuw op het terras, met zijn handen achter zich verstopt.
“Ogen toe, Bonnie.”
De jongedame doet wat haar gezegd wordt. Ze voelt hoe hij iets tussen haar borsten legt.
“Doe ze maar open.”
Meer hoeft Bonnie niet te horen. Op nog geen tien centimeter afstand staart haar een doosje met daarin een witgouden ring met een knoert van een diamant aan.

Haar blik verplaatst zich snel van het doosje naar Charlie en terug. Wat op gelach van Charlie onthaald wordt. Hij neemt het doosje van tussen haar boezem en neemt de ring eruit. Dan knielt hij voor haar neer. Bonnie slaat ongelovig haar handen voor haar ogen en slaagt er niet in te stoppen met haar hoofd te schudden. Charlie schraapt zijn keel en neemt haar rechterhand vast, klaar voor zijn speech.
“Bonnie, al twee weken draag ik dat doosje constant bij mij, wachtend op het juiste moment. Je verklaart me gek, ik zie het aan je gezicht. Maar je bent gewoon de ware voor mij. Mijn prinses. Bonnie, wil je met me trouwen?”
Het speeksel in Bonnie’s mond hoopt zich op. De situatie niet vattend, overvalt haar de slappe lach. Als ze na enkele lastige minuten bijkomt, kijkt ze hem met betraande ogen aan.
“Charlie, this is impossible”, schudt ze haar hoofd.
Hij lacht en geeft haar plagend een duwtje.
“Only if you believe it is.”
Zo kwetsbaar zou de rest hem eens moeten zien, beseft Bonnie. Alleen zij ziet wat er achter de ruwe bolster zit. En daar is ze blij om. Waarom twijfelt ze eigenlijk? Ze moet toegeven. Ze doet niets liever dan zich over te geven aan zijn wereld. Veelzeggend knikt ze, wat tot verwarring leidt bij Charlie.
“Waarom knik je nu? Wil dat zeggen dat…”, hij twijfelt om zijn zin af te maken.
Bonnie blijft knikken: “Ja Charlie, ik wil met je trouwen.”
Enthousiast neemt hij de ring en schuift die over haar ringvinger.
“Dat is de verlovingsring van mijn grootmoeder. Die ring is meer dan vijftig jaar oud. Hij is gemaakt om bij jou te eindigen.”

Stilzwijgend en met betraande ogen tracht Bonnie de Porsche van Charlie zo goed mogelijk te besturen.
“En jij zegt dat jullie gewoon vrienden zijn?”, snauwt Charlie, die naast haar in de passagiersstoel zit met zijn gezicht in een met bloed doordrenkte handdoek.
“Ik had hem verdomme alle hoeken van zijn belachelijke club moeten laten zien! Hij heeft me godverdomme belachelijk gemaakt voor iedereen! Charlie die moet onderdoen tegenover een vent met één fucking arm!”
Bonnie laat Charlie wijselijk verder razen en houdt haar blik strak op de weg gericht. Ze probeert na te gaan hoe dit slagveld vermeden had kunnen worden. 

We are strong
No one can tell us we’re wrong
Searching our hearts for so long
Both of us knowing
Love is a battlefield

Pat Benatar

Het was nochtans goed begonnen. Voor het eerst waren Bonnie en Charlie als een echt koppel naar buiten gekomen. De gloednieuwe club, die door Koen met de toepasselijke naam Bada Bing gezegend werd, verwelkomde hen met een rode loper. Eens binnen betraden ze een andere wereld met overal halfnaakte vrouwen en liters champagne.
“Polygamie is geen optie?”, grapte Charlie nog vragend in haar oor voor de vrouwen van de Bende van den Bar het koppel in het oog kregen. Voor ze het wisten, stonden alle leden als vliegen rond een stront om hen heen te draaien. Haar joekel van een verlovingsring werd met de nodige ‘ooohs’ en ‘aahs’ onthaald. Al was het ene lid van de BB al wat enthousiaster dan het andere. Maar toen de gastheer van de avond, knap als nooit tevoren gehuld in zijn gloednieuwe op maat gemaakte smoking, ten tonele verscheen was er al een eerste vlieg aan de lamp.
“De koning en zijn koningin zijn gearriveerd. Welkom in mijn nederige club”, klonk het op sarcastische toon waarna hij Charlie op een geforceerde handdruk en Bonnie op een snelle kus op haar wang trakteerde.
“Je breekt mijn hart door hier met hem te komen”, kreeg ze toegefluisterd.
Bonnie kreeg echter niet de kans om hem van een antwoord te dienen, want Desirée greep haar hand beet en stak het triomfantelijk de lucht in, de verlovingsring onder Koens neus drukkend.
“Binnenkort een trouw bij den BB!”, kirde ze enthousiast, zich niet bewust van de spanning tussen Koen en Bonnie.
Even trok al de kleur uit Koens gezicht, maar hij herpakte zich snel en feliciteerde het koppel zelfs nog voor hij hen de rug toekeerde en zijn taak als gastheer schijnbaar ongestoord verder zette. De vreemde reactie van Koen verdween al snel naar de achtergrond, dankzij de goede muziek, de talrijke glazen champagne en het aangename gezelschap.

Een geslaagde opening, ware het niet dat de sfeer tegen een uur of vier op nog geen vijf minuten tijd grondig verziekt raakte. Terwijl Bonnie trouwadvies aan het inwinnen was bij Heleen, die heel wat meer ervaring in die branche had dan haar, zag ze in haar ooghoek dat Koen en Charlie in gesprek waren. Terwijl ze de woorden van Heleen in zich trachtte op te nemen, werd ze overspoeld door een gelukzalig gevoel door de twee belangrijkste mannen in haar leven met elkaar te zien praten. Maar die ballon werd snel doorprikt toen ze Charlie Koen een flinke duw zag geven. Snel stamelde ze een ‘sorry’ tegen Heleen en rende ze op het tweetal af.
“Als je Bonnie ooit kwetst, maak ik je kapot”, ving ze nog net op voor ze zich tussen hen in probeerde te werken.
“Wie ga je daarvoor optrommelen”, daagde Charlie hem uit, Bonnie wegduwend.
Met de borst vooruit nam Charlie opnieuw post recht tegenover Koen. Nog voor Bonnie grip kon krijgen op de situatie, zwaaide de rechter van Koen helemaal onverwacht Charlie’s richting uit. Die kon er niets tegenin brengen. 

“Ik ben blij dat je niet hebt teruggeslagen”, zegt Bonnie stil op weg terug naar de loft na een bezoek aan de spoedafdeling van het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Het verdict? Een flink gekneusde neus en dito ego. Charlie kijkt strak voor zich uit.
“Ik niet”, klinkt het resoluut.
De stilte die volgt, wordt onderbroken door een binnenkomend bericht op Bonnie’s iPhone. Met de ene hand nog steeds op het stuur van de wagen, vindt ze met de andere na wat gerommel in haar tas haar mobiel.
“Zeg me niet dat het die klootzak is.”
Bonnie leest zonder in te gaan op Charlies sneer het bericht van Koen. Eén woord staat er: “Sorry”. Voor ze kan tegenwerken, grijpt Charlie de gsm uit Bonnie’s handen en steekt een stevige middelvinger op naar het toestel wanneer ook hij de boodschap leest.

Met lood in haar schoenen opent Bonnie de deur van Bada Bing. Ze wil hier helemaal niet zijn. Ze wil het helemaal niet bijleggen met Koen. Maar daar heeft haar moeder weer anders over beslist. Een stevige preek kreeg ze toen ze vanmiddag haar hoofd liet zien op kantoor.
“Ik wist dat wat er is tussen jou en Charlie voor problemen ging zorgen. Maar dat er nog een tweede vent, die ik nota bene een club heb gegeven, zo zot van je loopt dat hij een klant in elkaar slaat, dat had ik niet kunnen voorzien. Laat één ding duidelijk zijn. Jij lost je shit zelf op en snél. Maak het goed met Charlie: laat hem zich een koning voelen. We hebben hem nog aan onze kant nodig. En Koen, die laat je eens goed zien wie de baas is. Maar jaag hem niet weg, want ook hem hebben we nodig.”

Orders van bovenaf noemen ze dat. Daar staat Bonnie dan, in een bar vol halfnaakte vrouwen en oversekste mannen, op zoek naar wat gisteren nog haar beste vriend was. Nu een zure appel. En bijten zal ze. Als hij haar vanachter de bar in zijn vizier krijgt, zwaait hij haar toe. In een wip staat hij met een schuldige blik in zijn ogen voor haar neus.
“Zijde boos?”, vraagt hij stil.
Bonnie schudt haar hoofd en neemt zijn hand vast: “Ik ben niet boos, alleen maar ontgoocheld.”
Hij gooit haar hand van zich weg en grijpt naar zijn hart: “Das nog veel erger!”
De ogen van Bonnie rollen alle kanten uit.
“Wat had ge nu verwacht? Dat ik voor u zou kiezen nadat ge mijn verloofde getoond hebt wat uwe rechter waard is?” Bonnie probeert haar stem onder controle te houden, maar slaagt er niet in.
Koen heeft beide kaken stevig op elkaar en twijfelt even voor hij het woord neemt.
“Wat had gij dan verwacht, Bonnie?”, benadrukt hij. “Toen ge gisteren met Charlie binnenkwam paraderen met die joekel van een verlovingsring rond uwe vinger? Hoe had ge dan verwacht dat ik ging reageren? Ulle proficiat wensen en net als de rest van de Bende als een kip rond ulle staan kwetteren?”
Koen is rood aangelopen met wijde pupillen. 
“Rustig, Koen. Kunnen we ni efkes ergens anders gaan praten?”
Koen knikt, neemt haar hand vast en leidt haar achterin de bar een trap op, naar zijn nieuwe stekje tegemoet. Als hij de deur achter zich met een luide klap dichtslaat, gaat hij uitdagend voor haar staan.
“Waar wilt ge over praten?”
Bonnie rolt haar ogen, tot grote ergernis van Koen, die met zijn hand woest tegen de muur slaat.
“Godverdomme Bonnie, doe niet zo belachelijk. Ge komt hier binnen in mijnen bar verkondigend da ge wilt praten. Wel… ik sta hier en ben klaar om te praten”, snuift hij woest.
Om hem tot kalmte te brengen, legt Bonnie haar hand op zijn rug en kijkt ze hem diep in de ogen.
“Koen, ge moet begrijpen da wa ge gisteren gedaan hebt echt ni gewaardeerd wordt door de bende.”
Koen probeert te reageren, maar Bonnie houdt hem tegen.
“Laat me uitspreken. Ten eerste zijde gij nu ne clubeigenaar en moet ge in uw eigen club niet beginnen uitpakken. Da doede gewoon niet. Ten tweede, als ge dan uw mannelijkheid wil laten gelden, doe dat dan tegen ne nobody. Maar niet tegen de beste klant van de Bende van den Bar.”
Even ademt Koen diep in.
“Mag ik nu iets zeggen?”
Bonnie knikt.
“Ik heb die klote Charlie niet als clubeigenaar geslagen maar als Koen, de vent die tot over zijn oren verliefd is op de vrouw waarmee die klootzak verloofd is. De reden waarom ik hem een rechtse heb verkocht was dus niet gerelateerd aan mijn club, noch aan den BB. Het was gewoon een klote discussie tussen twee mannen, om een vrouw, die verkeerd is gelopen. Ni meer dan dat.”
Bonnie slaat bij het horen van zijn monoloog haar handen moedeloos voor haar gezicht.
“Koen,” steekt ze wanhopig van wal. “Ge kunt die zaken niet van elkaar loskoppelen. Het resultaat is da gij één van de zwaarste mannen in omstreken bij elkaar hebt geklopt, in een club van de Bende van den Bar, onder toeziend oog van alle belangrijke figuren uit de wereld. Ge moet toch begrijpen dat zo’n actie gevolgen gaat hebben?”
Nonchalant haalt Koen zijn schouders op: “Wa kan er gebeuren?”
Ontgoocheld over zijn onwetendheid, schudt Bonnie haar hoofd.
“Gij moet nog veel leren, Koen. Ik heb er al spijt van dat ik u in deze wereld heb meegesleurd. Ge waart gewoon terug naar school moeten gaan. Ge had nooit bij mij mogen komen wonen.”
Voor een tweede keer slaat Koen zijn hand tegen de muur. Deze keer is het flink raak met bloedende knokkels als gevolg. Maar dat lijkt hem niet te kalmeren, integendeel.
“Deze club is het beste wat me kon overkomen, Bonnie. Neem ze ni van me af.”
“Da ga ik ook ni doen. Maar weet dat het kan. Ik heb een paar regels voor u die vanaf nu zullen gelden. Als ge uw club wilt houden, toch.”
Koen protesteert, maar Bonnie gaat gewoon verder.
“Regel één: er is niks tussen ons. Er was niks en er zal nooit iets zijn.”
Ontgoocheld schudt Koen zijn hoofd.
“Ik weet dat ik u ni kou laat. Weet ge nog die avond…”
Bonnie houdt hem tegen door haar wijsvinger op zijn lippen te leggen.
“Regel twee”, fluistert ze. “Als ge vanaf nu Charlie ziet, behandelt ge hem als een koning. Ge geeft hem alles wat hij vraagt.”
Grote ogen staren Bonnie aan.
“Nog iets misschien?”, vraagt hij fel, waarop Bonnie knikt.
“Regel drie: doe iets aan die woede. Met dit machogedrag trekt ge ‘t ni in deze wereld.”

Afgepeigerd na een klotedag stapt Bonnie de loft in, waar Charlie in een trainingspak op de bank zit. Hij schenkt haar een lach, wat er met een ingepakt gezicht grappig uitziet.
“Hoe was je dag?”
Bonnie schudt haar hoofd: “Vreselijk.”
Vragend kijkt Charlie haar aan: “Waar ben je geweest?”
De schouders van Bonnie gaan de lucht in.
“Ik kan u dat niet zeggen Charlie, dat weet je toch. Jij zegt me toch ook niet waar jij allemaal mee bezig bent?”
Charlie, duidelijk geschrokken van Bonnie’s bitsige reactie, klopt op de plek naast hem op de zetel. Bonnie volgt zijn gebaar en nestelt zich gezellig in zijn oksel, zijn warmte en geur in zich opnemend.
“Ik kan je niets zeggen, Bonnie. Dat weet je toch. Je hoort bij de concurrentie.”
“You just made my point”, lacht Bonnie. “Ik vraag u toch ook niet wat je in godsnaam elke maand met drie kilo coke doet?”
Lachend schudt Charlie zijn hoofd.
“Ik vraag u toch ook niet hoe jullie in godsnaam aan drie kilo coke per maand komen? Ofwel vertel ik u alles ofwel vertel ik u niets. Aan u de keuze Bonnie, maar weet dat er geen weg terug is…”, antwoordt hij geheimzinnig.
“Gaan we die toer op, Charlie? Je verloofde bedreigen?”
“Ik bedreig je niet. Ik ben gewoon realistisch. Als ik je iets vertel en dat komt aan de oren van de Bende, dan weet ik dat het van jou komt”, legt hij uit.
De ogen van Bonnie rollen in hun kassen als antwoord.
“Misschien is het wel tijd voor een test”, lacht Charlie uitdagend.
“Ik dacht dat we geen spelletjes meer zouden spelen?”
Een grijns op Charlie’s gelaat is het enige wat Bonnie krijgt.

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 10

“Op drie weken tijd zijn we maar liefst vijf zaakvoerders verloren. Vijf!”, roept Paulien. “Ik heb geen adressenboekje waar ik uit kan putten om op zo’n korte tijd vervangers te vinden.”
Anita schraapt haar keel: “We vinden wel vervangers. Desnoods moeten de zaken even de deuren sluiten.”
Carla schudt haar hoofd, slurpend van haar koffie.
“Het probleem ligt niet bij die vijf mensen, het ligt aan onze reputatie. Sinds de overval op die klotenachtwinkel, geloven onze partners niet meer in hun veiligheid.”
“We moeten dat zo snel mogelijk oplossen”, besluit Anita resoluut. Aan de andere kant zit Bonnie binnensmonds vloekend met haar balpen te tikken.
“Maar ondertussen verliezen we wel inkomsten”, klinkt het bij Heleen.
“Misschien moeten we…”, aarzelt Desirée wat tokkelend met haar vingers.
“Wat?’, vraagt Anita kordaat.
“Die deal met Charlie toch herzien.”
Anita komt meteen in opstand.
“Neen, dat doen we niet. Dit moeten we op korte termijn zelf kunnen oplossen, niet door een jarenlang partnerschap te herzien. Toch?”, klinkt het zoekend naar bevestiging bij Carla, die haar schouders ophaalt.
“Het partnerschap met De Raedt is een veilige haven. Als we daar wat kunnen bijsteken hebben we wat meer ruimte om op andere vlakken terug orde op zaken te stellen”, weerlegt Carla het bezwaar van de presidente, die hoofdschuddend voor zich uit staart.

Klote nightshop!

De krop in Bonnie’s keel wordt elke dag groter. Hij berooft samen met haar een nachtwinkel, die toevallig van haar moeder blijkt te zijn. De overval zorgt voor onveiligheidsgevoel bij de klanten van BB waardoor ze genoodzaakt zijn tegen hun zin in te gaan op een herziening van het partnerschap met De Raedt, waar Charlie aan de top staat. Al drie weken is het trouwens radiostilte tussen haar en Charlie. Sinds ze zijn club is uitgestapt, heeft ze helemaal niets meer van hem gehoord. Niet dat ze zelf aanstalten heeft gemaakt om hem te contacteren. Gelukkig was er het werk en Koen om haar af te leiden. Van Koen gesproken, die heeft haar gisteren nog gesmeekt of ze bij haar moeder geen goed woordje kon doen om hem in dienst te nemen. Hoewel ze duidelijk heeft gemaakt dat er geen mannen welkom zijn bij BB, daagt het haar nu dat hij misschien wel één van de nieuwe zaakvoerders kan worden.
“Koen kan een van de zaken openhouden”, zegt ze resoluut.
Haar voorstel wordt goedkeurend onthaald door de meerderheid van de vrouwen aan tafel.
“Ze zegt ook eens wat. Goed plan, Bonnie. Ik vertrouw ‘m wel, die Koen. En hij is niet te mans om te functioneren tussen al die vrouwen”, besluit Anita zelfverzekerd. “Vraag ‘m of hij straks even langs kan komen.”

Huppelend van vreugde komt Koen na zijn vergadering met Anita de studio ingelopen. Met zijn ene arm grijpt hij Bonnie beet en tilt haar wat de hoogte in. Hij kust haar vol op de mond, maar schrikt meteen van zijn reactie.
“Sorry, Bonnie. Maar ik ben gewoon té enthousiast!”
Bonnie legt haar hand op zijn schouder.
“Welke zaak krijg je?”
Hij grijnst ondeugend.
“Een stripbar! Een stripbar! Koen krijgt een stripbar!”, tiert hij half zingend op een zelf uitgevonden melodie. Dan grijpt hij zijn jas en staat hij alweer in de deuropening.
“Kom mee, je moeder neemt me ernaartoe!”
Bonnie knikt en volgt ‘m naar beneden. Haar moeder staat hen in de gang al op te wachten.
“We nemen ‘jouw’ Aston Martin”, klinkt het resoluut.
Bonnie kan niet anders dan gehoorzamen. Terwijl ze in haar grote handtas ligt te grabbelen naar haar sleutels, loopt Bonnie achter Koen naar buiten.
“Wacht nog even Bonnie”, houdt Anita haar tegen in de deuropening.
“Ik heb straks een vergadering met Charlie. En jij gaat ervoor zorgen dat we een goede deal kunnen sluiten.”
Bonnie slikt en schudt haar hoofd. Haar maaginhoud heeft opeens heel veel zin om een weg naar boven te zoeken.
“Dat gaat niet, mama.”
Anita houdt haar wijsvinger streng op.
“Dat gaat juist wél. Ik heb u gewaarschuwd. You don’t shit where you eat. Na ons bezoekje aan uw vriendjes stripbar, zetten we ‘m hier braaf terug af en gaan wij twee Charlie een bezoekske brengen.”

Als een jongetje dat met gevulde zakken terugkomt van de snoepwinkel, stapt Koen enthousiast uit de wagen wanneer ze terug voor den Bar parkeren.
“Echt waar, Anita, bedankt voor deze kans. Je gaat er geen spijt van krijgen!”
Hij werpt Bonnie nog een kus voor hij den Bar binnenstapt. Wat afwachtend blijft Bonnie zitten. Dan keert haar moeder zich naar haar toe.
“Vertrek maar, Bonnie”, zegt ze resoluut.
Bonnie start met met tegenzin de motor.
“Waar naartoe?”
“Zijn loft. Ge kent de weg wel, vermoed ik?”
Zonder nog één woord te zeggen rijdt Bonnie de reeds bekende rit naar zijn wereld. Al heeft ze er nu voor geen meter zin in. 

“Sinds wanneer heb jij die tattoo?”, klinkt het na enkele minuten radiostilte.
Anita grijpt Bonnie’s pols vast en wrijft voorzichtig over de hoed van de Mad Hatter. Bonnie slikt en probeert even na te denken voor ze reageert. Voor dat kan, merkt haar moeder ook haar andere versierde pols op. 
“Zeg maar niets meer. Hij zit erachter. Laat u zo niet inpakken, Bonnie. Charlie is gene vent voor u. Denkte nu echt dat ge daarmee een toekomst kunt opbouwen? Hebt ge u al afgevraagd hoe uw toekomst met hem er zou uitzien? Huisje-tuintje-kindje? Zet dat maar uit uw koppeke!”
Bonnie rolt met haar ogen. 
“Laat mij nu toch nekeer gewoon mijn eigen beslissingen nemen, mama. ‘t Is ni omdat het met ulle fout is gelopen, dat het tussen ons niet goed kan komen. En neen, ik heb nog ni over kinderen nagedacht. Ik ben fucking 21 en we zijn een paar keer op date geweest.” 
“Ge zijt er godverdomme al mee op vakantie geweest, Bonnie. Ge moet me ni wijsmaken dat hij niks voor u betekent. Ik ben ook ni blind hé, ge zijt verdomme tot over u oren verliefd.” 
“Gade gij mij nu relatieadvies geven?”
“Wat wil je daarmee zeggen, Bonnie?” 
“Dat ge verdomme meer van vent verandert dan van onderbroek. Wat weet gij van echte liefde?” 
Bonnie rijdt de parking van Charlie’s gebouw op. 
“Liefde maakt alles kapot, Bonnie. Maar bon, gedaan met deze zever. Tijd voor serieuze zaken”, klinkt het resoluut voor Anita uitstapt. 

Met open armen worden moeder en dochter bij Charlie ontvangen. Galant neemt hij hun jassen aan en leidt hij hen naar zijn salon, waar een enthousiaste Louis meteen rondjes rond Bonnie’s been begint te draaien. 
“Die kent u blijkbaar al”, fluistert Anita sarcastisch. 
Bonnie haalt haar schouders op en zet zich neer op haar favoriete plekje in zijn sofa, terwijl Charlie met een fles Veuve Cliquot en drie glazen de leefruimte binnen komt gewandeld. Hoewel hij thuis is en op het eerste zicht het toppunt van kalmte lijkt, verraadt zijn afgestreken kapsel in combinatie met zijn kostuumbroek en witte hemd zijn werkmodus. Zwijgzaam giet hij de glazen in en biedt hij ze aan aan zijn gasten.
“Op een goede samenwerking”, klinkt het cliché.
Daar gaat hij weer, hoort Bonnie zichzelf geïrriteerd denken. Toch klinkt ze obligaat haar glas tegen dat van hem en dat van haar moeder.
“Jammer dat je na ons vorig onderhoud opnieuw je dochter hebt meegebracht”, klinkt het kurkdroog.
Anita schudt haar hoofd.
“Net jij zou moeten weten dat ge als jong veulen in het vak kansen moet krijgen. En ze moet grijpen. Als dochter van, of kleinzoon van…”, pauzeert ze even. “Als erfgenaam is het makkelijker om kansen te krijgen in deze wereld. Is het niet, meneer De Raedt?”
Bonnie schrikt van de directe aanpak van haar moeder. Trots lacht ze breed. Iets wat Charlie niet ongemoeid laat.
“Dat ze gemaakt is voor deze wereld hoef je me heus niet uit te leggen, Anita”, klinkt het gemeen.
Anita knikt goedkeurend: “Laten we dan nu de zaken bespreken en stoppen met rond de pot te draaien. Ik heb een zaak te runnen.”
Charlie knikt op zijn beurt.
“Ik heb nochtans iets anders horen waaien.”
Anita haalt bitsig uit: “Je moet niet alles geloven wat je hoort waaien.”
Charlie’s wenkbrauw gaat de hoogte in. Zijn blik verplaatst zich van Anita naar Bonnie.
“Dat is nu eens een goede tip van een professional, Bonnie. Je moeder is een goede leermeester.”
Zijn sarcastische ondertoon valt niet verkeerd te interpreteren, maar Bonnie beslist wijselijk haar mond te houden.
“To the point, Charlie”, tikt haar moeder met haar lange nagels op zijn glazen salontafel.
Hij schrikt op en knikt inschikkelijk. Terwijl hij van wal steekt, kijkt hij Anita strak aan.
“Zoals al meerdere malen aangehaald, maar telkens door jullie de grond in geboord, wil ik graag het driedubbele bestellen van de gewoonlijke deal met mijn grootvader. Ik geef je daarvoor het dubbele van de prijs. In ruil voor die ‘gulle’ deal, zullen mijn mannen hun steentje bijdragen in de bewaking van het cliënteel. Te nemen of te laten.”
Anita schudt geïrriteerd met haar hoofd. De rode vlekken in haar nek spreken boekdelen.
“Laten we het even duidelijk stellen. Jij wil om de maand drie kilo coke geleverd zien voor een luttele 60.000 euro?”
Grijnzend knikt Charlie. En Bonnie slikt omdat ze nu pas echt de omvang van hun zakenrelatie beseft.
“Je beseft toch,” gaat Bonnie’s moeder verder, “dat die deal met je grootvader al tien jaar geleden is vastgelegd. En dat de prijzen ondertussen al danig verhoogd zijn. Bij mijn andere klanten. Want voor jullie heb ik nooit, maar dan ook nooit een prijsverhoging overwogen, laat staan doorgevoerd.”
Even hapt ze naar adem om dan gewoon verder te gaan.
“Die 30 mille per kilo is dus al een deal van formaat. En jij wil nu mijn limieten testen? Je mag al blij zijn dat we ons niet gewoon terugtrekken!”
Ze snuift woest naar Charlie. Bonnie heeft haar moeder zelden zo furieus gezien. Charlie daarentegen blijft de kalmte zelve. Zijn attitude doet Bonnie kokhalzen.
“We weten allebei dat je je niet kan terugtrekken uit zo’n grote deal. Zeker niet nu jullie reputatie een fameuze deuk heeft gekregen. Eigenlijk doe ik jullie een dienst, Anita. Dat besef je toch? Ik vraag je om het driedubbele per maand te voorzien. Weliswaar aan een verminderd tarief, maar zo gaat dat toch bij zaken? Hoe meer je koopt, hoe minder je moet betalen? Maar neen, in plaats van dankbaar te zijn en de handen te schudden op deze prachtige deal, weiger jij een geste te overwegen. Sorry Anita, maar zo onredelijk kunnen alleen vrouwen zijn.”
Bonnie kan haar moeder nog net tegenhouden om hem een lap te verkopen.
“Hij is je uit je tent aan het lokken”, fluistert ze vermanend.
Anita knikt en komt wat tot rust. Bonnie neemt het woord.
“Charlie, je beseft toch ook dat je gaat moeten inbinden. Het is niet omdat we vrouwen zijn, dat je ons niet au sérieux moet nemen. Dat moet je ondertussen toch al wel begrepen hebben.”
Even last ze een weloverwogen pauze in. Hij kijkt haar aan met een afwachtende blik.
“Wat stel jij dan voor… groentje?”
In plaats van door dit woord net zoals haar moeder over de rooie te gaan, blijft ze de kalmte zelve.
“Drie kilo per maand voor tachtig mille. En bescherming. Te nemen of te laten.”
Charlie lacht haar recht in haar gezicht uit.
“Zeventig.”
Bonnie blikt naar haar moeder die haar hoofd schudt. Bonnie rolt met haar ogen en neemt Charlie’s kin beet. Langzaam trekt ze hem naar haar oor zodat haar lippen de zijne rakelings raken. Heel stil fluistert ze wat in zijn oren zonder dat haar moeder het kan horen.
“Ik zou die tachtig maar aanvaarden. Tenzij je je verhaal over die overval bij de flikken wil gaan doen. Wie gaan ze geloven? Een crimineel of een onschuldige jonge vrouw die toevallig passeerde en je motor herkend heeft?”
Charlie’s mond valt open. Hij knipoogt en knikt goedkeurend.
“Tachtig mille voor drie kilo per maand”, bevestigt hij luidop.
“En bescherming”, voegt Bonnie eraan toe.
Hij rukt zich los uit Bonnie’s greep en vestigt zijn aandacht op Anita.
“Zie maar dat je me topspul levert”, waarschuwt hij voor hij haar de hand schudt en het duo de laan uitstuurt.
Op weg naar de Aston Martin grijpt Anita haar dochter stevig beet.
“Je bent écht geboren voor deze wereld”, zegt ze trots als een gieter.
“Ik ben wel heel benieuwd naar wat je hem hebt toegefluisterd”, probeert ze nieuwsgierig te weten te komen. Maar Bonnie bijt niet en haalt haar schouders op: “Ik heb hem gewoon bij z’n pietje.”

Duidelijk aangeschoten gooit Anita haar stoel naar achteren en heft ze haar glas. De voltallige Bende van den Bar volgt haar voorbeeld.
“Bonnie, je hebt een wat andere aanpak dan wat we hier gewoon zijn. En eerlijk gezegd, moeten we daar soms nog wat aan wennen. Maar vandaag heb je bewezen dat je gemaakt bent voor deze wereld. Echt meid, ik ben trots op je”, klinkt het wat lispelend.
Bonnie knikt dankbaar naar haar moeder en klinkt haar glas tegen alle andere exemplaren. Alsof den Bar zelf een duit in het zakje wil doen, galmt er Nobody’s Wife van Anouk doorheen de luidsprekers.

Opgehitst door de gitaarrifs springt Bonnie opeens de bar op en bespeelt ze haar luchtgitaar als een professional terwijl ze de lyrics meebrult, tot groot jolijt van haar tafelgenoten, maar ook van de rest van de aanwezigen in den Bar. Na één blik op de deur stopt Bonnie als aan de grond genageld met dansen. Nonchalant en strak in het pak wandelt Charlie den Bar binnen met in zijn kielzog Ben en twee opgedirkte vrouwen van een jaar of veertig. Als hij Bonnie in het vizier krijgt, wat niet moeilijk is gezien ze als enige in den Bar op de toog staat te dansen, gooit hij haar een handkus. Een verward knikje kan eraf voor ze in allerijl het geïmproviseerde podium af strompelt.
“Is het al gedaan met je show”, vraagt Carla lachend met een glas champagne in de hand. Met één hoofdbeweging maakt Bonnie duidelijk wat de oorzaak is van haar plotse gedragswijziging terwijl Anouk verder blijft kelen.

Cause it ain’t the first time that a man goes insane
and when I spread my wings to embrace him for life
I’m suckin’ out his love, ’cause I, I’ll never be nobody’s wife.

Anouk

“Charlie!”, roept ze enthousiast, half naar haar, half naar hem. Zoals het een goede barvrouw betaamt, ontvangt ze hem en zijn gezelschap met open armen en leidt hen naar de tafel van de Bende. Joviaal als nooit tevoren vliegt Charlie eerst Anita, en later ook de rest van de Bende, in de armen.
“Ik was op stap met dit lieftallige gezelschap”, klinkt het enthousiast tegen Anita, verwijzend naar zijn achterban.
“En ik dacht dat er hier wel een feeststemming zou hangen. Maar ik had niet verwacht dat er hier Coyote Ugly gewijs op de bar gedanst ging worden”, knikt hij doelend op Bonnie.
Ook zij wordt op een knuffel getrakteerd, maar net wat langer dan de anderen, houdt hij Bonnie in zijn armen gekneld.
“Eens testen of jij jaloers bent”, fluistert hij uitdagend voor hij zonder iemand het ziet snel in haar oorlel bijt.
Meteen duwt Bonnie hem op een afstand, schudt ze haar hoofd en keert ze zich van hem weg. Klotevent met zijn klotespelletjes, denkt ze nog net voor ze de toiletten in vlucht. Onderweg loopt ze Koen letterlijk tegen het lijf. Hij trakteert haar eveneens op een knuffel, al voelt de zijne echter aan dan het exemplaar dat ze daarnet heeft gekregen.
“Bonnie, ik krijg een stripbar!”, klinkt het nog steeds helemaal in trance, wat bij Bonnie tot een glimlach leidt. Ze knijpt speels in zijn wang.
“Boys and their toys!”
“Ik ben ook maar een vent van vlees en bloed”, zegt Koen terwijl hij de bar in kijkt. Opeens valt zijn mond open.
“Niet meteen kijken, Bonnie. Maar Charlie is hier. En hij is ni alleen…”
Zijn ogen stralen een en al medelijden uit. Bonnie rolt met de hare.
“Ik weet het al”, zegt ze snel.
Koen neemt haar nog eens vast.
“Wilt ge een lijn?”
Bonnie knikt. Hij neemt haar bij de hand en trekt haar de mannentoiletten in. Op 1-2-3 liggen er twee lijnen op de toiletbril die sneller dan ze gelegd zijn opgesnoven worden.
“Mijn redder in nood”, klinkt het bij Bonnie terwijl ze haar neus ophaalt en met haar wijsvinger de overschot over haar voortanden wrijft.
Net wanneer ze het toilet wil uitstappen, hoort ze iemand binnenkomen. Ze legt haar wijsvinger op Koen zijn lippen, hem tot stilte aanmanend.
Er klinkt een hese opgewonden vrouwenstem: “Meneer Charlie, ik kan niet meer wachten tot in het hotel.”
Bonnie rolt met haar ogen en voelt een zure oprisping in haar maagstreek. Koen pruilt zijn onderlip. Aan het gestommel naast hen te horen heeft Charlie zich een weg gebaand naar het tweede toilet, wat Bonnie en Koen de kans geeft de ruimte in alle stilte te verlaten.

Aan de bar bestelt Bonnie een dubbele tequila die ze in één teug leeg drinkt. Machteloos probeert Koen haar op te beuren.
“Bonnie, hij is ‘t ni waard. Hij is u ni waard, meid”, zegt hij terwijl hij haar kin met zijn hand omhoog tracht te houden. Bonnie haalt haar schouders op.
“Ik ga naar boven”, klinkt het van tussen haar lippen, nauwelijks de muziek overstemmend.
“Ik kom mee”, knikt Koen en neemt haar bij de hand.
Strompelend arriveert het duo in de ondertussen tot ‘hun’ gedoopte studio. Bonnie loopt rechtstreeks naar de barkast en schenkt zich nog een tequila uit die ze opnieuw in één keer naar binnen werkt. Koen neemt het glas uit haar hand en zet het op tafel.
“Zelfmedelijden is voor pussy’s”, zegt hij resoluut. “Kom, we hebben wat te vieren!”
Vrolijk huppelt hij naar de koelkast, haalt er een fles champagne uit en ploft ze open. Vanuit de fles gooit hij een flinke slok van het gouden goedje in zijn keelgat, dan geeft hij ze door aan Bonnie.

“Alles komt altijd goed. Soms duurt het alleen wat langer.”
Bonnie knikt. 
“Weet je wat hier nog ontbreekt?”
Zonder op een antwoord te wachten, beantwoordt Koen zijn eigen vraag: “Music, maestro!”
Zo gezegd, zo gedaan. Een knipoog krijgt Bonnie als Koen kiest voor een plakkerige slow. Hij steekt zijn hand naar haar uit.
“Klaar voor ne plakker?”
Bonnie knikt enthousiast en laat zich leiden wanneer hij Into My Arms van Nick Cave opzet.

Zijn slowskills zijn onverwacht goed, zeker voor een vent met maar één arm. Wanneer het nummer uitsterft, kijkt Koen haar echt in de ogen.“Mijn gedachten breken alle regels die in deze studio gelden.”
Bonnie haalt vragend één wenkbrauw de lucht in, maar weet goed en wel waar hij op aan stuurt.
“Waar denk je dan aan?”, vraagt ze uitdagend, zich meevoerend door de effecten van de drank en de lijn.
Hij schudt schuldig zijn hoofd.
“Dat ik je lippen op de mijne wil voelen”, klinkt het bijna beschaamd.
Voor zover dat nog mogelijk is, gaat Bonnie nog wat dichter bij Koen staan.
“Waar wacht je dan op?”
Ze knipoogt, maar Koen lijkt te twijfelen.

I believe in love
And I know that you do too
And I believe in some kind of path
That we can walk down, me and you. 

Nick Cave & The Bad Seeds

Slechts twee stevige bonzen op de deur zijn nodig om het duo uit hun magische moment te halen. Bonnie kijkt Koen vragend aan. Opnieuw klinken er twee bonzen. Bonnie haalt haar schouders op en opent haar deur op een kier. Meteen steekt Charlie zijn voet ertussen om ze te blokkeren. Bonnie schrikt van hoe hij eruit ziet. Zijn daarnet nog strak achterover gekamde haren, schieten alle richtingen uit. Zijn gezicht staat vol zweetparels en zijn das hangt argeloos rond zijn nek, over zijn half opengeknoopt hemd. Zijn ogen stralen wanhoop uit.
“Bonnie…”
Zijn stem klinkt schor en fragiel. Bonnie voelt hoe haar hart aan flarden wordt geschoten. Ze ademt één keer diep in en schudt dan haar hoofd.
“Het is niet de moment, Charlie.”
Ze duwt hem zachtjes terug de gang in, maar door zijn voet tussen de deur, slaagt ze er niet in die te sluiten. In één snelle beweging duwt hij ze open. Hij schrikt als hij Koen, die ondertussen plaats heeft genomen in de zetel, ziet zitten.
“Niet de moment?”, klinkt hij venijnig. “Wat ben je aan het doen? Een onderonsje met je roomie?”
Bonnie rolt haar ogen en probeert hem met beide handen opnieuw richting de deur te duwen, wat door haar zwak gestel en zijn flinke borstkas een onmogelijke zaak blijkt.
“Charlie, je bent dronken en gedrogeerd. Denk je nu echt dat dit het goede moment is om een serieus gesprek aan te gaan?”
Wat waggelend kijkt hij haar twijfelend aan.
“Ik wil gewoon praten, Bonnie”, klinkt het beteuterd.
Koen springt recht, klaar om zichzelf te bevrijden uit deze ongemakkelijke situatie.
“Ik ga wel nog even naar beneden, Bonnie. Als er iets is, bel je maar.”
Wanneer Koen Charlie passeert geeft de laatste de eerste een stevige duw met zijn schouder. Maar wijselijk als Koen is, geeft hij geen kick en stapt hij zonder iets te zeggen de studio uit. Wat stuntelig komt Charlie voor Bonnie staan.

“Ik wil het echt zien werken tussen ons, prinses. Ik weet dat het niet gemakkelijk gaat zijn. En dat wat we doen niet de beste uitvalsbasis is voor een relatie”, klinkt het nog steeds met een gebroken stem.
Na een flinke teug adem, gaat hij lispelend verder: “Maar mijn wereld is niets zonder jou, Bonnie.”
Hij kust zacht haar voorhoofd waarna bij haar een diepe zucht ontsnapt.
“Hoe kan ik geloven dat je me niet gebruikt?”
Hij snuift opgewonden.
“Gebruiken, Bonnie, ik zweer het je. Ik heb je nog nooit gebruikt. Wat er aan de hand is met de BB, heeft niets met ons te maken. Die overval heeft niets met je moeder te maken. Ik zweer je dat ik niet wist dat die zaak van haar was”, klinkt het de wanhoop nabij. Bonnie vindt geen woorden die geschikt zijn. Waarop Charlie nog een stapje verder gaat en op zijn knieën gaat zitten. Terwijl ook hij even zijn woorden zoekt, gaat zijn kin heen en weer.
“De laatste drie weken ben ik een zombie geweest. Ik heb geprobeerd je gewoon uit mijn hoofd te zetten omdat ik niet begrijp wat je van plan bent met mij, en ik er niet tegen kan om de controle te verliezen. Maar geen enkele dag, geen enkele vrouw, geen enkele klant heeft me ervan kunnen overtuigen dat mijn wereld zonder jou volledig is.”
Bonnie slaat haar handen voor haar ogen, niet wetende wat ze aanmoet met zijn praatjes.
“Waar wil je dan naartoe, Charlie?”
Hij rolt met zijn ogen.
“Weer die vraag”, fluistert hij hoofdschuddend. “Ik wil het proberen, hier in onze wereld. Niet door te vluchten naar een nieuwe. We zien wel hoe het loopt. Geef het een kans, Bonnie.”
Maar Bonnie schudt haar hoofd.
“Dat is onmogelijk Charlie”, zegt ze ontgoocheld.
“Alleen als je dat gelooft”, knipoogt hij.

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 9

In één snelle beweging haalt Bonnie de revolver uit haar handtas en richt het op de man recht voor haar die meteen zijn handen in de lucht gooit. Ze doet alle moeite van de wereld om het geweer zonder beven vast te houden. Haar aandacht verspringt naar haar kersverse tattoo. ‘Ik ben gemaakt voor deze wereld’, prent ze zich nog eens in. Carla legt haar hand op Bonnie’s gestrekte arm, maar de jongedame maakt met één blik duidelijk dat de vice-presidente zich, ondanks haar rang, moet terugtrekken.
“Carla, er is een tijd van praten en een tijd van actie. Er is al genoeg gepraat, maar meneer Bosch weet duidelijk niet dat hij niet met ons moet sollen.”
De man in kwestie steekt onschuldig zijn armen de lucht in.
“Meneer Bosch, nu ga jij eens naar mij luisteren, zonder zelf praatjes te verkopen”, zegt ze ijzig kalm. De man knikt onderdanig.
“Ik stel je een vraag en jij beantwoordt ze in alle eerlijkheid.”
Hij knikt.
“Vraag één…”
Even last Bonnie een doelbewuste pauze in. De man, nog steeds met beide armen in de lucht, is één en al oor.
“Hoe lang hou je ons al aan het lijntje met je afbetalingsplan?”
Hij stamelt wat onsamenhangends. Bonnie schiet ter waarschuwing de glazen vaas die achter hem staat, aan flarden. De knal klinkt luider dan ze zich kon inbeelden en haalt haar even uit haar concentratie. Toch heeft haar actie het gewenste effect. Zowel Carla als meneer Bosch staren haar met opengesperde ogen aan.
“Een duidelijk antwoord, Bosch. Dat kan toch niet zo moeilijk zijn?”
Ze is gefocust; er is geen trilling meer in haar handen te bekennen en ook haar ademhaling heeft ze stevig onder controle. Carla mompelt Bonnie’s naam, maar krijgt geen enkele reactie.
“Een half jaar”, klinkt het stil vanuit van tussen zijn mondhoeken. “Maar ik zweer het, moest ik kunnen, had ik jullie al lang terugbetaald.”
“Is dat zo”, vraagt ze met een sarcastische ondertoon.
Hij knikt.
“Die gloednieuwe Aston Martin voor de deur, is die van jou?”
Meneer Bosch knikt schuldig.
“Die kan niet ouder zijn dan een half jaar, klopt toch?”
Hij schudt zijn hoofd.
“We weten allebei dat die vierwieler evenveel waard is dan het bedrag dat je BB nog verschuldigd bent.”
Hij knikt opnieuw en kijkt haar aan met gebroken ogen. De vent doet het in zijn broek door de macht van de revolver.
“Je dacht… dat is maar een bende vrouwen bij elkaar, wat kunnen ze me maken? Laat ik die maar eens lekker bij hun figuurlijke pietje nemen?”
Hij haalt verontschuldigend zijn schouders op met de armen nog steeds naar het plafond gericht. Dan schudt hij zijn hoofd, tot grote ergernis van Bonnie, die één in vlotte beweging een tweede vaas wat verderop aan flarden schiet. Haar oren suizen door de knal.
“Doet uwe mond open, meneer Bosch”, fluistert ze in zijn oor. “Het enige wat ik u vraag, is te antwoorden! En zelfs dat is te moeilijk? Ik zou je in je voet moeten schieten…”
In een wanhoopspoging haar op andere gedachten te brengen, smeekt de man haar bijna onverstaanbaar zacht toe.
“Ik heb een voorstel voor jou”, steekt Bonnie opnieuw van wal. “Volgende week staan we hier terug met een lege tas, die gevuld is met 200.000 euro als we terug buiten stappen.”
Hij knikt.
“Komt in orde, juffrouw. Haal dan nu die revolver van me weg.”
Bonnie schudt haar hoofd.
“Om de interest en de overlast te compenseren, geef je me nu meteen de sleutels van je nieuwe speeltje.”
Zijn ogen worden groot en hij maakt aanstalten hier wat tegenin te brengen. Tot Bonnie’s grote ergernis. Ze komt dichter bij hem staan en duwt de loop van de revolver tegen zijn voorhoofd.
“Ik ben niet bang om de trekker over te halen, meneer Bosch. In deze wereld moet je kunnen schieten. En geloof me, van deze afstand is er niets aan.”
Opnieuw haalt hij zijn handen boven zijn hoofd.
“De sleutels zitten in mijn broekzak”, stamelt hij angstig.
Met haar ene hand nog steeds in de ban van het pistool, tast ze met de andere zijn beide broekzakken af. De ring van de sleutelbos gaat over haar wijsvinger als ze beet heeft. Dan grijpt ze hem naar zijn kruis.
“Wie heeft er wie nu bij zijn pietje?”

“Heb je dat écht gezegd?”, vraagt Charlie enthousiast.
Bonnie knikt trots zonder haar blik af te wenden van de weg om ‘haar’ gloednieuwe Aston Martin strak onder controle te houden. Ongelovig schudt hij met zijn hoofd.
“Moest je mij dat gelapt hebben…”, klinkt het.
Met één blik maakt ze duidelijk dat hij maar beter uitkijkt met wat hij zegt.
“Je hebt de smaak wel goed te pakken. Het gaat je goed af, het gangsterleven”, klinkt het wat neerbuigend. Omdat een heerlijke laagstaande avondzon haar intrede doet, zet hij de matzwarte Rayban Wayfarer, die de hele tijd aan zijn hemd heeft gehangen, op zijn neus. Zijn blonde haardos met grijze plukken, die voor een keer niet strak naar achteren gekamd ligt, wappert wild door de wind en de snelheid van de Aston Martin.
“Ik geloof dat je klaar bent voor een nieuw avontuur in m’n wereld. Een gevaarlijk avontuur.”
Bonnie wijkt haar blik even af van de weg en kijkt hem vragend aan. Ze kan het niet laten met haar ogen te rollen.
“Ok, laat maar vallen”, klinkt het bij Charlie.
Wat heen en weer geplaag later, komt hij over de brug.
“Ik heb een nogal onconventionele hobby waar niemand iets van weet”, introduceert hij.
Beelden van SM-kerkers en gangbangs flitsen voor Bonnie’s ogen.
“Neen, niet zo’n hobby”, lacht Charlie wanneer hij haar vragende blik vangt.
“Maar voor ik het je vertel, moet je me plechtig beloven dat dit ons geheim blijft.”
Bonnie knikt nieuwsgierig. Zeg het nu maar gewoon in plaats van rond de pot te draaien, hoort ze zichzelf denken.
“Heel lang geleden heb ik mijn eerste stappen in de illegale businesswereld gezet met ‘onschuldige’ overvallen. Een kleine kruidenierszaak, een videotheek of een nachtwinkel. Easy money, maar de kick die je ervan krijgt, is beter dan eender welke drug op aarde.”
Bonnie wacht vol spanning waar zijn nostalgisch vertelsel op zal uitdraaien.
“Maar zoals je al weet heb ik me ondertussen wel al wat op gewerkt waardoor ik die overvallen niet meer nodig heb om geld in het laatje te brengen. Maar van tijd tot tijd…”
Even lijkt hij te twijfelen, maar toch gaat hij verder.
“Doe ik er nog eentje, just for fun.”
Een brede grijns wordt hem meester.
“Ik geloof er niets van, Charlie”, zegt ze wantrouwig met fronsende wenkbrauwen. Hij kijkt haar kwaad aan.
“Ik heb nog nooit tegen je gelogen.”
Even blijft het stil waarop Charlie verder gaat.
“Heb je geen zin om er eens één samen te doen? Een nachtwinkel, ofzo. Bonnie ik zweer het je, die mannen zijn vaak zo louche dat ze toch niet naar de flikken bellen. En soms zit er lekker veel cash in hun kassa. Echt, makkelijker bestaat niet. En nu je een revolver kan hanteren, zou je mijn perfecte partner in crime kunnen worden.”
Bonnie kijkt hem met pretoogjes aan terwijl ze gecontroleerd de limieten van de sportwagen opzoekt. 220 kilometer per uur and still counting.
“Bonnie, rij maar wat trager”, zegt hij terwijl hij zijn hand op haar dij legt.
Ze kijkt hem uitdagend aan en drukt het gaspedaal nog wat harder in.
“Geef me meer details en laat het rijden maar aan mij over”, zegt ze fars.

Na een snelle korte rit op zijn matzwarte motor, stopt hij in een steeg naast de nachtwinkel. Bonnie’s hart slaat overuren. Even twijfelt ze. Waar is ze toch mee bezig? Maar als ze de lach van Charlie van onder zijn vizier ziet verschijnen, knikt ze zelfzeker.
“Let’s go!”, zegt ze enthousiast, maar luider dan gewild.
Even checkt ze achter zich of niemand haar gehoord heeft. Charlie legt zijn hand op haar schouder.
“Gewoon genieten.”
Bonnie knikt, het signaal voor Charlie om uit de startblokken te schieten. Hij haalt de zak van zijn rug en neemt er twee revolvers uit. Eén ervan krijgt Bonnie in haar hand gestopt, de andere neemt hij zelf stevig beet. Hij slaat zijn geblindeerde vizier helemaal toe en stapt resoluut op zijn doel af. Even blijft Bonnie achter, de man vanop een afstand observerend. Helemaal in het leer getooid en geladen met een geweer ziet hij er onweerstaanbaar uit. Met die gedachte huppelt een eveneens van een lederen pak en pikzwarte helm voorziene Bonnie opgetogen haar partner in crime achterna. Met geladen pistool stapt het duo de nachtwinkel binnen. De Pakistaan gooit meteen zijn handen in de lucht bij de aanblik van de geweren.
“Please don’t shoot!’, schreeuwt hij huiverig.
“Just put the money in the bag.”
Charlie’s stem klinkt scherp, maar kordaat. Zwetend van angst, gaat de Pakistaan meteen over tot wat hem opgedragen is.
“Put that bottle of champagne in it too, will you”, floept Bonnie eruit terwijl ze met haar pistool naar de fles Veuve Cliquot net achter de kassa wijst.
Met bevende handen neemt de Pakistaan de fles, stopt ze bij het geld in de zak en sluit de rits. De hele tijd al staat Bonnie stokstijf met haar geweer op de man gericht, hem geen seconde uit het oog verliezend. Als Charlie de gevulde zak in handen krijgt, zet hij het op een lopen. Het duurt even voor ook Bonnie uit de startblokken schiet, maar door de adrenaline die door haar lichaam giert, slaagt ze er al snel in hem in te halen. Bijna synchroon springen ze op de motor en vluchten ze weg.

Terwijl ze aan topsnelheid straten en huizen passeren, zet Bonnie het op een schreeuwen.
“Kalmeer, Bonnie!”, klinkt het opeens in haar oren.
Die intercom was ze even volledig uit het oog verloren.
“Dat was gewoon zaaaaaalig!’, roept ze uit, wat op een lach van Charlie ontvangen wordt.
Een kwartiertje later stoppen ze op een afgelegen stuk weg, aan de rand van een rivier.
“Even klinken op ons avontuurtje”, zegt Charlie, duidelijk nog helemaal opgehitst.
Hij stapt af en zet zich op een bankje wat verderop. Bonnie gooit haar helm uit en ritst haar jack open.
“Fuck man, ik heb het héét!”
Charlie zet het op een lachen.
“Jij wordt gewoon geil van adrenaline!”
Ook hij gooit zijn helm uit, wat hem met een warrige donzige blonde bos achterlaat.
“Wat vond je ervan?”
Bonnie knikt enthousiast.
“Beter dan eender welke attractie, eender welke drug, eender welke kick. Fuck gast, dat was het gewoon. I was alive!”, schreeuwt ze uit en gooit haar handen in de lucht.
Ook Charlie heeft duidelijk genoten van hun avontuurtje, gezien de gezonde blos op zijn wangen. Hij haalt de zak boven en bekijkt de buit.
“Put that bottle of champagne in it too, will you, zei ze”, lacht hij hoofdschuddend.
Door de onstuimige rit schiet de fles champagne wild open waardoor Charlie niet anders kan dan zijn mond eraan te zetten en het spuitende goedje op te zuigen voor alles de grond op loopt. Wanneer de fles onder controle is, geeft hij ze aan Bonnie door. 
“Op onze wereld!”
Bonnie klapt enthousiast voor ze een flinke teug neemt.
“Dat moet ongeveer 5.000 euro zijn. Hier, voor jou”, klinkt het nonchalant vanop de bank nadat hij alle briefjes gesorteerd heeft en terug weg heeft gestoken. Hij stopt haar de rugzak toe. Bonnie fronst haar wenkbrauwen.
“Nooit gehoord van fifty-fifty?”
Hij haalt zijn schouders op en grijnst: “Je hebt het verdiend.”

Aan de rode vlekken in haar moeders nek te merken, ziet ze er niet gelukkig uit. Bonnie speelt met het lepeltje in haar broodnodige ochtendkoffie en tracht Anita’s blik te ontwijken.

“Bonnie, ik ga kort zijn want het is echt al een klotemorgen geweest.”
Bonnie knikt onderdanig.
“Met geweren staan zwaaien is onze stijl niet”, stelt Anita droog.
De schouders van Bonnie gaan de hoogte in. Maar voor ze haar mond kan openen, is haar moeder haar voor.
“Neeneen, efkes serieus nu Bonnie. ‘t Is ni omdat ge mijn dochter zijt dat ge hier de cowboy moet komen uithangen. We hebben bepaalde regels en een bepaalde code die we godverdomme al meer dan vijftien jaar volgen. De belangrijkste regel is dat ge pas een geweer meeneemt als laatste toevluchtsoord.”
Bonnie rolt met haar ogen, tot grote ergernis van haar moeder.
“Godverdomme, Bonnie. Hang het kind niet uit. En laat me nu gerust, ik heb al genoeg aan mijn kop met die klote-overval!”
Bonnie slikt moeizaam.
“Overval?”
Haar moeder reageert afwijzend: “Ja, in een van onze nachtwinkels. Vraag de details maar aan iemand anders. Ik heb al genoeg tijd aan u verloren.”

Als een hond met zijn staart tussen zijn benen, druipt Bonnie af, binnensmonds stevig vloekend. Kan geen toeval zijn, dit. Dat kan echt niet meer. De gekste gedachten flitsen door haar hoofd, met één conclusie. Ze moet Charlie te pakken krijgen. In één vloeiende beweging grijpt ze haar tas vanop haar bureau en vlucht ze naar buiten, ‘haar’ Aston Martin in. Met trillende vingers zoekt ze zijn nummer en belt ze hem op. Na twee beltonen neemt hij op.
“Bonnie, scheelt er wat?”
Ze knikt, maar beseft dat hij haar niet kan zien.
“Ja”, antwoordt ze dan maar droog. “Het heeft te maken met gisteren.”
“Zeg maar niets meer. Waar ben je?”
“Onderweg.”
“Kom naar mijn loft”, klinkt het voor hij neerlegt.

Met een warrig hoofd en slechts gehuld in een kamerjas staat hij haar in zijn ondergrondse garage op te wachten. Als ze zijn gezicht ziet, slaat ze door. Letterlijk. Ze springt de wagen uit en vliegt met beide vuisten tegen zijn borst en barst in tranen uit. Helemaal overdonderd door haar gedrag, tracht Charlie haar onder controle te krijgen. Iets waar hij, gezien zijn spiermassa, redelijk snel in slaagt.
“Bonnie, kalmeer nu eens!”, roept hij haar toe terwijl hij haar aan beide schouders wat van de grond tilt. Ze knikt, wat voor hem het teken is om terug los te laten.
“Dit kan geen toeval meer zijn, Charlie”, sist ze hem toe.
Hij kijkt haar met grote rode ogen aan.
“Wat kan geen toeval zijn, Bonnie?”
Ze rolt met haar ogen en schudt ontgoocheld haar hoofd. De tranen blijven langs haar wangen stromen.
“Ze hebben me nog zo gewaarschuwd. Iederéén heeft me gewaarschuwd…”
“Voor jou”, volgt er nog wat stiller op.
Charlie haalt zijn handen door zijn krullen.
“Wat kan geen toeval zijn, Bonnie?”
Ze zucht.
“Dat we gisteren een van mijn moeders nachtwinkels hebben overvallen.”
Hij slaat zijn hand voor zijn mond en vloekt als een ketter. Met gekruiste armen staart Bonnie hem ongelovig aan. Hij schudt wanhopig zijn hoofd.
“Godverdomme, Bonnie. Ik zweer u dat ik dat niet wist”, klinkt hij gebroken.
Hij valt op zijn knieën als hij ziet dat zijn woorden geen effect hebben.
“Alsjeblieft prinses, geloof mij.”
Bonnie rolt met haar ogen. Dat kan toch geen toeval zijn, dat kan toch geen toeval zijn; dat is het enige dat als een kapot cassettebandje in haar hoofd wordt afgespeeld, opnieuw en opnieuw.
“Ik moet dat geld niet hebben”, zegt ze voor een met een haarelastiek samengebonden stapel geld uit haar wagen plukt en deze zijn richting op de grond gooit.
Ontgoocheld neemt Charlie het op en keert hij haar de rug toe.
“Bel me maar als je afgekoeld bent”, klinkt het binnensmonds voor hij de lift in stapt en Bonnie verbouwereerd achter laat. Ze stapt woest in haar wagen en op automatische piloot rijdt ze naar zijn club. Op de achtergrond zingt Tom Barman iets over een ideale crash.

Crash your life’s gone sucking cause you want to mess
Around, can anybody down you with a
Crash another way of saying that you like to make it
Up as you move along. If it’s a lot, show them what you got. 

dEUS

Zelfverzekerd stapt ze Delight binnen en heeft meteen de juiste man in haar vizier: Ben. Als hij haar opmerkt, komt hij meteen naar haar toe gewandeld.
“Bonnie, alleen vandaag?”, vraagt hij wat zenuwachtig naar de deur kijkend.
Ze knikt.
“Charlie is in zijn loft.”
Met heel wat air loopt Bonnie naar de bar en bestelt zich een shotje tequila. Als een trouwe hond, staat Ben meteen naast haar. Hij kijkt haar met ongeruste ogen aan.
“Is het niet wat vroeg om te drinken? Gaat het wel?”
Bonnie drinkt het shotje in één keer leeg, zet zich recht en knikt: “Het is nooit te vroeg om te drinken. En ja, het gaat wel.”
Ze ademt diep adem voor ze verder gaat.
“Ik wil gewoon een nummertje.”
Grote ongemakkelijke donkere ogen kijken haar aan. Bonnie haalt haar schouders op en komt wat dichter bij hem staan.
“Ik heb geld hoor, Ben. En we zitten in een hoerenbar. De perfecte plek voor een nummertje, als je ’t mij vraagt.”
Ben buigt wat voorover, neemt haar hand vast en kust de rug ervan teder. 
“Dat klopt, koningin. Ga maar naar kamer 3. Ik kom er meteen aan.”
Kordaat knikt ze voor ze haar weg zet naar dezelfde kamer die ze vorige keer met z’n drieën gebruikt hebben. Meteen ploft ze neer op het bed en trekt ze haar kleren uit. Halfnaakt en met een brede glimlach stapt Ben nonchalant de kamer binnen. 
“Ik ben blij de koningin nog eens te mogen verwennen”, fluistert hij uitdagend terwijl hij twee glazen champagne vult.

Het is lang geleden dat ze zo lang en zo intens is klaargekomen, realiseert Bonnie zich met gesloten ogen en nog steeds met Ben’s lul in zich. Een gelukzalige grijns siert haar gezicht. Langzaam opent ze haar ogen en vindt Bens net klaargekomen blik. Elke man heeft toch een andere sexface, bedenkt ze zich voor ze wegkijkt. Ze schrikt zich een ongeluk als ze Charlie opmerkt, op de fauteuil in een hoek van de kamer. Hij observeert hen met een uitgestreken gezicht. In een snelle reactie duwt ze Ben van zich af. Stilzwijgend stapt hij het bed uit, trekt zijn boxershort aan en knikt naar Charlie voor hij de kamer verlaat. Zonder één woord te zeggen, neemt Charlie een sigaret uit haar tas en steekt hij ze aan. Ondertussen weet Bonnie met zichzelf geen blijf.
Hij neemt heel beheerst het woord: “Wat wil je hiermee bereiken?”
Bonnie haalt haar schouders op omdat ze eerlijk gezegd echt niet weet wat ze op die vraag moet antwoorden. In plaats daarvan springt ze uit bed en begint ze zich aan te kleden.
“Bonnie, ik heb je een vraag gesteld”, klinkt het op dezelfde toon die Bonnie gisteren bij de Pakistaan voor de eerste keer gehoord heeft. Ze slikt moeizaam en voelt hoe haar wangen beginnen te kleuren. Zonder wat te zeggen neemt ze haar tas, maar voor ze zich verder van hem weg kan draaien, grijpt Charlie haar bij de pols. Zonder haar los te laten, zet hij zich recht uit de zetel waardoor hij boven haar uittorent. Hij neemt met zijn vrije hand Bonnie’s kin beet en duwt deze traag omhoog zodat ze hem wel moet aankijken. Maar wanneer ze zijn blik vangt, sluit ze haar ogen, wat hem nog meer ophitst. Zijn grip op haar pols verstrakt.
“Wat. Wil. Je. Hiermee. Bereiken?”, sist hij.
Bonnie grijnst onbevreesd. 
“Dat zou je zelf moeten weten als je me zo goed kent’, fluistert ze waarna ze zich in één ruk lostrekt en ze de kamer uit stapt.

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 8

Met man en macht tracht ze haar trillende handen onder controle te krijgen. Haar ene hand, die langs haar zij hangt, is verstrengeld in de zijne. Het is echter de andere hand die het stevige werk moet opknappen. Voor het eerst heeft Bonnie een geweer in haar handen en wat voelt dat lekker. Ze voelt haar hartslag tot in de wijsvinger die afwachtend op de loer ligt om te trekker over te halen.
“In deze wereld moet je kunnen schieten.”
Zijn woorden spoken door haar hoofd voor ze nog één keer diep inademt en haar wijsvinger tot actie laat overgaan. De lege Champagnefles, exact dertig meter verderop, spat in miljoenen stukjes glas uit elkaar. Tot groot jolijt van Charlie, die een vreugdedans uitvoert.
“Je bent gemaakt voor deze wereld”, zegt hij trots terwijl hij haar van de grond tilt en een paar keer ronddraait. Met opengesperde ogen kust hij haar intens op de mond.
“Ik zie je graag.”

Bonnie’s adem stokt als ze beseft wat hij net gezegd heeft. Afwachtend kijkt hij haar aan, wachtend op een antwoord – hét antwoord – maar het blijft stil. Na een tijd is het toch Bonnie die het woord neemt.
“Je hebt de laatste tijd al zo vaak de kans gehad om dat te zeggen. En nu doe je het nadat ik net mijn eerste schot gelost heb? Je moet toegeven dat het een beetje creepy is.”
“Ik hou niet van clichés”, zegt de man die het woord heeft uitgevonden. 
Bonnie kan het niet laten met haar ogen te rollen.
“Je bént een cliché, Charlie”, lacht ze. Ze port hem in zijn zij in de hoop wat van de spanning weg te nemen. Maar hij gaat er niet op in. In plaats daarvan neemt hij haar hoofd met beide grootse handen beet.
“Laat wat ik zeg cliché lijken, het komt recht uit mijn hart.”
En hij doet het opnieuw. Ze valt voor zijn praatjes, hoe leep ze ook klinken. 
“Waar zijn we eigenlijk mee bezig?”, vraagt Bonnie out of the blue.
“Daar zijn geen woorden voor”, herhaalt Charlie zijn standaard antwoord op vragen van zulke aard. Maar vandaag neemt Bonnie hier geen genoegen mee.
“Serieus, Charlie. Waar wil je naartoe?”
Ze zwaait wat uitdagend met het wapen. Een gebaar dat hij meteen als aanvallend beschouwt. Hij probeert het snel uit haar handen te nemen, maar Bonnie houdt hem tegen.
“Laat me. Ik ga je heus niet beschieten. Ik heb net voor de eerste keer in m’n leven een fles aan flarden geschoten. Laat dat de eerste les zijn. Antwoord jij maar gewoon op mijn vraag. Voor de gemakkelijkheid zal ik ze nog eens herhalen”, zegt ze bitsig. “Waar wil je naartoe, Charlie?”
Hij gooit zijn handen de lucht in nadat Bonnie het geweer met strakke hand op hem richt.
“Meisje, meisje. Rustig aan.”
Tot Bonnie’s grote verbazing doet hij zelfs geen poging meer om het geweer van haar af te nemen. In plaats daarvan tast hij naar het pak sigaretten in haar tas en neemt er twee exemplaren en haar zippo uit. In één beweging steekt hij beide sigaretten aan en geeft er één aan haar. De zijne laat hij nonchalant op zijn onderlip rusten als hij verdergaat, met nog steeds de revolver op hem gericht.
“Waar wil ik naartoe? Ik zal je zeggen waar ik naartoe wil. Meer nog, ik zal je eerst vertellen wat tot anderhalve maand geleden mijn ultieme ambitie was: rijk worden en aan de top staan. Simple as that. En eerlijk gezegd heb ik mijn ambitie al flink waargemaakt. Maar eens je de top voelt naderen, wordt dat je enige doel in het leven. Tot jij m’n leven kwam binnenwandelen. Echt waar Bonnie, ik ben verloren.”
Even wacht hij haar reactie af voor hij verder gaat. Ze staart hem met grote ogen aan en lurkt traag maar diep aan haar sigaret. De hand waarmee ze het wapen vasthoudt begint wat te trillen.
“Tussen ons gezegd en gezwegen, heb ik me op mijn 40-jarige, enfin 39-jarige, bestaan nog nooit zo goed gevoeld bij iemand als bij u. En ik weet het, ik verval weer in een cliché, maar dat is gewoon de waarheid. Vrouwen waren voor mij altijd een leuk extraatje, een afleiding van het serieuze leven. Begrijp me niet verkeerd, er zijn vrouwen geweest die ik graag heb gezien. Dat dacht ik toch. Tot ik een heel nieuw gevoel ontdekte toen ik jou zag. Dat is graag zien, Bonnie.”
Maar Bonnie blijkt niet onder de indruk. .
“Waar wil je naartoe, vraag ik”, klinkt ze bot. “En in plaats van te antwoorden, belaad je me hier met honderd woorden over je werk en andere vrouwen.”
De woede woelt rond in haar lichaam.
Charlie zucht diep: “Andere vrouwen, Bonnie, kom op. Je gaat me niet geloven, maar sinds ik je ken is mijn vrouwenfrequentie pijlsnel gekelderd.”
Ze lacht hardop. 

Vrouwenfrequentie, hoe durft hij.

“Genoeg over andere vrouwen”, maakt hij duidelijk. “Bonnie, het vreemde van de zaak is dat je een nieuw doel hebt gecreëerd in mijn leven waarvan nooit sprake is geweest. Ik durf je zelfs niet te vertellen hoe hard je door mijn hoofd spookt. Dan zou ik je te veel krediet geven. Maar meid, weet dat een stuk van me een wereld met jou wil gaan ontdekken, ver weg van alles en iedereen. Een nieuwe wereld.”
Nieuwe wereld. Bonnie zucht omdat ze twijfelt aan de echtheid van zijn woorden. Waarom blijft iedereen rond haar constant waarschuwingen rondstrooien over de snode trucs van Charlie? Daar moet toch iets van waar zijn? Maar als ze bij hem is, lijkt hij oprecht. Het probleem is dat ze dan altijd slechts met twee zijn en ze dus niet aan haar entourage kan bewijzen dat hij niet meer is wie hij vroeger was.
“Je zou vluchten? Omdat je een leven met mij hier niet ziet lukken?”
Hij wikt haar vraag omdat hij maar al te goed beseft dat alles wat hij nu zegt tegen hem kan én zal gebruikt worden. Hij schudt zijn hoofd.
“Je hebt gelijk, Bonnie. Ik heb geen idee hoe we deze gedeelde wereld kunnen rijmen met die van elkaar. Jij wel?”
Ze moet hem het antwoord schuldig blijven en laat ontmoedigd het geweer zakken.
“Ik ben niet voor deze wereld gemaakt”, stamelt ze.

De beats dreunen door Bonnie’s lichaam. Het lijkt alsof haar hart het ritme van de opzwepende techno heeft overgenomen. Terwijl ze zich helemaal overgeeft aan de muziek kijkt ze Koen aan. Hij heeft er lang niet meer zo goed uitgezien.
“Dat moesten we al lang nog eens doen”, schreeuwt Koen in Bonnie’s oor om de muziek te overstemmen.
Het is feest vandaag. Zijn arm is uit het gips en is hij volledig genezen verklaard. En aangezien het inderdaad al een eeuwigheid is geleden dat ze nog echt eens goed zijn gaan dansen in een discotheek, was dit de uitgelezen kans. Nog geen half jaar geleden, toen Koen en zij nog studeerden, was uitgaan schering en inslag. Het voelt goed om nog eens alle remmen los te laten, beseft Bonnie. Al kunnen de rum-cola’s daar ook voor iets tussen zitten. Dat moet ze ondertussen toch al geleerd hebben, dat ze helemaal wild wordt van rum. Ze neemt snel een mental picture voor ze zich opnieuw laat leiden door Koen en een lekkere remix van The Time is Now van Moloko.

You may find yourself
Out on a limb for me
Could you accept it as
Part of your destiny?
I give all I have
But it’s not enough
And my patience I shot
So I’m calling your bluff.

Moloko

“Zin in wat lekkers?”, klinkt het vragend in haar oor.
Ze knikt. Hij kijkt haar recht in de ogen terwijl de pil die tussen zijn wijsvinger en duim geklemd zit, in haar mond verdwijnt. Ze spoelt hem weg met een stevige slok van haar drankje. De heerlijke hits volgen elkaar op en Bonnie geniet van het moment. En ze is niet alleen: ook Koen danst de ziel uit zijn lijf. Wanneer ze merkt dat ze haar tanden steviger op elkaar begint te knellen, beseft ze dat het effect van de pil haar intrede doet.

“Ik ga een waterke halen”, roept ze in Koens oor die gebaart dat hij er ook wel een kan gebruiken. Terwijl Bonnie zich een weg baant naar de bar, stoot ze maar een paar keer bruusk tegen iemand aan. Telkens slaat ze haar arm over het ‘slachtoffer’ en stamelt ze een ‘sorry’ voor ze zich verder een weg baant naar de bar. Gelukkig wordt haar gebaar met dank aanvaard. Eén keer wordt ze zelfs getrakteerd op een speelse kneep in haar billen die ze beantwoordt met een schalkse knipoog. 
“Twee platte waters, alsjeblieft”, gooit ze er luidruchtig uit tegen de barman.  
Wanneer hij twee glazen flesjes water voor haar neerplant, drinkt Bonnie de helft van één van de flesjes al uit voor ze hem betaalt. Met een flesje in elke hand keert ze zich om en botst opnieuw tegen de rug van een vent aan, waarna een deel van het water op zijn rug terecht komt. In een ruk keert haar zoveelste slachtoffer zich om. Een woedende blik maakt al snel plaats voor een aangenaam verraste uitdrukking bij teken van herkenning. 
“Bonnie!”
Charlie tilt haar een tikkeltje op wanneer hij zijn arm rond haar slaat, waardoor ze alle moeite van de wereld moet doen om niet nog meer schade aan te richten met de flesjes water.
“Charlie! Lieve Charlie! Wat ben ik blij dat ik je zie!”
Ze geeft hem een natte kus op zijn lippen. Maar die wordt amper beantwoord.

“Wat doe jij hier?”
Hij ziet er opgejaagd uit waardoor Bonnie zich meteen afvraagt wat hij genomen heeft. Maar als ze haar kaak voelt heen en weer trekken, beseft ze echter dat ze niet te hoog van de toren moet blazen. Door deze gedachte is ze zich opeens overbewust van het feit dat hij ongetwijfeld aan haar moet merken dat ze onder invloed is. Ze probeert zo normaal mogelijk te klinken.
“Ik ben uit,” roept ze in zijn oor, “zoals jij blijkbaar!”
“Je hoeft niet zo te roepen, ik sta vlak naast je. Met wie ben je hier?”
Bonnie knipoogt uitdagend en voelt haar kin opnieuw een knik maken, wat ook hem meteen opvalt. Hij grijpt Bonnie’s kin vast.
“Ge ziet er niet uit, prinses. Wat hebde gepakt?”, sist hij haar toe. 
Bonnie rolt met haar ogen, wat hem nog lastiger maakt.
“Bonnie, komaan. Ik zie het zo. Met wie lig jij hier drugs te nemen?”
Ze lacht hem recht in zijn gezicht uit, tot groot jolijt van zijn entourage, dat uit twee voor Bonnie onbekende mannen bestaat. Charlie stuurt hen met één blik de laan uit en richt zijn aandacht opnieuw tot haar, maar houdt afwachtend zijn mond.
“Het antwoord op je eerste vraag is een pil”, lispelt ze. 
“En wat lijntjes voor ik in de rum-cola ben gevlogen”, volgt er. 
Ze neemt even pauze en wacht geamuseerd zijn reactie af. Maar hij bewaart zijn pokerface.
“En het antwoord op je tweede vraag is …” 
Stilzwijgend kijkt Charlie haar indringend aan. 
“Met Koen”, voegt ze er grijnzend aan toe wanneer hij geen aanstalten doet zijn mond open te doen. Hij grijpt haar bij de arm nadat hij die naam hoort.
Met “Charlie, je doet me pijn. Alsjeblieft, laat me los”, probeert ze er tussenuit te komen. 
Haar aanpak lijkt te lonen want meteen laat zijn hand los.
“Sorry Bonnie, maar ik schrik me hier gewoon dood. Ik had je hier nooit verwacht…”, klinkt het waarna hij hij over zijn schouders kijkt. 

“Met wie ben jìj hier eigenlijk?”, reageert Bonnie. 
Charlie haalt zijn schouders op: “Mogelijke prospects. Mannen én vrouwen.”
“Zo’n avondje”, beklemtoont ze terwijl ze met haar ogen rolt.
“En wat heb jìj gepakt?”, voegt ze er snel aan toe.
Ze schrikt van haar eigen woorden. Dat zou ze nooit zeggen moest ze niet onder invloed zijn. Ook Charlie is onder de indruk van haar directe aanpak.
“Een paar lijntjes”, lacht hij en haalt zijn schouders op.
“Ik ben niet beter dan jij, Bonnie. Laten we gewoon verder gaan met de avond. No worries.”
Hij knijpt eens flink in haar billen en duwt haar de menigte in. Al snel stoot Bonnie op Koen, die zijn beste dansmoves bovenhaalt met een of andere griet. Wanneer hij haar in zijn vizier krijgt, verontschuldigt hij zich bij het meisje en komt Bonnie tegemoet. Aan de activiteit van zijn kin te zien, heeft hij het ook al goed zitten.
“Alles onder controle, Koen?”
Hij knikt enthousiast: “Ik voel me herboren.”

Bonnie schrikt wat op als hij met zijn rechterhand haar billen stevig beetgrijpt. Als ze nog dichter bij hem kruipt en zich mee laat voeren door zijn bewegingen, voelt ze tussen haar billen heen hoe zijn lul in die skinny jeans van hem om meer ruimte smeekt. Zijn mond vindt een weg naar haar nek, haar oren en haar schouder. Als Bonnie na een tijd haar ogen terug opent, ziet ze Charlie op nog geen drie meter recht voor haar staan. Zijn blik staat op oneindig. Het is dezelfde blik die ze gezien heeft toen Ben haar onder handen nam. Is dat dan zijn jaloerse blik? Bonnie knipoogt en keert zich om richting Koen. Ze kan niet wachten om de limieten van Charlie’s jaloezie op te zoeken. Met haar heupen wiegend op het ritme van een nieuw nummer duwt ze haar kruis zachtjes tegen dat van Koen. Met wijde pupillen kijkt ze hem aan, maar hij lijkt over haar heen te kijken.
“Er is een vent naar ons aan het staren”, zegt Koen bloedserieus in haar oor.
Natuurlijk weet Bonnie over welke vent het gaat en rolt voor de tigste keer haar ogen rond in hun kassen. Koen neemt haar aan beide armen vast en kijkt haar indringend aan.
“Dat is Charlie, hé?”, klinkt er half vragend.
Bonnie knikt: “Niets van aantrekken.”
Ze neemt zijn middel vast en draait zich opnieuw richting Charlie. Terwijl ze hem recht in de ogen kijkt, grijpt ze Koens kont en knijpt er flink in. Er verschijnt een groene grijns op Charlie’s gezicht. Dan komt hij naar hen toe. Bonnie vergeet even te ademen.
“Hij komt naar hier”, kan ze Koen nog net waarschuwen.
Charlie knikt naar Koen en neemt Bonnie aan haar hand mee. Wat verderop houdt hij halt.
“Ok, Bonnie. Je wint. Ik ben jaloers. Stop. Er. Gewoon. Mee.”, sist hij in haar oor. 
Bonnie kan het niet laten zich een breuk te lachen waardoor ze haar evenwicht verliest. Charlie kan haar nog net ondersteunen.
“Het liefst van al zou ik die vriend van je een uppercut bezorgen. En dat is fucking helemaal niet van mijn gewoonte”, snuift hij. “Ik heb verdomme nog nooit gevochten… voor een vrouw.”
“Kunnen we nu dan stoppen met uw spelletjes en het serieus aanpakken?”, vraagt ze lispelend.

“Gedaan met spelen”, lijkt het voor Bonnie van ver weg te klinken. Plots lijkt alles van ver te klinken. “Ik heb lucht nodig”, roept ze in Charlie’s oor terwijl het wazig wordt voor haar ogen. Hij knikt meteen heel serieus en neemt haar bij de arm. Naar Bonnie’s gevoel lijkt de weg naar buiten eindeloos. Happend naar adem stort ze zich in Charlie’s armen voor het licht uit gaat.

Bijna onwaarneembaar zachte pianonoten halen Bonnie langzaam uit haar droomwereld. Met veel moeite heft ze haar hoofd op en vangt Charlie’s blik terwijl zijn vingers tokkelen op de denkbeeldige toetsen op het sportstuur van zijn wagen. 
“Moonlight Sonata”, hoort ze Charlie zeggen terwijl ze de messteken in haar slapen de baas tracht te worden.
“Van Beethoven”, voegt hij eraan toe. 
Hij lacht opgelucht voor hij zijn aandacht opnieuw op de weg richt.
“Blij terug wat leven in je te zien.”
Slechts een klein knikje kan eraf voor haar hoofd steun zoekt bij het autoraam. 

“Bonnie?”
Haar naam haalt Bonnie opnieuw bij de les. Ze kijkt op en ziet een bezorgde Charlie op zijn hurken naast haar zitten, het portier van zijn wagen wagenwijd open.
“Ik ga je dragen, meid. Het is niet ver.”
Ze knikt en geeft zich over. 

“Moonlight Sonata. Van Beethoven”, flitst het door Bonnie’s hoofd terwijl ze wakker schrikt. Totaal gedesoriënteerd kijkt ze rond in een reeds met daglicht belichte kamer. Doordat alles er wit is – van de lakens op het bed tot de gordijnen, inbouwkasten en muren – weerkaatst het licht harder dan ze kan verdragen. Op het nachtkastje merkt Bonnie een horloge op. Charlie’s horloge. De pianomuziek lijkt vanuit dezelfde kamer te komen. Dat blijkt ook zo te zijn als Bonnie naar het plafond kijkt en merkt dat de muren niet doorlopen. Ze moeten in zijn loft zitten.
“Charlie?”
“Alpha, bravo”, klinkt het wat verder terwijl de piano stilvalt.
Bonnie probeert recht te springen, maar een forse steek ter hoogte van haar slapen maakt dat onmogelijk. Ze zucht en legt haar hand op haar bonkende hoofd. Doordat ze een geeuw niet kan onderdrukken, beseft ze dat haar kaakspieren aanvoelen alsof ze overuren gemaakt hebben. Wanneer Charlie met een brede glimlach de kamer binnenwandelt, grijpt Bonnie een van de hoofdkussens en plant er haar aangezicht in. Om te weten dat ze er nu niet op haar paasbest uitziet, heeft ze geen spiegel nodig. 
“Bonnie, ik heb je gisteren scheef zien gaan in alle facetten van het woord. Erger dan dat kan het nu niet zijn”, zegt hij met een hese stem. 
Bonnie rolt haar ogen voor ze het kussen van haar gezicht haalt. Meteen valt haar de bril op zijn neus op. 
“Je draagt een bril!”, klinkt het verrast. 
Wat beschaamd zet Charlie ‘m op zijn hoofd en haalt zijn naakte schouders op.
Bonnie schraapt haar keel: “Sorry, Charlie. Van gisteren.”
“Ik ben al blij dat ik het hier heb kunnen oplossen. Toen je nadat je je ziel uit je lijf had gekotst heftig bent begin te rillen, heb ik toch even overwogen om naar het ziekenhuis te rijden.”
Het is Bonnie’s beurt om haar schouders op te halen. Ze zet zich wat rechter in bed.
“Je moet nu ook niet overdrijven. Ik was er heus wel doorgekomen zonder jouw hulp.”
Hij schudt zijn hoofd. “Geloof dat maar”, klinkt het.
“Pannenkoeken of spek met eieren?”, vraagt Charlie in een poging van onderwerp te veranderen terwijl hij met zijn vingers wat tegen zijn sixpack trommelt.
Maar Bonnie’s maag protesteert al bij de gedachte eraan; ze schudt misselijk haar hoofd.
“Straks misschien.”

Het is even schrikken als Louis, de kat van Charlie op het bed springt. De kater nestelt zich volledig op zijn gemak in Bonnie’s schoot. Hij spint wanneer Bonnie onder zijn hoofd streelt.
“Daar heb ik zin in. In liefde”, zegt ze met een zacht stemmetje.
Hij ploft zich naast haar in bed en schudt zijn hoofd.
“Geen tijd voor seks. Ik heb een afspraak.”
Bonnie fronst.
“Een afspraak met wie?”
“Een afspraak met Jacques.”
Haar wenkbrauw schiet de hoogte in.
“Mijn tatoeëerder.”
Enthousiast klapt Bonnie in haar handen.
“Een nieuwe tattoo?”
Hij knikt.
“Is er nog plaats?”, vraagt Bonnie terwijl ze zacht over zijn met inkt bezaaide borstkas streelt.
Hij kijkt op.
“Het lijkt alsof je mijn tatoeages niet apprecieert?”
Bonnie schudt haar hoofd.
“Begrijp me niet verkeerd. Man, elke keer ik je torso aanschouw, wordt mijn kut een wildwaterbaan. Maar ik vraag me gewoon af waar je ze gaat zetten. En wat?”
Geheimzinnig haalt Charlie zijn schouders op.
“Als je zo nieuwsgierig bent, zal je moeten meekomen.”

Wanneer Jacques na een dikke twee uur het bloed van de ribbenkast van Charlie (die de hele tijd geen enkel teken van pijn heeft vertoond) wegveegt, krijgt Bonnie een eerste blik op het nieuwe meesterwerk op zijn huid. En of het een meesterwerk is. In een vreemde stijl herkent ze Alice in Wonderland. De woorden ‘This is impossible’ lijken uit haar gedachten te ontspringen. Wat lager staat de Mad Hatter waaronder de woorden ‘Only if you believe it is’. 
“Jij ook eentje?’, vraagt Charlie uitdagend.
Bonnie schudt haar hoofd en beweegt haar wijsvinger ontkennend voor zich uit. Charlie komt dichter bij haar staan en neemt haar stevig beet. Zijn bebloede zijkant laat natuurlijk zijn sporen na op Bonnie’s jurk.
“Godver, Charlie.”
Tevergeefs probeert ze de bloedvlekken weg te vegen. Gelukkig draagt ze zwart. 
“Weet je wat ik vreemd vind, Charlie. En ik wil daar nu een antwoord op.”
Hij kijkt haar afwachtend aan.
“Meen je het als je zegt dat Wicked Game je lievelingsnummer is en Pulp Fiction je favoriete film? Dat je Ford Mustang in Spanje geen toeval was? En dat je meest nostalgische tekenfilm Alice in Wonderland is? Want als dat zo is, Charlie…”
Ze durft haar zin niet afmaken. Maar Charlie heeft er plezier in en maakt geen aanstalten haar te onderbreken.
“Als dat zo is, zijn we gemaakt voor elkaar.”
Hij glundert en steekt zijn handen in de lucht, waarna hij meteen met een pijnscheut in elkaar stuikt.
“Misschien net té enthousiast.”
Voorzichtig geeft hij haar een intense kus op haar wang. Ja, die kus. De kus waarmee hij haar langzaam maar zeker in zijn web heeft gevangen. Opeens flitst er een impulsief idee door haar hoofd. Waarom ook niet?
“Jacques! Heb je nog even tijd?”, vraagt ze aan de grijze man waar geen plekje zonder inkt te ontdekken valt. Hij knikt enthousiast.
“Ga je meneer De Raedt achterna?”
Bonnie knikt en kijkt uitdagend naar Charlie.
“Ik wil twee kleintjes, één op elke pols. Aan de linkse: There is a place. Zonder punt. Met daaronder zo’n zakhorloge als dat van het konijn uit Alice in Wonderland. Aan de rechter: Like no place on earth. Ook zonder punt. In mijn geschrift. Elk woord moet onder elkaar staan. Daaronder de hoed van de Mat Hatter. In ’t klein…”

Jacques knikt.
“Schrijf maar neer dan”, zegt hij terwijl hij haar pen en papier toe stopt.
Terwijl Bonnie in opperste concentratie de woorden op papier zet, probeert Charlie haar tegen te houden.
“Bonnie, je hoeft helemaal niets te bewijzen. Ik wil niet dat je spijt krijgt van onze spelletjes.”
Bonnie fronst.
“Ik dacht dat het vanaf nu serieus was?”
Charlie haalt zijn schouders op.
“Gaat het dan over mijn wereld”, vraagt hij in alle onschuld.
Nu is het aan Bonnie om haar schouders op te halen.
“Misschien wel, misschien niet.”
“Ik ben er klaar voor, Bonnie”, zegt Jacques.
“Ik ook”, bevestigt ze.

Wanneer de naald voor het eerst haar rechterpols raakt en een pijnscheut door haar lichaam schiet, slaat de twijfel even toe. Maar ze geeft er niet aan toe. Ze bijt van zich af en gaat er stoïcijns bij liggen. Na een tijdje slaagt ze erin de pijn een plaats te geven en dwaalt ze af in haar gedachten. Maar voor ze er grip op kan krijgen, lijkt Jacques klaar.
“Fini”, bevestigt hij.
Nu pas werpt Bonnie voor het eerst een blik op haar ‘nieuwe’ polsen. De woorden spreken haar toe. Nu moet ze er gewoon voor gaan! Maar opeens zijn het de rode bloeddruppels die haar aandacht opeisen waarna ze zich voelt wegdraaien. ‘Niet wéér’, denkt ze nog voor ze tegen de grond gaat.

Een rake klets in haar gezicht haalt haar opnieuw bij haar positieven. Zowel Jacques als Charlie zitten knielend voor haar neer. Charlie dept haar hoofd met een natte handdoek.
“Welkom terug, prinses”, grijnst hij.
Bonnie lijkt bijna de grond in te zakken van schaamte, maar het is Jacques die haar vel redt.
“Charlie had je moeten zeggen dat een tattoo zetten enkele uren nadat je zwaar bent doorgegaan allesbehalve een goed idee is”, troost hij haar met een knipoog.
“En nu is ‘t even gedaan, hé… dat flauwvallen?”, zegt Charlie bezorgd.
“Even normaal doen, ja… Dat is een goed idee”, besluit ze.