Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 27

Ze hoort het donderen in Keulen als ze voor de derde keer de deurbel hoort en er eindelijk in slaagt een voet uit bed te zetten. In de hoek van de slaapkamer vindt ze de kamerjas die ze over haar t-shirt van The Black Widow aantrekt voor ze de tocht naar de voordeur inzet. Als ze op het scherm van de videofoon inspecteur Verhaeghen herkent, stokt haar adem. Even dreigt ze te panikeren, maar al snel vindt ze heil bij de bemoedigende woorden die Ben haar gisteren heeft toegefluisterd. “Laat uw gevoelens maar de vrije loop.”
Aarzelend neemt ze de hoorn op.
“Hallo”, zegt ze met een veel lagere stem dan gewoonlijk.
“Mevrouw De Raedt?”, klinkt het aan de andere kant van de lijn.
“Ja, wie is ‘t?”, houdt ze zich van de domme.
“Inspecteur Verhaeghen. Kan je me binnen laten?”
Ze beantwoordt zijn vraag met een druk op de knop waardoor de deur opent en agent Verhaeghen opeens recht voor haar staat. Met één hand houdt ze haar kamerjas wat toe en met de andere begroet ze de politieman.
“Goeiemorgen, inspecteur”, klinkt ze beleefd.
Hij knikt.
“Gaat u even zitten, mevrouw De Raedt.”
Met lood in haar schoenen zet Bonnie post naar de zetel. Eens erin geploft kijkt ze de agent met grote angstige ogen aan. Haar onderlip gaat een eigen leven leiden. Ze voelt hoe ze haar hoofd schudt.
“Het is niet waar, hé”, zegt ze half binnensmonds.
Inspecteur Verhaeghen schraapt zijn keel voor hij zijn woorden vindt.
“Ik zal maar met de deur in huis vallen.”
De pauze die hij neemt voor hij verder gaat, lijkt een eeuwigheid te duren.
“Uw echtgenoot werd vanochtend in een hotel gevonden door een kamermeisje. Ze heeft hem poedelnaakt aangetroffen met een injectiespuit in de hand. Alles lijkt erop dat hij een overdosis heroïne heeft genomen.”
Bonnie kijkt apathisch voor zich uit. De krop die zich sinds gisterenavond gemanifesteerd heeft in haar keel is uitgegroeid tot een kankergezwel waardoor ze niet meer in staat is te ademen, laat staan er één woord uit te krijgen. Ze voelt de tranen in haar ogen opwellen tot ze overlopen en een weg zoeken naar beneden. Ze vallen in de open handpalmen op haar schoot.
“Het hotelpersoneel heeft meteen een ambulance laten komen. Het medisch personeel is ter plekke overgegaan tot reanimatie”, klinkt het vanuit de verte.
Nog steeds is Bonnie niet in staat er ook maar één woord uit te brengen.
“Uw man heeft geluk gehad door de snelle reacties van zowel het hotelpersoneel als de medische hulpdiensten. Ze hebben hem stabiel gekregen, maar hij is nog buiten bewustzijn. Ze vermoeden dat dit niet lang meer zal duren.”
Een ijskoude rilling trekt over Bonnie’s rug.
“Hij is niet dood?”, is het eerste wat ze eruit krijgt.
Inspecteur Verhaeghen schudt zijn hoofd.
“Hij is door het oog van de naald gekropen, die vent van u.”
Die woorden ontvlammen Bonnie. Meteen schiet ze in actie.
“Ik wil hem zien”, stamelt ze terwijl ze haar spullen bij elkaar zoekt.
“Kalm aan, mevrouw De Raedt. U bent duidelijk in shock”, zegt Verhaeghen zacht terwijl hij op haar schouder klopt.
“Neem rustig een douche en kleed u aan. U kunt toch niet in uw kamerjas naar het ziekenhuis vertrekken? Als u wil, wacht ik hier op u en breng u als u klaar bent naar uw echtgenoot.”

Bonnie kan alleen maar knikken. Als een zombie zet ze post richting douche. Duizend gedachten dwalen door haar hoofd terwijl ze haar kamerjas de grond op laat vallen. Wanneer ook haar T-shirt op de grond valt, stapt Bonnie de inloopdouche in. Het water valt als tropische regen op haar neer. Terwijl de gedachtestroom in haar hoofd voorbijraast, fixeert zij zich op de druppels op de scheidingswand die tergend traag de zwaartekracht trachten te trotseren. Ook Bonnie kan de kracht van de zwaartekracht niet aan en laat zich als een hoopje ellende op haar kont vallen. Tranen vermengen zich met water.

Alles is één grote roes tot Bonnie samen met inspecteur Verhaeghen aankomt op intensieve zorgen. Hij voert het woord.
“We komen voor Charlie De Raedt”, hoort Bonnie hem zeggen.
De corpulente dame achter de balie, die duidelijk onder de indruk is van de verschijning van Verhaeghen, bladert wat door haar papieren tot ze halt houdt bij één dossier.
“Meneer De Raedt is een kwartiertje geleden bij bewustzijn gekomen”, klinkt het trots.
“Hij vroeg meteen naar zijn vrouw”, gaat ze verder.
“Bent u dat soms?”, klinkt het terwijl de vrouw zich tot Bonnie richt.
Met wijd opengesperde ogen kan Bonnie alleen maar knikken.
“Hij ligt in unit zeven”, hoort Bonnie nog voor ze zich omkeert en op zoek gaat naar haar man met inspecteur Verhaeghen in haar kielzog.
Bij de gesloten deur met daarop een grote zwarte nummer zeven houdt ze halt. Door het raam in de deur ziet ze hem liggen. Haar onverslaanbare man. Net voor ze de deur opent, slaagt ze er eindelijk in de gigantische krop in haar keel door te slikken. Eén blik op zijn grootse blauwe ogen doet haar smelten. Met oncontroleerbare tranen die over haar wangen rollen, vliegt ze hem in de armen. Ook hij slaat zijn armen over haar heen. Dan fluistert hij: “Nice try, baby.”

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 26

Het irritante geluid van Charlie’s wekker haalt Bonnie uit haar onrustige slaap. ‘D-day’ is het eerste wat door haar hoofd schiet wanneer ze haar ogen opent. Langzaam rolt ze zich op haar zij waardoor ze meteen getrakteerd wordt op de afwachtende blauwe kijkers van haar wederhelft. 
“Happy birthday to you”, zingt ze zacht met een krakerige stem. 
Zijn mondhoeken krullen omhoog. 
“Ik ben officieel een oude zak”, klinkt het al even rauw. 
Hij sluit zijn ogen en zucht diep voor hij rechtveert en poedelnaakt het bed uit stapt. Ongegeneerd stapt hij met een ochtenderectie van formaat de kamer uit. In de deuropening houdt hij even halt. 
“Zoals gezegd, geen verrassingen”, klinkt het voor hij zich omkeert. 
Bonnie’s hart klopt in haar keel wanneer ze haar hoofd schudt. 

D-day.

Schoorvoetend stapt Bonnie Den Bar binnen. Op de achtergrond speelt zacht een nummer dat Bonnie bekend in de oren klinkt, maar ze kan het niet thuisbrengen. Op Carla na, die parmantig staat opgesteld achter den Bar ziet de blondine tot haar grote opluchting geen bekende gezichten. Aarzelend stapt ze op de barvrouw af.
“Ik ben content da ge der zijt, Bonnie.”
“Ik had ni veel keus, aan uw bericht te lezen.”
Hoewel ze met man en macht probeert zich afstandelijk op te stellen, is Bonnie blij om na een week in afzondering iemand van de Bende te spreken.
“Nen Baileys?”
Ze schudt haar hoofd.
“Tijd voor verandering. Geef me maar ne Martini.”
Carla probeert het ijs te breken.
“Shaken, not stirred?”
Er verschijnt een glimlach op Bonnie’s gelaat.
“Doe maar gewoon me wat ijs.”
Geamuseerd knikt Carla waarna ze zwijgzaam het gepaste glas bovenhaalt en naar de halfvolle fles Martini achter haar op de met neon verlichte barkast brengt.
“Hier, nen dubbele. Ge kunt het gebruiken.”
Bonnie rolt met haar ogen, maar perst er toch een glimlach uit wanneer ze het glas opheft en ‘schol’ mompelt voor ze er haar lippen tegen zet. De zoete smaak blijft kleven op haar smaakpapillen.
“Waarom moest ik naar hier komen, Carla? Anita heeft het héél duidelijk gemaakt dat ik hier geen voet meer moet binnenzetten.”
“Anita zit in Antwerpen, daar moet ge u geen zorgen over maken. Ik wilde graag uw kant van het verhaal horen om zelf te kunnen oordelen of de chef niet te radicaal geweest is in haar beslissing.”
De schouders van Bonnie gaan langzaam de lucht in.
“Anita moet doen wat ze denkt dat ze moet doen. Ik heb fouten gemaakt en ik mag daarop afgerekend worden.”
“Maar genoeg om u gewoon voor de haaien te gooien?”, piept Carla waarna ze een slok neemt van de whiskey die ze voor zichzelf heeft uitgeschonken.
Bonnie slikt moeizaam en schudt haar hoofd.
“We zullen zien wat er gebeurt de komende dagen.”
“Denkte echt da Charlie u zou overleveren aan de flikken? Zou hij het echt zo ver drijven?”
Ze knikt zonder twijfelen.
“Charlie gaat over lijken, ook dat van mij.”
Bonnie’s gesprekspartner tokkelt op de zijkant van haar glas.
“En waarom gaan we dan niet gewoon in op zijn voorstel? Als we onze trots aan de kant zetten, en het feit dat het godverdomme ne manipulatieve smeerlap is, is zijn idee zo slecht nog ni. Anita ziet de eurotekentjes al voor haar ogen dansen, dat is duidelijk, maar gaan we écht die hele distributie overnemen? Met welk leger?”
“Eerlijk, Carla? Het kan me allemaal gene fuck meer schelen. Ik wist alleen ni da gij er toch over twijfelt. Hebde da al tegen mijn ma gezegd?”
“Natuurlijk, da was het eerste wa ik zei toen ze hier binnen kwam razen na die meeting bij ulle thuis. Maar ze heeft er geen oren naar. Ze is zo kwaad op Charlie en zijn praatjes da ze haar ooglappen ni efkes kan uitdoen om de situatie van een bekke afstand te bekijken. Moest Victor haar da voorgesteld hebben, ze was een gat in de lucht gesprongen. Maar nu me Charlie? Hij gaat echt over haar grenzen heen. Da heeft hij altijd al gedaan, ook lang gelede. Maar nu? Weet ge da hij haar ne foto heeft gestuurd van een stuk uit haar dagboek waar ze haar eerste moord in bekent?”
De smeerlap.
“Anita loopt op de tippen van haar tenen. Ik begrijp het wel da ze u even buiten schot wil zetten. Het is alleszins geen goeie uitgangspositie om die nieuwe samenwerking uit te rollen, maar ook da ziet ze precies ni. Ik heb haar met man en macht proberen overhalen om samen te zitten met Charlie en als twee volwaardige patrons tot een overeenkomst te komen die zowel voor de Bende als De Raedtsmannen een stap vooruit zou betekenen. Maar ja … Tot nu toe lijkt ze ni te bijten.”
“Da ga nooit gebeuren zolang Charlie daar op den troon zit”, besluit Bonnie.
“Jammer genoeg denk ik ni da hij zo rap van die troon zal vallen”, zucht Carla.

Ge zou eens moeten weten.

Bonnie drinkt de Martini op die voor haar staat en zet zich recht. 
“Sorry, Carla. Ik kan hier ni zijn”, stamelt ze voor ze zonder omkijken de bar uit vlucht. 
Wanneer ze een flinke teug kan nemen van de frisse winterlucht, lijkt Bonnie opnieuw op adem te komen. Het duurt even voor ze haar telefoon vindt in haar handtas. Op automatische piloot vindt ze Bens naam. 
“Bonnie?” 
“Ben, ik kan niet …” 
Hij onderbreekt haar voor ze haar zin kan afmaken. 
“Waar zijde?” 
“Voor den Bar.” 
“Ik dacht da ge daar ni meer binnen mocht?” 
“Lang verhaal. Ik ga kapot van de zenuwen. Ik moet meer weten.” 
“Komt dan naar hier.” 
“Waar is hier?” 
“Delight.” 
“Zijde zot? Ik wil Charlie ni meer zien voor vanavond.” 
“Charlie zit in Antwerpen. Die gade hier ni tegenkomen.” 
“Antwerpen? Me wie?” 
“Bonnie, komt gewoon naar hier.” 

Voor de tweede keer vandaag staat er een Martini voor Bonnie’s neus. Met haar wijsvingers draait ze cirkels rond de rand van het ijskoude glas. 
“Geef me alle details over vanavond, Ben. Ik moet me kunnen voorbereiden.” 
Ben schraapt zijn keel. 
“Ok, het zit zo. We spreken af in de lobby van het hotel. Als alles goed gaat, zit Charlie om 21 uur aan de bar. Gij komt naast hem zitten. Hebt ge u voorbereid zoals ik gevraagd heb?” 
Ze knikt en denkt terug aan de pruik die ze op de kop heeft kunnen tikken.
“Volledig vermomd neemt ge post naast hem aan den bar en bestelt u ne Martini ofzo. Ge blijft kalm en doet alsof ge hem voor het eerst ontmoet. Hij gaat dat de max vinden en speelt sowieso het spelleke mee. Op een bepaald moment doe ik mijn intrede. En ook ik zal ervoor zorgen dat ik er onherkenbaar uit zie. Belangrijk voor wanneer er achteraf camerabeelden opgevraagd worden. We spelen ons rolleke en op een bepaald moment zeg ik dat ik een kamer heb geboekt en nodig jullie uit naar boven. Daar hebben we den tijd van ons leven. Dat kan zo lang of zo kort duren dan gij wilt, Bonnie.” 
Zijn ogen vangen haar trieste blik. 
“Als gij een bepaald codewoord laat vallen, doe ik een slaapmiddel in zijn drankje. Een half uur later ligt hij knock-out. Dan bereid ik een shot heroïne voor waar zelfs een stier ni meer van zou wakker worden. We kleden ons terug aan en stappen ongegeneerd de kamer uit. Ge gaat naar huis, ge steekt uw vermomming zo ver als mogelijk en gaat maffen.” 
Haar mond is opengevallen tijdens zijn betoog waardoor die nu zo droog aan voelt als de sahara. Na een flinke slok van haar Martini, stelt ze Ben de enige vraag die in haar opkomt. 
“Welk codewoord?” 
Hij lacht.
“Is dat nu het enige waar ge u bedenkingen bij hebt?” 
Ze schudt haar hoofd en kijkt hem wanhopig aan. 
“Ik heb overal bedenkingen bij, maar dat is het enige waar ik kan opkomen.” 
“Da codewoord kan vanalles zijn. Da’s bijzaak …” 
Ze knikt: “Ok, ‘bijzaak’ dan.”
De wanhoop die haar overspoelt, voelt aan alsof ze nergens meer grip op heeft. 
“Da’s goed Bonnie. Zeg, we moeten da ni doen, hé, vanavond. Da wete toch wel?” 
Haar schouders schieten de hoogte in. 
“Wa moet er dan wel gebeuren? Het is gewoon zo raar, allemaal. Charlie was vanochtend zo opgejaagd. Hij zei da hij ne drukken dag voor de boeg had. En da op zijn verjaardag. Dan kom ik in Den Bar…” 
Ben onderbreekt haar: “Wa zijde trouwens in Den Bar gaan doen?”
Ze rolt met haar ogen. 
“Niks bijzonder. Mij ma was er ni. Ze had een afspraak in Antwerpen.” 
Een diepe frons maakt zich meester van Bens dikke donkere wenkbrauwen. 
“In Antwerpen? Zou Charlie dan toch?”
Bonnie’s pruillip wordt kracht bijgezet door de zoveelste schouderophaling. 
“Weet gij meer over zijn afspraak in Antwerpen?” 
“Ni veel. Hij zei alleen da hij ging scoren.” 
Ze rolt met haar ogen. 
“Da kan echt alles betekenen. Kunde hem ni bellen?” 
Bens ogen schieten vuur. 
“Waarom wilde da ‘k hem bel? Wa moetek dan vragen? Ik weet verdomme helemaal niks over hoe hij gans ulle bende in de greep heeft!” 
Bonnie drinkt een flinke teug Martini om de krop in haar keel door te spoelen. 
“Als ze toch zouden samenwerken moeten we ons plan van vanavond misschien gewoon afblazen.” 
“Bonnie, godverdomme! Het is godverdomme nen dikke smeerlap! Gadem echt terugpakken als hij door uw ziel te verkopen een stap verder kan zetten in zijn milieu? De ziel van zijn vrouw, hé? De vrouw die hij beloofd heeft voor de rest van zijn leven trouw te zijn? De vrouw op wie hij tot over zijn oren verliefd is geworden en waar alles en iedereen het laatste half jaar voor moest wijken? Dezelfde vrouw wil hij nu voor de leeuwen gooien om zijn eigen vel te redden?”
Bens speeksel vliegt over de bar doordat hij zo luid aan het roepen is. Een traan rolt over Bonnie’s wang bij het horen van deze woorden. 
“Iedereen zou er toch beter van worden? Onze twee bendes steken de koppen bij elkaar om samen hogerop de malafide ladder te klimmen?” 
Ben schudt zijn hoofd terwijl hij een sigaret opsteekt. 
“Vroeg of laat komt daar oorlog van, Bonnie. Ik weet ni hoe het zit met ulle organisatie, maar honderden kilo’s coke verhandelen op maandelijkse basis, da gaat het kopke van De Raedtsmannen alleszins te boven. Maar bon, Charlie denkt daar anders over. En zijn wil is wet. Hij verliest hoe langer hoe meer alle realiteitszin, Bonnie. Da is toch zo klaar als ne vette klont coke?” 
Hij hapt naar adem. Zijn hoofd is rood aangelopen. Hij haalt een bierglas uit de kast achter zich en zet zijn tap open. Eens gevuld zet hij het glas aan zijn lippen en giet hij het vloeibaar goud in één keer naar binnen waarna hij het kordaat op de bar zet. 
“Charlie is gewoon aan het zweven, zijn ego achterna in de hemel van de misdaad. Hij loopt vroeg of laat tegen de lamp. Ofwel wordt hij opgepakt ofwel …” 
“Vermoord”, vult Bonnie droog aan. 
“Ge zijt er ni klaar voor, Bonnie. Da’s duidelijk. We blazen het gewoon af, vanavond.” 
Ze protesteert: “Kunde daar ooit helemaal klaar voor zijn? Om uwe vent te vermoorden? Laat ons een stapke verder kijken dan vanavond. Wat gaat er dan me mij gebeuren? Bij wie kan ik dan nog terecht? Mijne vent is dood, mijn beste maat wil me ni meer horen en is me de noorderzon verdwenen en mijn moeder heeft me uit haar leven verbannen?” 
“Komaan, Bonnie. Als Charlie morgen dood blijkt, zal u moeder op zijn graf dansen en het liefst samen met u. Da weet toch iedereen? Gij stapt terug in den BB, want ze gaan u nodig hebben met hunne nieuwe cokedeal. Gouden tijden komen ulle tegemoet, Bonnie! Echt chapeau da gelle die kans krijgt! En Charlie? Die wil gewoon meeliften op ulle succes door ulle een voor een rond zijn vingers te winden en te manipuleren. Toont nekeer waartoe gelle zelf in staat zijt! Vrouwen in deze wereld moeten ballen aan hun lijf hebben om het ver te schoppen. En alle venten die hun ni au sérieux nemen moeten een kopke kleiner gemaakt worden. Het merendeel van den tijd kan da figuurlijk, maar soms moet ge da ook letterlijk doen om serieus genomen te worden.”
Bonnie trekt heftig van de sigaret die Ben in de asbak heeft laten liggen tijdens zijn betoog. 
“Ben, voor u zou de dood van Charlie anders ook wel veel teweegbrengen …” 
Hij lacht. Voor het eerst sinds hun bijeenkomst. 
“Ik kan da ni ontkennen, Bonnie. En eerlijk? Uiteraard is da ook de reden waarom ik hem vanavond kapot wil maken. De kans da ik Charlie zijn plaats inneem bij De Raedtsmannen is inderdaad heel groot. Tenzij Victor zich terug komt moeien, maar da betwijfel ik.” 
Hij neemt de sigaret terug over en trekt er stevig van. 
“Ik zou met veel meer respect zaken doen met den BB, Bonnie. Da wil ik hier nu zwart op wit op papier zetten. Ik zou perfect aanvaarden da gelle gewoon meer gewicht in de schaal hebt liggen dan wij en ulle ook op die manier benaderen zonder constant een coup d’état te willen beramen.” 
Ze proest het uit: “Coup d’état!”
Ben schudt zijn hoofd. 
“Ge weet echt nog de helft ni van wa Charlie allemaal van plan is.” 
“Ik wil hem bellen.”
Bens hoofd valt in zijn grote handen. Langzaam trekt hij ze terug weg waardoor enkel zijn grote donkere ogen zichtbaar worden. 
“Belt hem dan. Ik kan u ni tegenhouden.” 
Met trillende vingers tokkelt ze met haar afgeblakerde zwartgelakte nagels op haar telefoon, op zoek naar zijn nummer. Na twee tellen gaat hij over. 
“Prinses.” 
“Charlie. Stoor ik?” 
“Hmm, een beetje.” 
Ze rolt met haar ogen. 
“Het was gewoon om nog eens te polsen of je er wel echt zal zijn vanavond om 21u.” 
Hij hoest. 
“Ik ga mijn best doen, prinses. Je hebt toch niet … Ik heb je gezegd dat ik vandaag niets te vieren heb. Er staat vandaag gewoon veel op de planning, zoals ik ook al gezegd heb. Maar ik zal er zijn. Maar doe alsjeblieft niet al te gek. Dat is het enige wat ik je vraag. We spreken godverdomme al een week bijna niet tegen elkaar en nu wil je opeens mijn verjaardag vieren? Wat verwacht je nu van mij, Bonnie?” 
Ze slikt en zucht. 
“Ik wil gewoon nog eens in die wereld van ons verdwijnen. Even uit de realiteit …” 
Hij lacht. 
“Daar kan ik niets op inbrengen. Ik kijk ernaar uit, prinses. Maar nu moet ik je laten …” 
“Wacht, Charlie. Waar ben je eigenlijk?” 
Even blijft het stil. 
“Ik kan je dat niet zeggen, Bonnie”, klinkt het kordaat voor hij het telefoongesprek afsluit. 
En weg is hij. Verdwaasd kijkt Bonnie voor zich uit. 
“Kunnen we gewoon het verloop van de avond niet afwachten?” 
Ben schudt zijn hoofd. 
“Bonnie, ik zou toch op voorhand willen weten waarvoor we staan vanavond. Als ge gewoon nekeer stevig van bil wilt gaan, kan da ook he.” 
“Ben!” 
Hij lacht. 
“Grapje, Bonnie. Denkt er nog over na. Als ik voor negen uur vanavond geen kusje heb gekregen via sms, doe we het ni.” 
Ze knikt goedkeurend. 
“Goed gedacht. Ik ga me een beetje herbronnen en zie u sowieso vanavond.”
“Zijde nu opeens weg?” 
Ze knikt en geeft hem een snelle kus op zijn wang. 
“Dat was niet de judaskus, Ben, die moet via sms.” 
Hij krijgt nog net de kans haar een kus toe te werpen voor ze de deur uit gaat. 

Wanneer ze terug in haar auto zit, probeert ze alles op een rijtje te zetten. Ze kan niet alleen zijn. Daarom scrollt ze door haar contacten op zoek naar herkenning en houdt halt bij Koens naam. Hoewel ze verwacht had terug op zijn voicemail terecht te komen, weerklinkt de wachttoon. 
“Bonnie?” 
Een walm van opluchting overvalt haar. 
“Koen, ik ben zo blij da ‘k u hoor, man.”
“Is er iets?” 
Ze lacht. Er is meer als ‘iets’. 
“Ik kan ni geloven da ‘k u nooit meer ga zien, Koen. Kan ik u ni helpen? Komaan, er moet toch een andere oplossing zijn. Ik heb u nodig. Alles is naar de klote, Koen.”
Ze veegt een traan weg die op haar wang rolt. Zijn zucht weerklinkt luid in haar oor. 
“Ge hebt mij altijd nodig als het ni goe gaat, Bonnie. Voor de rest hoor ik u ni, en da’s al een tijdje aan de gang …”
“Nu ge weg zijt, besef ik precies pas wat ik aan u heb …” 
“Da’s te laat, Bonnie … Ik kom echt ni terug.” 
En ook hij is weg. Opnieuw swipet ze heen en weer in haar contactenlijst tot haar duim stopt bij Amy haar naam. 
“Hey meid”, klinkt het al snel aan de andere kant van de lijn. 
“Amy, ik …” 
Ze wordt meteen onderbroken. 
“Bonnie, we gaan echt niet te veel zeggen nu, zo. Wilde mij zien? Ik zit om 18 uur in She Mwoa. Da weet ge wel zijn, zeker?” 
“Ik zal er zijn.” 

“Forty forever”, fluistert ze in het oor van Amy, die zich verslikt in haar glas champagne. 
Met grote ogen kijkt ze haar aan. 
“Wat zegt gij nu allemaal”, sist ze stil. 
Bonnie legt haar wijsvinger op haar lippen. De lijn coke die ze net gesnoven heeft, laat haar eerlijker zijn dan zou mogen. Nochtans was die broodnodig, met alle alcohol die ze vandaag al achterover heeft geslagen. Ze moet de perfecte balans vinden tussen focus en verneveldheid. De touwtjes in handen blijven houden zonder objectief naar de situatie te kunnen kijken. Want objectief gezien is er van het plan van haar en Ben op zijn minst een hoek af.
“Wa bedoelde met forty forever, Bonnie?” 
Bonnie wuift haar vraag weg en werpt een blik op haar telefoon die het uur aangeeft. 
“Laat maar. Ik moet me eigenlijk dringend gaan omkleden. Er staat een speciale date met Charlie op het programma.”
Amy bijt op haar lip. 
“Ik vraag me af hoe ver hij u kan buigen voor ge kraakt.” 
“Awel merci. Ik dacht dat ik bij u zou kunnen komen zonder vooroordelen, maar blijkbaar heeft mijn ma u al zo gebrainwashed dat er niet meer met een open blik naar de situatie gekeken kan worden. Dees was een vergissing. Sorry, Amy. Ik ga me klaarmaken.”
Amy grijpt Bonnie’s pols beet. 
“Moet ik u helpen?” 
Bonnie knikt opgelucht. 

Ze schrikt van haar spiegelbeeld. Voor haar staat een rosse vamp met een korte groene kokerrok met een hoge taille, met donkere panty’s en zwarte velvet plateaupumps. Haar lichtkaki bloesje hangt losjes over haar slanke taille. De twee bovenste knoopjes staan speels open waardoor een glimp van haar opgepompte decolleté te zien is. Op haar neus draagt ze een zware donkere bril met schildpadmotief. Haar ogen zijn flink aangestift met eyeliner en haar lippen met een donkerrode lippenstift. Het rosse haar valt golvend over haar frèle schouders. 
“Gij zijt onherkenbaar”, klinkt er vanachter Bonnie. 
In de spiegel vangt ze Amy’s blik. 
“Da was de bedoeling. Merci.”
Ze plant een kus op Amy’s voorhoofd en werpt een blik op haar horloge. 
“Ik moet er vandoor!”

Na een snelle scan doorheen de lobby en de bar van het hotel, ziet Bonnie tot haar grote opluchting Charlie al aan de bar zitten. Ze werpt een blik op haar telefoon, die 20h55 aangeeft, voor ze op hem af gaat. Snel tokkelt ze een ‘X’ naar Ben en neemt plaats op de barstoel naast Charlie, die zich duidelijk van geen kwaad bewust is en haar groet met een beleefde knik. 
“Martini”, klinkt het zelfverzekerd wanneer de barman van dienst, een man van begin de twintig, voor haar komt staan. Hij is ongetwijfeld niet veel ouder dan Bonnie, maar hij ziet er voor haar van een andere generatie uit. Van een andere wereld zelfs. Een rimpelloze onbezorgde plaats van vreugde waar zij al lang niet meer geweest is… Plichtbewust is hij wel, de jongeman wanneer hij nog geen tien tellen later een glas voor haar neus plant.
“Het lijkt alsof je het kan gebruiken. Dat is er een van het huis.”
Ze knikt dankbaar voor ze haar aandacht werpt op de iPhone die van zich laat horen: “Niets te vroeg, mevrouw.” 
Ze glimlacht, maar besluit niets terug te sturen en in plaats daarvan onder het motto van ‘moed indrinken’ de Martini soldaat te maken. De barman knikt goedkeurend: “Dorst, juffrouw?”
Ze knikt en tikt met haar wijsvinger op haar glas. De barman begrijpt haar signaal en grijpt de fles Martini en vult haar glas nog eens bij. 
“Je weet toch dat water het enige is wat dorst kan lessen?”
Het is Charlie die zich tot haar richt. Ze werpt hem een snelle verlegen blik toe. 
“Water is voor de vissen”, mompelt ze in een poging om niet meteen herkend te worden. 
Hij lacht en klinkt zijn glas whiskey tegen haar Martini. 
“Op de vissen.”
“Ik ben Charlie, trouwens”, voegt hij eraan toe. 
“Sam”, repliceert ze. 
Ze kijkt recht in zijn blauwe ogen en snakt even naar adem. Hij merkt het op, neemt haar hand vast en kust het. 

The signature kiss. Hij heeft écht niet door wie ik ben.

“Jammer dat ik een afspraak heb, ik had je graag beter leren kennen.” 
Ze lacht opnieuw zachtjes. 
“Ik heb ook een afspraak.” 
Net op dat moment maakt Ben zijn intrede. De donkere fedora op zijn hoofd verbergt zijn stevige haardos. Hij draagt een lange wollen vest over een strak grijs driedelig kostuum. Als hij hen beide spot legt hij zijn hand in haar zij en geeft haar een kus in haar nek. 

“Ge ziet er su-per-geil uit”, fluistert hij.
Ze lacht haar tanden bloot en probeert zijn blik te vangen, maar hij heeft zijn blik op Charlie gericht.
“Goedenavond, meneer. Valt ze in de smaak?”
Charlie kijkt op, één mondhoek schiet de hoogte in en schudt zijn hoofd.
“Ben, wa doede gij hier?”
“Ben? Ik denk dat u zich vergist, meneer. Ik ben Robin.”
Bonnie verslikt zich in haar slok Martini.
“En dit hier is …”
Ze legt haar hand op zijn schouder.
“Ik heb me al voorgesteld, Robin.”
Ze legt extra klemtoon op zijn naam.
“Ben, ik weet ni wa voor spellekes ge aan ‘t spelen zijn en wa ge hier komt doen, maar Bonnie gaat hier elke moment staan. En als ze mij hier ziet met ulle, gaat het kot weer te klein zijn.”
Charlie kijkt angstvallig heen en weer voor hij zijn gsm uit de binnenzak van zijn blazer haalt. Wanneer hij zich opnieuw naar de bar wil keren, stoot hij zijn glas whiskey om en komt de inhoud ervan op zijn kraaknette pak terecht.
“Godverdomme!”
Hij springt recht en tracht de schade op te meten. Zijn witte hemd is doorweekt. Hij zucht.
“Wat voor ne klotedag is dit hier!”
Ben legt zijn arm over Charlie’s schouder.
“Geen stress, maatje. Ik heb hier een kamer geboekt en heb wel wa reservekleren mee. Komt efkes mee naar boven.”
Charlie schudt zijn hoofd.
“Maar Bonnie …”
“Stuurt ze dan een bericht da ge wa later gaat zijn? Alé, kom! En gij komt ook mee.”
Ben neemt ‘Sam’ bij de hand die hem achterna trippelt op haar torenhoge hakken. Zonder omkijken weet ze dat Charlie hen op de voet volgt. Wanneer de deuren van de lift achter het drietal sluiten, is het Charlie die de stilte doorbreekt.
“Ik ga ze rap bellen.”

Oh nee. 

Onopvallend opent Bonnie de kleine schoudertas en kan het ‘mute’-knopje van haar telefoon net op tijd omschakelen voor hij begint te vibreren. Charlie gromt. 
“Ze neemt niet op. Godverdomme, waar is die?” 
“Charlie! Doe nu nekeer wa kalm gast. Wa is er gebeurd vandaag da ge zo opgefokt staat?” 
Hij schraapt zijn keel en werpt Bonnie een snelle blik toe voor hij zich tot Ben richt.  
“Ik had een meeting met Anita.”
Bonnie spitst haar oren. 
“Maar die vuile teef denkt echt da zij het voor het zeggen heeft en mij de les kan spellen. Ik zal haar laten zien waartoe ik in staat ben. Maar bon, …” 
Weer werpt hij Bonnie een blik toe. 
“Laat ons dit gesprek op een ander moment voeren.”
De deuren van de lift openen op de zevende verdieping. 
“Het is langs hier,” zegt Ben, “kamer 769.” 
Charlie schudt zijn hoofd en lacht. 

“Firstclass player.”
Ben lacht breed wanneer hij de kaart van kamer 769 boven het bakje van de deurklink houdt.
“Mi casa es su casa”, poneert Ben wanneer hij na Bonnie ook Charlie binnenloodst in de hotelkamer. 
“Kom, ‘t is goed Ben. Geef me snel een nieuw hemd zodat ik terug aan den bar kan gaan zitten voor Bonnie er is.” 

Hij trekt zijn blazer uit en ontknoopt zijn hemd waardoor hij zijn begeerlijke torso ontbloot. Uit macht der gewoonte kan Bonnie het niet laten te kijken. 
“You like what you see?”
Met een begeerlijke blik kijkt hij Bonnie aan, die op haar beurt goedkeurend knikt. 

Die fucking oneliners. Hoe vaak zou hij die gebruiken? 

Een voor een spant hij zijn borstspieren op terwijl hij haar nadert. 
“Je mag er eens aankomen”, fluistert hij met een knipoog. 
Voor Bonnie’s vingers zijn borst kunnen raken, doorbreekt Ben de magie. 
“Excuseer mij, maar … Had gij ni me uw vrouw afgesproken?”
Charlie rolt met zijn ogen. 

Heeft hij nu echt met zijn ogen gerold?

“Hier …”. 
Ben steekt hem een hemd toe. 
“Doet da ma rap aan en ziet da ge hier weg zijt. Sam heeft alleen voor mij ingetekend.” 
“Ze krijgt er mij gratis bij als mijn vrouw nu niet antwoordt”, zegt hij zonder zijn ogen van haar af te wenden. 
Na een snelle blik op zijn telefoon richt hij zich opnieuw tot haar met het toestel aan zijn oor. Bonnie voelt haar gsm tegen haar dij vibreren door het leder van haar schoudertas. 
“Waar zit je, prinses? Geef me een seintje als er bent”, klinkt het voor hij afdrukt. 
Zijn rechtermondhoek gaat de hoogte in.
“Het zijn solden vandaag. Twee voor de prijs van één?”
Zijn wijsvinger streelt de zijkant van haar gezicht. Bonnie slikt moeizaam en voelt de woede borrelen tot in het binnenste van zichzelf, maar knikt braaf. Charlie lost zijn blik op haar en richt zich tot zijn compagnon. 
“Dat is dan beslist. Tenzij jij hier een probleem mee hebt?” 
Ben schudt glimlachend zijn hoofd terwijl hij drie lijnen coke voorbereidt. 
“Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. En trouwens, het is uw verjaardag. Wat kan ik zeggen?”
“Gelukkige verjaardag”, krijgt Bonnie eruit met een hoog stemmetje.
Hij knikt dankbaar en buigt zich naar haar toe. Zijn mond vindt haar nek. Haar neus vindt zijn parfum. De knoop in Bonnie’s maag trekt zich strakker samen. 
“Een betere verrassing had ik me niet kunnen inbeelden”, fluistert hij in haar nek voor zijn lippen haar huid kussen. Hij ruikt aan haar hals. 
“Chance van Chanel. Mijn vrouw heeft die ook.” 
Bonnie vecht met man en macht tegen de wil om haar ogen als flipperkastballen in hun kassen heen en weer te laten rollen.  

Dat hij het nog niet door heeft! 

Charlie’s aandacht op haar verslapt wanneer hij hoort dat Ben een lijn naar binnen haalt. In een vingerknip heeft ook hij zijn portie binnen en stopt hij een opgerold briefje van 50 in haar hand, dat ze gretig aan neemt. Ze houdt haar flinke rosse haardos met één hand in bedwang terwijl ze met het andere het opgerolde briefje boven de witte lijn houdt. Even houdt ze halt en kijkt ze naar haar spiegelbeeld op de plateau. Haar ogen kijken haar gretig aan. 

Snuiven, Bonnie.

En weg is de lijn. Ze likt haar wijsvinger nat en dept de restanten van de coke ermee op. Terwijl ze zich opnieuw naar Charlie keert, steekt ze die vinger tussen haar lippen en zuigt er uitdagend aan. 
“Lekker”, knipoogt ze. 
Charlie kijkt naar Ben en lacht. 
“Waar heb je deze gevonden? Ze is grappig.” 
Ben schudt zijn hoofd vol ongeloof, maar besluit niet te antwoorden. Charlie richt zijn pijlen opnieuw tot zijn nieuwe verovering. 
“Mag ik mijn cadeautje openmaken?” 
Ze tracht uitdagend te knikken terwijl ze diep binnenin zou willen kotsen van walging. Vakkundig opent hij de knoppen van haar blouse. Haar prompte borsten krijgen een goedkeurende blik terwijl hij haar pols vastneemt en daar ook een knopje opent. Hij houdt halt wanneer zijn ogen vallen op de getatoeëerde woorden ‘like no place on earth’. Wanneer hij haar aankijkt, knipoogt ze. 
“Gelukkige verjaardag, meneer De Raedt”, fluistert ze uitdagend. 
Bruusk laat hij haar los. 
“What the fuck!”
Zijn blik verlegt zich van Bonnie naar Ben en terug. 
“Wat is de bedoeling hiervan?”, vraagt hij razend. 
Zijn hoofd is rood aangelopen. Ben kijkt geamuseerd toe en lijkt niet van plan meteen in te grijpen. Zelfingenomen opent Bonnie ook het andere knopje van haar hemd en laat het op de grond vallen. Ze bijt op haar lip terwijl ze hem wellustig aankijkt. 
“Een intiem feestje met je vrouw en beste maat, is dat niet hét perfecte verjaardagscadeau?” 
Langzaam vervormt Charlie’s starre blik tot een glimlach. 
“Fuck gast, ik heb u écht niet herkend.” 
Ze rolt met haar ogen. 
“Dat was duidelijk. Snoeper.” 
Hij legt zijn handpalmen tegen elkaar en houdt ze boven zijn lippen. 
“Sorry, prinses”, fluistert hij. 
Bonnie haalt haar schouders op: “Once a player, always a player.” 
“Nee, Bonnie, ik moet me echt excuseren. Je moet echt niet denken dat ik dat met iedereen …”
Ze onderbreekt hem. 
“Charlie, dat is bijzaak.”
Ze beklemtoont het laatste woord en werpt een snelle blik naar Ben om zich ervan te vergewissen dat hij het codewoord heeft opgevangen. Ben zet zich recht en stapt op de minibar af waar hij een fles Laurent Perrier vindt. 
“Kom, laat ons deze avond eens knallen”, klinkt het net voor de kurk luidruchtig van de fles schiet en hij drie champagneglazen tot de nok vult. 
“Forty forever”, laat Bonnie vallen wanneer ze haar glas tegen dat van Charlie klinkt. 
Hij schudt zijn hoofd. 
“De tijd is gisteren blijven stilstaan. Ik blijf eeuwig negenendertig”, knipoogt hij voor hij een flinke teug neemt van zijn glas. 
“Maar jongens toch, ik kan echt niet geloven dat jij het bent”, klinkt het vol ongeloof terwijl hij door de rosse haren strijkt en ze vastklemt waardoor de pruik loskomt en Bonnie’s in een dot getemde haren verschijnen.
“En die kleren … zo braafjes”, knipoogt hij terwijl hij zich op zijn knieën zet en de knop van haar rok opent en deze langzaam over haar heupen langs haar benen naar beneden trekt. Wellustig kijkt hij naar boven en vangt haar blik. Hij zet zijn glas op het nachtkastje nadat hij het heeft opgedronken, grijpt haar kont met beide handen vast en trekt haar naar zich toe. 
“Ik wil u doen klaarkomen als nooit tevoren”, fluistert hij voor hij haar onderbroek uittrekt en zijn lippen en tong haar kut opzoeken. 
“Maak het maar even goed”, klinkt er achter hen. “Zal ik de glazen nog eens vullen.” 

Terwijl Charlie Bonnie naar een eerste hoogtepunt tracht te brengen, ziet ze vanuit haar ooghoek hoe Ben snel iets in Charlie’s glas oplost voor hij het opnieuw op dezelfde plaats zet. Bonnie sluit haar ogen en gaat op in Charlie’s aanrakingen. Ze kan het niet helpen om keihard klaar te komen. 
“Dat was nog maar een opwarmertje”, knipoogt Charlie triomfantelijk voor hij zijn kersvers glas champagne aan zijn lippen brengt en het in één teug naar binnen werkt. Een walm van opluchting maakt zich meester van Bonnie. Ze lijkt even te wankelen op haar torenhoge hakken. 
“Even liggen”, stamelt ze voor ze zich naast Ben op het bed nestelt. 
“Toch nog niet moe?”, polst Ben, die zich naar haar toekeert. 
Ze lacht en herhaalt Charlie’s woorden. 
“Ik ben nog maar net opgewarmd”, daagt ze uit. 
Ben’s blik verlegt zich tot Charlie die een nieuw arsenaal aan wit poeder klaar legt.
“Mag ik, Charlie?” 
“Ik veronderstel dat dit het opzet is van ons privéfeestje?”, stelt hij voor hij een nieuwe lijn naar binnen jaagt. 
“Mi casa es su casa”, voegt hij er nog aan toe. 
Dat lijkt het startsein voor Ben om zich op Bonnie te werpen. Terwijl zijn lippen en tong alle uithoeken van haar lichaam zoeken, weerklinkt er opeens de intro van Wicked Game door de kamer. Bonnie rolt met haar ogen wanneer Ben haar clitoris vindt. Wanneer Bonnie voor een tweede keer is klaargekomen, duwt ze Ben het bed op en vindt ze haar weg naar zijn stijve lul. Ze sluit haar ogen voor ze met haar verdoofde lippen zijn eikel bewerkt. Ze schrikt wanneer ze Charlie’s exemplaar naar binnen voelt komen. 

Al even onverwacht glijdt Charlie eruit nadat hij blijkbaar tot een hoogtepunt is gekomen. Hij ploft neer tussen Bonnie en Ben die langs weerszijden van het bed liggen. Een diepe zucht van Charlie weerklinkt door de hotelkamer. 
“Ik ben geen dertig jaar meer”, lispelt hij. 
Zijn stelling wordt met gelach onthaald door zijn bedgenoten. 
“Lach maar, jonkies. Doe maar verder zonder mij. Ik zal wel even kijken”, klinkt het voor zijn ogen wegdraaien. 
“Slaap zacht, Charlie”, fluistert Bonnie in zijn oor waardoor er een brede grijns op zijn gelaat verschijnt.
“Ik hou van u”, voegt ze er nog aan toe voor ze zich van hem afwendt.
Ze ademt diep in voor ze Ben durft aan te kijken. Zijn ogen kijken haar vragend aan.
“Zijt ge nog altijd zeker van uw stuk”, polst hij terwijl hij recht springt en een klein tasje bovenhaalt uit de binnenzak van zijn blazer.
Met trillende onderlip knipt Bonnie vastberaden.
“Ge moet niet kijken, hé”, probeert hij haar duidelijk te maken.
Maar Bonnie is resoluut: “Ik moet juist wél kijken.”
Ben knikt begripvol terwijl hij een lepel bovenhaalt en er een flink hoopje van een beigebruin poeder in uit kapt.
“Hebt ge dat ooit gedaan, heroïne”, vraagt Bonnie stil terwijl ze plaatsneemt in een zeteltje wat verderop in de kamer.
Ben knikt terwijl hij het goedje vermengt met wat water en er een aansteker onderhoudt tot het begint te borrelen.
“Dat is het beste gevoel op aarde zo’n shot, Bonnie.”

Wanneer hij de vloeistof vakkundig optrekt in een injectienaald, klinkt er opeens een kuch uit het bed waardoor Bonnie verschrikt opspringt.
“Geen stress, meid. Ik heb hem net genoeg slaapmiddel gegeven om een olifant mee neer te krijgen. Die gaat zeker niet meer wakker worden.”
Die laatste woorden zorgen voor een krop in Bonnie’s keel. Een verdwaalde traan vindt haar weg van haar oog naar haar wang. Voor Ben deze kan opmerken veegt ze deze subtiel weg.
“Ik vraag het u nog één keer, Bonnie…”, fluistert Ben.
“Doet het gewoon”, klinkt het resoluut waarop Ben knikt en zich bij Charlie op het bed zet.
Hij neemt Charlie’s bijna levenloze rechterarm vast en gebruikt zijn riem om deze af te spannen. Met zijn wijsvinger tikt hij in de holte van Charlie’s elleboog. Net voor hij de naald erin steekt, kijkt hij Bonnie aan voor een laatste goedkeuring.
“Het is toch zeker genoeg, hé”, vraagt ze bijna onhoorbaar met een fragiele stem.
Hij knikt terwijl hij de naald in Charlie’s huid boort en ze langzaam leeg spuit.
“Als ‘m dit overleeft, dan is ‘m…”, even twijfelt Ben aan zijn woordkeuze.
“Onverslaanbaar”, klinkt het na een tijdje.
In de minuten die volgen heerst er een oorverdovende stilte. Het is Ben die deze doorbreekt.
“Kom, we moeten hier weg, Bonnie”, klinkt het dor.
De naald stopt hij in Charlie’s hand voor hij zich recht zet en in een paar tellen al zijn spullen bij elkaar heeft geraapt en zich aankleedt. Bonnie volgt zijn voorbeeld. Net voor ze de deur uitstapt en de achtervolging inzet op Ben die al de gang is ingelopen, werpt ze een laatste blik op haar echtgenoot, haar wederhelft. De man die aan haar zijde zal staan tot in de eeuwigheid. Nu gereduceerd tot een overjaarse junk.
“Slaap zacht, Charlie”, stamelt ze voor ze de deur van de hotelkamer zuchtend achter zich toe trekt. Ze grijpt het hand beet dat Ben naar haar uitsteekt. Samen lopen ze de gang uit, de lift in en het hotel uit. Als een doodnormaal duo.

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 25

Aan elk spiertje in Charlie’s lichaam kan Bonnie merken dat zijn zenuwen een verhoogde staat van spanning bereikt hebben. Net op zo’n momenten overvalt zijn schoonheid haar opnieuw. De nacht heeft rust gebracht in haar hoofd, hoewel ze Charlie’s snode plannen op zijn minst ambitieus vindt. Ze zit op een neergeklapte toiletpot terwijl hij de badkamer vult met zijn naakte lichaam. Zijn spiegelbeeld werpt haar een knipoog. 
“Niets beters te doen dan me zo aan te gapen? Je moeder staat hier binnen …”
Zijn oog valt op het horloge op de wastafel. 
“15 minuten. Ik veronderstel niet dat je ze zo gaat ontvangen?” 
“Is er iets mis met mijn outfit?”, vraagt ze. 
Ze springt op en grijpt haar man vast. Haar handen strelen zijn gespierde torso. 
“Misschien moet jij ook deze outfit aanhouden.” 
Hij lacht. 
“Geen tijd voor spelletjes, Bonnie. Er hangt veel af van dit gesprek”, klinkt het bot voor hij de badkamer verlaat. 
Bonnie volgt hem de dressing in waar hij ondertussen al een broek heeft aangetrokken en zijn witte hemd over zijn schouders slaat. Wanneer de knoppen een voor een sluiten, verdwijnt ook de inkijk op zijn ontblote lichaam. Bonnie bindt haar lange haren samen tot een nonchalante dot, springt in zwarte skinny jeans en trekt een t-shirt aan waarna ze haar aandacht opnieuw op haar wederhelft vestigt. Er komt een donkergrijs mouwloos vestje boven het hemd en een stropdas om het geheel af te maken. 
“Bij jou is het toch ook altijd alles of niets”, plaagt ze. 
Hij werpt haar een snelle gejaagde blik. 
“Laat me gewoon efkes gerust, Bonnie”, zucht hij. “Ik ben me aan ‘t opladen.”
Haar ogen rollen in hun kassen voor ze de dressing uit loopt en naar beneden gaat waar ze zich een koffie maakt en een sigaret opsteekt. Als hij de leefruimte in komt, ziet hij eruit alsof hij recht uit een modemagazine is ontsnapt. Zo strak in het pak is hij het toonbeeld van onschuld, maar zijn tot een paar millimeter gereduceerde haardos, de stoere stoppels en de alombekende zakentronie drukken die onschuld ongenadig de kop in. Als een ijsbeer die het noorden kwijt is, stapt hij psychotisch heen en weer. Diep inhalerend worstelt Bonnie met een dilemma van formaat. Dé vraag die vrouwen zich om de drie seconden stellen: zwijgen of spreken? Maar voor ze een beslissing kan nemen, staat haar vent ineens aan de grond genageld. Zijn mond staat wat open en zijn blikt kijkt op oneindig. Heel langzaam gaat zijn wijsvinger de lucht in. Het lijkt een slow-motion film van een vent net voor een eureka moment. Het blijkt echter niet om een psychologische doorbraak of een filosofische kijk op het leven te gaan, maar om de keuze om de ruimte te vullen. 
“Muziek!” fluistert hij vanuit de pianohoek, alsof hij tot daar gevlogen is. Zijn vingers vinden moeiteloos de noten van Moonlight Sonata. Bonnie volgt hem en duwt hem wat opzij op het pianostoeltje waardoor hij een noot mist. Zij neemt het over met haar rechterhand. Zijn linker blijft de perfecte combinatie maken tussen wit en zwart.  
“Heb je stiekem liggen oefenen?”, klinkt het verrast. 
Bonnie schudt haar hoofd. 
“Dat is het enige nummer dat ik ken. Mijn moeder heeft een tijdje een pianoperiode gehad toen ik een jaar of zes was en toen heeft ze me dat stuk aangeleerd.” 
Een idiote grijns maakt zich meester van zijn tronie. 
“Wat?” 
Hij doet alsof zijn neus bloed. 
“Charlie, komaan. Binnenpretjes zijn er om te delen.”
“Oke dan, maar je moet niet kwaad worden, hé?”
Ze zet een bedenkelijke blik op. 
“Ik heb je moeder piano leren spelen.”
Bonnie’s mond valt open van verbazing. Intieme moeder-dochterherinneringen aan de piano in haar moeders loft flitsen door haar hoofd. 
“Die piano was een cadeau van mij.” 
“Oh my god, dit is zo fucked up allemaal”, zegt ze hoofdschuddend. 
Het geluid van de deurbel brengt hen bij hun positieven en maakt abrupt een einde aan deze trip down memory lane
“Het verleden bepaalt de toekomst niet, de toekomst wel het verleden”, klinkt het nog filosofisch voor Charlie naar de voordeur snelt. 
De krop in haar keel, die ze al de hele ochtend tracht te negeren, valt als een baksteen op haar maag en laat een wrange nasmaak achter.  

Anita gaat flippen.

Bonnie kan nog één keer diep ademhalen voor haar moeder met één stap de leefruimte inpalmt dankzij haar overdreven charisma. Ze durft Anita bijna niet aankijken. 
“Ook ne goeiendag, Bonnie.”
Ze perst er een glimlach uit. 
“Dag mama.” 
Ze botsen zacht met hun wangen tegen elkaar. Geen van beide tuit de lippen. Charlie’s zware stem weerklinkt. 
“Een koffie? Of liever iets straffer?” 
“Koffie. Zwart.” 
Anita neemt plaats op een barkruk aan het grote kookeiland. 
“Komt eraan.” 
Als een volleerd barista serveert Charlie zijn schoonmoeder haar espresso. 
“Jij ook, schat?” 
Bonnie knikt. 
“Kunnen we meteen tot de zaak komen, Charlie?” 
De kaken van Charlie spannen op. Hij glimlacht en maakt Bonnie en zichzelf ook een tas koffie voor hij ook een kruk inpalmt aan het eiland. Bonnie zit erbij en kijkt ernaar. Sinds haar moeder het huis is binnengestapt, heeft ze aan niets anders kunnen denken dan dat zij niet bij deze samenkomst hoort te zijn. Hier zit ze dan, als een angstige hond met haar denkbeeldige staart tussen haar benen wachtend op een storm die ze al van mijlenver hoort aankomen.
“Anita, het is simpel”, klinkt het na een eeuwigdurende stilte op die lage toon waarop alleen mannen een serieus gesprek kunnen aftrappen.
Anita kijkt hem met een hoog opgetrokken wenkbrauw aan, benieuwd naar de kleur van het konijn dat haar schoonzoon uit zijn hoed zal toveren.
“We kunnen er samen voor zorgen dat er niemand van ons drie de gevangenis in vliegt. Daarvoor moeten er opofferingen gebeuren, maar ook nieuwe samenwerkingen gesmeed worden.”
De ogen van Anita lijken niet te knipperen. Zonder zich af te wenden van Charlie, haalt ze uit haar handtas die voor haar ligt een pakje Vogues. 
“Het stoort toch niet”, daagt ze uit. 
“We gaan het nodig hebben”, beaamt Charlie en haalt een pak Marlboro en Bonnie’s zippo uit de schuif. Voor hij zelf een sigaret opsteekt, biedt hij Bonnie er een aan. De vlam van de zippo gaat het gezelschap rond zonder uit te doven. 
“Ik ben bereid om de politie richting Johnny te wijzen als het komt op de moord op die Mr. Bosch van jullie. Het wapen lag in Delight, de club van Ben, de zoon van Johnny. Perfecte link en perfecte misdaad aangezien de man er nog weinig tegenin kan brengen. Ben daarentegen, die zal misschien toch wat verantwoording moeten gaan afleggen, maar we kunnen zijn rol zo klein of groot maken als we willen.”
Een wolkje rook ontsnapt Anita’s lippen voor ze de rest ervan haar longen laat binnenstromen. 

“Klinkt niet slecht. Maar je gaat dat niet voor niets doen.” 
Hij grijnst zijn tanden bloot. Bonnie houdt haar adem in. 
“Voor die 500 gram die ze gevonden hebben, duid ik Koen aan.”
De onderlip van Bonnie trilt oncontroleerbaar. Ze bijt erop. 
“Koen?”, vraagt Anita. 
“Ik heb gehoord dat hij er de laatste tijd niet vies van is. Bovendien blijkt hij met de noorderzon verdwenen, dus het lijkt me de ideale Chinese vrijwilliger.”
Anita werpt Bonnie een vragende blik toe. 
“Koen? Weg? Die gast moet mij nog een pak geld! Godverdomme, Bonnie!” 
“Hij vertrekt vandaag, als hij al niet weg is. Ik mocht het niemand zeggen.” 
Bonnie’s stem kraakt. 
“Hoeveel steken denkte nog te kunnen laten vallen voor er serieuze gevolgen aan beginnen hangen, Bonnie?”
Charlie kucht. 
“Vrouwen, laat ons bij de zaak blijven.” 
Meteen valt het stil. Hij neemt het woord. 
“Je zou de aanklacht van de overval op die nachtwinkel moeten terugtrekken. Op die manier stoppen de flikken hun neus al rap in iets anders.” 
Anita rolt met haar ogen en puft perfect ronde rookwolkjes.
“Nog iets, Charlie?” 
Opnieuw die grijns. 
“Het strafste moet nog komen.” 
Bonnie schrikt. Dit is niet wat ze hadden afgesproken. 
“Ik heb vernomen uit goede bron dat jullie hoofdleverancier er de stekker uit trekt.” 
Bonnie krijgt een mentale uppercut als ze zich realiseert dat zij die ‘goede bron’ is. Haar moeders ogen sluiten zich tot spleetjes. 
“Bonnie, godverdomme”, sist ze. 
“Uw dochter is niet mijn enige bron, Anita”, weerlegt Charlie haar insinuatie. 
“Als dat pensioen u een trede hoger op de ladder plaatst, wil ik graag dat met u delen.” 

Gijse smeerlap. 

Ze kan niet luidop reageren zonder uit haar rol te vallen. Haar moeder denkt er gelukkig hetzelfde over.
“Ge zijt ne smeerlap, Charlie.” 
Anita veert recht en stapt heen en weer. 
“Wat denkte gij nu? Ge wilt mij gewoon terugpakken voor 15 jaar geleden. Ge zijt nog geen haar veranderd. Geen haar op mijne kop dat erover denkt om mee te gaan met dat idee.” 
Ze dooft haar sigaret en grijpt haar tasje van het keukeneiland. 
“Ik heb genoeg gehoord. Als ge denkt dat ge me zo gaat kunnen pakken, hebde‘t goe mis, vent. Waarom zouden we daarin meegaan? Als Bonnie getuigt dat ze medeplichtig is aan die overval, maar in ruil daarvoor u en uw onnozele ventjes aan de galg praat, is ‘t gedaan met ulle. Godverdomme! En dan doet ge hier nog alsof ge de barmhartige samaritaan bent die zich gaat opofferen voor zijn vrouw? Dat wapen lag in uw club, Charlie. Er is geen enkel bewijs dat Bonnie linkt aan dat geweer. Over mijn lijk!” 
Anita’s gezicht is helemaal rood aangelopen. Ze loopt naar de voordeur. 

En Charlie die dacht dat haar moeder ging bijten. Dommerik.

Charlie springt recht, loopt haar achterna en grijpt haar onderarm beet. Bonnie volgt hen op de voet. 
“Ik heb nog een joker.” 
Een snelle ietwat onzekere blik krijgt Bonnie toegeworpen voor hij zich nader verklaart. Anita rolt met haar ogen waarna Charlie zijn hoofd schudt. 
“Uw dochter was nogal slordig, Anita. Je zou haast denken dat ze niet goed ondersteund werd. Mijn wasplaats was een bloedbad. Haar helm, haar vest, het geweer. Alles lag er. Alsof ze was gaan vissen en te lui was geweest om alles op te ruimen. Het wapen heb ik proper gemaakt en in de kluis verstopt. Haar helm heeft ook een flinke poetsbeurt gekregen en is sindsdien nog veel gebruikt. Maar dat leren vestje …”
Hij pauzeert. Bonnie’s hart slaat over. Mijn vest!
“Dat vestje heb ik niet proper gemaakt. Tegen haar heb ik gezegd dat ik het heb laten verdwijnen. Maar dat is het allerminst. Integendeel, ik weet exact waar die bebloede vest zich bevindt. Ik denk dat de flikken niet meer om te kopen zullen zijn als ze dit in handen krijgen.” 
Twee, drie stappen lijkt Bonnie de grond niet te raken. Haar hand kletst zijn kaak rood. Hij raakt uit balans en moet steun zoeken bij de muur om niet neer te gaan. 
“Gijse smeerlap!”
Als haar hand nogmaals wil uitpakken, grijpt hij haar vast. 
Anita zucht: “Ik wist dat dit voor miserie ging zorgen.” 
Ze stapt de gang uit, opent met geweld de voordeur en slaat ze nog geweldadiger toe. Charlie’s grip op haar hand verzwakt meteen. Hij brengt haar hand naar zijn lippen en kust het liefdevol. 
“Sorry, prinses. Dat moest ik gewoon uitspelen. Ik zou die vest nooit aan de flikken geven. Maar uw moeder gaat het ook nooit zover laten komen. En dat is net wat ik wil bereiken.”
Ze slaat hem van zich af. Haar hart bonst in haar keel. 
“Geef mij die vest, Charlie”, klinkt het op een zakelijke toon. 
Zijn rechtermondhoek schiet de hoogte in. 
“Ik ga je die vest echt niet geven. Dat begrijp je toch.”

Ik wil gewoon die vest. 

“Je zult me moeten vertrouwen”, voegt hij eraan toe na een flinke stilte. 
Bonnie’s iPhone laat van zich horen. Ze trekt zich los en loopt naar de keuken. 
Een bericht van haar moeder: “Ik verwacht u om vijf voor twaalf aan mijn bureau.”
“Ik ben er om twaalf uur”, typt ze vliegensvlug terug. 
Charlie stapt ondertussen de keuken in en slurpt aan zijn tas koffie alsof er niets gebeurd is. Meteen spuwt hij zijn mondinhoud de wasbak in. 
“Koud.” 
Hij spoelt het kopje uit en maakt zich een verse lading zwart goud. Bonnie’s oog valt opnieuw op haar telefoon wanneer er een nieuw berichtje van haar binnenkomt. 
“Die wijsneus moogt ge thuis houden.”
Ze zucht en steekt haar iPhone weg in haar tasje. 
“Ik moet naar den Bar.” 
Charlie kijkt haar ontgoocheld aan. 
“Ik moet naar Delight. Maar pas tegen de middag.”
Hij zet zijn kopje neer en komt haar richting uit. Zijn handen vinden haar middel. Wanneer hij haar dichter naar zich wil toetrekken, duwt ze hem weg. 
“Het leven is geen spelletje dat je vals kan spelen, Charlie. Wanneer ga je eens nadenken over de gevolgen van al uw praatjes en leugens? Wat gaat er met mij gebeuren? Waarom ben je er zo zeker van dat ik de gevangenis niet in ga vliegen? En wat met Ben? Dat is toch uw beste maat? Ga je die dan gewoon aan de galg praten om je eigen vel te redden? Is dat dan wat voor een baas je bent? Echt waar, jij hebt geen respect. Voor niemand. Jij denkt écht dat de nulmeridiaan in die schone kont van u loopt.” 
Zijn neerbuigende blik hitst Bonnie nog meer op. 
“Nog iets, prinses? Of kunnen we dan nu overgaan tot make-up seks?”
Ze gooit haar ogen naar het plafond. 
“Dat jij nu aan seks kan denken.” 
“Ik denk altijd aan seks.” 
Zijn handen vinden opnieuw haar lichaam en deze keer duwt Bonnie zich niet weg. Terwijl ze zijn aantrekkingskracht binnensmonds vervloekt, trekt hij haar T-shirt uit en zoeken zijn lippen haar borsten op. Zijn vingers openen vlot de knoop van haar broek. Hij gaat op zijn knieën zitten en ontdoet haar langzaam van de jeans. Zijn lippen kussen de zoom van de minuscule string. 

Hoe kan ik dit nu …

Ze kreunt. 

Hoe kan ik hier nu ‘neen’ op zeggen?

Zijn wijsvinger haakt in het bandje van het broekje op haar zij en trekt het naar beneden. Zijn lippen volgen haar verzorgde schaamhaarlijn naar beneden. Daar houden ze halt. Opnieuw kreunt ze oncontroleerbaar. Haar hand grijpt zijn strak naar achteren gekamde haar en knijpt erin. Ze kijkt naar beneden en vangt zijn blik. Zijn spitse tong vindt haar clitoris. De blauwe kijkers doorpriemen haar ziel. Ze moet wegkijken. Charlie’s startsignaal. Hij zet zich recht, grijpt haar vast aan haar dijen en plant haar kont op het houten aanrecht. Zonder zijn blik op haar te lossen, maakt hij zijn riem los, opent de knop en rits van zijn kostuumbroek en laat ze op de grond vallen. De strakke boxershort die zijn stijve lid met moeite in bedwang kan houden, gaat ook uit voor hij langzaam bij haar naar binnenkomt. 
“Blijkbaar ben ik niet de enige met goesting.” 
Klamme handen. Rode wangen. Een hart dat overuren maakt. Ze slikt. 

“Sorry, Anita.” 
Haar moeder heeft haar nog geen blik gegund sinds ze voor haar aan het bureau is komen zitten. Bonnie probeert haar zwetende handen droog te wrijven aan haar strakke zwarte jeans. 
“Ge stopt ermee, Bonnie. Ge vliegt eruit. Ik had u hier nooit in mogen betrekken. Ge zijt er duidelijk niet voor gemaakt.” 
“Wat?” 

Dat kan ze niet menen.

“Ik denk dat ge me goed begrepen hebt, Bonnie. Trekt uw plan.”
“Maar, mama …” 
Anita schudt haar hoofd en kijkt haar eindelijk wél recht in de ogen. Ze schieten vuur. En raken. 
“Gij doet volledig uw goesting. Luistert ni naar wat ik of andere BB-ers u zeggen. Ge lapt alle regels aan uw laars? Wat moet ik doen, Bonnie. Het is dit of …” 
Bonnie onderbreekt haar moeder.
“Of wat? Gade mij kapot maken?” 
Ze grijnst. Haar moeder kijkt weg. 
“Of kapot laten maken?”, voegt Bonnie er nog aan toe. 
“Want vuile werkskes opknappen, daarvoor hebt gij onderdanen zeker.”
Anita veert recht. Ze praat overdreven kalm. 
“Gij weet echt nog altijd niet hoe deze wereld in elkaar zit. We zitten niet in een of andere misdaadfilm waar ge gewoon naar zit te kijken en u afvraagt wat er zou gebeuren als ge uwe neus nekeer overal begint in te steken. Dit is de realiteit, Bonnie. Ge hebt iemand neergelegd en echt als ne fucking amateur tewerk gegaan. Dat is BB onwaardig, meisje. En dan heb ik het nog ni over die klote overval. En die leugens die ge dag in dag uit af steekt. Ge zijt niet te vertrouwen. En Koen? Die kerel moet ons godverdomme nog 50.000 euro en verdwijnt met de noorderzon? En gij weet dat? Maar ge zegt mij da ni?”
Een briesend paard is er niets tegen. 
“En das nog ‘t ergste ni. Nee, ge vertelt tegen de patron van een andere bende over onze belangrijkste leverancier?” 
Haar stem schiet de hoogte in op die lange ‘ie’. 
“Maar, mama …” 
De wijsvinger van haar moeder gaat omhoog. 
“Het is Anita. Da’s ook iets da ge ni lijkt te begrijpen. Hier ben ik uw moeder ni. Ik wil u ni meer zien. Ge krijgt vijf minuten.”
De smekende blik van Bonnie vangt bot. 
“Anita …” 
Anita, die haar blik weer heeft vastgepind op haar computerscherm, schudt haar hoofd. Ze wijst naar de deur. Er zit niets anders op dan weg te gaan. 

You’re as cold as ice
You’re willing to sacrifice our love

Foreigner – Cold as Ice

Bonnie’s auto staat stil op een parking langs de weg. De tranen lopen langs haar wangen. Ze scrollt door haar contactenlijst. Haar duim drukt op Koen zijn naam. Tot haar grote spijt springt meteen de voicemail aan, maar ze wacht niet tot ze iets kan inspreken. 

Ongetwijfeld ligt die gsm toch al ergens in de vuilbak.

Opnieuw gaat ze door haar contacten. Haar duim houdt halt op Ben zijn naam. Na amper één keer bellen, neemt hij op. 
“Goeiemiddag.” 
“Ben”, haar stem kraakt. 
“Alles ok?” 
Ze schudt haar hoofd. 
“Alles niet ok.” 
“Kan ik u met iets helpen?” 
Ze twijfelt. 
“Is Charlie daar?” 
“Ja.”
“Hoort hij wat je zegt?” 
“Ja.” 
“Ik wil u spreken.” 
“Vandaag?” 
“Zo snel mogelijk.” 
“Binnen een uur?” 
“Als ge Charlie daar kunt houden, kunnen we bij mij thuis afspreken.” 
“Goed idee, ik zal er zijn. Tot straks, mevrouw.” 
“Ik zal zien dat ik cash in huis heb.” 
Ze lacht met haar eigen mopje. Ook hij lacht. 
“Dat is altijd handig.” 
Het gesprek eindigt. Het scherm van haar telefoon wordt zwart, na een tijdje. Ze steekt hem weg en zucht voor ze de motor start en op automatische piloot naar huis rijdt.

Goedkeurend fluit Ben als hij de gang binnenkomt. 
“Charlie heeft toch alles uit de kast gehaald, hoor, hiermee.” 
Bonnie schudt haar hoofd. 
“Ik kan niet luchtig doen.”
Haar lip trilt. 
“Ik weet niet meer bij wie ik …” 
Ze snikt. 

Komaan, Bonnie. Herpakt u. 

“Sorry.” 
Ze ademt diep in en uit en gaat de leefruimte terug binnen. 
“We gaan iets drinken. Een aperitiefke, Ben?” 
Ze loopt de keuken in en opent de koelkast. 
“Champagne?” 
“Hebben we iets te vieren?” 
Haar hoofd piept de frigo uit. 
“Er is een fles open.” 
Hij knikt goedkeurend. 
“Een coupe’ke dan.” 
Ze neemt de fles beet en opent een hoge keukenkast. Met haar wijs- en middelvinger neemt ze de steel van beide glazen vast. In een vloeiende beweging zet ze de flûtes op het eiland en vult ze met exact genoeg vloeibaar goud. Ben neemt gewillig zijn glas aan en tikt het tegen haar exemplaar. 
“Op wat klinken we?” 
Bonnie zucht. 
“Op mijn hart luchten.” 
Ben knikt opnieuw goedkeurend. 
“Da’s ne goeie. Shoot.”
Alles komt eruit. 
“Mijn ma heeft me eruit gegooid.”
Ze slikt. 
“Ik word verdacht van moord.”
Haar lip trilt. 
“Koen is weg.” 
Een traan ontstaat in haar ooghoek. 
“Charlie …” 
Ze vindt de juiste woorden niet. Ben neemt haar hand vast en streelt het met zijn andere. 
“Wat is er met Charlie?” 
“Charlie is ne smeerlap.” 
De dikke wenkbrauwen boven zijn donkerbruine ogen fronzen. 
“Is ‘t weer ambras?”, spot hij. 
Ze knikt. 
“Nu is hij echt te ver gegaan.”
Bonnie opent een schuif ter hoogte van haar middel en vindt een pak sigaretten en haar zippo. Ze biedt Ben er één aan voor ze er zelf een opsteekt. 
“Mijn lot ligt in zijn handen en die van mijn moeder. Om me uit de handen van de flikken te houden moeten die twee de handen in elkaar slaan. En we weten allebei dat die twee elkaar zo rauw lusten als carpaccio.”
Ze rolt met haar ogen terwijl ze van haar sigaret trekt. 
“Ik weet niet wie ik nog kan vertrouwen. Of wat ik moet doen.”
Ben strijkt met zijn handen door zijn lange donkere haren. 
“Ik kan niet volgen, Bonnie.” 
Ze zucht. 
“Maakt niet uit.” 
Hij zet zich recht en komt achter haar staan. Zijn handen masseren haar gespannen schouders. 
“Weet ge da hij uw pa de moord die ik gepleegd heb in de schoenen zou schuiven om mijn vel te redden en zo Anita te overtuigen op een hoger niveau te gaan samenwerken?”
De handen van Ben houden halt. 
“Mijn pa?”
“Omdat mijn wapen in de kluis van Delight lag.” 
Een zenuwachtig kuchje ontsnapt hem. 
“En mij medeplichtig maken dan?” 
Ze knikt en draait de barstoel zijn richting uit. 
“Sorry dat gij er ook al bij betrokken wordt. Het lijkt alsof ik een lawine heb veroorzaakt door te starten bij den BB en alles en iedereen die ik tegenkom, met me meesleur.”
Zijn duim vangt een haarlok uit haar gezicht en steekt hem achter haar oor. 
“Ik ben meer dan betrokken bij alles wat Charlie doet en daar heb jij geen aandeel in.” 
Ze kijkt hem recht in zijn kijkers. 
“Weet jij waar mijn lederen vestje is?”
Hij kijkt haar vragend aan. 
“Charlie zijn joker. Die vest linkt me rechtstreeks met Bosch. Zijn bloed zit erop. En ongetwijfeld mijn DNA.” 
Ben schudt zijn hoofd. 
“Geen enkel idee. Charlie zit samen met zijn ego op Charlieland. Wat zijn grote plan is, weet hij alleen. Maar dat alles en iedereen zal wijken voor de koning, dat is nu des te duidelijk.” 
Bonnie trekt nog een laatste keer flink aan haar sigaret voor ze deze uitdooft. 
“Eerlijk gezegd zie ik nog maar één uitweg.” 
Ze blaast de rook in rookwolken uit als een indianensignaal. 
“Zeg dat niet als ge da ni meent, Bonnie. Ik denk daar al over na sinds hij mijn vader kapot gemaakt heeft.” 
Zijn ogen zijn waterig en ook zij krijgt een krop in haar keel.
“Als Charlie er niet meer zou zijn, weet niemand iets af van die vest en zouden we gewoon alles in zijn schoenen kunnen steken”, zegt ze met een rauwe stem. 
Zijn ongelovige blik spreekt boekdelen. 
“Zijde serieus?” Ze haalt haar schouders op. 
“Ik weet ni meer of ik mezelf serieus kan nemen. Maar mijn relatie met Charlie en de manier waarop hij met mij omgaat is dat alleszins allesbehalve.”
Ben gooit het glas champagne in één slok naar binnen. 
“Zout ge me helpen?”, probeert hij voorzichtig. 
Bonnie aarzelt. 
“Wat bedoel je?”
Ben strijkt door zijn haar. 
“Ik loop al een tijdje met een plan rond dat perfect zou zijn met jou als partner.” 
Bonnie giet hun glazen nog eens vol. Ze neemt het hare en drinkt er een flinke slok van. 
“The man with the plan.” 
Ben lacht en veert recht. 
“De timing is perfect! We doen het volgend weekend.”
“Volgend weekend? Hij verjaart volgend weekend.” 
Hij knikt. 
“Net daarom. De ijdeltuit wil geen feest aangezien hij niet helemaal in het reine is met zijn nieuwe voordeur. Maar een intiem onderonsje, daar kan hij toch geen neen tegen zeggen?” 
Bonnie fronst. 
“Wat ben je dan van plan?” 
Een geheimzinnig lachje ontstaat op zijn tronie. 
“Dat ga ik je nu nog niet vertellen. Hoe minder je weet, hoe beter.” 
Ze rolt met haar ogen. 
“Ge hoeft me ni te betuttelen. Ik wil graag weten waar ik voor sta.” 
Hij schudt zijn hoofd. 
“Het enige wat gij hoeft te weten is dat ge op een goei manier afscheid gaat kunnen nemen en dat hij geen pijn zal hebben.” 
Ze zucht. 
“Ik weet het niet goed, Ben.” 
“Denk erover na. We kunnen tot de laatste moment terug. Het enige waar we hem wel al warm voor moeten maken is voor een onderonsje op een externe locatie.” 
De champagne in Bonnie’s maag bezorgt haar zure oprispingen.
“Ik boek een hotelkamer.” 
Hij knikt goedkeurend. 
“Op zijn naam.”

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 24

Half bevroren door het strenge winterweer is Bonnie blij wanneer ze de open haard ziet branden in de leefruimte.  Haar oog valt op een briefje op het kookeiland.

Liefste prinses,
Ik trotseer de vrieskou om je hart te verwarmen.
Volg de vlammen.
Liefs,
Jouw Charlie

Eén blik vanuit het keukenraam op hun tuin en Bonnie beseft dat ze weer die kou in moet. Reeds wanneer ze het schuifraam opent, hoort ze de klank van zijn akoestische gitaar, maar door het tegenlicht en de afstand ziet ze Charlie zelf niet zitten. Als ze op een meter of tien van hem is verwijderd, begint hij te zingen. Verdwaasd door de overdaad aan romantiek die Charlie samen met de gitaar en het kampvuurtje met zich meebrengt, neemt ze plaats naast hem op het ligbed. Snel wikkelt ze het dekentje dat erop ligt nog rond zich heen. Dan pas luistert ze naar zijn woorden.

You look like an angel
from a place I don’t know if I’m welcome to.
You move like a feather
and swirl in the wind where I can’t follow you.

I doubt a moth like me
could be with a butterfly.
Thriving only at night
I wouldn’t be there by your side.

A captain that’s not me.
No ship, no sea to sail.
The prince you thought I was
just appears to be a silly villain.
It’s a sad thing to say
I’m not even a man.  

I doubt a moth like me
could be with a butterfly.
Thriving only at night
I wouldn’t be there by your side.

I fear I’ve lost myself
And on the road I’ve lost you too.
Thinking forbidden thoughts. 
But hear me:
one thing that’s true.
You make my world a better one
I’ll ever deserve.

I doubt a moth like me
could be with a butterfly.
Thriving only at night
I wouldn’t be there by your side.

But I’ll treat you like an angel
and pretend I’m not far from home.
When I’ll see a feather swirling,
I’ll be grateful to call you my own.

And I’ll treat you like an angel
and pretend I’m not far from home.
When I see a feather swirling,
I’m grateful to call it my own.

Charlie

De tranen die Charlie begeleiden, zeggen meer dan honderdduizend woorden. Maar toch zijn het de woorden die blijven hangen bij Bonnie. De woorden die Ben over Charlie in de mond nam, hadden net dezelfde boodschap. Wanneer de laatste trillingen van de snaren van de gitaar uitsterven, keert Charlie zijn hoofd naar zijn vrouw.
“Dat was ‘A moth like me’, dames en heren, dank je wel”, klinkt het met een schorre stem. Eveneens met tranen in de ogen slaat Bonnie haar handen op elkaar. En dan breekt ze. Als een patattenzak stuikt ze in mekaar en barst ze in snikken uit. Charlie reageert snel, legt zijn gitaar opzij, knielt voor haar neer en neemt haar hand vast.
“Rustig, prinses. Wat is er?”
Rode bewaterde ogen kijken Charlie aan: “Wat is er niet? Alles gaat naar de kloten.”
Het speeksel dat zich heeft opgehoopt in Bonnie’s mond krijgt ze maar moeilijk doorgeslikt. Ze loopt naar binnen met in haar kielzog haar vent.
“Waarom lieg je tegen mij, Charlie?”, klinkt het na een tijdje wanneer Bonnie opnieuw wat zuurstof door haar longen heeft kunnen jagen.
Een verbaasde blik krijgt ze als antwoord.
“Wat?” 
Ze rolt met haar ogen en springt recht. 
“Fuck you, Charlie”, roept ze voor ze naar binnen rent en plaatsneemt aan het haardvuur. 
Charlie volgt haar op de voet. 
“Wil je nu alsjeblieft uitleggen waarom ik een leugenaar ben?” 
Ze zucht. 
“Waarom zeg je dat ze niets hebben? Waarom zeg je niet dat ze beeldmateriaal hebben van die overval? Waarom zeg je dat ze bewijsmateriaal hebben voor de moord op Johnny als dat niet zo is?” 
Ze hapt naar adem. 
Hij kijkt verrast. 
“Hoe weet je dat? Hebben ze u ook opgepakt?”
Bonnie schudt haar hoofd. 
“Mijn ma heeft me meegenomen naar een van haar connecties bij de flikken.” 
“Zijde gij hierover met uw ma gaan praten, gekkin!”, snauwt hij haar toe.
Bonnie rolt, tot zijn grote irritatie, flink met haar ogen: “Wat had je gedacht, Charlie? Dat ik me er gewoon ging bij neerleggen dat de flikken het wapen hebben waarmee ik een moord heb gepleegd? Het wapen dat jij zogezegd op ‘de beste manier’ ging laten verdwijnen?”
Ondertussen zijn zowel Bonnie als Charlie recht gestaan waardoor het hoogteverschil haar wat parten speelt. Maar haar vragen hebben vat op Charlie, want hij kruipt de verdediging in.
“Bonnie, wat denkte nu? Dat ik dat klotewapen zelf aan de flikken heb gegeven? Is dat écht wat ge denkt?”
Een gemeende stilte zegt meer dan duizend woorden.
“Godverdomme”, sist Charlie en slaat met zijn vuist op het marmeren aanrecht, hem met een flink bloedend hand opzadelend waardoor Bonnie opnieuw haar ogen laat rollen.
Charlie’s bebloede wijsvinger raakt bijna haar neus, zo dicht staat hij: “Gij weet niet hoe graag ik u zie.”
Een diepe zucht slaakt Bonnie voor ze haar rug naar hem keert.
“Bonnie, wacht!”, klinkt het wanhopig achter haar. 
Een paar stappen verder grijpt hij haar hand vast en trekt haar naar zich toe. Een walm van alcohol prikkelt haar neusvleugels. 
“Daarmee dat je zo romantisch was, Charlie. Ge zijt verdomme zo zat als iets!”
Wanhopig haalt Charlie zijn handen door zijn korte haardos.
“Begin nu niet te zagen over futiliteiten, Bonnie. De grond zakt weg onder mijn voeten, en die van u ook trouwens. We moeten goed nadenken over onze volgende stappen.”
Bonnie zucht en denkt terug aan wat haar moeder tegen haar zei. 
“Anita wil u spreken. Zo snel mogelijk.”
Hij knikt. 
“Dan moeten we goed nadenken over hoe we haar gaan overtuigen om samen te werken.” 
Haar vragende blik nodigt hem uit zijn woorden te verduidelijken. 
“De enige reden waarom jij nog vrij rondloopt is omdat de flikken mij liever pakken dan u. Dat besef je toch, Bonnie?” 
Ze knikt. 
“Daar moeten we op inspelen.”
Charlie wrijft even over zijn gemillimeterde hoofd voor hij verder gaat.
“Laat uw moeder maar weten dat ze morgen om tien uur naar hier mag komen.” 
Bonnie grijpt haar iPhone en start haar bericht. 
“En wij gaan nu de violen gelijk stemmen. Al duurt het een hele nacht.” 
Een hele tijd is het stil, tot Bonnie haar mond opent: “Waarom heb je dat wapen niet doen verdwijnen?”
Schuldig kijkt Charlie haar aan: “Ik heb dat aan Ben gegeven, en ik moet toegeven dat ik daar niet meer heb over nagedacht.”
In één ruk springt Bonnie recht en grijpt ze de pook waarmee het haardvuur wordt gehanteerd. De punt ervan duwt ze tegen Charlie’s adamsappel.
“Geef mij één reden waarom je het niet verdient om te sterven, Charlie”, sist ze hem woest toe, hem half onder spuwend.
Stokstijf, maar ogenschijnlijk kalm, blijft hij staan. Even lijkt hij na te denken over zijn woorden.
“Alsjeblieft, Bonnie. Doe die stok…”
Charlie krijgt de tijd niet zijn zin af te maken, want Bonnie duwt de pook nog dieper in zijn keel. Zich overgevend haalt Charlie zijn armen de lucht in, in zijn ogen merkt ze iets wat ze nog nooit heeft gezien bij hem: pure angst.
“Als je me vermoordt, word je sowieso opgepakt. Je gaat me nog nodig hebben, meisje”, klinkt het ijzig kalm.
“Die vuile kloteflikken”, klinkt het terwijl de blondine de pook langzaam laat vallen.

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 23

Leave me out with the waste
This is not what I do
It’s the wrong kind of place
To be cheating on you
It’s the wrong time
But she’s pulling me through
It’s a small crime
And I’ve got no excuse

Damien Rice

Met man en macht probeert Bonnie haar adem terug onder controle te krijgen. Het rustige nummer op de radio helpt. Ze weet niet wat te zeggen. En Charlie evenmin. Haar moeder was fel uit de hoek gekomen toen Bonnie had aangekondigd dat ze met Charlie in het huis ging wonen. Met slaande deuren is Bonnie vertrokken, met twee valiezen in elk hand Charlie’s wagen ingevlucht. Hij had geweigerd om mee binnen te gaan. Dus had ze de drie verdiepingen met die zware valiezen alleen moeten afleggen terwijl haar moeder maar bleef doorbomen over naïviteit en impulsiviteit. De BMW’s paarden houden bruusk halt voor de oprijlaan. Wanneer ze geparkeerd zijn, merkt Bonnie de rode loper op die loopt van de plaats waar ze haar voet neerzet als ze de auto uitstapt tot aan de voordeur van de villa. Charlie grijpt galant haar hand vast en begeleidt haar het huis in. Net voor de voordeur houdt hij halt en gebaart hij met zijn wijsvinger dat Bonnie ter plaatse moest blijven. De twee valiezen neemt hij kort van haar over om ze binnen neer te zetten. De deur laat hij openstaan. Hij grijpt haar beet en houdt haar vast in zijn armen. 
“Je bent echt lichter geworden”, klinkt het voor hij haar naar binnen draagt. 

Charlie zet Bonnie met haar benen op de grond en duwt haar tegen de muur in de hal. Haar handen houdt hij boven haar hoofd. Een flashback naar de man in Antwerpen flitst door Bonnie’s hoofd, maar één blik op Charlie’s geile ogen en ze flitst hem weg als troebel beeld in een viewmaster. Ze drukt haar kruis tegen het zijne aan. Hij heeft er zin in. En zij ook. Ze sluit haar ogen en bijt op haar lip. 
“Hier heb ik naar uitgekeken.” 
Hij knipoogt voor hij met zijn mond verdwijnt in haar nek. Een rilling loopt over Bonnie’s rug. Zijn hand vindt de rits van haar nieuwe zwarte lederen jasje en trekt het vakkundig naar beneden. Door haar schouders naar achteren te hellen, valt het jasje van Bonnie’s lichaam. 
“Wat een geile salopette.” 
Zijn vingers vinden de sluiting ter hoogte van haar borst en duwen deze open. Hij doet hetzelfde aan de andere kant waardoor de flap naar beneden valt en de slogan op haar topje zichtbaar wordt. Hij knijpt stevig in haar strakke borsten. 
“Ik wil je neuken, prinses”, kreunt hij. 
Ze grijpt zich vast aan zijn nek en springt met beide benen rond zijn zij. 
“Gaat ervoor.” 
Zijn handen zoeken steun aan haar billen. Hij neemt haar mee de slaapkamer in. Voor het bed, zet hij haar met beide voeten op de grond. Langzaam trekt hij haar T-shirt uit voor hij haar op het bed duwt. Ze laat zich gewillig vallen. Een voor een gaan haar laarzen en sokken uit waarna ook haar broek op de grond verdwijnt en ze in haar ondergoed achterblijft. Met een handige beweging ontdoet hij haar van de bh en de slip. Op zijn beurt ontdoet Charlie zich van zijn kleren. Ook zijn boxershort gaat uit waardoor zijn pronte stijve trots de hoogte in steekt. 
“Ik ga je meer dan ooit doen klaarkomen, prinses”, fluistert hij voor hij haar overlaadt met kusjes. Alle opgebouwde spanning valt in één keer van Bonnie’s schouders af wanneer ze hem in haar voelt komen. Een verlossend kreuntje ontsnapt haar. 

Een tikkeltje gespannen zet Bonnie de kraag van haar lederen jasje wat rechter voor ze een van de deurbellen indrukt op het grote paneel in de inkomhal van een gigantisch appartementsblok. Er staat in drukletters “BEN” naast de toets op de bel. Ze twijfelt even voor ze erop drukt.

Waarom heeft hij gisteren contact opgenomen? Waarom moest hij haar zo nodig vanochtend zien? En de belangrijkste … waarom mocht ze niets tegen Charlie zeggen?

Maar één manier om erachter te komen, verzekert ze zich ervan voor ze de sprong waagt. 
“Dag Bonnie, ge ziet er stralend uit”, klinkt het al snel door de luidspreker waardoor de blondine meteen met een lichte blos zit opgescheept. De deur gaat uit het slot nog voor ze haar roodgestifte mond hoeft te openen. Met open armen ontvangt een casual geklede Ben haar eens ze zijn loft binnenstapt. Hij ziet er heel anders uit dan de Ben die Bonnie gewend is. Ofwel zit de jongeman strak in zijn pak ofwel in zijn adembenemende adamskostuum. Vandaag draagt hij een lichtgrijze trainingsbroek en een strak wit T-shirt. De gedachte of dit de gangbare casual dresscode is van knappe venten, komt bij Bonnie op. Zijn lange donkere haar dat normaal in een dot samen is gebonden, hangt nu los tot bijna op zijn schouders. Voor Bonnie heeft hij er nog nooit zo aantrekkelijk uitgezien als nu. 
“Ik zie wat gij kunt gebruiken”, lacht Ben breed, haar met zijn bijna zwarte ogen van kop tot teen in zich opnemend.
“Een Baileys!”, voegt hij er knipogend aan toe voor hij zich naar zijn stijlvolle barkast begeeft. Het meubel moet van de jaren 70 dateren en is ongetwijfeld van de hand van één of andere Scandinavische architect.
“Goed geheugen … al is het misschien wel nog wat vroeg om in den drank te vliegen”, zegt Bonnie terwijl ze zich in zijn zetel nestelt, die dezelfde kleur blijkt te hebben als haar gloednieuwe blazer, waardoor ze lijkt op te gaan in het meubelstuk.
“Verrassend vrouwelijk, uw interieur”, lacht Bonnie terwijl ze de omgeving in zich op neemt. Het interieur van zijn stek lijkt rechtstreeks uit één of ander interieurblad gepikt. Toch straalt het, anders dan in de meeste strak moderne interieurs, iets uit wat alleen maar omschreven kan worden als ‘sfeervol’ door het gebruik van warme kleuren en materialen. Ondanks het alomvertegenwoordigde rood en oranje, ziet de plek er allesbehalve een homohol uit door de industriële look die het appartement uitstraalt. De ijzeren structuren van de trap en de mezzanine, die zijn doorgetrokken in de keuken, drukken er een stoere stempel op.
“Billy heeft het interieur gekozen”, verklaart Ben verwijzend naar zijn jongste broer. Bonnie haalt haar wenkbrauwen op bij wijze van herkenning.
“Hij studeert voor interieurarchitect. Als grote broer die als eerste een eigen appartement koopt, kon ik niet anders dan hem carte blanche te geven. Ik had gewoon één regel: gezellig, maar niet gay”, een uitspraak die bij Bonnie met gelach onthaald wordt.
“Ge moogt trots zijn op uw broer Ben, het is echt prachtig. En dat zeg ik niet gewoon omdat ik dat nu hoor te zeggen, geloof me.”
Hoewel Bonnie er alles aan doet om de ontmoeting zo luchtig mogelijk te houden, voelt het fout om in Bens appartement te zijn. Al was het maar simpelweg omdat Charlie er niets vanaf weet en ze vanochtend een smoes heeft moeten verzinnen om het huis uit te vluchten. 
“Bonnie,” steekt Ben serieus van wal alsof hij haar onzekerheid aanvoelt, “ik heb u niet uitgenodigd om over het interieur te praten.”
Hij giet zijn glas whisky half naar binnen in een poging haar blik te vermijden.
“Ook niet om me te neuken, heb ik de indruk.”
Glimlachend schudt Ben zijn hoofd, nog steeds met een starre blik op zijn glas whisky gericht. Amper het glas rakend, streelt zijn wijsvinger zacht de rand ervan.
“Ik ben niet aan het werk”, daagt hij haar uit, niet uit zijn lood te slaan.
“Ik zou u ook niet betalen”, gaat Bonnie verder om hem uit zijn kot te lokken.
“Ik zou u gratis doen”, lacht Ben breed en kijkt haar opeens wél strak aan waardoor Bonnie hem verstomd aan staart zonder iets over haar lippen te krijgen.
“Maar neen, Bonnie. Ook niet om te neuken”, besluit hij en neemt plaats naast haar in de sofa. In een vloeiende beweging ligt zijn hand op haar dij. Hoofdschuddend neemt Bonnie het subtiel op en legt het op zijn eigen dij.
“Hou uw handen dan maar thuis.”
Ben gooit ze de lucht in en kijkt haar met droevige donkere ogen aan.
“Ik heb u uitgenodigd om het te hebben over Charlie”, valt hij dan toch eindelijk met de deur in huis.
Nauwelijks verbaasd – waarover zou hij het anders willen hebben? – staart Bonnie hem zonder knipperen aan: “Wat is er met Charlie?”
Bens gezicht verdwijnt in zijn grote handen. Een diepe zucht weerklinkt doorheen het hoge appartement voor hij nerveus rechtspringt.
“Music”, klinkt het, “that’s what’s missing!”

Op momenteel nog ingebeelde muziek walst Ben naar een klassieke platenspeler in de hoek van zijn gigantische leefruimte. Vanuit een kast naast hem pikt hij er meteen een elpee uit. Nu pas valt het Bonnie op dat de kast, die zeker een meter of vier lang is, volgestopt zit met platen. Vanwaar zij zit leek het kleurrijke geheel ervoor eerder op een abstracte gesloten kast.
“Say hello to mister, Johnny Cash”, klinkt het op een lage toon terwijl hij de plaat uit de hoes haalt en vakkundig op zijn plaats legt in de platenspeler. Hij knipoogt naar haar terwijl hij met duim en wijsvinger de naald op de plaat laat vallen en na een paar krakerige stille seconden de trieste akkoorden van Hurt weerklinken.

“I hurt myself today to see if I still feel”, zingt the Man in Black met een krakerige gebroken stem. Het is hetzelfde lied dat tijdens de begrafenisplechtigheid van Bens vader Johnny door de grote kerk weerklonk, die toen tot de nok gevuld werd met droefheid. Even lijkt Ben in gedachten verzonken. Pas wanneer Johnny Cash’ woorden “What have I become my sweetest friend” weerklinken, neemt hij opnieuw naast Bonnie plaats, waardoor ze nu pas op zijn wang een traan opmerkt die wacht om op te drogen.
“Waar waren we?”, klinkt het stil van tussen zijn wat trillende lippen. Bonnie breekt en neemt zijn hand vast.
“Ben, komaan, ge maakt me nerveus. Wat is er?”
De adonis neemt terug wat afstand en zet opnieuw post richting de barkast waar hij zich een nieuwe whisky in schenkt.
“Gij nog een Baileys, Bonnie?”, kijkt hij even achter zich.
Wijzend naar het glas waar ze initieel maar half op had toegestemd, maakt ze duidelijk dat ze nog genoeg heeft. Wanneer ze hem luid zijn neus op hoort halen, weet ze hoe laat het is. Ook nu kijkt Ben om en biedt hij haar een kort rietje aan, wijzend naar een hoopje poeder op de kast. Maar Bonnie weigert, ze heeft zo het gevoel dat ze goed wil onthouden wat er gezegd gaat worden. Ben bindt zijn haar in een dot met een elastiek die voordien rond zijn pols hing, voor hij terug naast haar komt zitten.
“Het is te veel gewoon, Bonnie”, klinkt het opeens heel wat gejaagder dan voor de lijn.
“Alles wat ik hem de laatste jaren heb zien doen, Bonnie. Ik heb dat allemaal kunnen plaatsen. Want meid, ik ben er zeker van dat gij verre van het fijne weet van die vent van u, dat geef ik u op een blaadje.”
Even hapt hij naar adem en neemt hij nog een slok van het gouden goedje in zijn glas.
“Maar sinds hij de baas is”, gaat Ben verder zonder dat Bonnie iets gezegd heeft, “is hij niet meer dezelfde.”
“Sinds ik in zijn leven ben, bedoel je dan, Ben?”
Hoofdschuddend haalt Ben zijn schouders op: “Ik weet niet wanneer het begonnen is, maar hij sluit zich volledig af van mij. Vroeger wist ik altijd alles en nu zijn er tal van zaken waarvan hij me zelfs niet op de hoogte brengt. Ik moet dan zogezegd zijn rechterhand zijn, maar ja…”, perst hij er met een wanhopige stem uit. “De laatste twee, drie weken loopt ‘m echt als ne bezetene rond. Ik heb echt het gevoel dat hij tot alles in staat is.” 
“Ben, stopt efkens. Waarom vertelt ge me dit? Charlie en ik willen niets meer met elkaars zaken te maken hebben.”
Een paar zielige ogen staart Bonnie aan. Angst sijpelt doorheen Ben’s paniekerige stem. 
“Omdat ik niet meer kan zwijgen, Bonnie. En omdat ik dit niet aan De Raedtsmannen kan vertellen. Iedereen staat achter hem. Of faket het echt heel goed, alleszins. Als Charlie te weten komt dat ik aan zijn leiderschap twijfel, wil ik niet weten wat er gaat gebeuren.”
Bonnie schrikt van zijn woorden. Meteen wroeten de herinneringen aan Johnny’s dood als mollen doorheen de loopgraven van haar brein.
“Wat zou er gebeuren?”, probeert Bonnie op een luchtige manier te reageren, met een machteloze Ben als gevolg.
“Gij weet echt niet waartoe Charlie in staat is, Bonnie”, schudt hij ontgoocheld met zijn hoofd. “Weet gij echt niet wat hij allemaal al gedaan heeft? En dan heb ik het niet over grieten neuken!”
Hij klinkt hard en bot.
“Waarom zegt ge dees nu pas?”, vraagt Bonnie om to-the-point te komen.
Als ze merkt dat Ben niet reageert, gaat ze verder: “Waarom hebt ge me dan met die vent laten trouwen, Ben? Waarom waarde gij dan zijne getuige? Als ge hem niet vertrouwt?”, sneert ze hem toe.
“Omdat beste vrienden dat niet doen”, klinkt het neerslachtig.
“En wat is er dan veranderd?”, probeert Bonnie te polsen.
Ben komt meteen ter zake: “Hij heeft mijn vader vermoord.”
“Een engel als gij verdient meer dan de duivel in hoogsteigen persoon”, fluistert hij en steekt een losse lok achter zijn oor.
“Beter de duivel dan zijn hulpje?”, vraagt ze uitdagend.
“Hoge bomen vangen veel wind, Bonnie”, klinkt het droog. “Ik ga niet eeuwig Robin blijven.”
Lachend schudt Bonnie haar hoofd: “Everyone wants to be Batman.”
Maar Ben kijkt zuchtend weg: “Ik zal nooit meer Batman kunnen zijn. Want Batman da’s ne goeie. Voor eeuwig ben ik verdoemd tot het rijk der slechteriken. De mannen à la the Joker, the Penguin en Twoface, dat zijn wij. En laat Charlie dan maar die laatste zijn.”
Bonnie zucht. 
“Ge kunt met de flikken gaan praten.”
“Komaan Bonnie, de flikken zijn een grap.”

Met een wrang gevoel komt Bonnie thuis. Op het eerste zicht is haar wederhelft nergens te bespeuren. Ze hoort muziek van boven komen. Ze herkent al snel Make it Wit Chu van Queens of the Stone Age.

Boven treft ze een lege slaapkamer aan en stapt Bonnie door naar de badkamer. Daar treft ze Charlie met gesloten ogen in bad aan. Een uitgedoofde joint balanceert tussen zijn lippen. 
“Het is hier precies gezellig, Charlie?”

I just can’t recall what started it off
Or how to begin again
I ain’t here to break ya
Just see how far it will bend.

Queens of the Stone Age

Verschrikt schieten zijn ogen open. Wanneer hij beseft dat zij het is, vervormt zijn mond in een bescheiden grijns. Hij steekt de joint terug op. Bonnie kleedt zich langzaam uit en stapt bij haar man in bad. 
“Zware dag gehad?”, polst ze voorzichtig.
Hij knikt terwijl hij diep inhaleert.
“Het is al lang geleden dat ik zo een zware dag had”, klinkt het serieus.
Bens woorden van vanochtend spoken door haar hoofd terwijl Bonnie haar vent met afwachtende ogen aan kijkt. Ze pikt de joint uit Charlie’s handen en gebaart hem verder te gaan. 
“Ik heb de hele dag bij de flikken gezeten”, zegt hij na enige tijd.
Bonnie schrikt: “Opnieuw? Wat hebben ze?”
Teneergeslagen laat Charlie zijn hoofd in het water zakken. 
“Charlie, godverdomme!”
Ze trekt aan zijn been. Langzaam komt hij terug boven water.
“Ze hebben veel”, fluistert hij. 
“Ze hebben bewijsmateriaal dat ik de opdracht gegeven heb om Johnny om te brengen.”
Opvallend objectief klinkt zijn stem terwijl hij zegt dat hij ten dode is opgeschreven. Voor Bonnie lijkt het alsof de wereld even ophoudt te bestaan. Iets wat steeds een ver van hun bed show is geweest, is in één klap de akelige realiteit. Zijn onzekere blik doet Bonnie huiveren. 
“Wat nu?”
Zijn gezicht verdwijnt in zijn grote handen. 
“Dat is niet het enige wat ze hebben.”
Bonnie’s lip trilt. 
“Waarom heb ik het gevoel dat het ergste nog moet komen?”, zegt ze voorzichtig.
Hij laat zijn handen in het water zakken en ademt diep in. 
“Er is een huiszoeking geweest in Delight. Ik heb de kluis moeten openen en daarin lag 500 gram coke.”
“En uw geweer”, klinkt het heel wat decibels minder. 
“Mijn wat?” 
Bonnie’s stem slaat over. 
“Het geweer waarmee je die Bosch hebt vermoord.” 
Haar hartslag schiet de hoogte in. Het bloed in haar lichaam pompt zich een weg naar haar wangen. 
“Gij godverdomse klootzak”, spuwt ze eruit. 
Meteen stapt ze uit bad en zonder zich af te drogen vlucht ze de badkamer uit. 

“Bonnie, wacht”, klinkt het van ver terwijl ze zich in een handdoek wikkelt en zich machteloos op bed laat vallen. 
“Prinses.” 
Bonnie is niet van plan te reageren. Ze kijkt machteloos voor zich uit. 
“Dat wapen was clean, Bonnie. Geen bloedsporen, geen vingerafdrukken. Niets wijst uw richting uit. Je moet geen schrik hebben.” 
Ze keert zich toch zijn richting uit. 
“Waarom heb je dat niet doen verdwijnen zoals je me beloofd hebt?”
Charlie haalt zijn schouders op. 
“Ik heb dat proper gemaakt en aan Ben gegeven met de vraag om het te doen verdwijnen. Wist ik veel dat hij dat in de kluis van Delight ging steken? Ik gebruik die fucking kluis nooit. Ik had geen idee wat daarin zat toen ik ze vanmiddag moest open maken.” 
De tranen rollen oncontroleerbaar over Bonnie’s wangen. 
“Nog iets?” 
Hij kijkt naar zijn schoot. 
“Ze weten dat die coke van jullie komt. Dat hebben ze me duidelijk laten verstaan. Als ik ‘waardevolle informatie’ kan delen over jullie handel, zijn ze bereid alles in de doofpot te steken. De bewijzen op Johnny, het wapen, …” 
Charlie’s woorden tollen door Bonnie’s hoofd. Ze voelt de fundamenten onder zich kapot geslagen worden. Haar vragende ogen sporen Charlie aan verder te praten. 
“Jij moet me zeggen wat ik moet doen, Bonnie. Het bezwarend materiaal waar ze vandaag mee naar mijn kop gezwaaid hebben, is alleszins niet van de poes. Als ik niet meewerk, vlieg ik den bak in. En dat zal niet voor minder dan tien jaar zijn. Als ik iets los over de bende van uw moeder, zal dat misschien minder zijn. Of helemaal niets. Afhankelijk van wat ik kan, en vooral wil, lossen.”
Ze onderbreekt hem en springt uit bed. 
“Stop met praten, Charlie. Ik moet nadenken.” 
Haastig zoekt ze een outfit bij elkaar en vlucht naar beneden. Nog voor hij haar kan volgen, rent ze het huis uit, haar auto in. Met piepende banden rijdt ze de oprijlaan af. In haar achteruitkijkspiegel ziet ze nog net een naakte Charlie de voordeur uitlopen. Ze toetst het telefoonnummer van haar moeder in. Na één wachttoon neemt ze op. 
“Ja, Bonnie?” 
Anita klinkt zenuwachtig. 
“Mama”, is het enige wat ze eruit krijgt. Haar mond is kurkdroog. 
“Wat is er, Bonnie? Waar zijde gij?” 
Bonnie haalt haar schouders op. Hoewel ze probeert de kracht te vinden om een antwoord te formuleren, kan ze alleen luid snikken. 
“Bonnie, godverdomme. Antwoord toch gewoon!”
Ze zucht en vindt haar woorden. 
“Het zijn de flikken.” 
“Zeg maar niets meer. Ik ben in den Bar. Kunde naar hier komen?”
Bonnie knikt. 
“Ik ben daar binnen tien minuten.” 

Schoorvoetend stapt Bonnie den Bar binnen. Meteen ziet ze haar moeder aan een tafel achterin zitten. Aangezien zij geen aanstalten maakt om zich recht te zetten, gaat Bonnie haar richting uit en zet ze zich op de stoel tegenover Anita. 
“Ge ziet eruit alsof ge een spook hebt gezien, Bonnie.” 
Bonnie strijkt haar natte haren over haar hoofd, in een poging haar betraande gezicht vrij te maken. 
“De flikken hebben mijn geweer”, gooit ze eruit. 
Anita’s ogen spuwen vuur. 
“Wat? Welk geweer? Zeg me niet hét geweer?”
Bonnie knikt. Er rolt een traan over haar wang. 
“Godverdomme, Bonnie! Hoe komen ze daaraan?” 
Ze twijfelt of ze de waarheid moet zeggen. Als ze dat doet, opent ze de poorten van de hel. 
“Er was een inval in Delight vandaag.” 
“En wat heeft dat met uw wapen te maken?” 
Bonnie bijt de reeds tot stompjes gereduceerde vingernagels aan flarden. 
“Charlie ging dat doen verdwijnen”, mompelt ze. 
Anita sluit haar ogen en schudt haar hoofd. 
“Gij achterlijk kind.” 
Meteen zet ze zich recht en stapt naar de deur. Bonnie blijft verdwaasd achter. 
“Meekomen!”, klinkt het dwingend voor haar moeder buiten stapt en de deur achter zich dichtgooit. 
Bonnie doet wat haar gevraagd wordt en stapt de deur uit. De motor van haar moeders wagen draait al. Snel trekt ze het portier aan de passagierszijde open en neemt ze plaats. Hoewel ze dat allerminst gewend is van Anita, vertrekt zij ook met piepende banden. 
“Waar gaan we naartoe?”, tracht ze het ijs te breken. 
“Naar de flikken”, klinkt het kordaat.

Haar moeder is amper bij te benen op weg naar het kantoor van rechercheur Verschoten. De man in kwestie volgt het moeder-dochterduo en slaat haastig de deur achter hen dicht. Ook de lamellen aan zijn raam gaan toe. 
“Anita, je kan hier niet zo maar binnenvallen!”, zegt de politieman met een no-nonsense blik.
Maar ondanks zijn woorden, merkt Bonnie meteen iets vreemds op in dezelfde blik, iets zachts. Haar vermoeden wordt meteen versterkt wanneer haar moeder zijn das vastgrijpt en hem naar zich toe trekt voor een tongkus van formaat, waar de man gewillig op ingaat. Even lijkt het alsof Bonnie verstoten is naar een andere dimensie. Maar na een seconde of dertig wrikt de man zich los uit de klauwen van Anita en zet zich achter zijn bureau.
“Aangezien je je dochter hebt meegebracht, vermoed ik niet dat je hier bent om te neuken, Anita”, zegt meneer Verschoten met een lichte grijns aan Bonnie’s adres.
Meteen begrijpt Bonnie wat haar moeder in hem ziet. Het is een man van een jaar of veertig. Of toch misschien richting de vijftig, aan zijn grijze haren af te lezen. Maar karakter komt bij mannen net zoals bij goede wijn of whisky met de jaren, en deze vent is daar wederom het bewijs van.
“Slim gezien, Bert”, zegt Anita sarcastisch. “Ik heb wat informatie nodig. Over wat jullie hebben over de Bende, over mijn dochter hier én over haar lieftallige wederhelft, Charlie De Raedt.”
De laatste naam doet duidelijk een belletje rinkelen bij Verschoten. De rechtermondhoek van de rechercheur schiet een fractie van een seconde de lucht in. Even ontsnapt er een amper waarneembaar kuchje voor hij van wal steekt.
“Anita, je moet ook niet overdrijven. Ik kan u helpen, uw organisatie. En uw dochter ook, als het tenminste met de Bende te maken heeft. Maar van Charlie De Raedt,” zegt hij scherp terwijl hij Bonnie recht in haar ogen kijkt en zijn handen machteloos de lucht in gooit, “hou ik mijn fikken af.”
Anita zucht maar klinkt daarop meteen kordaat: “Bonnie, ga buiten wachten.”

Nog geen woord heeft Anita gezegd sinds ze het politiecommissariaat is uitgestormd en opnieuw als een echte Johnny, of Marina in haar geval, met piepende banden is vertrokken. Mocht Bonnie haar moeder niet als een kuiken achtervolgd hebben, zou ze niet de tijd hebben gekregen om in te stappen.
“En?”, polst Bonnie voorzichtig na vijf minuten volledige radiostilte. 
Meteen gaat Anita op de rem staan: van honderd naar nul in nog geen seconde. Haar blik verplaatst zich in een ruk van de weg naar haar dochter. 
“Ge hebt tegen mij gelogen, Bonnie.”
Nog nooit heeft Bonnie haar moeder zo kwetsbaar gezien. Haar ogen zijn waterig, haar onderlip trilt. 
“Waarover?”
Anita rolt met haar ogen. 
“Dat zegt al genoeg. Over veel waarschijnlijk, maar ik heb het over de overval op die fucking nachtwinkel. Verschoten heeft me net beelden laten zien van de bewakingscamera. Ge staat er schoon op, moet ik zeggen.”
Bonnie schudt met haar hoofd en stamelt iets onsamenhangend. 
“Op één beeld zie je hoe je een geweer richt op die Paki van achter de toog. Uwe pols is bloot.”
Anita grijpt Bonnie aan haar hand beet. 
“Die klote tattoo gaat u de nek omdoen, Bonnie!” 
Bonnie grijpt haar wangen vast en zucht. 
“Kunde dat zo goed zien op die camera’s?” 
Haar moeder schudt haar hoofd. 
“Ik wist dat ik juist zat. Echt Bonnie, daar gaan we het nog over hebben.”
“Maar neen,” gaat ze verder. “Ge kunt dat niet zo goed zien. Maar ik zie het wél. Ik zag ook direct dat dat wapen hét wapen is waarmee ge Bosch hebt kapot gemaakt.” 
“Dus de flikken weten dat niet?” 
Anita schudt haar hoofd. 
“Nog niet.” 
Bonnie haalt opgelucht adem. 
“Waarom hebben ze dat dan aan u getoond?” 
“Omdat ze zeker weten dat de andere overvaller Charlie is, maar ze hebben geen bewijzen. Daarom de inval in Delight vandaag. Daar lag godverdomme nog ne halve kilo van ons rond te slingeren. En uw wapen inderdaad: proper, zonder vingerafdrukken of bloed. Maar het gaat niet lang duren eer ze gaan zien dat dat het wapen is op de beelden van de overval. Godverdomme, Bonnie. Hoe kunde zo slordig zijn?” 
Machteloos slaat Anita tegen de versnellingspook. Bonnie haalt haar hand door haar haar. 
“Sorry, mama. Heeft hij nog iets gezegd?” 
Anita schudt haar hoofd. 
“Dus niets over Johnny?” 
“Wat valt er te weten over Johnny?” 
Bonnie voelt hoe ze rood aanloopt. 
“Kan ik niet zeggen.” 
Anita draait de sleutel een kwartslag in het contact van haar auto. 
“Ik wil zo snel mogelijk samenzitten met Charlie”, besluit ze.  

In de cocon van haar eigen auto denkt Bonnie aan Koen. Ze besluit hem te bellen. Een golf van opluchting stroomt door haar heen wanneer ze zijn stem hoort.  
“Bonnie, ik ben zo blij da ge belt!”
Ze lacht. 
“Ik ben blij dat ik u te pakken krijg.” 
“Waar zit gij?” 
“Onderweg naar huis.” 
“Komde efkes langs?”
Ze schudt haar hoofd. 
“Ik moet Charlie zeker te pakken krijgen. Maar ik wilde u graag horen. Het is echt een kakdag.” 
Hij lacht. 
“Ik moet u iets zeggen, Bonnie.” 
Haar maag krimpt. Zijn intonatie klinkt onheilspellend. 
“Wat is er?”
Hij zucht. 
“Ik ben weg, morgen.”
“Wat?” 
“Wij zijn weg morgen, eigenlijk. Eden en ik.”
“Met Eden? Waarnaartoe?”
“Ik weet niet, Bonnie. Het land uit, de vlieger op en verdwijnen gewoon.”
“Vanwaar komt dit nu opeens, Koen? Ge zijt toch aan ’t zeveren?”, briest Bonnie.
“Ik zit in de shit, Bonnie. En ik zie maar één uitweg, en dat is weg, gewoon. Foetsjie. Verdwijnen…”, klinkt het stiller en stiller alsof hij toch nog niet zo zeker is van zijn zaak.
“Wat wil je nu dat ik daarop zeg, Koen? Hoe dom het is om met een vrouw waar ge nog geen half jaar samen mee zijt, te verdwijnen?”
Ze hoort hem slikken. 
“Ik kan niet anders. En ik kan u niet uitleggen waarom. Niemand weet hierover, maar ik ben blij dat ik het toch nog aan u heb kunnen zeggen, Bonnie.”
Bonnie voelt hoe een kanjer van een traan opwelt in haar linkeroog en de eerste blijkt van een hele zondvloed. 
“Ik heb u ’t liefst, Bonnie”, fluistert hij voor hij aflegt. 

Er komt geen einde aan deze kakdag.

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 22

“Kijk wie ze nu binnen gooien om de dag te redden”, zegt Koen ironisch. 
Schoorvoetend komt Bonnie Bada Bing binnen. Ze kan haar ogen niet geloven. Koen heeft alles uit de kast gehaald en de hele bar is volledig aangekleed zoals ze hadden afgesproken. Met een voorzichtige kus op zijn wang begroet Bonnie haar zakenpartner. 
“Sorry, Koen. Het is druk geweest de laatste dagen.” 
Koen keert zich om en loopt naar de bar. 
“Niet te druk om een optreden mee te pikken”, kaatst hij terug. 
Hij wijst naar haar t-shirt van the Black Widow. Bonnie voelt hoe haar gezicht rood aanloopt. 
“Ik heb sorry gezegd, Koen. Kunde nog hulp gebruiken of gaat ge mij hier blijven aanvallen?”
Koen gebaart haar wat te kalmeren.
“Doet gij maar wa rustig en zie dat ge klaar zijt voor uw act van vanavond”, daagt hij uit. 
Bonnie wordt afgeleid door een binnenkomende sms. Zou het eindelijk Charlie zijn? Nadat ze hem achterliet bij Kate, heeft ze niets meer van hem gehoord. 
“Ik wacht al meer dan 24 uur op nieuws van je. Cx.” 

Vanwaar komt dit nu weer? 

“Ik kan net hetzelfde zeggen”, antwoordt ze vingervlug. 
“Bonnie!”
Ze schrikt op van haar schermpje en kijkt Koen aan. 
“Heb je nu iets opgevangen van wat ik je gezegd heb?” 
Bonnie schudt haar hoofd. 
“Ik sta hier overal alleen voor, dan beslis je eindelijk langs te komen en dan ben je constant op uw gsm bezig?” 
Voor Bonnie hem kan antwoorden, weerklinkt haar beltoon. Charlie’s naam prijkt op het scherm.  
“Sorry Koen, ik moet dit even opnemen.” 
Ze keert zich om, loopt de deur van Bada Bing uit en neemt op. 
“Bonnie.” 
“Charlie.” 
“Je bent gewoon vertrokken zonder iets te zeggen en dan verwacht je van mij dat ik jou bel?” 
Bonnie is verbouwereerd. 
“Ben je met mij aan het lachen Charlie? We hebben met elkaar gesproken voor ik weg ben gegaan. Ik heb gezegd dat ik weg moest omdat ik een meeting met mijn moeder had over het feest in Bada Bing vanavond en jij hebt aangegeven dat je bij Kate ging blijven.”
Het blijft stil langs de andere kant van de lijn. 
“Ge waart echt té ver heen, Charlie. Alé, ge laat uw vrouw alleen een taxi vanuit Antwerpen naar huis nemen terwijl gij lekker blijft spoonen met een andere vrouw. En ik moet u bellen?” 
“Prinses …” 
“Echt waar Charlie. Dit is toch absurd! Bekijk het eens vanop een afstand. Het lijkt alsof we in een b-film zijn beland! Een 40-jarige gangster met een upperclass gigolobureau slaat een vrouw aan de haak die zijn dochter zou kunnen zijn. Een half jaar later zijn ze getrouwd en nog geen maand nadien betrekt hij haar in een situatie waarin hij haar laat toekijken hoe hij een andere vrouw neukt. En dat zou allemaal maar normaal moeten lijken?” 
Bonnie’s stem schiet de hoogte in. Het blijft stil aan de andere kant van de lijn. 
“Ge vond het anders wel lekker.” 
Een rode lap op een stier is er niets tegen. Bonnie vecht tegen de drang om de telefoon neer te gooien en beslist om het niet te doen. 
“Charlie, ben ik niet duidelijk? Zoiets doe ik nooit meer.” 
Haar lip trilt.
“Maar het was wel lekker”, geeft ze toe.
Hij lacht. 
“Sorry, prinses. Je hebt me geen enkel moment het gevoel gegeven om ermee te stoppen. En dan verdwijn je opeens? Ik geloof je als je zegt dat we gesproken hebben, maar ik kan me dat echt niet herinneren. Ik dacht dat je gewoon vertrokken was zonder iets te zeggen.” 
Bonnie wacht meer woorden af. 
“We doen dat niet meer, dat heb je nu wel duidelijk aangegeven. En we zien wel wat de toekomst brengt. Ik zie je graag, prinses.” 
Zijn oprechtheid verrast haar. 
“Zo eerlijk, Charlie. Heb je al gesnoven?”
Charlie verheft zijn stem. “What the fuck, Bonnie.”
“Wat? Mag ik dat niet zeggen aan de telefoon?” 
Hij kucht. 
“Ik ga afleggen, Bonnie.” 
“Neen, wacht, Charlie. Niet doen! Sorry.” 
Hij gromt. 
“Ik wil je zien.” 
Bonnie denkt na. 
“Wat is dat feest trouwens in Bada Bing?” 
Ze zucht. 
“Dat je dat niet weet.”
“Ik heb veel aan mijn hoofd, Bonnie.” 
“Het feest van het jaar, een maffia-avond. Iedereen komt.” 
Bonnie realiseert dat ze dat laatste niet had moeten zeggen. 
“Ik ook”, besluit hij. 

Fuck.

“Ik had niet verwacht dat je zou komen.” 
“Waarom zou ik niet mogen komen? Wat ben je van plan?” 
“Dat kan ik niet zeggen, Charlie. Alle voorbereidingen voor het feest werden genomen toen we ambras hadden. Maar ik kan je uiteraard niet verbieden om te komen.”
Hij zucht. 
“Zeg me niet dat het is wat ik denk dat het is.” 
Ze rolt met haar ogen. 
“Wat denk je dat het is?” 
Hij reageert niet. 
Whatever, Charlie. Als je zin hebt om te komen vanavond, ben je welkom. Maar ik ga er heel de planning niet voor omgooien”, besluit ze. 
“Om hoe laat begint het?” 
“Om 22 uur openen we.” 
“Ik kom”, klinkt het voor hij het gesprek beëindigt. 

What the fuck was dit?

Bonnie twijfelt om terug te bellen, maar beslist gewoon Koen op te zoeken en daar de plooien wat glad te strijken. Ze vindt hem achter de bar, druk in de weer met een nieuwe lading drank in de koelkasten te plaatsen. 
“Sorry, Koen. I’m all yours now.” 
“Ge zult nooit all mine zijn, Bonnie.” 
Bonnie’s maag raakt in de knoop. Koen ziet meteen dat er iets aan de hand is. 
“Wat scheelt er, Bonnie? Ge gaat toch niet terugkrabbelen voor vanavond?” 
Ze haalt haar schouders op. 
“Ik kan niet doen wat we gerepeteerd hebben.” 
Koen kijkt verbouwereerd. 
“Hoezo?” 
“Charlie komt’, zegt ze stil. 
“Charlie? Hoe Charlie? Wat is er gebeurd? Hebt ge hem terug gezien?”
Bonnie knikt en voelt hoe het bloed weer naar haar wangen loopt. Koen schudt zijn hoofd. 
“Drie dagen geleden voor het eerst.” 
“Wat is dat nu voor een fucking antwoord? Hoeveel keer hebt ge ‘m al gezien misschien?” 
Bonnie weet zich geen houding te geven. 
“Veel”, is het enige woord dat ze durft uit te spreken. 
“Jezus, Bonnie. Gij zijt echt niet te geloven. Dat ge u zo laat inpakken door die vent. Elke. Keer. Opnieuw? Ik begrijp dat niet. Gaat ge die nu echt terug een kans geven?”
Koen staat gespannen achter de bar. Bonnie tracht toenadering te zoeken door haar hand op de toog te leggen, maar hij gaat er niet op in. Ze zucht. 
“Eerlijk, Koen? Ik weet het niet. Ik kan hem gewoon niet negeren. Ik ben ermee getrouwd.” 
“Daar ben ik mij maar al te goed van bewust, Bonnie.” 
Hij laat zijn hoofd zakken. 
“Ik ga hem kiezen, Koen.” 
Hij kijkt terug op. 
“Wa bedoelde?” 
“Dat ik hem op de stoel zet”, zegt ze voorzichtig. 
Zijn euro valt. 
“Gaat ge mij nu echt diene lapdance afnemen, Bonnie? Wat is da me u? Denkte nu echt dat ik altijd ga blijven klaarstaan om uw rebound te zijn? Fucking hell! Dat was toch een té goed plan! Dat wij als clubeigenaars het goeie voorbeeld geven met een knaller van een lapdance? Dat zou echt als een bom …” 
Zijn zin maakt hij niet af. 
Whatever, Bonnie. Doet ‘m dan met Charlie.” 
Bonnie zet zich recht op haar kruk en grijpt zijn hand vast. 
“Koen, sorry. Maar ik kan dat echt niet maken. Dat besefte nu toch. Als ik die act doe zoals wij die vorige week gerepeteerd hebben … Dan maakt Charlie u kapot.” 

Een flashback naar de generale repetitie van vorig weekend flitst voor Bonnie’s ogen. Koen had erop gestaan dat Bonnie haar lapdance toch al één keer op hem oefende. Dat was voordien nog niet het geval geweest aangezien Candice steeds Koen zijn plaats had ingenomen. 
“Trouwens, als zaakvoerder van deze stripbar, moet ik alles onderwerpen aan een grondige quality control”, had Koen uitdagend gelachen.
Een actie waarmee hij Bonnie willens en wetens al snel gek maakte. Tot Koens grote verbazing knikte Bonnie echter gewoon en nam ze post achter de dj-tafel. Haar toch oh-zo-toepasselijke nummer speelde al snel de eerste noten.
“Eerst moet je in de zaal gaan zitten”, duwde Bonnie Koen het podium af. Onderdanig deed de man wat van hem verwacht werd. Terwijl Bonnie zich sensueel ontdeed van haar klederdracht, stond Koen met een verbaasde blik te kijken. Wanneer ze de stoel vanuit de coulissen haalde en Koen erop uitnodigde, straalde zijn blik één en al lust uit, tot groot genot van Bonnie. Ze belandde na wat schijnbewegingen voor het eerst met haar achterwerk op zijn schoot en had meteen gevoeld dat haar act het gewenste resultaat had bereikt. Maar toen Koen haar aan haar billen vastgreep, sprong ze al snel op, ondeugend haar wijsvinger heen en weer schuddend. Traag vatte ze opnieuw op zijn schoot post, maar ditmaal met haar borsten, stevig opgepompt door het korset, praktisch tegen zijn neus duwend. Meteen voelde zij zijn lid reageren.
“Ik denk dat de kwaliteitscontrole positief is”, fluisterde ze in zijn oor toen ze in één vloeiende beweging van hem afsprong. Zijn blik zei meer dan duizend woorden. 

Een half uur na openingstijd zit Bada Bing stampvol. Het contrast tussen binnen en buiten kan niet groter zijn. Eens je één stap binnen Bada Bing gezet hebt, beland je in een andere wereld. Een wereld waar de tijd is blijven stilstaan rond de jaren zestig. Op de noten van een liveband die nummers van Ray Charles en consoorten op hun repertoire hebben staan, slaan rijke zakenmannen met het obligate glas whisky in de hand, een praatje met hun nog rijkere illegale concullega’s. De klederdracht van het mannelijke geslacht is typisch voor de golden sixties: een strakke smoking in variaties van effen lichtgrijs tot pikzwart met witte krijtstrepen, met daaronder al dan niet nog een classy vest en wit strak hemd. Bij sommigen ontbreken zelfs de bijhorende zwart-witte schoenen en maffiahoeden niet. Vrouwen zijn er in alle soorten en maten, maar één ding hebben ze allen gemeenschappelijk: er is meer lichaamsvlees tentoongespreid dan dat er bedekt is. Bonnie is echter de uitzondering op de regel. Ook zij draagt net zoals de mannen een strak maatpak. Haar statement is duidelijk: zij is the boss! Al staat het statement waarmee ze straks zal uitpakken daar haaks tegenover.
“Die twee mannen van ons lijken het goed met elkaar te vinden vanavond.”
Bonnie schrikt op wanneer Eden plots naast haar staat, wijzend naar Koen en Charlie die zichtbaar genieten van de muzikale escapades van de liveband.
“Zijn jullie stiekem getrouwd misschien?”, vraagt Bonnie haar ijzig kalm. Het irriteert haar mateloos dat Eden denkt dat ze hem volledig in haar klauwen heeft. Plagerig duwt Eden haar halfnaakte heup tegen die van Bonnie.
“Moest ik niet beter weten, ik zou denken dat je jaloers bent”, klinkt het bitsig uit de mond van haar schoonzus. Maar wanneer Eden merkt dat Bonnie de humor van de situatie niet inziet, neemt ze al snel de benen. Bonnie twijfelt. Zou het dat ze jaloers is? Het is gewoon vreemd om Koen met een vrouw te zien. Sinds ze elkaar kennen is hij altijd alleen van haar geweest, zonder dat ze er ook maar iets voor hoefde doen. 
“Dames en heren”, klinkt er opeens door de microfoon. Meteen zijn alle ogen op Koen gericht, die op het podium post heeft gevat. Ook hij is all the way gegaan met zijn outfit, op aanraden van zijn partner in crime Bonnie natuurlijk. Als enige vanavond draagt hij een helder wit pak met een zwart hemd eronder, vergezeld door een spuuglelijke maar oh-zo-toepasselijke gouden ketting rond zijn hals en een dikke sigaar tussen zijn mondhoeken geklemd. Voor hij van wal steekt, neemt hij de bruine toeter uit zijn mond.
“Ik wil jullie allereerst graag één voor één welkom heten. Jullie maken deze avond. Bada Bing zorgt alleen voor de omkadering. Voor jullie telt alleen het beste: ik stel jullie voor aan mijn parel, Candice!”
Zoals afgesproken worden alle lichten in de zaal gedoofd en is er slechts één spot gericht op een zo goed als naakte Candice, die toont dat lenigheid niet alleen voor Aziaten en bonenstaken is weggelegd.

De verschijning van Candice is de call voor Bonnie om zich naar de coulissen te begeven, waar ze Koen treft in hun loge. Met grote afwachtende ogen staart hij haar aan.
“Wat als hij niet opdaagt, Bonnie?”, vraagt hij voorzichtig terwijl hij een briefje van vijftig oprolt en de lijn voor zich op de make-up tafel naar binnen jaagt.
“Hij gaat er zijn, Koen. Gaat daar maar van uit. Leg mij ook maar eentje. Ik ga het kunnen gebruiken”, giechelt Bonnie nerveus.
Met haar hart bonzend tot in haar keel, ziet ze achter het gordijn van het podium hoe Candice als kers op de taart een split doet terwijl ze op haar handen staat. Onder luid applaus en nederig buigend neemt de stripteuse afscheid van het publiek. Nu is het tijd voor Bonnie om in de schijnwerpers te gaan staan.
“Koen en ik zijn blij jullie zo te kunnen vermaken. Ik heb lang nagedacht over hoe ik jullie zou kunnen plezieren. Ik heb gedacht aan een nummer, een lied, maar eerlijk gezegd wil ik jullie dat niet aan doen. Mijn wederhelft zal kunnen beamen dat mijn zangtalent best behouden blijft voor onder de douche”, lacht Bonnie, tot grote vreugde van de aanwezigen. Als ze haar hand even omhoog steekt, is het snel opnieuw muisstil.
“Daarom heb ik mijn vrienden van de liveband gevraagd een nummer voor mij te spelen. Een applausje, mensen.”
Terwijl Bonnie het applaus in gang steekt, zet de liveband It’s a man’s man’s world van James Brown in. Het signaal voor Bonnie om de show van haar leven te geven, tot grote verbazing van elk individu in de zaal. Tot haar eigen grote verbazing eveneens trouwens. 

Het idee ontstond zowat een paar weken eerder toen Koen en Bonnie na een lunch onder hun tweetjes nog wat besloten na te praten in het bijzijn van een fles Veuve Cliquot op het dakterras van Koens appartement boven Bada Bing.
“Weet ge waar ge iedereen mee omver zou blazen, Bonnie?”
Zo begon hij, heel uitdagend, met een grijns tot achter zijn oren. Bonnie, die na al een glas of twee de bubbels naar haar hoofd voelde stijgen, bungelde al snel als een hulpeloze vis aan Koens lijn.
“Het gaat sowieso iets dirty zijn, ik zie het aan uw gezicht!”, lachte ze plagend.
Met duivels schuldige ogen keek Koen haar knikkend aan.
“Zelf het podium bestijgen en al die venten tonen dat ge naast een sterke zakenvrouw ook een bom van een wijf kunt zijn”, fluisterde hij uitdagend.
Koen legde zijn wijsvinger op zijn lippen en zijn duim op zijn kin. 
“Ik durf erom wedden dat ge mij gene lapdance durft te geven op het podium van Bada Bing tijdens de maffia-avond.”
Hij keek haar schalks aan. 
“Wedden voor … duizend euro?” 
“Wat? Duizend euro? Zijde niet een beetje aan ‘t overdrijven? Duizend euro? Maar goed, Ik wil gerust duizend euro betalen om van u ne lapdance te krijgen.”

And now it’s showtime! Tergend traag trekt Bonnie haar blazer uit en opent ze één voor één de knopjes van haar hemd. Net voor ze zich omkeert, schenkt ze een haar met open mond aanstarende Charlie – hij is gekomen! – een knipoog. Met haar rug naar het ondertussen dol geworden publiek trekt ze de rest van de knopen open, waarna ze als knikkers over het podium rollen. Langzaam haalt ze haar armen uit de mouwen van het hemd en laat ze het van haar lichaam schuiven, een pracht van een op maat gemaakt korset onthullend. Terwijl ze zich op dezelfde brute manier van haar broek ontdoet, zet ze post naar de band en neemt ze de zanger wat plagend onder handen.

It’s a man’s man’s world
But it could be nothing without a woman or a girl.

James Brown

Opeens richt Bonnie al haar aandacht op Charlie, wiens gezichtsuitdrukking niet veel goeds belooft. Met haar wijsvinger tracht ze hem het podium op te lokken, maar daar weigert hij koppig op in te gaan. Vanuit de coulissen stopt Koen Bonnie een stoel toe. Hij houdt hem wat langer vast dan nodig en kijkt haar indringend aan. Bonnie lipt een ‘sorry’ voor ze de stoel in het midden van het podium neerplant. Eén vingerknip later is er slechts één spot gericht op de stoel. Vanuit het donker klinkt Bonnie’s stem bevreemdend door de microfoon. “Take your seat, Charlie. You’re ready for a lapdance?”
Onder luid applaus van de aanwezigen, bezwijkt Charlie onder druk en bestijgt hij schoorvoetend het podium en later ook de stoel. En net zoals Koen het tijdens de generale repetitie niet droog kon houden, bezwijkt ook Charlie voor haar aantrekkingskracht.

Wanneer Bonnie volledig onder de adrenaline van haar act opnieuw de loge binnenkomt, treft ze er een zichtbaar woeste Charlie aan. Met gekruiste benen en armen en een gezicht dat op onweer staat, kijkt hij haar aan met die gevreesde ogen van hem. Onschuldig haalt Bonnie haar handen de lucht in.
“Komaan Charlie, dat was er toch niet over?”
Wanneer zijn befaamde grijns langzaam op zijn tronie verschijnt, weet Bonnie dat het wel meevalt met zijn kwaadheid.
“Dat was gewoon supergeil, Bonnie. Ik stond er zo geil van dat het besef dat iedereen in de zaal hetzelfde voelde, ondraaglijk werd”, bevestigt Charlie haar vermoeden. 
Nu is het aan Bonnie om te grijnzen: “Charlie, als ik u kan zien neuken met een andere vrouw moet jij er toch tegen kunnen dat er een hoop venten op mij staan te geilen, niet? Wees al blij dat ik jou er heb uitgepikt voor die lapdance.”
Verslagen haalt Charlie zijn hand op, maar neemt het dan op ontdekkingstocht langs Bonnie’s nog steeds half naakte billen.
“Zolang ik maar de enige ben die aan dat goddelijke lichaam van jou mag komen, maar we weten allebei wie op die stoel had gezeten als ik er niet was geweest. En dat vind ik niet ok.”
Bonnie’s hand verdwijnt in het zijne. 
“Maar de reden waarom ik naar hier ben gekomen, is om je dit te geven.”
Haar maag krimpt samen als Charlie in zijn zak begint te rommelen. 
Zijn gesloten hand gaat open boven het hare. Er valt een sleutel in. 
“Ik ben er vanochtend ingetrokken. Ik wacht daar op je en geef je alle tijd van de wereld om te komen. Ik hoop echt dat je komt. En als je komt, dan ligt de rode loper voor je klaar.”

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 21

Zenuwachtig plukt Bonnie een onzichtbaar pluisje van haar gloednieuwe jurk. Het is een toppertje, om het met de woorden van Charlie te zeggen. De zwarte zijde kleeft tegen haar lichaam, maar de hoog uitgesneden boothals en de rok tot net boven de knie maken het geheel stijlvol, zonder teveel bloot te geven. De reden van aankoop volgens Charlie? Hun avontuurtje met de rockster van vanavond. De reden van aankoop volgens haarzelf? Een motivatie die Bonnie dan weer niet met Charlie kon delen aangezien het zaken betreft. Een meeting met de topleverancier van de narcotica van de Bende van den Bar is op z’n minst top secret te noemen.
“Heb je het stuk over Carlo gelezen in m’n dagboek zoals ik je gevraagd heb?”, doorbreekt Anita de stilte die enkel door de eentonige liftmuziek gedempt werd op hun weg naar de bovenste verdieping van het Hilton in Antwerpen.
Bonnie schudt eerlijkheidshalve haar hoofd: “Geen tijd gehad, mama. Je weet toch dat ik het druk had met Charlie. Het is niet dat je me veel tijd hebt gegeven om me op deze meeting voor te bereiden.”
Geïrriteerd ademt Anita diep in voor ze haar dochter berispt: “Je begrijpt echt niet wat het gewicht is van je aanwezigheid op deze vergadering. Je zou godverdomme op je knieën moeten vallen van dankbaarheid. Maar in plaats daarvan denk je alleen maar aan de plooien gladstrijken met die vent van jou.”
Tijd om een passende repliek te bedenken, krijgt Bonnie niet wanneer de lift halt houdt aan het penthouse, de deuren langzaam openen en het tweetal in de armen geslagen wordt door een overduidelijk homofiele latino van een jaar of veertig.
“Anita, wat ben ik blij dat ik eindelijk je dochter ontmoet”, klinkt het met een charmant Spaans accent terwijl de man in kwestie Bonnie’s hand neemt en die hoffelijk kust.
“Carlo, encantada”, schudt Bonnie uit haar mouw, een gebaar van toenadering dat zeker niet onopgemerkt blijft.
“Je dochter kent haar talen, Anita”, knikt Carlo goedkeurend.
Met een compleet gedateerde zonnebril, een strak wit pak, een schreeuwerig oranje hemd en de blinkende gouden juwelen rond zijn nek, is de man een toonbeeld van slechte smaak. 
“Ik ga al meteen met de deur in huis vallen. De reden waarom ik jou en je lieftallige dochter heb uitgenodigd is om te melden dat ik eruit stap.”
Aan haar moeders ontzette reactie af te lezen, begrijpt Bonnie dat dit ook voor haar compleet nieuwe informatie is.
“Wat bedoel je, Carlo?”
Anita’s stem slaat over wanneer ze zijn naam uitspreekt.
“Tranquila, Anita”, klinkt het vanuit Spaanstalige kant. “Laat me even uitspreken. Het idee om te gaan rentenieren speelt al even door mijn hoofd, om van het leven te profiteren. Nu ik een nieuwe vent heb, ik zweer het je Anita, het beste wat me ooit is overkomen, heb ik beslist dat het genoeg is geweest. Soms komt pleasure before work te staan, Anita. Dat begrijp je toch wel?”
Anita rolt met haar ogen, maar voorziet hem niet van commentaar. Het teken voor de latino om verder te gaan.
“Maar ik laat je natuurlijk niet met lege handen achter, Anita. Daarvoor betekent onze zakelijke relatie me te veel”, tracht hij haar te charmeren.
“Wat is je voorstel?”, klinkt het droog uit de mond van de bazin van de Bende van den Bar.
“Volgende week arriveert mijn laatste container rechtstreeks uit Bolivia hier in de haven van Antwerpen. Wat zit erin? Genoeg om me voorgoed achter tralies te krijgen, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling”, lacht Carlo terwijl hij ongevraagd drie glazen whisky inschenkt en ze uitdeelt aan zijn gasten.
“Wat er voor jullie tussen zit, is tien kilogram onversneden sosa.”
Bonnie’s ogen worden groot wanneer ze dit getal hoort vallen, maar een blik op haar moeder leert haar hoe je hoort te reageren op zulke informatie: koel en droog.
“Tien kilo, Carlo? Daarmee kom ik nog drie maanden toe? Verwacht je nu van mij dat ik op zo’n korte tijd een even goede leverancier vind als u?”
Carlo schudt zijn hoofd en leunt wat naar achter in de sofa waarin hij heeft plaatsgenomen. Terwijl hij zijn whisky traag tot zich opneemt, wikt en weegt Carlo zijn woorden.
“Je zult nooit meer zo’n goede leverancier vinden als mij, Anita”, knipoogt Carlo. “Maar ik kan je wel wat contacten bezorgen. Bovendien heb je me niet goed gehoord, denk ik. Onversneden. Dat betekent dat je er heel wat meer kunt uithalen als je het een beetje slim aanpakt.”
Ontgoocheld haalt Anita haar schouders op: “En die tien kilo onversneden coke, wat wil je daar dan voor?”
“300.000 euro, een spotprijsje”, klinkt het droog.
Terwijl Bonnie de eurotekens voor haar ogen ziet dansen, walst Anita de whisky in haar glas, het voorstel overwegend.
“Hoe dacht je de transactie aan te pakken?”, vraagt ze na een poosje geïnteresseerd. Carlo doet enthousiast gesticulerend zijn plan uit de doeken: “Zoals we het de laatste tien jaar elke andere week met de normale hoeveelheid doen.”
Eén wenkbrauw van Anita gaat de lucht in.
“Ik denk erover na en laat je iets weten”, klinkt het voor ze haar ondertussen lege glas krachtig op de glazen salontafel neerzet en terug naar de lift stapt.
Bonnie krijgt nog net de kans om Carlo te voorzien van een knikje voor ze in de voetsporen van haar moeder treedt en de achtervolging naar de lift inzet.

“Charmante man”, probeert Bonnie de ongemakkelijke stilte in de lift te doorbreken.
“Ne lepe vos, die Carlo”, mompelt ze. “Trouwens Bonnie, heb je nog input nodig voor de themaparty in Bada Bing van zaterdag?”
Bonnie schudt haar hoofd: “Neen, Anita. Daarvoor is alles in kannen en kruiken.”
“Kan je me vanavond de planning voorleggen?” 
Bonnie schudt haar hoofd.
“Ik ga naar een optreden. Misschien kunnen we morgenmiddag samen iets eten?” 
Anita zucht. 
“Ge zijt met 101 zaken tegelijk bezig. Hoe kunde dan in godsnaam uw focus bewaren? Lunchen is een goed plan, gij moet echt wa meer eten. Ge ziet er veel te mager uit.” 

Amy staat achter de toog in den Bar wanneer Bonnie en Anita binnenkomen. 
“Willen jullie iets?”, vraagt ze wanneer het tweetal voor haar komt staan. 
Anita schudt haar hoofd. 
“Ik heb uw moeder nodig. Is Carla hier ergens?” 
Amy draait haar hoofd richting de achterkamers. 
“Ze is weer bezig met de boekhouding dus let maar op, want goed gezind is ze niet.” 
“Dat gaat er niet beter op worden als ze hoort wat onze Spaanse vriend van plan is.” 
Amy kijkt Anita met vragende ogen aan. 
“Hij stopt ermee.” 
“Met de zaken?”, vraagt Amy luid. 
Anita gebaart haar wat stiller te zijn terwijl ze rond kijkt wie er in de bar zit. Op een groepje achterin, is de zaak nog leeg. 
“Waarmee zou hij anders stoppen? Wat voor een domme vraag is dat nu?”, briest ze. 
“Zeg Anita, een beetje kalm, hé”, reageert Amy bitsig. 
Anita helt wat voorover op de toog en fluistert. 
“Doet gij maar wat minder fars, meisje. Gij moet uw plaats kennen.” 
Dan keert ze zich om. 
“Ik ga uw moeder zoeken.” 
Amy kijkt Bonnie met vragende ogen aan wanneer Anita van het toneel is verdwenen. 
“Wat heeft die voor, zeg?” 
Bonnie haalt haar schouders op en scant de ruimte voor ze op fluistertoon verder gaat. 
“Carlo wil nog één grote levering verzorgen voor hij ons droog zet. Ze heeft wel reden om zich op te winden.” 
“Waarom stopt hij ermee?” 
“Hij heeft de liefde van zijn leven gevonden.”
Amy knikt begrijpend. 
“Nu snap ik waarom ze zo kwaad is. Het lijkt alsof iedereen zich hier laat leiden door die liefde.”
Bonnie weet meteen welke richting het gesprek uitgaat, maar doet alsof haar neus bloedt. 
“Ik heb gehoord dat je het goed gemaakt hebt met Charlie?” 
De schouders van Bonnie gaan de hoogte in. Voor ze de vraag beantwoordt, grabbelt ze in haar tas naar haar pak sigaretten en steekt er een op. 
“We hebben afspraken gemaakt en gaan het nog een kans geven.” 
Amy gooit twee ijsblokjes in een glas, kraakt een verse fles Baileys en voorziet Bonnie van een drankje. 
“Ge laat over u heen lopen, Bonnie.” 
Zenuwachtig trekt Bonnie een paar keer flink van haar sigaret terwijl Chaka Khan haar keel openzet. 

Ain’t nobody
Loves me better
Makes me happy
Makes me feel this way

Chaka Khan

“Ik kan hem niet weerstaan”, klinkt het wanhopig. 
“Vandaar de frustratie van Anita. Hij heeft u volledig in zijn macht, misbruikt u en gij loopt met open ogen in zijn val.” 
Bonnie voelt hoe haar aangezicht rood aanloopt. 
“Laat me maar mijn eigen fouten maken.”
Bonnie drinkt een flinke teug van de Baileys.
“Hebt gij trouwens ni wa coke voor mij”, probeert ze voorzichtig te polsen. 
Amy kijkt haar vragend aan: “Waarom hebt ge coke nodig?” 
“Om te snuiven”, reageert ze droog. 
Amy rommelt onder de bar en stopt Bonnie een pakketje in haar hand. Bonnie steekt het meteen veilig in haar clutch.
“Doet er rustig mee, ‘t is stevig spul. Grootse plannen vandaag?” 
Bonnie knikt. 
“Ik ga naar The Black Widow.” 
Een jaloerse blik volgt. 
“Hebt gij daar tickets voor? Die waren op tien minuten uitverkocht?” 
Bonnie lacht geheimzinnig. 
“Beter nog. VIP-tickets.”
De mond van Amy valt open. 
“En ge denkt niet eens aan mij?” 
Bonne schudt haar hoofd. 
“Charlie heeft me uitgenodigd.” 
“Dat verklaart alles.” 
Amy’s blik verplaatst zich naar de voorkant van den Bar. 
“Wie gooien ze hier binnen?”
Bonnie maakt een rondje met de barstoel en ziet door de ramen van den Bar een limousine voor de deur staan. 
“Dat is mijn lift”, zegt ze met een uitgestreken gezicht voor ze de barstoel af glijdt, haar sigaret dooft en haar tas neemt. 
“Die gast overdrijft, Bonnie”, klinkt het nog voor de blondine haar een handkus werpt en de deur uit trippelt, voor zover haar naaldhakken dat toelaten. 

De deur van de matwitte limo wordt opengehouden door een boom van een kerel. 
“Goedenavond, juffrouw”, klinkt het beleefd. 
Bonnie corrigeert hem: “Mevrouw De Raedt, meneer. Maar voor jou ook een goede avond.” 
In de limousine treft ze een strak uitgedoste Charlie aan, die haar een goedkeurend knikje toe werpt. 
“Je ziet er scherp uit, mevrouw De Raedt.”
Tot haar grote ergernis voelt Bonnie dat ze begint te blozen.
“Jij ook, meneer.” 
Om zelf de touwtjes in handen te houden geeft ze hem een vluchtige kus op zijn lippen.
“Heb je al gedronken?”, polst hij voorzichtig. 
Bonnie schudt haar hoofd. 
“Je smaakt naar Baileys, Bonnie. Er is geen reden om te liegen.”
“Is dat een probleem, meneer Charlie? Ga jij de hele avond bepalen wat ik al dan niet mag doen?” 
Charlie schrikt duidelijk van haar reactie. 
“Een beetje kalm, hé, Bonnie”, klinkt het fel. 
“Ik ga niet bepalen wat je wel of niet mag doen. Maar ik wil je wel vragen om een beetje redelijk te blijven. We zijn tenslotte aan het werk. Ik heb een reputatie hoog te houden.” 
“Oeioei, uiteraard. Uw reputatie. Die is heel belangrijk.” 
Zenuwachtig wrijft Charlie over zijn stoppelbaard en zucht. 
“Dit was geen goed idee.” 
Bonnie herpakt zich. 
“Jawel, Charlie. Dit is wél een goed idee. Ik zal normaal doen. Maar je kan niet van mij verwachten dat ik de hele avond nuchter blijf.”
“Dat verwacht ik ook niet. Wat ik wel van je verwacht is dat je jezelf onder controle blijft houden.”
Hij opent een deurtje in de limousine en haalt er een klein flesje champagne uit. 
“Kom, we drinken er eentje op. De sfeer kan hier wat opgekrikt worden”, besluit hij. 

Nog steeds vol ongeloof, springt Bonnie extatisch op en neer wanneer ze hoort dat The Black Widow het bisnummer in zet, één van Bonnie’s favoriete nummers van de über-rockchick.
“You were amazing, Antwerp”, schalt het door de peperdure muziekinstallatie van de concertzaal voor de artieste het podium verlaat en recht op Bonnie en Charlie afstapt, die het hele optreden vanuit de coulissen hebben kunnen volgen. Ze komt dicht tegen Charlie staan en wrijft over zijn hoofd. 
“What have you done with all that beautiful hair?”
“I made a wig for my alter ego”, klinkt het droog. 
Ze lacht. 
“You’re funny Charlie. Are you up for the real party?”, polst ze terwijl ze over zijn gespierde borst streelt. Haar aanraking wekt een siddering van jaloezie op bij Bonnie. Ze ademt diep in en uit. Dat gaat niet onopgemerkt voorbij. The Black Widow lost haar greep op Charlie en wendt zich tot Bonnie. 
“I’m glad you brought your wife, this time”, lacht ze wanneer ze een lok haar achter Bonnie’s oren steekt.
“Did you like the show?”, vraagt ze Bonnie wat hees.
Bonnie, nog steeds onder de indruk van de situatie, knikt blozend: “It was amazing. I’m a huge fan, you know.”
Deze uitspraak wordt met plezier onthaald bij de zwarte weduwe: “I’m glad you loved it. I’m going to freshen up a bit and will be in the limo in a minute. You can go already, if you want to.”
Charlie knikt en neemt Bonnie’s hand beet. Doorheen de coulissen leidt hij haar langs de mierenhoop van bandleden en medewerkers naar de limousine die voor de deur geparkeerd staat.
“Gaat het lukken?”, vraagt Charlie bezorgd.
Bonnie knikt met een brede grijns: “Ik kan nog altijd niet geloven in welk avontuur ik nu ben beland. Ik had nooit gedacht dat ik The Black Widow zou leren kennen…”
Ook Charlie’s mond vervormt zich tot een glimlach: “Na vannacht ken je ze vanbinnen en vanbuiten. Ik ben blij dat je hebt ingestemd. Ik wist dat je dit geweldig zou vinden. Maar prinses, als je er straks mee wil kappen, gebruik dan gewoon een stopwoord.”
“Stopwoord?”, vraagt Bonnie onwetend. 
Charlie knikt: “Kies maar. Het eerste woord dat in je opkomt.”
“Tarantino”, lacht Bonnie met een hoofdschuddende Charlie als gevolg.
“Wil je een lijn?”
Bonnie knikt en wordt ongeduldig wanneer Charlie een kokertje uit de binnenzak van zijn blazer haalt en het haar toe stopt. Meteen snuift ze er eens flink aan.
“Rustig, Bonnie. We zijn aan het werk”, klinkt er voor het portier van de limo opent en The Black Widow binnen stapt. Het is een veel frissere verschijning dan daarnet op het podium. Waar ze in de schijnwerpers gehuld was in een volledig zwarte outfit aangepast aan haar gigantische zwarte krullenbol, is de bos haar nu naar achteren getemd in een flinke dot en is de dame in kwestie, die een jaar of dertig moet zijn, getooid in een frisse kleurrijke jurk.
“From now on, it’s Kate”, zegt ze kordaat wanneer ze plaats heeft genomen tegenover Bonnie en Charlie. “Now tell me more about your romance that has grown up rapidly. Because, I mean to recall, Charlie, the last time I was in Belgium wasn’t so long ago. Six months or so…”
Haar knipoog spreekt boekdelen. Charlie lacht breed en haalt zijn handen de lucht in: “I’m a passionate guy, Kate. You know that, don’t you.”

Het flirtwerk gaat heen en weer als een pingpongspel. En Bonnie is de scheidsrechter, hoewel ze totnogtoe geen gele noch rode kaarten heeft uitgedeeld. Wanneer de limousine voor de grootse inkomhal van het Antwerpse Hilton halt houdt, schudt Bonnie haar hoofd. Van alle hotels in Antwerpen komt ze twee keer per dag hier terecht. Als ware popsterren wordt het trio door het hotelpersoneel snel binnen geloodst.
“Goodevening, ladies and gentleman”, knikt de baliebediende hen verwelkomend toe. Een blik van herkenning verschijnt op de jongeman zijn gezicht wanneer hij Bonnie in het oog krijgt.
“U krijgt niet genoeg van het Hilton, juffrouw Bonnie?”
Met een verlegen ontkennend gebaar tracht de jonge blondine de baliebediende duidelijk te maken dat hij maar beter zijn mond houdt. Maar de alles opvangende Charlie staat scherp.
“Kom jij hier zo veel?”, klinkt het sissend van tussen Charlie’s lippen wanneer het drietal de weg ingezet heeft naar de liften.
Bonnie haalt nonchalant haar schouders op: “Neen, ik had hier gewoon vanmiddag een belangrijke afspraak met onze hoofdleverancier. Hij stopt ermee.”
De wenkbrauwen van Charlie gaan de hoogte in, maar Bonnie doet alsof ze dit niet opmerkt en stapt achter Kate de lift in, die al snel de richting inzet van het penthouse. Ja hoor, hetzelfde penthouse waar ze daarnet nog met haar moeder was. Maar wanneer ze binnenkomen, is de kale hotelsuite getransformeerd tot een gezellig oord van verderf met overal geurkaarsen, wierook en een tafel volgestouwd met lekkers. Goedkeurend knikkend laat Kate haar hand glijden over de flessen champagne en het fruit.
“They’ve done good work with my ryder…”
Enthousiast keert ze zich om naar Charlie en Bonnie: “The only thing that’s missing, is something you can help me with, Charlie?”
Charlie knikt, haalt een zakje wiet en een pakje coke uit de binnenzak van zijn blazer en gooit het tussen het fruit en de flessen bubbels op tafel.
“Bring on the yayo”, lacht Kate enthousiast wanneer ze het pakje van tussen de druiven vist en het terug in Charlie hand steekt.
“I’d love to bust a line of your womens cleavage”, zegt ze met een lage uitdagende stem in Charlie’s oor, maar luid genoeg voor Bonnie om het op te vangen. Charlie werpt een vragende blik naar zijn wederhelft, die antwoordt door haar jurk in één keer open te ritsen. Met een ingebeeld zuchtje valt de prachtige zwarte jurk argeloos op de grond, Bonnie slechts met een minuscule string achterlatend. Uitdagend keert ze zich om en legt ze zich neer in de zetel. Als Charlie en Kate niet meteen komen, heft ze haar hoofd wat op en kijkt hen uitdagend aan: “What are you two waiting for?”

Bonnie’s hoofd bonst tot in haar tenen wanneer ze zich recht probeert te zetten. Zuchtend ploft ze opnieuw in het kingsize Hilton-bed. 
“Charlie”, fluistert ze. 
Ze vindt haar wederhelft in de armen van Kate en probeert hem zachtjes te wekken zonder haar te storen. 
“Charlie, ik moet naar huis. Ik heb mijn moeder beloofd dat we gingen lunchen. Er is morgen een groot feest in Bada Bing en ik moet haar briefen over de planning.” 
Charlie gromt. 
“Ik kan haar hier nu niet alleen achterlaten. Zie je het zitten om een taxi te nemen?” 
Bonnie knikt en geeft hem een kus op zijn neus. Ze vlucht de badkamer in en probeert zich wat te fatsoeneren. De jurk van gisteren trekt ze opnieuw aan.

Ietwat wankelend op haar hoge hakken trippelt ze de lift in die halt houdt op het gelijkvloers. De baliebediende lacht haar breed toe. 
“Goedemiddag, juffrouw Bonnie.” 
Ze knikt paniekerig terwijl ze haar gsm zoekt in haar tas. 
“Is het al middag?” 
De man wijst naar de klok boven zijn hoofd. 
“Het is vijf voor twaalf.” 
“Fuck!”
Het woord galmt doorheen de lobby. Wat verderop draaien enkele hotelgasten hun hoofden om te kijken wie er zo’n drama aan het verkopen is. Bonnie werpt een blik op het scherm van haar gsm en ziet dat ze vijf gemiste oproepen heeft: vier van haar moeder en één van Koen. Terwijl ze op het groene knopje drukt, richt ze zich tot de baliebediende. 
“Kan je een taxi voor me regelen?” 
Hij knikt. De telefoon gaat over. 
“Bonnie”, klinkt het droog aan de andere kant van de lijn. 
“Mama.” 
“Waar zitte gij?” 
Bonnie aarzelt. 
“Ik ben nog in Antwerpen.” 
Ze hoort haar moeder zuchten. 
“Ik moet om twee uur bij Elvira zijn. Geraak je hier nog op tijd? Anders moet je me via telefoon wat op de hoogte brengen van de plannen, want ik zou toch graag willen weten wat er op het programma staat.”
Bonnie richt zich tot de baliebediende en voor ze iets kan vragen, wijst hij naar buiten.
“Uw taxi staat voor de deur, juffrouw Bonnie.” 
Ze knikt dankbaar. 
“Mevrouw De Raedt, meneer.” 
Onderdanig slaat de jongeman zijn ogen neer. 
“Excuseer, mevrouw. Fijne dag nog.” 
“Dankjewel”, gooit Bonnie eruit voor ze naar buiten trippelt en de taxi instapt. 
“Waar kom ik naartoe, mama?” 
“Kom maar naar die bistro hier wat verderop. Ik ben daar binnen een half uur.” 
Bonnie rolt met haar ogen. 
“Ik doe mijn best.” 

Gehaast stormt Bonnie het restaurant binnen en vindt al snel haar moeder alleen aan een tafeltje achterin. Haar gezicht staat op onweer. Gespannen neemt Bonnie plaats op de stoel tegenover Anita. 
“Het was precies druk op de baan?”
Bonnie knikt. 
“Eender welk moment van de dag: je staat echt altijd in de file.” 
Anita rolt met haar ogen. 
“Ik heb alvast twee keer een pasta carbonara besteld.” 
Bonnie knikt met tegenzin. Haar maag protesteert alleen al bij de gedachte eraan. 
“Ge ziet er niet uit, Bonnie.”
Anita kijkt haar afkeurend aan. 
“Ge draagt dezelfde kleren als gisteren, uw haar staat alle richtingen uit en uwe schmink hangt over gans uw gezicht. Hebt gij een bed gezien vannacht?” 
Bonnie zucht. Ze heeft hier zo geen zin in. 
“Ja mama, ik heb een bed gezien vannacht.” 
“Doe niet zo eigenwijs, Bonnie. Vindt ge dat nu niet normaal dat ik u daarop aanspreek? Ge ziet er écht slecht uit. En dan heb ik het niet alleen over uw slordige look van vandaag. Ge hebt bruine wallen tot onder uw kin en ge zijt zo hard vermagerd. Ik maak mij echt zorgen over u. Wanneer is de laatste keer dat ge gegeten hebt?”
Weer die vraag, denkt Bonnie. Ze haalt haar schouders op. 
“Ik zal een andere vraag stellen, Bonnie. Wanneer is de laatste keer dat ge gesnoven hebt?” 

De ober komt als geroepen met twee nokvolle borden die hij voor de neus van Bonnie en haar moeder neerzet. Wanneer de walm haar neus bereikt, moet Bonnie kokhalzen. 
“Kan je een fles plat water brengen, alstublieft?”, vraagt ze de ober vriendelijk. 
Deze knikt onderdanig en maakt zich uit de voeten. 
“Als ge u beter kunt herinneren wanneer ge uw laatste lijn gelegd hebt dan wanneer ge het laatst deftig gegeten hebt, dan zijde ni goed bezig, Bonnie. Dat is het laatste wat ik ervan ga zeggen.”
“En nu, eten!”, voegt ze er nog dwingend aan toe. 

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 20

Om klokslag twaalf uur staat de gemillimeterde Charlie in de deuropening van den Bar. Hij ziet er toch wat beter uit dan vannacht, merkt Bonnie meteen. Zijn slonzige klederdracht heeft plaatsgemaakt voor een driedelig maatpak. Met vastberaden tred komt hij hun richting uit. Anita drinkt haar espresso, die voor haar op de bar staat, in één teug uit als ook zij hem in het vizier krijgt. Ze springt recht. Het teken voor Bonnie om haar slaafs te volgen. Sinds ze haar moeder deze morgen heeft ingelicht over haar nachtelijke uitstapje heeft ze geen woord meer gezegd. De enige reactie die Bonnie op haar relaas kreeg was een kordate knik. En ook nu gebruikt haar moeder hetzelfde gebaar om Charlie te begroeten.
“Meekomen”, zegt ze.
Eén blik werpt Charlie op Bonnie, die zich als een pasgeboren kuiken achter haar moeder verschuilt. Een blik die alles zegt. Een blik van liefde, maar eveneens van vergiffenis smekend berouw. Zijn aandacht vestigt zich al snel op Anita, die reeds de weg naar de bovenverdiepingen van hun gebouw heeft ingezet. Tot Bonnie’s grote verbazing houden ze geen halt aan de bureaus, maar neemt haar moeder de trap verder naar boven en stopt ze pas voor de deur van haar eigen appartement.
“De anderen hebben hier geen zaken mee”, klinkt het droog voor ze binnenstapt en het schoorvoetende duo achter zich binnen laat.
“Iets drinken, Charlie? Een glas water voor de nadorst?”
Anita’s snedige opmerking wordt kracht bijgezet door haar bitsige intonatie. Aan Charlie’s onderdanige knikje te merken, voelt hij zich allerminst op zijn gemak. Anita zet voet naar haar gigantische open keuken. Met haar hoofd in de gigantische Amerikaanse koelkast vraagt ze Bonnie of ze zin heeft in bubbels. Bonnie, die eveneens niet veel in durft te brengen tegenover haar moeders ingehouden furie, stemt in en neemt plaats aan Anita’s robuuste eettafel, die een verlengde is van het moderne kookeiland. Van geen hout pijlen weten makend, doet Charlie hetzelfde. Nog steeds in stilte gehuld, zet Anita een glas water voor Charlie’s neus voor ze een gekoelde fles champagne, drie glazen boven haalt en ze één voor één goed vult.
“Je gaat het kunnen gebruiken”, zegt ze terwijl ze één glas vast neemt en het sarcastisch de hoogte in steekt.
Charlie knikt, neemt het glas vast en toast bescheiden naar Anita en naar Bonnie voor hij er een stevige slok van drinkt. En hoewel Bonnie liever ook een glas water had gekregen in plaats van het zoveelste glas bubbels, volgt ze het voorbeeld van haar moeder en man.
“Dat ben ik niet gewoon van u, Charlie. Dat je zonder die grote mond van jou op visite komt.”
Charlie zucht en verruilt zijn wazige blik voor een scherp exemplaar, enkel op Anita gefocust.
“Praten is zilver, zwijgen is goud”, klinkt het cliché.
Charlie en zijn clichés, zucht Bonnie.
“Soms toch”, voegt hij er bijdehands aan toe.
En daar is hij weer. Of toch een schim van hem. Anita kan een groen lachje niet onderdrukken.
“Er is iets wat ik me al de hele tijd afvraag sinds je hier binnen bent gekomen”, zegt Anita mysterieus.
Charlie kijkt haar afwachtend aan met opgeheven wenkbrauwen, als teken voor haar om uit de kast te komen.
“Iets banaals”, voegt Anita er nog aan toe om de spanning verder op te bouwen.
“Wat dan”, mompelt Charlie binnensmonds.
“Of je overal zo geschoren bent”, lacht Anita tot grote ergernis van Bonnie die meteen rechtveert.
“Mama, als het is om hem belachelijk te maken, ga ik naar beneden.”
In één ruk draait Anita zich richting haar dochter. Haar furieuze blik spreekt boekdelen.
“Gij gaat blijven zitten”, klinkt het beheerst.
“Grappig dat je dat vraagt, Anita.”
De vastberadenheid en zelfgenoegzaamheid weerklinkt in Charlie’s stem.
“Want inderdaad”, lacht hij uitdagend. “Ik ben overal zo geschoren.”
Zijn rake opmerking en herwonnen zelfvertrouwen worden bij Anita met een grijns onthaald. In tegenstelling tot Bonnie en Charlie, die beide neer zitten op een stoel, staat Anita nog steeds recht, voorovergebogen met gespreide armen, haar twee handen steunend op de eettafel.
“Maar ik denk niet dat ik hier ben om over mijn nieuwe coupe te praten, is het niet, Anita?”
Met elk woord dat Charlie eruit perst, groeit zijn zelfverzekerdheid, af te lezen aan zijn rechtere houding en opgeheven hoofd. Wanneer Bonnie opnieuw naar haar moeder kijkt, weerkaatst er pure woede uit haar ogen.
“Dat klopt, Charlie. We gaan hier een paar afspraken maken en als je die niet kunt naleven, verklaar je me de oorlog.”
Charlie kan een lachje niet onderdrukken. 
“Er valt niets te lachen, Charlie. Ik ga me niet moeien met uw excessen in Delight, daar moet je maar met Bonnie over spreken. Maar wat ik écht grondig beu ben, is dat je je neus in onze zaken steekt. Ge hebt er godverdomme niets mee te maken. Eender welke klootzak die op deze manier met onze bende omgaat, was al lang een kopke kleiner geweest. Maar meneer Charlie denkt dat hij ongenaakbaar is omdat hij godverdomme mijn dochter aan den haak heeft geslagen. Laat één ding duidelijk zijn: jullie relatie is als een vergif voor onze organisatie. Alles zou véél gemakkelijker draaien moesten jullie elkaar gewoon de rug toe keren. Dus wat mij betreft is dat de beste optie. Als er dan nog iets gebeurt waardoor de bende door jou toedoen in de problemen geraakt, is het gedaan met u.” 
De pauze die Anita neemt na die woorden, missen hun effect niet. Bonnie neemt het woord. 
“Mama, zoals ik u al heb duidelijk gemaakt. Het is niet omdat we nu even niet on speaking terms zijn, dat onze relatie voorgoed voorbij is.” 
Charlie’s ogen fonkelen wanneer hij dit hoort, maar voor hij iets kan zeggen, gaat Bonnie verder. 
“Maar het klopt dat we afspraken moeten maken. Maar dat is iets tussen mij en Charlie. Het enige wat met jou te maken heeft, is den BB. En Charlie moet nu gewoon beloven dat hij niets – maar dan ook niets – tegen niemand gaat lossen over wat hij gelezen heeft in uwen dagboek én dat hij zich vanaf nu ver houdt van wat ook maar van veraf met onze organisatie te maken heeft.” 
Anita kijkt haar streng aan terwijl ze nadenkt over wat ze kan toevoegen. 
“Ik kan daarmee leven”, klinkt het na een tijdje tot Bonnie’s verbazing. 
Dan richt ze zich tot Charlie. 
“Maar als ge nog één keer de fout in gaat, laat ik u kapot maken”, klinkt het resoluut. 

Terwijl de motor van Charlie’s geliefde Porsche ronkt van tevredenheid door zijn hereniging met zijn baasje, is ook de desbetreffende eigenaar duidelijk in zijn nopjes.
“Het is niet omdat je je wagen een dag, neen zelfs niet eigenlijk maar kom, hebt moeten missen dat je nu moet doen alsof de weg van u is, Charlie.”
Haar opmerking komt aan bij Charlie als een opluchting. Het is immers het eerste wat Bonnie tegen hem gezegd heeft sinds ze de auto zijn ingestapt na de vergadering met Anita. 
“Don’t be a square”, ontglipt er hem uitdagend terwijl hij het gaspedaal nog verder indrukt.
Omdat het een quote is uit Pulp Fiction kan Bonnie een bescheiden lachje niet onderdrukken, iets wat Charlie allerminst ontgaat.
“Charlie, als je nu niet wat trager gaat rijden, mag je me hier afzetten.”
Bruusk komt de wagen tot stilstand.
Hij draait zijn hoofd en grijnst breed: “After you, kitty cat.”
Dat doet het hem. Door alle zenuwen van de laatste uren, raakt Bonnie in een hysterische lachbui terecht. Onvermijdelijk door de blondine haar guitige lach meegesleept, proest een ontladen Charlie het eveneens uit.
“Waar gaan we eigenlijk naartoe?”, vraagt Bonnie wanneer ze beiden wat bekomen zijn en opnieuw zijn beginnen rijden.
“For me to know, for you to find out!”, klinkt het geheimzinnig. 
Maar wanneer Bonnie haar aandacht verplaatst van Charlie naar de buitenwereld, merkt ze meteen waar ze zijn. Nog maar één keer hebben ze op deze baan gereden. Dat is de weg naar het huis, haar huis; het huis dat hij één keer heeft getoond en waar hij vervolgens voor haar tot nader order een betredingsverbod heeft over uitgeroepen. Dat besef, doet Bonnie popelen. Meteen vergeet ze ook even alles wat er zich de laatste tijd heeft voorgedaan. Plotsklaps bestaat er opnieuw alleen hij en zij.

Bonnie’s anticipatieve zenuwachtigheid wordt meer dan bevestigd wanneer ze de gigantische hal betreedt. Die ziet er helemaal anders uit dan de vorige keer toen er enkel her en der theelichtjes stonden op de vloer. In de hoek van de hal staat er een metersgroot beeld van een kaart van Alice in Wonderland. Op de muur langs de trap naar boven staat er in zwarte sierlijke letters “A land full of wonder, mystery, and danger…” te lezen. Bonnie werpt een adembenemende blik naar Charlie, die nog steeds afwachtend in de deuropening staat. Haar blik verlegt zich naar de tekst op haar polsen, die deze zin in Alice in Wonderland voorgaat en kan een bevredigende glimlach niet onderdrukken. Dan zet ze haar ontdekkingstocht verder en komt in de grote leefruimte terecht, die aangekleed is met witte meubels, met hier en daar een zwart accent zoals een prachtige zwarte logge Eames stoel met bijbehorende voetenbank. De uitzondering op de zwartwitte regel is een opgeblazen exemplaar van haar favoriete foto van een prachtige zonsondergang op hun privéstrandje in Spanje die de hele muur achter de zitbank inpalmt. De ontdekkingstocht door haar eigen huis neemt Bonnie op sleeptouw van Spanje naar Pulp Fiction, de Middeleeuwen en de rock- en bikerwereld. Zonder ook maar ergens inbreuk te doen aan de serene sfeer van de woning. Een serieuze klus, ware het niet dat Charlie ongetwijfeld de beste vakmannen onder de arm heeft genomen om van dit droomhuis hun droom-thuis te maken. Als Bonnie terug beneden in de leefruimte komt, zit Charlie in kleermakerszit aan de open haard op een hoogpolig vloerkleed. Op de achtergrond weerklinkt Fleetwood Mac. 

It’s only right that you should
Play the way you feel it
But listen carefully to the sound
Of your loneliness
Like a heartbeat drives you mad
In the stillness of remembering what you had
And what you lost, and what you had, and what you lost

Fleetwood Mac

Bonnie neemt plaats in de groene velvet chaise longue die wat verderop staat en steekt een sigaret op. Ze inhaleert en vraagt: “Wat nu?” 
Charlie draait zich haar richting uit en kijkt haar met droevige ogen aan. 
“Ik ga kapot zonder u.” 
Bonnie rolt met haar ogen en trekt enkele keren aan haar sigaret voor ze uitademt. Aangezien ze niet weet wat te antwoorden, zwijgt ze. Charlie kruipt naar haar toe, zet zich op zijn knieën en neemt haar vrije hand vast. 
“Je kan me wijsmaken dat het niet zo is, maar als ik naar je kijk zie ik dat jij onze break ook niet goed verteert. Wanneer is de laatste keer dat je iets deftigs gegeten hebt?” 
Bonnie’s onderlip trilt oncontroleerbaar. Ze slikt moeizaam. 
“Geen idee”, fluistert ze fragiel. 
Een traan rolt over haar wang. Zijn duim veegt ze op voor ze een vrije val kan maken. 
“Ik kan niet meer eten. Ik kan niet meer slapen. Ge hebt me kapot gemaakt”, beschuldigt ze hem met een krakende stem. 
Hij kust haar hand en fluistert “sorry”.
“Wat ben ik daar nu mee, Charlie? Een fucking sorry? Je wil niet weten hoeveel ik je de laatste twee weken vervloekt heb. Hoeveel ik mijn leven bij BB verwenst heb. Hoe vaak ik gedacht heb dat ik veel beter af was geweest … ” 
Even twijfelt Bonnie of ze haar zin wel moet afmaken. 
“Als ik u nooit had leren kennen.” 
Charlie kijkt haar aan, maar maakt geen aanstalten om iets terug te zeggen. 
“Vind jij het normaal dat ik geen enkel idee heb waar we naartoe gaan? Samen? Gaan we dit echt blijven doen? Jij in jouw wereld, ik in de mijne? En als het ons uitkomt, vluchten we naar een utopische wereld die van ver nog niet lijkt op de realiteit waarin we ons bevinden?”   
Charlie’s adamsappel gaat langzaam omhoog en omlaag. Zijn ogen zijn waterig. 
“Ik ga voor mezelf spreken”, klinkt het na een lange stilte. “Een jaar geleden was mijn leven simpel. De zaak runnen, Victor tevreden houden, mijn maten wat in het gareel houden en vrouwen plezieren die mijn pad kruisten. Ik was daar perfect tevreden mee, zeker toen ik van Victor de kans kreeg hogerop te klimmen in onze organisatie. Dat was een opportuniteit waar ik de laatste tien jaar naartoe gewerkt had. En toen zag ik jou.” 
Bonnie zucht voor ze voor een laatste keer inhaleert, zich rechtzet en de sigaret in de asbak op de salontafel uitdooft. Hoofdschuddend kijkt ze op hem neer terwijl zijn blauwe kijkers haar hoopvol aanstaren. 
“Ik had echt nooit verwacht dat een vrouw mij zo van mijn sokken kon blazen. Dat er iemand zou zijn die al de rest zou overschaduwen. Alles, maar dan ook echt alles, moest wijken als jij van je liet horen. Of instemde in mijn voorstellen. Tot grote ergernis van sommigen in mijn omgeving. Maar die konden mijn kloten kussen. Want ik had jou.”
“Charlie”, stamelt Bonnie vragend. 
“Laat me uitspreken, prinses.” 
Bonnie neemt opnieuw plaats in de zetel en Charlie volgt haar voorbeeld. 
“Ik dacht dat ik mijn leventje kon combineren met jou. Mijn feestjes, De Raedtsmannen, Delight …” 
Bij het horen van dat laatste woord slaat Bonnie haar handen voor haar ogen. 
“En dat het niet uitmaakt dat jij en ik bij een andere organisatie horen. Als we gewoon maar niet al te veel voor elkaars voeten zouden lopen, zou dat wel loskomen. Maar ik had het mis. Je had gelijk om over de rooie te gaan toen je mij betrapte in Delight. Ik kan me niet voorstellen hoe je je daarbij voelde. Je had ook gelijk om kwaad te worden toen ik het dagboek van je moeder aan het lezen was. Maar voor ik erin begon, had ik echt niet door dat iemand zo stom zou kunnen zijn om zo veel details over haar organisatie op papier te zetten. Toen ik erin begon te lezen, kon ik niet meer stoppen. En toen werd je wakker. En ben je vertrokken.”
“Terecht”, voegt Charlie er nog aan toe als hij merkt dat ze hier niet akkoord mee is. 
Een diepe zucht ontsnapt hem voor hij verder gaat. 
“Toen ben ik door het lint gegaan. Ik heb alles wat in huis lag, gepakt, gedronken en gesnoven. Vanalles heb ik kapot geklopt. Ik heb me kaal geschoren zonder het me goed en wel te realiseren. Echt compleet gek ben ik geworden. Ook omdat jij gewoon niet reageerde op mijn toenaderingspogingen. Hoeveel keer heb ik je gebeld? Gesms’t?”
Bonnie haalt haar schouders op en steekt nog een sigaret op. Nu hij eindelijk eerlijk is, is ze niet van plan hem te onderbreken. 
“Ik weet niet hoe lang ik zo in mijn loft gezeten heb. Eén dag, twee dagen, vijf? Geen idee. Jawel, tot alles op was en ik Ben heb gebeld voor méér. Die is hier in alle staten toegekomen omdat hij al dagen niets meer van mij gehoord had. Ik ga zijn gezicht niet snel vergeten toen hij binnenkwam. Hij heeft een joint voor mij gerold en is beginnen opruimen. Niet veel later heeft hij Louis gevonden. Die kat moet iets binnen gekregen hebben. Die lag dood in de badkamer in een plas kots. Het deed me niets. Op dat moment toch niet. Toen alles proper was, heeft Ben me geforceerd een douche te nemen, me in mijn pak geholpen en me meegenomen naar Delight. ‘k Heb me een paar dagen volledig op mijn werk gegooid, maar zonder zelf klanten te bedienen”, benadrukt hij. 
Bonnie begint nerveus te worden van zijn hele relaas, maar probeert dit niet te laten zien. 
“Thuiskomen was de hel. Ik heb me nog nooit zo alleen gevoeld. Ik kan echt niet meer functioneren zonder u. Dus voor ik het wist, was ik terug bezig. Ik denk dat ik twee dagen geen bed meer gezien had toen ik naar BB ben gereden. Ik was in staat om in te breken. Ik was het beu om genegeerd te worden. Dat bericht was mijn laatste poging om vreedzaam toenadering te zoeken. Ik weet niet wat ik gedaan had, mocht je me niet gebeld hebben.”
Zijn grauwe gezicht verdwijnt in zijn grote handen. 
“Ik kan echt niet begrijpen waarom ik mezelf zo heb laten gaan. Jawel, ik hou van u. Ik hou te veel van u. Mijn leven is gewoon niets meer waard zonder u. Ik wil u gewoon bij mij. Naast mij. Op mij. Al moet ik daar alles voor opgeven.”
Hij kijkt op en staart haar aan met betraande ogen. 
“We moeten het gewoon doen werken, prinses.”
Bonnie inhaleert diep voor ze het woord neemt. 
“Mag ik dan nu iets zeggen?” 
Charlie knikt en neemt haar hand vast. 
“Ik ga niet mijn laatste twee weken zo gedetailleerd uit de doeken doen, want ik kan er kort over zijn: iedereen heeft me proberen te overtuigen dat ik beter af ben zonder u. Maar mijn gevoel sprak iedereen tegen en doet dat nog altijd. Ik heb erover nagedacht om gewoon samen te verdwijnen. Naar de villa in Spanje of eender waar op de wereld. Ver weg van al de shit hier thuis. Maar dat lijkt op weglopen. En ik heb een hekel aan mensen die weglopen van hun problemen. Dus mijn conclusie is dat als we het terug willen laten werken tussen ons, we het hier moeten doen. Tussen alle shit. Maar dan moeten er afspraken gemaakt worden. En moet er respect zijn voor elkaars privacy. En als dat niet kan, dan stopt het gewoon.” 
Charlie neemt haar sigaret over en trekt ervan terwijl hij in haar ogen staart. 

“Wat zijn dan de afspraken die je wil maken?”, vraagt hij.
“Simpel,” reageert Bonnie, “we proberen elkaar niet voor de voeten te lopen wat de zaken betreft. En wat je avontuurtjes in Delight betreft … Ik kan daar niet mee om, Charlie. Je bent mijne vent. Ik kan niet leven met de constante onzekerheid over wat je daar in dat kot al dan niet aan het uitsteken bent. Het moet gedaan zijn. Ik moet er gewoon zeker van zijn dat als je daar zit, je je koest gaat houden.” 
Charlie trekt de sigaret warm voor hij ze teruggeeft en zelf het woord neemt. 
“Over de zaken ga ik onmiddellijk akkoord. Ik moei me niet meer met uw organisatie en uw positie. Meer nog, ik zal vanaf nu de meest onderdanige klant zijn die BB ooit gekend heeft. Maar over Delight…” 
De pauze die hij neemt, doet Bonnie al vermoeden dat hij hier niet zomaar akkoord mee zal gaan. 
“Soms zijn er gewoon voorstellen die te mooi zijn om te weigeren. Mag ik die dan gewoon niet voorleggen zodat we samen kunnen bekijken waar ik op mag ingaan en waarop niet?”
Bonnie blaast licht geamuseerd rookwolkjes uit. Wat dacht ze ook? Dat hij opeens het volgzame schaap ging zijn? Zou ze dan echt zo’n Charlie willen? 
“Je kan altijd proberen”, besluit ze. 
“Maar ik heb het laatste woord”, voegt ze er half vragend aan toe. 
Charlie knikt, zichtbaar opgelucht. 
“En wat als ik in de praktijk altijd weiger?”
Hij rolt met zijn ogen. 
“Moeten er dan quota afgesproken worden?”
Hij doet het opnieuw en schudt met zijn hoofd. 
“Je gaat niet altijd weigeren”, klinkt het resoluut. 
“Hoe kan jij dat nu weten?” 
Charlie lacht geheimzinnig. 
“I’m gonna make you an offer you can not refuse.” 
“Dat is wel durven. Ga je nu echt al een uitzondering op de regel voorstellen?” 
Bonnie kan haar ontgoocheling niet onder stoelen of banken steken. 
“Mag ik?”, polst hij.
Licht geïrriteerd haalt Bonnie haar schouders op: “Shoot.” 
Charlie’s ogen sprankelen wanneer hij zijn voorstel uit de doeken doet. 
“Morgenavond speelt er een rockster ergens in ons land. Een vrouw welteverstaan. Ze heeft me gecontacteerd om haar te vergezellen voor, tijdens en na dat optreden. Je moet weten Bonnie, dat is niet de eerste keer dat ze me dat voorstelt en ik zweer het je dat zijn echt memorabele avonden.”
Bonnie haalt zuchtend haar schouders op: “Wat wil je nu horen, Charlie? Dat je mag gaan?”
Mysterieus schudt hij zijn hoofd.
“Laat me uitspreken, Bonnie.”
Bonnie steekt haar handen op en vouwt ze achter haar hoofd.
“Aangezien de dame in kwestie expliciet naar mij gevraagd heeft en bleef aandringen, heb ik eerlijk verteld hoe de vork in de steel zit. Weet je wat ze zei, Bonnie?”
Bonnie schudt ongeduldig haar hoofd, volledig geïrriteerd door Charlie’s compleet van de pot gerukte enthousiasme.
“Your wife can come too, if she wants to.”
Met tegen elkaar geperste tanden en een gigantische glimlach wacht Charlie de reactie van zijn echtgenote af. Met neergeslagen blik zucht Bonnie hoofdschuddend, niet wetende wat nu weer aan te vangen met dit onzedelijk idee. Hoewel ze zich goed bewust is van de graad van foutheid van dit voorstel, kan ze enige nieuwsgierigheid niet laten.
“Wie is ze?”
Enthousiast wijst Charlie naar haar.
“Ik wist het!”, klinkt het opgetogen.
“Hola, hola”, probeert Bonnie hem af te remmen, maar het kwaad is al geschied.
“Bonnie, je weet hoe het zit bij Delight met bescherming van klanten. Je hebt er al eens fameus je voeten aan geveegd. Maar bij deze cliënte moet ik extra voorzichtig zijn. Gewoon om haar voorstel te aanhoren heb ik al een geheimhoudingscontract moeten ondertekenen.”
Terwijl Bonnie nadenkt, tokkelt ze haar vingertoppen tegen elkaar.
“Kan je me dan zeggen wat er op het programma staat?”
Charlie knikt: “Dat kan ik zeker. Morgen worden we om 18 uur verwacht in het gebouw waar ze haar optreden geeft. Samen met haar nuttigen we een aperitief voor ze begint aan de soundcheck en het optreden, dat we trouwens allebei vanop de eerste rij mogen meemaken. Na het optreden, wachten we haar op in haar loge, waar ze even op adem wil komen. Ja, wat ze daaronder verstaat, is niet helemaal uitgeschreven natuurlijk”, knipoogt Charlie.
“Daarna rijden we mee met haar limousine naar één van de meest exclusieve hotels van België waar we de nacht zullen doorbrengen in de penthouse”, lacht hij breed.
“Oh ja”, voegt hij er nog aan toe. “Natuurlijk worden we daarvoor betaald. 15.000 euro.”
“Wat?”
Bonnie’s stem klinkt twee octaven hoger dan normaal.
“Per persoon”, voegt Charlie er nog nonchalant en breed grijnzend aan toe. “Maar laat dat geld geen drijfveer zijn om het te doen.”
Bonnie’s hart klopt in haar keel. Hoewel ze het niet wil laten merken, weet ze al lang over wie het gaat. Er is immers maar één vrouwelijke rockster die morgen in België speelt: The Black Widow. En laat ze daar nu eens een grote fan van zijn. 
“Ik doe het”, besluit ze snel waardoor Charlie enthousiast in zijn handen klapt. 
“Ik wist het.” 
“Maar ik wil wel duidelijk kunnen aangeven wat ik al dan niet ok vind om te doen. Ik ben geen escorte en heb daar ook geen ambitie voor. Ik hoef dus helemaal niet mee te gaan in alle wensen die The Black Widow ons oplegt.” 
Charlie’s wenkbrauw gaat de hoogte in. 
“Hoe weet je dat?” 
Bonnie rolt met haar ogen. 
“Iedereen weet wie er morgen in het Sportpaleis staat.” 
“Enfin, iedereen onder de dertig toch”, voegt ze er plagend aan toe voor ze hem een kus geeft op zijn voorhoofd. 
Charlie sluit zijn ogen en ademt diep in en uit. 
“Ik heb ook nog een voorwaarde”, klinkt het. 
Dat verrast Bonnie. 
“Ik wil hier komen wonen, Bonnie. Een nieuwe start.” 
Bonnie knikt. Haar pantser valt af. Ze valt hem in de armen. 
“Ik wil je voelen, Charlie.” 
Hij grijpt haar vast. 
“Hier wacht ik al weken op.” 

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 19

Bonnie schrikt van haar reflectie. Ze ziet er scherper uit, té scherp. Ze zou het graag steken op de make-up die Amy net zorgvuldig heeft aangebracht, maar ze weet wel beter. Als je niet eet, je volledig op je werk stort en ‘s nachts urenlang naar het plafond staart in plaats van in dromenland te verkeren, blijken de kilo’s eraf te vliegen. Hoewel ze er sinds 10 dagen elke ochtend naar staart terwijl ze haar tanden poetst, heeft Bonnie de weegschaal die onder de lavabo van haar kleine badkamer in de studio boven den Bar staat nog niet durven betreden. Net voor ze overstag lijkt te gaan, merkt Bonnie Amy op in de deuropening van haar badkamer. 
“Staat ge daar nu nog altijd in uw blootje?”, plaagt ze. 
“Als we onze tafel niet willen kwijtspelen, zouden we toch stillekesaan moeten vertrekken.”  
Bonnie knikt afwezig en stapt in haar gloednieuwe zwarte jumpsuit die Amy haar tijdens hun shoptripje eerder vandaag heeft aangesmeerd. 
“Je ziet er strak uit”, fluistert Amy in Bonnie’s oor terwijl ze de rits op haar rug sluit. 
Bonnie bloost. Vanuit de woonkamer hoort Bonnie het geluid van een binnenkomend smsje. Snel trippelt ze blootsvoets de badkamer uit. 
Ain’t no sunshine when she’s gone. And this house just ain’t no home. Anytime she goes away.” 
Een diepe zucht wordt haar meester voor ze het bericht de digitale prullenmand in gooit. 
“Charlie?”, vraagt Amy, die ondertussen haar jas heeft aangetrokken en vertrekkensklaar aan de deur staat. 
Bonnie knikt terwijl ze haar zwarte pumps in stapt, haar jas aantrekt en een warme sjaal om haar hals heen slaat. Met haar handtas in de aanslag neemt ze post naast Amy. 
“Hij blijft me bellen en berichten sturen, maar ik antwoord er niet op.” 
“Die vent respecteert je niet, Bonnie. Hij poept in het rond en houdt geen rekening met je positie in de bende. Als je het mij vraagt, was je er nooit aan moeten beginnen, maar daar ben je nu natuurlijk niets mee.” 
“Die vent is alles voor me, Amy. Het liefst van al zou ik er gewoon mee vluchten uit deze wereld en ergens anders opnieuw beginnen.” 
“En alles waar je zo hard aan gewerkt hebt hier, zomaar achterlaten?” 
Bonnie twijfelt even voor ze antwoordt.
“Waarom moet alles toch zo ingewikkeld zijn? Ik had er gewoon nooit aan moeten beginnen, mijn studies moeten afmaken zonder me in dat vuile wereldje hier te gooien. Dan had ik misschien een normale vent gevonden om een normaal leven mee te leiden.” 
Amy geeft Bonnie een schouderklopje. 
“Vijgen na Pasen, Bonnie”, troost ze. “Tijd om je gedachten te verzetten en een stapje in de wereld te zetten.”

De sushiboot lijkt bijna onaangeroerd wanneer Bonnie’s maag fel begint te protesteren. Of het nu de rauwe vis is of de champagne die de boot voorafgegaan is, het resultaat blijft hetzelfde. 
“Even naar toilet”, mompelt ze Amy toe. 
De weg naar de wc lijkt op haar hakken verder dan verwacht, maar gelukkig slaagt Bonnie erin haar maaginhoud er pas uit te gooien wanneer ze boven een toiletpot hangt. Wanneer alles eruit lijkt, trekt ze door, sluit ze het deksel van de pot en zet zich erop om even op adem te komen en haar gedachten te ordenen. Charlie spookt door haar hoofd. Hij blijft door haar hoofd spoken, ondanks ze er alles aan doet om haar gedachten van hem af te leiden. Ooit zal ze toch moeten reageren op zijn toenaderingspogingen. Ze zal hem onder ogen moeten komen. Maar voor ze dat doet, moet ze weten wat ze wil. En dat is momenteel allerminst het geval. Wil ze hem nog? Wil ze een deel zijn van het leven dat hij voor ogen heeft? Wat moet ze met zijn drang naar vrijheid? Naar avonturen, in de breedste zin van het woord? En wat met zijn ongehoorzaamheid? Is haar woord dan zo weinig voor hem waard? Haar hoofd verdwijnt tussen haar opgetrokken knieën. Ze schrikt op wanneer ze de deur van de damestoiletten open hoort gaan. 
“Bonnie?” 
Het is Amy. 
“Ja”, klinkt het stil. 
“Gaat het een beetje?” 
“Ja”, zegt ze opnieuw voor ze het slot van de deur van haar toilet los draait. 
Langzaam opent Amy de deur. Bezorgde ogen kijken haar aan. 
“Bonnie, ge ziet er niet uit.” 
Machteloos haalt de blondine haar schouders op. 
“Kunde me een beetje oplappen?” 
Ze knikt met een begripvolle blik. 
“Amy to the rescue”, klinkt het terwijl ze haar make-up kit uit haar handtas haalt en Bonnie van een verse laag schmink voorziet. 
“Heb je ook wat mee om m’n neus te poederen?”, polst Bonnie voorzichtig, goed wetende dat ze Amy met die vraag met een dilemma opzadelt. Haar moeder heeft immers alle leden van de Bende verboden Bonnie van drugs te voorzien nu haar toevoer via Charlie gestopt is. 
Tot Bonnie’s grote verbazing knikt Amy echter voorzichtig en haalt ze een zakje met wit poeder uit haar tasje. Vakkundig legt ze twee lijnen op de wc-rolhouder terwijl Bonnie alvast een briefje van 50 euro oprolt. 
“Merci”, ontsnapt er uit Bonnie’s lippen voor ze de lijn snuift.
“Nu gaan we ‘t stad in”, besluit Amy wanneer ook zij haar exemplaar naar binnen heeft gejaagd. 

Het doet deugd om te dansen zonder zorgen. Zonder constant achter haar schouders te moeten kijken om bekende gezichten te spotten. Het was een goed idee van Amy om naar Antwerpen te trekken. Weg van al wat bekend is en tijd voor ontspanning. Of spanning. Positieve spanning. 

Searching for a destiny that’s mine
There’s another place another time
Touching many hearts along the way yeah
Hoping that I’ll never have to say
It’s just an illusion, illusion, illusion. 

Imagination

Amy’s lichaam lijkt helemaal op te gaan in de eighties beats. En dat hebben ook de omstaanders gemerkt. Bonnie’s blik houdt halt bij een groepje mannen die hen opvallend aanstaren. Wanneer één van de mannen haar blik vangt, blijft ze hem uitdagend aanstaren tot hij wegkijkt. Ze grijpt Amy bij de arm en zoekt haar oor tussen haar wilde bos haar. 
“Die mannen al gezien?”, polst ze. 
Ondeugend knikt Amy. 
“Geven we ze een showke?”
Bonnie knikt op haar beurt samen met Whitney Houston die haar keel openzet. Amy neemt haar handen vast en trekt haar dicht tegen zich aan. 

Clock strikes upon the hour
And the sun begins to fade
Still enough time to figure out
How to chase my blues away
I’ve done alright up to now
It’s the light of day that shows me how
And when the night falls, loneliness calls
Oh, I wanna dance with somebody
I wanna feel the heat with somebody. 

Whitney Houston

“Ik heb er dorst van gekregen”, roept Amy in Bonnie’s oor terwijl het nummer uitsterft en vervangen wordt door een minder onsterfelijk exemplaar. Bonnie knikt en gebaart dat ze ook wat kan gebruiken waarna Amy naar de bar verdwijnt. Geen vijf tellen duurt het voor de man waarmee Bonnie net oogcontact maakte, voor haar komt dansen. Hij steekt uitnodigend zijn hand uit, waar Bonnie gewillig op ingaat. Even lijkt ze alles en iedereen vergeten. Maar wanneer hij haar probeert te kussen, duwt Bonnie hem van zich af. Verbaasd haalt hij zijn handen in de lucht en keert hij zich naar zijn vrienden die hem lacherig aankijken. Wanneer hij zich opnieuw haar richting uitdraait, grijpt hij haar hand vast en legt het op zijn kruis. Door de jeansstof heen voelt Bonnie dat hij hard is. 
“Zo geil maakt ge mij met uw danskes”, klinkt het in haar oor. “Ge gaat mij toch niet op mijnen honger laten zitten?” 
Snel trekt Bonnie haar hand weg, maar de man duldt duidelijk geen tegenspraak en grijpt haar nu nog wat steviger vast. Hardhandig drukt hij haar tegen de muur. Zijn handen volgen het decolleté van haar jumpsuit. 
“Als ge er zo bijloopt, dan wilt ge toch genomen worden”, besluit hij. 
Zijn hand zoekt een weg onder de stof naar haar borst terwijl hij met het andere haar arm boven haar hoofd klem houdt. Zijn onderlichaam drukt hij tegen het hare aan waardoor ze geen kant uit kan. Opeens kijkt hij over zijn schouders waardoor zijn greep op haar wat verslapt, maar niet genoeg voor Bonnie om te ontsnappen. Een zucht van verlichting ontsnapt Bonnie wanneer ze merkt dat het Amy is. 
“Alles onder controle, Bonnie?”
Wanneer Bonnie haar hoofd schudt, vraagt Amy de man beleefd om haar los te laten, waar hij lacherig op reageert. Pijlsnel grijpt Amy de mans arm en plooit deze achter zijn rug in een houdgreep. Een geschrokken kreet klinkt boven de muziek uit. 
“Laat me los”, smeekt hij. 
“Laat ons dan gerust, eikel”, sist Amy hem toe voor ze haar greep op hem lost. 
Snel neemt ze Bonnie’s hand beet en leidt ze haar de bar uit. 
“Dank je, Amy”, fluistert Bonnie terwijl ze in haar handtas rommelt op zoek naar een pakje sigaretten. 
“Graag gedaan, meid.” 
Stilzwijgend rookt het duo hun sigaretten op. Wanneer Amy de peuk uitdrukt in de asbak, polst ze of Bonnie liever naar huis gaat. 
“Eigenlijk wel”, knikt ze. 

Bonnie ploft uitgeput haar zetel in na een stevige avond doorwerken in den Bar. Carla had haar gevraagd om in te springen aangezien het razend druk was. Om haar gedachten te verzetten, was Bonnie hier gewillig op ingegaan. Na een blik op de klok die 1 uur aangeeft, beslist Bonnie nog een joint te rollen voor ze haar bed in kruipt. Net voor ze hem aansteekt, laat haar iPhone van zich horen. 
“Ik ben verloren in een doolhof diep binnenin het donkerste hoekje van mijn wereld. Cx.”
Een diepe zucht. Hoe lang kan ze hem nog blijven negeren? 1.001 gedachten flitsen door Bonnie’s hoofd. De gedachte aan haar moeder, die woest was toen ze te horen kreeg dat Charlie haar dagboek onder ogen had gekregen. Aangezien het haar schoonzoon betrof, was Anita nog bereid de dialoog aan te gaan. Dat ze haar moeder ervan heeft kunnen overtuigen om Charlie de tijd te geven zelf over de brug te komen, blijft een echte treffer. Maar ook de gedachte aan Charlie, aan de manier waarop hij met haar omgaat, alsof hij haar liefde te pas en te onpas aan een grondige test wil onderwerpen, walst als een bezetene door haar hoofd. Om de gedachtenstroom te stoppen, onderneemt ze eindelijk actie. Aarzelend drukt ze op het groene telefoontje naast zijn naam.
“Bonnie”, klinkt er met een lage stem na slechts één beltoon.
“Charlie.”
Bonnie probeert zo kil mogelijk te klinken.
“Ik mis je zo hard, prinses”, klinkt het fragiel aan de andere kant van de lijn.
Zijn stem lijkt even verdord als een gevallen eikenblad op een droge herfstdag. Terwijl Bonnie sterk wil blijven en haar best doet om zich alle bemoedigende peptalk van de laatste weken voor de geest te halen, is het enige waaraan ze echt kan denken zijn heerlijk bedwelmende geur.
“Ik u ook”, floept ze eruit, te snel om nog in overweging te kunnen nemen.
Ze hoort hem grijnzen aan de andere kant van de lijn.
“Waar ben je?”, vraagt Bonnie.
“Voor den Bar”, zegt hij nu al wat minder weemoedig.
De man van de verrassingen is terug van eigenlijk nooit weggeweest. Bonnie’s hart klopt in haar keel. Zonder nadenken drukt ze af en trekt ze boven haar slip een skinny jeans aan die ze op de grond vindt. Een BH vindt ze niet meteen, maar aangezien geen tijd te verliezen valt en ze staat te popelen om Charlie terug te zien, trekt ze maar gewoon haar Hard Rock-t-shirt aan dat op een stoel hangt. Snel slaat ze nog een dikke sjaal rond zich, springt ze in haar zwarte All Stars en neemt ze haar handtas op de keukentafel voor ze als een dief in de nacht den Bar verlaat en ze de matzwarte BMW in stapt die met bonkende beats van ‘Sunglasses at Night’ en een ronkende motor voor de deur geparkeerd staat.

Ze draait de volumeknop meteen naar beneden en zijn contact uit. 
“Ge zit hier als nen Johnny voor den Bar een feestje te bouwen. Wilde dat heel de straat hier godverdomme op de stoep komt staan?”
Charlie grijnst. 
“Let eens op uw taal, prinses.” 
“Mijn taal?”, reageert ze fel. “Hoe had je nu verwacht dat ik ging reageren?” 
Dit is niet dezelfde vent die Bonnie heeft achtergelaten. Hoewel het buiten vriest dat het kraakt, draagt hij enkel een los afgedragen t-shirt en een trainingsbroek. Ondanks het nachtelijke uur van hun ontmoeting, prijkt er op zijn neus zijn befaamde zwarte Rayban. Alleen de beanie die zijn haar bedekt, lijkt aangepast aan het seizoen. 
“Ge ziet er als nen overjaarse tiener uit.”
Bonnie’s mond valt open van verbazing wanneer ze de muts van zijn hoofd trekt.
“Uw haar!”
Zijn prachtige krullen zijn gereduceerd tot stoppels. Langzaam streelt ze zijn gemillimeterde schedel. Wanneer haar hand naar zijn kaak zakt, voelt ze hoe strak hij staat. 
“Komaan Charlie, ik laat je twee weken aan je lot over en je ziet er zo uit?”, klinkt ze koud als de koelste ijskoningin.
Charlie schrikt van deze opmerking, wendt zijn blik af en staart door het geblindeerde raam half naar de overkant van de straat, half naar zijn eigen reflectie.
“Waarom heb je je haar geschoren?”
Met haar vraag probeert Bonnie hem uit zijn eigen wereld te halen en zijn aandacht opnieuw voor zich te winnen. Het lijkt te werken, want Charlie haalt zijn schouders op. Traag keert hij zich weer naar Bonnie. Zijn mond trekt oncontroleerbaar heen en weer.
“Ik moest te veel aan u denken als ik in de spiegel keek”, zegt hij met een doorrookte stem.
Bonnie neemt de rand van zijn zonnebril tussen wijsvinger en duim en zet hem van zijn neus op zijn hoofd, tussen zijn gemillimeterde haren. Wanneer Bonnie merkt dat zijn ene oog wat meer toe hangt dan het andere en dat beide exemplaren eveneens voorzien zijn van donkerbruine wallen, heeft ze pas écht door hoe ver hij heen is. Van zijn prachtig blauwe irissen is door zijn uitgezette pupillen bijna niets meer te zien. 
“Ik zie waarom je midden in de nacht met een zonnebril rond zit te rijden”, zegt ze terwijl ze zijn bril terug op zijn neus zet. “Waar ben jij mee bezig?”
Bonnie voelt elke centiliter bloed in haar lichaam koken. Zonder haar van een repliek te dienen, start Charlie de motor van de wagen.
“Je denkt toch niet dat ik in die toestand met je meerij?”
“Stap. Dan. Uit”, sist Charlie nauwelijks waarneembaar.
Bonnie opent haar portier, maar twijfelt om zijn bevel te volgen.
“Ik wil niet dat je zo met de auto rijdt, Charlie.”
Een verkrampte grijns komt te voorschijn.
“Dan is nog niet alles verloren. Rij jij dan.”
“Godverdomme, Charlie!” 
Binnensmonds volgen er nog een resem vloekwoorden wanneer Bonnie de wagen uitstapt en langs de bestuurderszijde het portier opent. 
“Eruit!”
Gehoorzaam doet Charlie wat hem opgedragen wordt en neemt hij plaats in de passagierszetel. Als een brave schooljongen klikt hij zijn gordel dicht.

The mirror’s image
It tells me it’s home time
But I’m not finished
‘Cause you’re not by my side

Arctic Monkeys

Alex Turner slaat nagels op koppen met zijn nummer terwijl Bonnie afweegt wat ze kan zeggen. Verrassend genoeg is het Charlie die als eerste het woord neemt. 
“Jij ziet er anders ook afgeleefd uit.”
Nog voor zijn hand haar kaak kan raken, slaat Bonnie het weg. 
“Raak me niet aan, Charlie.” 
Bonnie’s hart bonst in haar keel. Emotioneel wil ze niets anders dan zijn lichaam voelen, maar haar rationele kant houdt haar tegen. 
“Waarom heb je me dan gebeld, Bonnie?”
“Omdat je me anders nooit meer gerust gaat laten.” 
“Wil je dan echt dat ik je gerust laat?”, snuift hij. 
Bonnie haalt haar schouders op: “Ik weet al lang niet meer wat ik wil.” 

Bonnie kan haar ogen niet geloven wanneer de deuren van de lift zich openen en ze de staat van de loft aanschouwt: overal liggen lege flesjes bier en grotere flessen whisky, rum en champagne. Er hangt bovendien een rookwalm die Bonnie doet denken aan die vuile sigaren die een klant van Bada Bing altijd rookt. De met sigaren, sigaretten en joints tot de nok gevulde asbak die een prominente plaats op de salontafel heeft gekregen, bevestigt Bonnie’s vermoeden. Naast de asbak ligt een zilveren dienblad. Het zilveren dienblad dat ze van Charlie’s vader gekregen hebben voor hun huwelijk en dient om een goed stuk kalkoen op te presenteren en niet om coke op te verdelen, zoals nu klaarblijkelijk het geval is.
“Waar is Louis?”, daagt het opeens bij Bonnie.
“Louis is dood”, klinkt het droog.
Wanneer Bonnie zich naar haar man om keert, ziet ze hem een halve fles rum die nog op het aanrecht stond in één keer naar binnen halen.
Volledig onder de indruk van zijn mededeling, slaagt Bonnie er niet in een zin te vormen: “Hoe? Dood?”
Charlie haalt zijn schouders op: “Dood. Als in dood. Het was hier vreemd zo alleen. Ik kon niet alleen zijn.”
“En dan heb je je kat maar afgeslacht?”, vraagt ze sarcastisch.
Charlie proest het uit en neemt schouderophalend plaats in de zetel. Van op de salontafel vist hij een waterpijp, die blijkbaar ook een vaste plaats heeft gekregen in hun interieur. Snel steekt hij ze aan en neemt er enkele flinke teugen van, tot grote ergernis van Bonnie.
“Heb jij nog niet genoeg binnen gehaald, Charlie?”
Hij knikt terwijl zijn kin opnieuw een eigen leven begint te leiden.
“Net daarom. Ik wil wat kalmeren”, zucht hij voor hij zijn aandacht opnieuw tot de waterpijp wendt.
Woest stapt Bonnie weg, maar houdt halt aan het sleutelrekje net naast de lift. Daar vist ze de sleutels van zijn Porsche eruit en zwaait die uitdagend voor Charlie, die haar gevolgd is.
“Bon Charlie, ik heb genoeg gezien. Ik ga terug naar de studio en neem de vrijheid om je favoriete speeltje hiervoor te gebruiken. Ik verwacht u morgen om 12 uur in den Bar. Nuchter. Voor een lunch met mijn moeder.”
Ze keert hem haar rug toe en stapt zonder omkijken de lift in. Voor Charlie uit de startblokken kan schieten, sluiten de liftdeuren zich onherroepelijk. Haar brede grijns moet hem nog opgevallen zijn. 

Categorieën
Uncategorized

Hoofdstuk 18

Na een paar stevige overuren op ‘den bureau’ in den Bar beslist Bonnie, gezien haar stoere echtgenoot haar via sms heeft laten weten dat hij enkel nog in staat is om gedachteloos naar een televisiescherm te staren, een kijkje te gaan nemen in Bada Bing. Goedkeurend knikt ze wanneer ze merkt dat de parking goed vol staat. De keet draait, dat is duidelijk. En dat wordt alleen maar bevestigd wanneer Bonnie een volgepakte Bada Bing binnen probeert te dringen. Na wat duw- en trekwerk vindt ze Koen aan de beste tafel van de keet. Tot Bonnie’s grote verbazing is het Charlie’s zus Eden die haar beste kunsten bovenhaalt terwijl ze zijn schoot aan het berijden is. Ontzet vliegt Bonnie naar het duo.
“Eden? Wat doe jij hier?”
Wanneer ze Bonnie hoort, stopt Eden met rijden en trakteert ze haar schoonzus op de alombekende grijns. Koen schrikt op en duwt zijn lapdancelady wat van zich weg, tot grote ergernis van de dame in kwestie.
“Wat is er, Koentje? Ben je afgeleid door je vriendinnetje?”
Bonnie protesteert: “Eden, doe eens een beetje normaal, waar heb jij aan gezeten?”
“Aan Koentje hier”, lacht ze terwijl ze zijn kruis masseert.
Machteloos slaat Koen zijn arm de lucht in.
“Bonnie, ze doet toch niets verkeerd. Het was net zo gezellig!”
Bonnie schudt haar hoofd, neemt zijn hand beet en trekt hem de stoel af waardoor Eden bijna de op de grond valt. Tot haar grote geluk beschikt ze over een stevig evenwichtsvermogen.
“Ik wil u gewoon vijf minuutjes spreken, Koen.”
“Vijf minuutjes”, herhaalt Bonnie en laat Eden haar opengesperde hand zien.
Als de deur van de achterkamer achter hen dicht valt, vloekt Koen het uit.
“Godverdomme, Bonnie”, lispelt hij met wijde pupillen. “Waar zijde gij mee bezig?”
Omdat hij zo dicht tegen Bonnie komt staan, belandt er meer dan één spetter speeksel vanuit Koens mond op haar gezicht.
“Koen, ze is u aan het bespelen, dat beseft ge toch?”
Koen kijkt haar met een ontzette blik aan en haalt zijn hand vragend op.
“Charlie heeft haar op u afgestuurd, dat is toch duidelijk?”
Opnieuw schokschoudert Koen.
“Wa bedoelt ge nu? Dat ik een vamp als Eden niet zou kunnen krijgen zonder dat gij er voor iets tussenzit?”
Bonnie schudt haar hoofd: “Ik bedoel gewoon dat ze niet veel goeds betekent. Neem dat maar van me aan.”
Nu is het aan Koen om zijn hoofd te schudden. Hij zucht even diep voor hij van wal steekt.
“Ge klinkt als uw moeder, Bonnie. Ge schildert Eden nu bij mij net op dezelfde manier af dan uw moeder over Charlie bij u gedaan heeft. Moest ik niet beter weten, Bonnie …”
Even pauzeert hij om naar adem te happen.
“Ik zou denken dat ge jaloers zijt. Eerst is Natalie slecht voor me en wist ge ze uit mijn leven en nu blijkt Eden een kind van de duivel te zijn? Ge zijt gewoon stikjaloers, maar durft dat niet toegeven. Niet aan mij, niet aan u eigen. En daarom vindt ge een dwaas verhaal uit over uw jaloerse vent en zijn nymfomane zus?”
Hij snuift kwaad. Bonnie voelt de luchtverplaatsing op haar gezicht.
“Soms denkt ge toch echt dat de nulmeridiaan door uw gat loopt, Bonnie”, voegt hij er nog kwetsend aan toe.

Onderdanig sluit Bonnie de deur achter zich en neemt plaats in de stoel recht voor het bureau waaraan haar moeder als een koningin op haar troon zit.
“Ik ga er geen doekjes om winden, Bonnie. Ik weet dat de politie je ook ondervraagd heeft omdat ze je verdenken van medeplichtigheid aan de overval op een van mijn nachtwinkels.”
De krop speeksel die zich meteen ophoopt in Bonnie’s keel is moeilijk door te slikken. Haar longen en hart weigeren samen een paar seconden dienst.
“Ik vraag het u één keer, Bonnie en ge gaat eerlijk zijn tegen mij. Hebt gij iets te maken met die overval?”
Bonnie kijkt haar moeder recht in de ogen aan en schudt resoluut haar hoofd.
“Ik weet echt niet waar ze dat halen, mama.”
“Godverdomme Bonnie, hier is het Anita! Ik ben uw moeder hier niet, maar uw bazin. Dat lijkte soms te vergeten en dat moet ge nu ni ontkennen. Als ge hier wil blijven werken, moet ge mij trouw zijn en niemand anders in deze business.”
Bonnie hapt naar adem en repliceert: “Mama, ik heb het niet anders geweten dan dat ik lid wilde worden van de Bende van den Bar. Ik denk dat ik de laatste tijd mijn strepen wel verdiend heb. Iemand vermoorden in naam van de bende staat hoog in het lijstje voor vereisten van loyaliteit aan de bazin. Of zie ik dat verkeerd, Anita?”
Bonnie’s blik is vastberaden. Uit het niets verschijnt er een brede lach op het gezicht van de bazin van de Bende van den Bar.
“Ik wist wel dat ge er niets mee te maken had”, klinkt het opgelucht.
Met een wrang gevoel ontvangt Bonnie haar moeders open armen en trakteert haar op een knuffel.

Balancerend op de rand van een zenuwinzinking stormt Bonnie Delight binnen.
“Charlie?”, snauwt ze naar de man die achter de bar staat, wiens naam Bonnie er niet in slaagt te onthouden.
“Kamer 3”, zegt hij vlug, maar beseft al even snel zijn fout.
“Maar ik denk niet dat het de bedoeling is dat je daar binnenvalt, ik zal anders even…”
Bonnie wacht niet tot de man zijn zin kan afmaken en en stapt met rasse schreden op de achterkamers af. Ze staat aan de grond genageld wanneer ze kamer 3 binnenwalst. Charlie is, samen met zijn partner in sexcrime Ben, druk in de weer één of andere plastieken bimbo het orgasme van haar leven te bezorgen. Als een puber die door zijn moeder betrapt wordt op masturberen, springt haar wederhelft recht, zijn stijve lid bedekkend met zijn grote handen. Terwijl hij op Bonnie komt afgestapt, die nog steeds aan de grond genageld in de deuropening staat, vist hij een hemd en een boxershort van de grond. Hij sleurt haar mee de hal in en sluit de deur achter zich. Terwijl hij haastig de boxer aantrekt en de knopen van het hemd dicht tracht te krijgen, probeert hij de situatie recht te trekken.
“Bonnie, je kan hier niet zomaar een kamer binnenvallen. Ik heb een reputatie hoog te houden. En dan heb ik het nog niet over de privacybescherming van mijn cliënte.”
Charlie’s aanval wakkert Bonnie’s woede alleen maar aan als een brand in een kurkdroog bos.
“Charlie, voor we elkaar het jawoord gaven, hebben we voor jou één regel vastgelegd: geen sekspartijtjes meer in Delight. Dat je deze hoerenbar runt, dat was ok. Dat is ok. Maar je penis in het rondzwaaien, hoort daar niet meer bij. Ik heb daar maar één woord voor: niet ok.”
Na haar tirade hapt Bonnie even in een poging haar ademhaling onder controle te houden.
“Dat zijn twee woorden”, daagt Charlie uit.
“Eén tip, Charlie”, sist Bonnie verder. “Dit is niet het moment om grapjes te maken.”
“Komaan, Bonnie”, probeert Charlie terwijl hij zich dicht tegen haar aandrukt. Zijn neus vindt een weg van achter haar oor, langs haar nek, haar sleutelbeen en haar borsten. Zijn nog steeds halfstijve lul priemt door zijn boxer tegen haar kruis.
“Charlie, stop het! Ik pik dit echt niet!”
Een kordate duw tegen zijn borst, houdt de bronstige vent wat op afstand.
“Trouwens,” steekt Bonnie van wal. “Ik heb je nog het een en ander te vragen.”
Afwachtend kijkt Charlie haar aan met een vragende blik, niet wetende wat voor een kruisverhoor zijn eega voor hem in petto heeft. 
“Wat deed Eden eergisteren in Bada Bing?”
De frons die zich meester maakt van Charlie’s voorhoofd spreekt boekdelen.
“Wat?”, klinkt er met een dreigende stem.
“Wat deed Eden eergisteren in Bada Bing?”, herhaalt Bonnie met extra articulatie, alsof ze tegen een kind van zes aan het praten is.
“Wat?”
Door zijn overduidelijke high is Charlie niet in staat er op dit moment meer uit te krijgen. Wanneer ook Bonnie dat beseft, weidt ze verder uit.
“Eergisteren kom ik Bada Bing binnen en tref ik je zus in een nogal pikante outfit in een nog pikantere positie aan”, fluistert Bonnie grijnzend.
“Wat? Wat wil je nu zeggen? Dat Eden in de stripclub van die eikel van een vriend van jou werkt?”
Zijn ongecontroleerd gedrag doet bij Bonnie de twijfel toeslaan. Zou hij hier toch voor niets tussen zitten?
“Neen, Charlie. Ze was daar duidelijk voor haar eigen plezier.”
Er is geen weg terug voor Bonnie, of Charlie Eden nu naar Bada Bing gestuurd heeft of niet. Vertellen moet ze het, zoveel is duidelijk wanneer Charlie dreigend dichter tegen haar komt staan.
“Geen spelletjes spelen, Bonnie.”
Zijn serieuze stoere stem – zijn gangsterstem – is terug.
“Met wie was ze daar?”, dreigt hij terwijl hij haar onderarm beet grijpt en er net hard genoeg in knijpt om haar pijn te doen.
Bonnie kijkt hem mysterieus aan, met haar mondhoeken ietwat opgekruld. Nu ze toch weet dat Charlie zodra over de rooie zal gaan, geniet ze van het moment en bouwt ze de spanning wat verder op door hem niet meteen te antwoorden. Tot grote ergernis van de razende stier voor haar neus natuurlijk.
Nu is het aan Charlie om zijn zin kracht bij te zetten door elk woord afzonderlijk te beklemtonen: “Bonnie, stop met rond de pot te draaien.”
Bonnie knikt: “Ik stop met rond de pot te draaien.”
Voor ze verder gaat neemt ze wat afstand en gaat ze tegen de deur van kamer 3 leunen.
“Eergisteren kwam ik Bada Bing binnen en zag ik Eden, gehuld in een doorzichtig niemendalletje, Koen de lapdance van zijn leven geven.”
Wanneer Charlie zijn naam hoort, knapt er iets in zijn brein. Hij stormt op Bonnie af, maar zij wijkt niet uit. Geen angst tonen, dat is de sleutel. En of het werkt. In plaats van op haar gezicht belandt zijn rechtervuist dertig centimeter naast haar tegen de massief houten deur, met alle reeds bekende gevolgen van dien natuurlijk.
“Ik haat die kerel, Bonnie”, zegt Charlie nauwelijks hoorbaar, terwijl hij met zijn nog hele hand bij zijn andere exemplaar de schade tracht op te meten.
Nu pas beseft Bonnie ten volle welke sneeuwbal ze in beweging heeft gezet, nu blijkt dat Charlie helemaal niets te maken had met de aanwezigheid van Eden in Bada Bing. Koen had misschien toch gelijk? Dat ze hem gewoon ziet zitten. Zou het? En dit alles heeft ze te danken aan haar overdreven paranoia. Wanneer Charlie de eerste pijn van zich heeft afgeschud, benadert hij Bonnie opnieuw, zij het nu wat zachtaardiger. Hij komt nonchalant net zoals haar tegen de deur staan.
“Daarvoor kom je toch niet naar hier Bonnie? Om me te zeggen dat Eden in Bada Bing zat?”
Bonnie schudt haar hoofd, ontgoocheld in zichzelf. De wijsvinger van Charlie gaat langzaam de lucht in, alsof hij de oplossing voor wereldvrede net heeft uitgevonden.
“Jij dacht dat ik er voor iets tussen zat.”
Bonnie hoeft niets te zeggen om te bevestigen. Charlie springt op en gaat opnieuw voor zijn vrouw staan.
“Dacht jij nu echt dat ik mijn eigen zus op die klotevent zou afsturen? Haar als een hoer uitlenen aan een concurrent? Mijn zus is geen hoer”, snuift Charlie woedend.
“Ok,” lacht hij dan plots, “misschien zit er wel wat nymfomaan in haar. Maar waarom zou ik in godsnaam mijn zus op Koen afsturen? Is er iets waar ik ongerust over moet zijn?”
Een boomerang is er niets tegen. Als een baksteen knalt deze vraag recht in Bonnie’s gezicht.
“Charlie, doe niet zo paranoia”, wuift Bonnie zijn woorden als een volleerd mythomaan weg.
“Wat?”, klinkt er precies zoals voor de Eden/Koen-mededeling.
“Neem wat minder drugs, Charlie”, bijt Bonnie van zich af.
“Ik ga naar huis”, sluit ze af, maar voor ze haar rug naar hem omkeert, sist ze hem nog toe: “Mijn moeder weet het trouwens, van de overval.”

3 december 2000

Geen mens kan zonder leugens. De ene verzamelt er doorheen de jaren gewoon meer dan de andere…

Wanneer ze Charlie opmerkt in de deuropening van hun slaapkamer, gooit Bonnie het dagboek van haar moeder snel onder hun bed. Ze mag er niet aan denken dat hij dat onder ogen zou krijgen. Waarom heeft ze het ook naar huis meegebracht? Het boek lag veilig in de studio, maar Bonnie moest het zo nodig meenemen om er meer in te kunnen lezen.
“Wat was je aan ’t lezen?”, vraagt Charlie nonchalant terwijl hij zich één voor één van zijn kledingstukken ontdoet.
Zijn vest, broek, gilet, hemd, boxer en sokken maken langzaam plaats voor het adamskostuum waar Bonnie zo van houdt.
“Niets”, antwoordt Bonnie even nonchalant alsof ze de nieuwste editie van de Flair net onder haar bed heeft gegooid.
“Zaken zeker?”
Bonnie is blij dat hij het plaatje begrijpt. Wanneer haar warme beer naast haar in bed komt liggen en haar als een koffielepeltje omhult, droomt ze al snel over ridders en eenhoorns.

Ongewoon voor haar doen schrikt Bonnie ogenschijnlijk zonder reden wakker in het holst van de nacht. Wanneer ze haar ogen opent, beseft ze al snel waarom ze uit haar slaap is gerukt. Charlie zit met zijn rug naar haar gebogen aan het bureau in de slaapkamer, met alleen een bureaulampje als lichtbron.

“Charlie?”
Zijn stoel draait zich meteen om wanneer hij haar stem hoort. Charlie staart Bonnie met betrapte ogen aan. De reden voor die blik ligt in zijn handen: het dagboek van Anita.
“Sorry prinses, ik had dit nooit mogen doen”, klinkt het met gebroken stem.
“Godverdomme, Charlie! Ik ben het moe! Ik ben nog niet gerecupereerd van uw ene misstap als je al een nieuwe begaat? Waar gaat dit eindigen, maat?”
Van een slaapkop is bij Bonnie na deze tirade niet veel te merken. Slechts gehuld in haar adamskostuum, springt ze uit bed en loopt ze als een ijsbeer woest heen en weer tot ze in een ruk het dagboek uit zijn handen trekt.
“Hoeveel heb je gelezen?”
Haar stem klinkt dreigend, duivels bijna. Charlie zucht en twijfelt.
“Ik heb zo wat gebladerd”, mompelt hij. 
Wanhopig slaat Bonnie haar vuist op het bureau, tot grote verbazing van Charlie, die zo’n reactie maar al te goed kan thuis brengen. Meteen schrikt Bonnie van de pijnscheut die zich meester maakt van haar hand. Ze balt haar gewonde vuist en bedekt er haar tot een woeste teut gereduceerde mond mee. Zwaar ademend denkt ze na over de gevolgen van Charlie’s daad.
“Weet je nog, Charlie,” steekt ze na een tijdje van wal, “dat goede zakenadvies van jou. Over niets achter de rug doen van je baas…”
Charlie springt recht als hij dit hoort.
“Bonnie, je gaat dit toch niet tegen Anita zeggen?”
Zijn stem slaat over wanneer hij de vraag formuleert.
“Wat kan ik anders, Charlie?”, zucht Bonnie. “Kan jij me beloven dat je alles wat je net gelezen hebt gewoon uit je geheugen wist en het nooit als voorkennis zult gebruiken in de toekomst?”
Ontgoocheld schudt Charlie zijn hoofd en kijkt hij haar aan met droeve puppy ogen. Hierdoor beseft Bonnie maar al te goed dat hij bezwarende details onder ogen heeft gekregen, anders had hij wel anders gepiept. Angst staat af te lezen in Charlie’s ogen. En dat is iets nieuws voor Bonnie.
“Je tekent mijn doodvonnis”, zegt Charlie bloedserieus.